zondag 28 december 2014

De grote intelligentie

Het boeit mij hoe onze gedachten ons leven kunnen beïnvloeden en soms zelfs vergallen. In deze tijd zitten wij hier in het Westen veel te veel in ons hoofd. Het zijn onze gedachten die ons kluisteren, die ons tegenhouden om te doen waar onze ziel naar verlangt. Biochemicus, neuroloog en chiropractor Joe Dispenza schrijft en spreekt hierover. Hij schreef o.a. de boeken 'Evolve your brain' en 'Breaking the habit of being yourself'. Het laatste boek is in het Nederlands verschenen als 'Overstijg jezelf'.

Joe Dispenza

Dispenza weet, dat de wetenschap inmiddels de kracht van het denken ontdekt en bewezen: “Elke keer als wij denken, maken we een chemische stof aan. Als we ons goed voelen, nobele of gelukkige gedachten koesteren, maken we chemische stoffen aan waardoor we ons goed voelen. Als we negatieve gedachten of slechte gedachten hebben, of als we onzeker zijn, maken we chemische stoffen aan waardoor we ons daadwerkelijk zo gaan voelen. Vandaar dat elke chemische stof die in de brein vrijkomt een boodschap is die het fysieke lichaam voorziet of voedt. Aldus voelt het lichaam zich zoals wij denken”. 

Nieuwe kennis en vaardigheden
Met de titel van zijn laatste boek ‘Overstijg jezelf’ bedoelt Dispenza, dat we moeten ophouden om gewoontes en gedachten die ons belemmeren te herkauwen. Onze externe omgeving moet niet langer onze gedachten en ons gedrag bepalen. Als we op school of op het werk constant tegen dezelfde problemen aanlopen, wordt het tijd voor iets anders. Het wordt tijd voor nieuwe kennis en nieuwe vaardigheden die we ons eigen moet maken. Oefening baart kunst: op het moment dat we geneigd zijn weer terug te vallen in oude patronen, worden we ons bewust van de andere mogelijkheden en zullen hierdoor nieuwe deuren opengaan.

Verander je gedachten, verander je geest, verander je wereld


Dat het niet eenvoudig is onze gedachten te veranderen, komt doordat we zo ongelooflijk geconditioneerd zijn. We leven min of meer op de automatische piloot. Onze persoonlijkheid heeft zich door de jaren heen gevormd. Je kan wel positief willen denken, maar als je dagelijks gevoed wordt door je eigen negativiteit of die van anderen, valt het niet mee om dit aan je voorbij te laten gaan. Schuld, schaamte en spijt houden ons vaak tegen. Onderzoek heeft echter uitgewezen, dat wij in staat zijn om met onze gedachten nieuwe verbindingen te maken in onze hersenen, waaruit nieuw gedrag uit voortvloeit. We moeten dus beseffen dat onze geest groter is dan de externe wereld, door middel van het uiten van een positieve intentie. Als moslim weten we hoe belangrijk de intentie is.

‘Kwantumveld’
Wat de neuroloog in feite voorstaat is dat wij als mens elke dag onze dag moeten ‘scheppen’ door contact te maken met ‘de grote intelligentie’. We zouden ons elke dag moeten voorstellen, alsof onze verlangens al verwezenlijkt zijn. Als wij ons voorstellen dat we ons gelukkig voelen (met een intentie die we geuit hebben), dan maken onze hersenen stofjes aan die ervoor zorgen dat we ons daadwerkelijk gelukkig gaan voelen. Maar er gebeurt nog meer: als wij de intentie of wens ‘het universum insturen’ zoals Dispenza het zegt, zal ervoor gezorgd worden dat de wens uitkomt. We bemoeien ons niet met het proces. Dat laten we over aan ‘de grote intelligentie’. Het belangrijkste is dat wij ons zelf ervan overtuigen dat het mogelijk is.  

Dispenza gelooft, dat elk mens over een kracht beschikt die in ons aanwezig is en waar we allemaal mee verbonden zijn. Dit onzichtbare bewustzijn is volgens hem het kwantumveld. Het is persoonlijk en tegelijkertijd universeel. Het is degene die leven geeft, meent de neuroloog. En deze schepper is energie die zo verfijnd en aandachtig is, dat hij in staat is om ons te steunen, onderhouden, beschermen en genezen op elk moment van de dag. Het zorgt ervoor dat ons hart honderdduizenden keer per dag slaat; het schept meer dan 60 miljoen cellen elke minuut en organiseert honderdduizenden chemische reacties in één cel elke seconde. Het is dezelfde intelligentie die de planeten rond de zon laat draaien en die ervoor zorgt dat de lelie in bloei staat. Joe Dispenza noemt deze schepper de intelligentie, de energie, het onzichtbare bewustzijn, het kwantumveld.

Wetenschappelijke bewijzen
Ik herken in deze omschrijving Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde en van alle wezens. Het doet me goed dat er steeds meer wetenschappelijke bewijzen zijn van het bestaan en de kracht van Allah. Wat ik jammer vind, is dat het woord God of Allah in zijn boeken niet genoemd wordt. Begrijpen doe ik het wel, want wetenschappers zijn vaak wars van religie. Ik hoop daarom dat hij nog vele zaken ontdekt die bewijzen dat er maar Een is waarvan wij allemaal afhankelijk zijn en die onze aanbidding verdient.  

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het digitale magazine 'De Stem van de Ummah'

donderdag 4 december 2014

Vrijwillig, zonder stress en vol zelfvertrouwen gooi ik mijn eigen glazen in

Sinds de dag dat ik thuis zit, verricht ik vrijwilligerswerk. Ik ben nu eenmaal een bezige bij en ik wil me graag nuttig maken. Of dat goed is of juist niet goed, daarover zijn de meningen verdeeld. In elk geval is het mogelijk dat gemeenten bijstandsgerechtigden vanaf januari 2015 verplichten om vrijwillig aan de slag te gaan. Hoe de overheid het ook noemt 'vrijwillig verplicht of verplicht vrijwillig'; het gaat om een contradictio in terminis: uit de verbinding van de woorden kan je al afleiden dat dit gewoon onmogelijk is. 



Er wordt nogal wat kritiek geuit op vrijwilligers de afgelopen maanden. Zo zouden vrijwilligers betaalde krachten of professionals van de arbeidsmarkt verdringen. Daar zit wel wat in. Want terwijl er aan de ene kant bezuinigd wordt, worden er aan de andere kant voor dezelfde functie of voor een versnipperde functie vrijwilligers aangetrokken. Kijk maar naar de veelal gepensioneerde buschauffeurs, of de vrijwilligers in de (thuis)zorg en de welzijnssector. De vakbonden zijn er niet blij mee. Ik zou me dus eigenlijk schuldig moeten voelen dat door mijn toedoen misschien mensen werkloos thuis zitten. Aan de andere kant zullen die lege plekken toch vervuld moeten worden. Want anders worden vele mensen gewoon niet geholpen en/of niet verzorgd.

Verfoeide geraniums
Ik zit zelf ook al twee jaar thuis, waarvan anderhalf jaar werkloos. Moet ik dan op mijn leeftijd al achter de geraniums gaan zitten? Liever hield ik mijn hand niet op en had ik een betaalde baan. Al twee jaar lang solliciteer ik minstens één maal per week op allerlei vacatures. Tot nu toe ben ik niet eens één keer uitgenodigd voor een gesprek, terwijl ik minstens tien keer ervan overtuigd was dat ik geknipt was voor de baan en dat ze niet om mij heen konden. Maar er zijn nog 300 wachtenden voor u. En die zijn ook nog eens jonger en veel goedkoper. Daar kan de werkgever toch echt niet om heen in deze crisistijd.

Als dit afwijzingsproces nog langer duurt - volgens mijn voormalige reïntegratiecoach kan het nog enkele jaren duren - kom ik in de bijstand terecht. En dan zal ik verplicht vrijwilligerswerk moeten verrichten als het aan de overheid ligt. De reden dat ik dat zal moeten doen, is omdat de overheid wil, dat ik een tegenprestatie lever voor het ontvangen van een uitkering. De overheid gaat er vanuit, dat een bijstandsgerechtigde niet gemotiveerd is om te werken. Dus helpen ze maar even een handje. In totaal gaat het nu om 400.000 bijstandsgerechtigden en dat aantal zal de komende tijd alleen maar groeien, zo zijn de vooruitzichten. Als ik de woorden verplicht vrijwillig hoor, rijzen mij de haren ten berge. Ik verstop me spontaan achter de voorheen verfoeide geraniums.

Zinvol
Gelukkig ben ik niet de enige die het plan plus de bedenker ervan, staatssecretaris Klijnsma, naar de vuilnisbak verwens. Uit een promotie-onderzoek van Thomas Kampen van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat de afstand tot de arbeidsmarkt niet verkleind wordt door vrijwilligerswerk te verrichten, maar juist vergroot. Vrijwilligers vinden hun vrijwilligerswerk namelijk zo zinvol, dat ze eigenlijk stiekem een beetje hopen dat de functie op den duur betaald gaat worden. Ook hopen de vrijwilligers over het algemeen dat hen een opleiding wordt aangeboden, als opstapje naar een betaalde baan. Vrijwilligers vinden het verder heel fijn, dat er niet zo veel druk op hen ligt. Ze ervaren veel minder stress dan een werknemer die betaald wordt.

Dit wordt weer bevestigd door een onderzoek van de UnitedHealth Group en Optum Institute onder meer dan 3300 Amerikaanse volwassenen.  Vrijwilligers zouden fysiek, mentaal en emotioneel gezonder zijn dan niet-vrijwilligers. Zo geeft 76 % van de vrijwilligers aan. dat zij fysiek gezonder is en claimt 78 % dat zij minder stress ervaart. Ik kan het ook beamen. In mijn laatste baan had ik zo veel stress, dat ik allerlei lichamelijke kwaaltjes ontwikkelde. Daar heb ik nu helemaal geen last meer van.

Goed voor het zelfvertrouwen
Maar er is meer positiefs aan het vrijwilligerswerk. Kampen concludeerde namelijk ook dat het vrijwilligerswerk wel goed is voor het zelfvertrouwen en dat mensen in de bijstand hoopvoller naar de toekomst kijken. De vrijwilligers voelen zich in hun  kracht gezet en hebben het gevoel meer controle te hebben over hun leven. Daarnaast vinden de vrijwilligers het fijn, dat ze nieuwe mensen leren kennen en nieuwe vaardigheden aanleren.

Samengevat kunnen we zeggen dat vrijwilligerswerk gezonder en minder stressvol is dan een betaalde baan; dat het zinvol is; ons zelfvertrouwen vergroot; hoop op baan en een betere toekomst biedt; ons netwerk uitbreidt en ons nieuwe vaardigheden aanleert. Maar dat het aan de andere kant niet leidt naar een betaalde baan en dat betaalde krachten mogelijk van de arbeidsmarkt verdrongen worden door onze vrijwillige inzet.

In wezen verdring ik mezelf dus van de arbeidsmarkt. In feite gooi ik vrijwillig, zonder stress en vol zelfvertrouwen mijn eigen glazen in.

Bron: PenOactueel.nl, nos.nl, NRC, vngmagazine

maandag 17 november 2014

Geen rotzooi op mijn bord

De afgelopen heeft mijn echtgenoot heel wat te verstouwen gehad. Het valt ook niet mee als je een vrouw in huis hebt die je tot drie keer toe bewust maakt van alle rotzooi die aan het voedsel wordt toegevoegd of van het dierenleed dat de dieren ondergaan die uiteindelijk op ons bordje terecht komen.


Ik kan me er zo druk om maken.
Bijvoorbeeld om de koe van wie ik de melk drink en die compleet uitgemolken al na zo'n vijf à zes jaar sterft, zo maakte het televisieprogramma Radar de afgelopen week bekend. Ook zien vele koeien nauwelijks het daglicht gedurende hun leven. Haar kalfjes worden na de geboorte gelijk weg gehaald bij de moeder en in een klein hokje gestopt met nauwelijks enige ruimte om te bewegen, laat staan om te spelen, om uiteindelijk binnen een jaar geslacht te worden. Arme beesten.


Ook maak ik me druk om de gekweekte vis, of liever de bacteriën op de vis die ervoor zorgen dat een eventuele antibioticakuur niet meer werkt, zo lazen we deze week op verschillende websites. Behalve die bacteriën zijn er wel meer zaken waar we ons zorgen over moeten maken. Want de gekweekte vis krijgt vismeel als voeding, waarin een giftige stoffen zitten, zoals dioxines en PCB's. De vissen worden bovendien vaak gekweekt in vakken in de oceaan, waarvan het nabijgelegen water vaak verontreinigd is met afvalstoffen, voedsel en antibiotica. De vissen die in de grote oceaan zwemmen, vergaat het ook al niet beter. Die zitten vol met plastic afval dat door de mens gedumpt is. Eet smakelijk.


Behalve via de media vang je ook van alles op in je kennissenkring. Ik was uitgenodigd voor een Turks ontbijt en kreeg allerlei heerlijke kaassoorten aangeboden van eigen makelij. Er lagen ook plakjes Goudse kaas, waarvan ik er ook eentje nam. Maar toen hoorde ik dat er op elk plakje iets gespoten wordt, zodat het langer goed blijft. Thuis ging het gelijk opzoeken: E 251 natriumnitraat, mogelijk kankerverwekkend. Ik dacht: alles, maar niet de Goudse kaas!


Tot slot schrok ik me rot toen ik hoorde dat het maandverband ook al niet veilig is. Vrouwen met baarmoederhalskanker werden door hun specialist aangeraden om per direct te stoppen met het gebruik van maandverband en al helemaal met tampons. Er zijn namelijk schadelijke stoffen aan toegevoegd, zoals dioxine, dat mogelijk kanker veroorzaakt. Het is in elk geval slecht voor het immuunsysteem van zowel man als vrouw. Het is namelijk ook in verband gebracht met de verminderde spermaproductie van de man. Waarom luiden deze specialisten dan niet de noodklok? Ik wist al dat het met de papieren luiers van onze baby’s slecht gesteld is. Wijs mij de moeder van wie het kind geen luieruitslag heeft gehad door de luiers? Volgens mijn schoonmoeder hadden de baby’s vroeger, met de wasbare katoenen luiers, nooit last van luieruitslag.


Deze brokken met schokkende informatie kwamen deze week mijn brein binnen. En ik vroeg me af of ik ooit nog onbekommerd zou kunnen genieten van eten met al die rotzooi die er in zit?


Maar eigenlijk weet ik het antwoord ook al. Ja hoor, ik blijf genieten van lekker eten. Op het moment van koken en eten denk ik niet aan alle gevaren waar ik aan bloot wordt gesteld, maar geniet ik van de smaak en de gezelligheid van het gezin.


Ik denk dat ik meer te stellen zal hebben met mijn man die in de stress schiet doordat hij nu meer geld moet gaan uitgeven, want gezond en puur eten kost wat.Toch zal ik hem onder lichte druk blijven zetten, omdat het voor de gezondheid en veiligheid van zijn eigen gezin is. Want het is natuurlijk van den gekke dat we wel bereid zijn om medicijnen en allerlei behandelingen te betalen die we nodig hebben voor onze welvaartsziekten, maar dat we op het preventieve vlak onze best niet willen doen vanwege het geld.  




Heeft de duivel niet beloofd om ons van alle kanten te belagen, van onderen, van boven, van links en van rechts? Ik besefte de afgelopen week ineens dat het daarbij niet alleen om het influisteren van woorden gaat, maar dat het veel verder reikt. Van alle kanten valt hij ons aan. Is het niet via door middel van de media, dan is het wel in ons eten, of in ons maandverband of in de luiers van onze kwetsbare baby’s.


Maar gelukkig zijn er verschillende wegen die wij kunnen bewandelen om ‘de duivel’ te vermijden. We kunnen besluiten, dat we geen rotzooi meer op ons bord willen. We kopen geen producten met E-nummers meer. Die zijn vaak toch niet halal, dus dat moet geen probleem voor ons zijn. We kunnen er voor kiezen te koken met verse producten van de markt of uit eigen tuin. En er zijn verschillende alternatieven voor ‘chemisch’ maandverband, zoals biologisch maandverband of wasbaar maandverband. Datzelfde geldt voor de luiers. Het scheelt ook nog eens handenvol geld als je wasbare luiers koopt. We laten onze hoofden niet hangen, maar blijven zoeken naar een gezondere leefstijl, zodat we niet alleen onszelf maar ook onze kinderen beschermen. We mogen niet vergeten,  dat we hier op aarde zijn gezet als rentmeester. We zijn verantwoordelijk voor het welzijn van mens, dier en de natuur. We moeten beseffen dat we onderdeel zijn van de kringloop en dat als wij slecht zorgen voor dier en natuur wij in feite onze eigen gezondheid verkwanselen.
www.optimalegezondheid.com, www.voedingscentrum.nl

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het digitale magazine De Stem van de Ummah


donderdag 13 november 2014

25 jaar moslim

25 jaar geleden heb ik voor de islam gekozen. En ik heb er nog geen moment spijt van gehad. Integendeel: ik ben steeds dankbaarder dat ik deel uitmaak van een gemeenschap die streeft naar een vreedzaam leven,  rechtvaardigheid, gelijkheid, broederschap.


Soms schrik ik van wat sommige moslims aanrichten in de wereld, maar dan besef ik dat deze mede-moslims 'net mensen zijn' en dat ik niet verantwoordelijk ben voor het kwaad dat zij verspreiden. Ze zijn niet mijn vrienden, maar ik zie ze wel als verdwaalde broeders en zusters die ik toewens dat ze weer op het rechte pad terugkeren. Ik ben me er ook van bewust dat al het negatiefs dat één criminele moslim waar ook ter wereld uitstort over de aarde, 100 x uitvergroot wordt in de media. En ik snap, dat er ook veel nieuws verzonnen wordt, omdat iemand beroemd hoopt te worden met zijn snelle leugens over de rug van een zondebok.

Soms laat God dingen gebeuren in mijn leven die ik in eerste instantie niet bepaald waarderen kan, maar nooit zal ik getergd "waarom?" de hemel in schreeuwen. Dat heb ik vroeger niet gedaan, toen ik nog geen moslim was, en dat doe ik nog steeds niet. Behalve dat dit niet in mijn aard ligt, weet ik ook, dat de problemen die op mijn pad komen ofwel door mij zelf zijn veroorzaakt ofwel een beproeving zijn, voor mijn eigen bestwil en voor mijn spirituele groei. En altijd als ik er later op terug kijk, besef ik: weer een les geleerd, weer wat wijzer geworden. Alhoewel ik me soms als een ezel gedraag die zich zelfs meer dan twee keer aan dezelfde steen stoot. Meestal heeft dat te maken met een overdreven vertrouwen in de mensheid. Toch stoot ik me liever nog een keer, dan dat ik me helemaal terugtrek in mijn huisje. Liever naïef dan verbitterd en verzuurd.

Geen zeepbel, geen bevlieging
25 jaar geleden koos ik voor de islam. Het was november 1989 en ik was net terug gekeerd vanuit Parijs, waar ik werkte als au pair. Ik was in Parijs eigenlijk al overtuigd dat de islam het ware geloof voor mij was, maar ik wilde zeker weten of ik in Nederland nog steeds overtuigd zou zijn, of dat ik wakker zou worden uit een mooie droom. Maar het was geen zeepbel, noch een bevlieging; de liefde voor God had zich in mijn hart gevestigd en zou nooit meer bekoelen. Soms staat mijn hart in vuur en vlam, soms ben ik zo mak als een lammetje.

En daar zat ik dan, helemaal alleen in een vakantiehuisje in Egmond aan Zee. Ik had een briefje in mijn handen waar op stond wat ik moest doen en wat ik moest zeggen om als moslim door het leven te gaan. Ik verrichtte de grote wassing door middel van een douche en sprak de volgende woorden uit: "Ik getuig dat er geen god is behalve Allah en dat Mohammed zijn dienaar en boodschapper is."

Jubelstemming
De weken er na was ik in jubelstemming. De hele dag door liep ik 'met God'. Ik verwachtte ook, dat dat gevoel niet meer weg zou gaan. Viel dat even tegen! Na de eerste beproevingen begreep ik waarom de profeet Mohammed had gezegd dat het leven als een gevangenis is voor de moslims. Het leven is immers niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Ik kreeg 'de volle laag' toen ik vertelde dat ik moslim was geworden. Bij de krant keken ze mij aan alsof ik een aliën was, vrienden belden niet meer terug; mijn ouders voelden zich in eerste instantie verraden. Ik begreep hun pijn. Voor hen was het alsof ik alles wat zij mij geleerd hadden overboord had gegooid. Daarnaast kwamen er ook in huis de eerste echtelijke scheurtjes. Mijn man had bijvoorbeeld eerst best wel moeite met alle blikken die hij kreeg toe geworpen, toen ik een hoofddoek ging dragen en vroeg zich af of ik niet wat langzamer aan kon doen. Niet dus. Ik vond het ook vervelend dat ik een hoofddoek droeg en hij niet eens een baard wilde dragen. Alsof ik er alleen voor stond.  

Maar de tijd heelt alle wonden. Ik heb jarenlang met veel plezier in een moslimomgeving gewerkt. Het contact met de familie was al heel gauw weer hersteld en via facebook heb ik weer contact met een oude vriendin. Ook heb ik er vrede mee dat mijn man nog steeds geen baard draagt. Ik ervaar regelmatig momenten van plezier en soms ook puur geluk. Het zit in de kleine dingen: bij het zien van een bloemetje; de geur van de regen; de gezelligheid met de kinderen en ook in mijn gebeden, mits ik de rust in mezelf kan vinden.

Stop met willen en denken
Het heeft even geduurd dat ik in de gaten had, dat ik zelf in staat ben om dit geluksmoment te creëren door mijzelf volledig over te geven aan God op het moment dat ik voor Hem sta en voor Hem kniel in het besef, dat Hij de Enige is die het waard is om voor te buigen. Het zijn de momenten dat ik stop met willen en daardoor stop met denken en dat ik alleen nog maar dankbaarheid voel.

25 jaar lang is meer dan de helft van mijn leven. En na al die jaren ben ik nog even blij met Allah als mijn Heer, met Islam als mijn geloof en met Mohammed, vrede zij met hem, als mijn boodschapper.

maandag 29 september 2014

De eigen identiteit, deel II: de generatieklik

Is er sprake van een generatiekloof tussen de eerste, tweede en derde generatie
moslims in Nederland of hebben de jongere generaties van de verschillende puzzelstukjes een nieuwe mooie puzzel samengesteld? Is er sprake van een brei, of een fusie? Van een generatiekloof of een -klik? In dit deel aandacht voor de grote uitdaging die er voor onze jeugd ligt om de wijsheid van hun voorouders te benutten en om de problemen die generaties lang zijn doorgegeven op te lossen.

Zou het niet geweldig zijn als wij als mens in staat zouden zijn om ons te bevrijden van de gruwelen van het verleden? Dat wij geen oorlogen meer voeren, omdat wij hebben gezien dat oorlogen alleen maar voordeel opleveren voor de wapenhandelaren en de grote machthebbers in de wereld, die het gewone volk bespelen? Dat wij inzien dat sommige eeuwenoude tradities zoals bloedwraak en eerwraak alleen maar meer ellende opleveren en dat wij besluiten te breken met deze tradities? Ik noem nu zeer zware problemen, maar het kan ook om allerlei tradities, normen en waarden gaan die binnen een bepaald gezin heersen.  


Fouten uit het verleden
Het is geen illusie om te breken met tradities, groot of klein, het is mogelijk. Elk mens is in staat om de fouten uit het verleden te corrigeren en om aan zijn eigen kinderen andere, bevrijdende waarden en normen door te geven. In deze tijd van bewustwording moeten wij ons realiseren dat wij onze kinderen kunnen behoeden voor de fouten die wij hebben gemaakt. Niet door hen te beschermen of te beperken, maar door hen de begeleiding en vervolgens de ruimte en het vertrouwen te geven om zich te kunnen ontwikkelen naar eigen mogelijkheden.


Als ik binnen mijn eigen biculturele gezin kijk, zie ik dat onze kinderen ondanks de soms bijna onoverbrugbare tegenstellingen tussen mijn man en ik een eigen weg hebben gekozen om hiermee om te gaan. Ze neigen soms naar het een, soms naar het andere, maar nog vaker gaan ze er heel anders en met een grote souplesse mee om. Zo heb ik van huis uit, vermoed ik, de graag aan de verwachtingen willen voldoen-factor mee gekregen. Ik wil graag aardig gevonden worden. Ik voel mij enorm verantwoordelijk voor het wel en wee van andere mensen. Ik draag soms de last van de hele wereld op mijn schouders. De vader van mijn kinderen heeft echter ‘lak’ aan anderen. Het interesseert hem echt niet wat anderen van hem denken. Hij voelt zich in hoge mate verantwoordelijk voor zijn eigen gezin en zijn familie, maar voelt zich niet geroepen de wereld te redden.  




Blending
Onze kinderen hebben dat relaxte van hun vader, de een wat meer dan de ander. Ze hebben een zelfvertrouwen dat hen door de puberteit heeft geloodst zonder grote noemenswaardige problemen, Godzijdank. Wat ze van mijn genen hebben overgenomen is dat ze stuk voor stuk sociaal en inschikkelijk zijn en zich makkelijk aanpassen in verschillende situaties. Ze hebben onze beide beste kanten door elkaar gemixt en hebben er een smakelijke milkshake van gemaakt.


Bij zo’n blending gaat er ook wel eens wat mis overigens. Als dat niet zo was, viel er niets meer te leren. Zo komen alle vier de kinderen bijna dagelijks net niet te laat, net als hun vader. Zo hebben drie van de vier best wel eens last van faalangst, terwijl dit helemaal niet nodig is, net als hun moeder. Daarnaast zijn er ook nog zaken die nog niet uitgekristalliseerd zijn. Mijn man heeft bijvoorbeeld de concurrentie-factor mee gekregen. De broers in het gezin hebben lang geprobeerd elkaar te overtroeven, om in de gunst bij de ouders te komen. De ouders hebben duidelijk hun voorkeur laten blijken voor de een of de ander, wat tot jaloezie en soms zelfs wrok heeft geleid. Bij ons thuis was er sprake van volledige gelijkwaardigheid. Mijn ouders hebben nooit een van de kinderen voorgetrokken. Ikzelf heb dit overgenomen van mijn ouders: ik heb gewoon geen voorkeur. Mijn man steekt zijn voorkeur niet onder stoelen of banken, alhoewel hij veel minder uitgesproken is dan zijn ouders en hij zijn lieveling niet voortrekt. De grap is dat de andere kinderen die voorkeur zelfs benutten door hun zusje in te zetten om dingen gedaan te krijgen. In elk geval hoop ik dat mijn kinderen dit ‘voorkeursgedrag’ niet zullen kopiëren en plakken. Dat ze de andere kant hebben gezien, zou hun hierbij ‘over de drempel’ kunnen helpen. De keus is echter aan hen.

Een generatie helen
Ik denk dat elk mens elke dag weer de mogelijkheid heeft om te breken met belemmerende tradities of belemmerend gedrag. De kunst is dat de mens dit doet zonder de anderen in de familie voor het hoofd te stoten. Hij moet ervoor zorgen dat oude puzzelstukjes die niet meer passen, vernieuwd worden, zodat de puzzel weer héél wordt. Verder moet de mens de woorden van de wijzen onder zijn voorouders herinneren waar hij ook is, omdat hij is wie hij is mede dankzij hen en hun genen. Als de mens deze klik kan maken, heelt hij zichzelf en zijn generatie en maakt hij de wereld weer een stukje beter en beschaafder.

Lees ook deel I de generatiekloof

vrijdag 19 september 2014

Ik doe de gordijnen dicht

Het is inderdaad een groot probleem als je graag alles wil begrijpen wat er om je heen gebeurt en wat er met jou gebeurt. Het is namelijk onmogelijk. 


Het is lang niet altijd te bevatten waarom mensen je onrecht aan doen. Is het jaloezie? Is het omdat ze op je neerkijken? Je kan je afvragen hoe ze hun snode plannen smeedden, alleen of samen met anderen. Je kan je erover verbazen waarom mensen kwaad willen doen. Je kan er jaren over nadenken, zoals ik heb gedaan.

Maar wat een verspilde moeite. Die mensen worden er niets beter van. Die mensen hebben door mijn gepieker hun lesje niet geleerd. Ik zelf word er ook niets beter van - alleen maar grijzer - en heb er klaarblijkelijk ook maar weinig van opgestoken.

Ik bleef maar op zoek naar antwoorden. Waarom is het gebeurd? Waarom had ik nog pijn? Ik heb cursus zus en cursus zo gevolgd en verschillende boeken en artikelen gelezen, waarop mijn man wel eens zei: "Hou toch eens op met je psychologische onzin." Mannen zijn soms zo heerlijk simpel wat dat betreft.

Vandaag echter liet een dierbare vriendin mij de navelstreng doorknippen die mij met deze mensen verbond. Ze zei: "Stel je voor, dat deze mensen voor je deur komen staan met spandoeken met erop geschreven: Sorry, we hadden het verkeerd, terwijl jij binnen zit met je man en kinderen. Wat zou je dan doen?" Ik zei met volle overtuiging: "Ik doe de gordijnen dicht."


woensdag 17 september 2014

De eigen identiteit: de generatiekloof (deel I)

Is er sprake van een generatiekloof tussen de eerste, tweede en derde generatie moslims in Nederland of hebben de jongere generaties van de verschillende puzzelstukjes een nieuwe mooie puzzel gemaakt? Is er sprake van een brei, of een fusie? Van een generatiekloof of een -klik? In dit deel aandacht voor de veranderende samenleving en de eigen identiteit.


Jongeren die opgroeien tussen twee culturen. Jaren geleden waren er tig discussieprogramma’s op radio en tv over jongeren die op straat en op school heel ander gedrag vertoonden dan thuis. De Nederlanders gingen er terecht van uit dat de meeste moslimpubers er eigenlijk graag bij wilden horen. Ze wilden net zo vrij zijn als de Nederlandse jeugd. Zij wilden het liefst ook muziek luisteren, zij wilden ook verkering, zij wilden ook uitgaan. Een aantal jongens wilden nog meer. Zij droomden van het grote geld dat zij op een makkelijke, snelle manier konden verdienen. Ze kwamen vaker in aanraking met de politie dan de gemiddelde Nederlander. De ouders keken machteloos toe. Het was de schuld van de school, de schuld van de maatschappij, de schuld van de politie, etc. De meisjes droomden waarschijnlijk van dezelfde dingen, maar hun grootste droom was die van onafhankelijkheid. De makkelijkste weg om die te bereiken was door te studeren.



Tijden veranderen
Maar tijden zijn veranderd. Vooral na 11 september. Doordat de ‘verkaasde’ jongeren in de gaten hadden, dat ze ondanks hun aanpassing, er eigenlijk nog steeds niet ècht bij hoorden, verlangden ze naar een eigen identiteit. Ze beseften dat ze nooit maar dan ook nooit hun eigen afkomst konden verloochenen. Hun roots waren belangrijk. Er was echter nog iets anders wat daar nog bovenuit stak. De verdwaalde jongeren en zij die hun afkomst trouw waren gebleven, realiseerden zich, dat zij bovenal moslim waren. Het werd een houvast voor veel jongeren. Sommigen zagen de religie als de manier om zich af te zetten tegen de samenleving, anderen vonden een ongelooflijke rust in het geloof zoals ze niet eerder hadden ervaren. Eenmaal gekozen voor de moslimidentiteit verdwenen de hormonale verlangens naar de achtergrond.


De samenleving maakt zich zorgen over de verschillende groepen jongeren. Zij die criminele activiteiten ontplooien, aangezien zij vaker in aanraking komen met de politie dan de gemiddelde Nederlandse autochtoon.  En zij die zijn doorgeschoten in de naleving van de regels van de islam. Regels die in feite slechts 10 procent van het geloof uitmaken, maar voor deze jongeren eerder 90 procent beslaan. Eigenlijk kunnen we daarmee stellen dat ook deze jongeren zijn ontspoord. En opnieuw kijken de ouders toe en doen alsof hun neus bloedt, alsof zij deze kinderen niet eigenhandig hebben opgevoed.




Krampachtig
Toch denk ik dat we als samenleving niet al te krampachtig tegenover deze jongeren moeten staan. Als ik denk aan mijn eigen jeugd, woonden er een paar flinke deugnieten in de buurt. Deugnieten is zwak uitgedrukt, het waren gewoon rotjongens, die bushokjes kapot maakten, brievenbussen vernielden, in de struiken van voortuinen sprongen totdat de takken afbraken, cocaïne snuifden, met hun brommers rondscheurden, brutaal en grof waren en vaak op het hoekje van de straat stonden. Maar uiteindelijk zijn die jongens stuk voor stuk getrouwd en werden het allemaal keurige burgers, uitzonderingen daargelaten. Welnu, ik ga er vanuit dat de meeste moslimjongeren die nu op het verkeerde pad zijn of juist zijn doorgeschoten op het ‘goede pad’ uiteindelijk ook allemaal tot bezinning zullen komen. Ze zijn pubers die nog te veel bezig zijn met overleven en die hun weg nog moeten vinden, zowel in de samenleving als wel in de wereld. Het zijn wel jongeren die begeleiding behoeven van de juiste personen. Het zijn jongeren die voorbeeldfiguren nodig hebben, vanuit hun eigen gemeenschap en op scholen.


Ik denk dat de samenleving te ver is doorgeschoten met het feminisering. Als twee jongens nu op de vuist gaan, kan je er van uitgaan dat één van hen aangifte zal doen bij de politie. Als het ene kind het andere kind bij de kruis vat - zoals jongens uit baldadigheid soms doen - dan volgt er heden ten dage een heel traject waarbij jeugdhulpverlening wordt ingeschakeld. Vroeger gaf je zo’n ventje een schop onder zijn achterste of een dreun in zijn gezicht en dan was de affaire geregeld. Op school wordt het personeel op het hart gedrukt om elke misstap van elk kind te noteren in een aparte map. Als een personeelslid iets vermoedt van mishandeling of misbruik moet dit meteen gemeld worden bij de juiste instantie. Nu is zo’n melding in sommige gevallen zeker een noodzaak, maar een misverstand, miscommunicatie of misgunnen kunnen heel grote en onwenselijke gevolgen hebben, zoals een uithuisplaatsing.


Ruimte nodig
Elke jongere bevindt zich in zijn puberteit tussen twee culturen, de cultuur op straat en de cultuur thuis. Voor de moslimjongere houdt dat een dubbele moeilijkheid in. Ik pleit daarom voor ruimte voor elke jongere om ‘zijn eigen spel’ te ontwikkelen op het voetbalveld van het leven, met aan de zijlijn zijn ouders als  trainer en coach. In het volgende deel ga ik in op de uitdaging van het leven met en tussen verschillende culturen.

Lees ook deel II de generatieklik