Posts tonen met het label Koran. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koran. Alle posts tonen

vrijdag 4 juli 2014

Tien redenen om moslim te worden

Islam is geen populaire godsdienst. Het is niet een geloof waarvan je tegen je moeder zegt: "By the way mamma, ik ben moslim geworden," en dat ze jou vervolgens in de armen vliegt van blijdschap. Ze zal je eerder aanvliegen. Beter zeg je, dat je boeddha-beelden in huis hebt of boven je tapijtje zweeft doordat je transcedente meditatie beoefent. Dat is maatschappelijk aanvaardbaar. Daarmee sta je in het positieve middelpunt van de belangstelling op verjaardagsfeestjes. Toch zijn er steeds meer mensen die hun nieuwsgierigheid niet langer kunnen bedwingen als ze horen hoe gewelddadig, wellustig, hard, en grof die moslims en hun geloof wel niet zijn. Hun nieuwsgierigheid gaat zo ver, dat zij zelf willen weten wat voor vreemd geloof dat eigenlijk is. Ze gaan op onderzoek uit. Ze lezen de Koran ze lezen andere boeken over de islam (vanuit islamitisch perspectief) ; ze spreken een moslimcollega of buurman aan en luisteren oprecht. En dan komen ze er achter dat de waarheid eigenlijk heel anders is dan wat hen wordt voorgeschoteld en dat er toch wel iets van logica, schoonheid, liefde, barmhartigheid, gastvrijheid, vrijgevigheid in dat geloof en in die moslims zit.

Wat geloven die moslims nou eigenlijk? Waarom zou je moslim worden?



1. Er is maar één God: God heeft geen vader, geen moeder, geen zoon. God is niet geboren of ontstaan. God is. Hij is Uniek. Er is niemand zoals Hem. Hij heeft geen partners en er zijn geen andere goden naast Hem. Het is de simpele en dezelfde boodschap die door alle profeten door de eeuwen heen verkondigd is: richt je tot de Ene die je geschapen heeft. Toon Hem je dankbaarheid door je aan Hem over te geven, op Hem en Zijn boodschap aan de mensheid te vertrouwen. Combineer dit met het verrichten van goede daden en je zal beloond worden met het Paradijs. Pure and simple. Islam is daarom een geloof van eenvoud.


2. Iedereen is gelijkwaardig: iedereen is even veel waard. Man en vrouw, rijk en arm, blank en zwart. God maakt geen onderscheid. De profeet Mohammed, vrede zij met hem, veroordeelde discriminatie en racisme streng. Hij wees een zwarte man en vrijgekochte slaaf aan als oproeper tot het gebed in een tijd dat slaven totaal geen waarde kenden. Toch zijn er mensen die God meer liefheeft dan anderen, die bij God meer waarde hebben. Dat zijn degenen die God liefhebben en groot ontzag voor Hem hebben. Hoe meer je van Hem houdt, hoe meer Hij van jou houdt. "Denk aan mij en Ik denk aan jou," belooft God in de Koran. Maar voor de rest is iedereen gelijkwaardig. Islam is het geloof van rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid.



3. Elk mens wordt vrij van zonde geboren: de mens wordt als baby zonder zonde geboren. De moslim gelooft niet dat de mens de last draagt van de zonde van Adam en Eva in het Paradijs. Het was de bedoeling dat Adam en Eva een fout zouden maken en op aarde geplaatst zouden worden. Adam en Eva hadden spijt van hun daad en God heeft hen direct vergeven, toen zij om vergiffenis smeekten. Hij houdt er namelijk van dat de mens om vergiffenis smeekt. Elke keer als wij om vergiffenis vragen, zullen zonden van ons afvallen zoals bladeren van de bomen, zullen zonden uitgewist worden, zodat we weer een nieuwe start kunnen maken. Elk moment kunnen we dus opnieuw beginnen. Islam is daarom een geloof van hoop.


4. Niemand draagt de last van een ander: iedereen wordt in het leven beproefd en zal hoe dan ook fouten maken. Hiertoe zijn we ook geschapen. Als je een fout hebt gemaakt, smeek je tot God om je te vergeven. Als je iemand gekwetst hebt, vraag je die persoon en God om vergeving. Het is niet nodig om jezelf verwijten te blijven maken, als je spijt hebt en om vergiffenis hebt gevraagd. Behalve het (smeek)gebed kan je ook goede daden verrichten, zoals het schenken van liefdadigheid, om vergeven te worden. Als het uit het hart komt, kan God werkelijk alles vergeven. Er zijn in de islam geen tussenpersonen die onze last of onze zonden dragen, overnemen of kwijtschelden. We dienen er zelf mee in het reine te komen. Het voordeel is dat wij ook niet verantwoordelijk zijn voor de zonden van een ander. We zijn alleen verantwoordelijk voor onze eigen daden en natuurlijk voor onze kinderen en aan wat aan ons is toevertrouwd. Islam is daarom het geloof van eigen verantwoordelijkheid.


5. Delen met anderen: Natuurlijk zorg je zelf voor een evenwicht tussen geven en nemen, wees niet buitensporig in het nemen of geven. Maar deel zoveel mogelijk met andere mensen waar jij veel van hebt. Dat kan gaan om jouw talenten, of jouw zorgzaamheid, jouw liefde, jouw goede humeur of om jouw geld. Je bevrijdt je zelf van zoveel zonden door te geven. Het geeft je tevens een kick als je iets goeds voor een ander hebt kunnen betekenen. Wie wordt er nu niet blij, als een ander mens door ons toedoen opnieuw hoop heeft gekregen, rustig, geduldig en tevreden is geworden. Als we de voorbeelden van de metgezellen van de profeet, vrede zij met hem, volgen dan geven we zoveel mogelijk van ons bezit weg. Wees niet bang dat je bezit vermindert, bij God zal het vermeerderd worden. Geef om te leven en leef om te geven. Islam is daarom het geloof van liefdadigheid.


6. Islam is hemels én aards: er zijn momenten dat een moslim zich in de wolken voelt als hij of zij overspoelt wordt met religieuze gevoelens, bijvoorbeeld tijdens het gebed. En er zijn momenten dat hij bezweet met zijn handen in de aarde wroet of achter zijn bureau zit om zijn familie te kunnen onderhouden. Het is niet de bedoeling dat een moslim zich helemaal terugtrekt in de bergen om daar een eenzaam bestaan te leiden. Het is de bedoeling middenin de gemeenschap, middenin het leven te staan. Het is verder ook niet de bedoeling om zonder levenspartner en zonder seks door het leven te gaan om God te kunnen aanbidden. De mens bestaat uit lichaam en geest en die vormen samen één geheel. Seksualiteit en spiritualiteit horen beiden bij het leven. Islam is daarom het geloof van de middenweg.

7. Schaamte is normaal, maar genot is dat ook - het is normaal dat je niet lekker voelt als je in bikini of minuscuul zwembroekje rondloopt op het strand en je voelt alle ogen op je gericht. Niemands lichaam is perfect, alhoewel de mens wel mooi is geschapen. Het is echter niet de bedoeling dat je je naakte lichaam aan de buitenwereld toont. Beschouw je lichaam als een heilige tempel, als iets dat aan jou is toevertrouwd, waar je goed voor moet zorgen. Niet iedereen mag die heilige tempel betreden. De tempel moet met zeer veel respect worden benaderd. Alleen degene die ons daadwerkelijk respect toont en die aan onze voorwaarden voldoet, mag de tempel betreden. Dat respect kan alleen getoond worden binnen een huwelijk. Als je iemand hebt gevonden, waarmee je je leven wil delen, kan je ook in alle vrijheid en zonder schaamte je lichaam moet die persoon delen. Je mag dan volop genieten van elkaar. Islam is daarom het geloof van respect. 



8. Goed voor lichaam en geest zorgen -  Je lichaam heb je in bruikleen gekregen. De mens is een kalief op aarde, een rentmeester. Alles op aarde is ten behoeve van de mens geschapen, maar we hebben ook de opdracht om daar goed mee om te gaan. Dat geldt ook voor ons lichaam. We dienen het goed te verzorgen. Dat betekent dat we het rein houden (door te douchen, door ons kuis te houden) en dat we gezond en toegestaan voedsel eten. Het is toch van den gekke dat je voedsel eet dat je lichaam schaadt? Toch doen we dat als mens, dagelijks. Wordt hier bewust van, dat is de eerste stap. Reinig eenmaal per jaar gedurende één maand je lichaam van de afvalstoffen die het heeft opgebouwd door te vasten in de Ramadan samen met miljoenen anderen wereldwijd. En dan wat betreft welzijn. Wat is dat toch met de mens, dat hij geen tijd maakt voor zichzelf? Dat hij niet nadenkt over zijn eigen welzijn en geestelijke gezondheid? God vraagt ons om Hem te aanbidden en dienen, maar dat kan pas als we goed in ons vel zitten. Daarom wil God dat we goed voor ons zelf zorgen. Dat is niet egoïstisch, dat is intelligent, liefdevol en effectief. Islam is daarom het geloof van welzijn.

9. Geen slavernij - In de Koran staat niet aangegeven dat de slavernij verboden is, maar toch is de kern van de boodschap van de verzen over slavernij in de Koran, dat slaven bevrijd dienen te worden. Dat is dan ook waartoe de profeet Mohammed, vrede zij met hem, opriep. En hij gaf zelf het goede voorbeeld. In deze tijd is slavernij wereldwijd afgeschaft, maar toch komt het wel degelijk voor in verschillende delen van de wereld. Het wordt schandelijk genoeg stilzwijgend goedgekeurd. Er is echter ook een andere vorm van slavernij waar we zelf mee te maken hebben in ons dagelijks leven. Je hoeft namelijk niet door een ander onderdrukt te worden om als een slaaf te leven. Jij en ik leven in feite allemaal als slaven, als we niet goed op letten. We kunnen verslaafd zijn aan drank, roken, seks, de televisie, computerspelletjes, eten etc. We kunnen gevangen zitten in de traditie die ons beperkt als vrij mens te leven, we kunnen gevangen zitten in ons werk waardoor we veel stress ervaren. Dit alles is niet de bedoeling. We horen als mens vrij te zijn. Niemand mag ons onderdrukken, op generlei wijze. Daarom horen we op zoek te gaan naar uitwegen om onszelf te bevrijden uit de 'slavernij'. Islam is daarom het geloof van vrijheid.




10. Vertrouwen op God - Een moslim betekent in het Arabisch letterlijk degene die zich overgeeft. Islam komt van de stam SLM net als salaam en betekent vrede. Overgave in vrede. Je bent dus niet gedwongen om je te houden aan allerlei regeltjes. Het wordt wel van je gevraagd om aan bepaalde regels te voldoen. Die regels zijn echter voor je eigen bestwil, en niet om het je moeilijk te maken. Geef je over aan God en vertrouw op Hem. Als je vertrouwen in God groot is, hoef je nergens meer voor te vrezen. Wees niet bang voor inkomstenverlies, wees niet bang voor ellende op je pad. Alles komt, zoals het staat geschreven. Niet met de bedoeling om je te straffen, maar om je te reinigen, om je klaar te maken voor het Paradijs. Niemand gaat het Paradijs binnen zonder eerst beproefd te worden. Hiertoe leven we op aarde. Om Hem te aanbidden en te dienen. Islam is daarom het geloof van vertrouwen.

zaterdag 6 juli 2013

Van kom niet aan mijn haar naar kom niet aan mijn hoofddoek

We zaten in Parijs in de trein. De broer van mijn Algerijnse vriend – we waren toen nog niet getrouwd -  was uit Duitsland overgekomen, al heb ik geen idee meer waar we naartoe gingen. Meestal namen we namelijk de metro. Schuin tegenover ons zat een vrouw met een hoofddoek. Zij leek een française, aangezien ze lichtgekleurde ogen had.  De broer kon zijn bewondering niet verhullen. Hij was zo blij. En hij schepte op over zijn zussen die ook tot hier – en hij wees naar zijn polsen -  en hier  - en hij pakte met een hand onder zijn kin een denkbeeldige hoofddoek vast – bedekt waren. Ik keek naar mijn vriend. Als hij dat maar niet van mij zou verwachten. Mooi niet. Mijn haar is mijn alles. Daar moest je niet aan komen.

Voordat ik naar Parijs ging als au-pair in 1988, en met mijn moeder naar de stad ging, vond ze het heerlijk om met mij te flaneren. “Iedereen kijkt naar je,” fluisterde ze in mijn oren vol trots.  Dat kwam omdat ik een flinke bos haar had met mooie slagen, net geen krullen. Ja, soms, als ik mijn haren net gewassen had, wilden er nog wel eens krullen in schieten, zelfs pijpenkrullen, dat vond ik helemaal geweldig. In elk geval, ik had bekijks omdat ik mooi haar had. Ik stond bekend als ‘het meisje met het bos haar’.

Mijn vriend stelde mij echter gerust. Het zou het niet van mij vragen. Dat mocht ik helemaal zelf weten. Zucht. Toch ging ik over dat lapje stof nadenken. Wat was nou de reden, dat God dit van mij zou verlangen? 

Ik was nog maar een paar maanden in Parijs en had al veel te stellen gehad met de mannen daar. Ik was een paar keer lastig gevallen. Dat had ik in Nederland ook wel eens meegemaakt, maar niet in die zelfde mate. Ik had zelfs een afkeer van de mannen in Parijs ontwikkeld. Ik had één keer een rokje aan, toen mijn zussen als toeristen op bezoek waren en zij ook minirokken droegen. We gingen ergens in het gras zitten bij de Eifeltoren en kregen ineens in de gaten dat er een stukje verderop in het gras een man een poging deed om onder onze rokjes te loeren.

Of die keer erop dat ik ging tennissen met een bermuda. De tennisleraar van mijn oppaskind was bereid mij gratis les te geven. Dat hij wel bepaalde verwachtingen had, had ik niet zo snel in de gaten. Ik had waarschijnlijk nog onvoldoende geleerd over mannen tijdens mijn studietijd. In elk geval ging ik op weg in de metro. Tegenover mij zat een man die maar naar mijn benen bleef staren. Ik voelde me nog net niet betast. En toen de tennisleraar ook nog een compliment maakte over mijn benen, nam ik het besluit: Parijse mannen krijgen mijn benen niet meer te zien. 


Wat was mijn antwoord? Ik was boos op die mannen. Ik had een spijkerbroek waar al een klein scheurtje in zat bij de knie. Ik maakte de scheur gewoon lekker groter. En in de andere pijp maakte ik ook een scheur. Ik stiftte mijn lippen felrood, wat voor mij het signaal was van: ik ben een zelfverzekerde vrouw, blijf uit mijn buurt. Hoe naïef. De eerste keer dat ik in de metro zat, zat er weer zo’n mannetje tegenover mij. Hij was totaal gefixeerd op dat deel van mijn knie dat bloot was. Het was gewoon niet normaal meer. Ik heb daarop de scheuren dichtgenaaid met rood draad. Zo!

Na tien maanden Parijs kwam ik terug in Nederland. Ik wist eigenlijk al dat ik in mijn hart moslim was. Maar ik wilde zeker weten dat het geen romantische bevlieging was. Ik had immers maandenlang zonder familie en vrienden in een klein kamertje van 3 bij 4 had geleefd en genoot enorm van de gesprekken over het geloof samen met mijn vriend. Daar was ik na een half jaar al overtuigd. Maar op de een of andere manier wilde ik zeker zijn dat mij geen ontnuchtering te wachten stond, zodra ik weer in Nederland zou zijn. Was dit echt wat ik wou?

Mijn familie wist dat ik verliefd was op een moslim. Mijn oudste zus bracht een boekje thuis waar een telefoonnummer in stond van Al Nisa, een organisatie voor moslimvrouwen in Nederland. Op een dag belde ik ze op. Amal nam op. Zij was ook een bekeerling. Zij zou mij een Engelstalige Koran opsturen van Yusuf Ali. Zodra ik het Boek in huis had, las ik er elke avond in. Ik ging zelfs het gebed verrichten zoals ik het mijn vriend had zien doen. Niet in het Arabisch, zonder hoofdbedekking, gewoon in mijn nachtjaponnetje, maar wel met de bewegingen die ik hem had zien doen. Het waren intense gebeden. 

Behalve de vertaling bevatte het werk van Yusuf Ali ook voetnoten met uitleg. Elk woord nam ik in mij op en het drong door tot diep in mijn hart. Zijn vertaling en uitleg van de verzen m.b.t. de sluier vond ik zo mooi, dat ik besefte dat het waar was.

"Say to the believing men that they should lower their gaze and guard their modesty: that will make for greater purity for them. And Allah is well aquainted with all that they do."
"And say to the believing women that they should lower their gaze and guard their modesty; that they should not display their beauty and ornaments except what must ordinarily appear thereof. That they should draw their veils over their bossoms and not display their beauty except to their husbands, their fathers, their husband's fathers, their sons, their husband's sons. Their brothers or their brothers' sons..." (hoofdstuk an-Noer, vers 31 en deels 32)

Het was tijdens de laatste weken van de zwangerschap van mijn oudste, dat ik zwangerschapsverlof kreeg, dat ik thuis zo nu en dan een hoofddoek opdeed om te ervaren hoe dat voelde. Ik had op mijn werk wel al een tijdje mijn haren bedekt met een los doekje dat ik in mijn nek knoopte. Men wist dat ik moslim was geworden en respecteerde dat.

Na het verlof voelde ik dat ik niet meer zonder hoofddoek naar buiten wilde. En zoals altijd: als ik iets voel in mijn hart, ga ik ervoor. En dat deed ik. De eerste keer had ik nog niet in de gaten dat je beter veiligheidsspelden kan gebruiken om je doekje vast te maken. Dus schoot mijn hoofddoek los zodra ik uit de auto stapte. Waarop ik gauw de auto weer inschoot. Maar al gauw raakte ik eraan gewend. Ik deed hem op om nooit meer af te doen in het gezelschap van mannen. Punt.

zondag 3 februari 2013

Het wereldse leven: de doenja


Koran, hoofdstuk 2, 8 tm 18:

En er zijn mensen, die zeggen: "Wij geloven in Allah en in de laatste Dag", hoewel zij geen gelovigen zijn. Zij trachten Allah en de gelovigen te bedriegen, zij misleiden echter niemand dan zichzelf en zij beseffen het niet. Er is een ziekte in hun hart en Allah heeft die ziekte verergerd; er wacht hun een pijnlijke straf, omdat zij plachten te liegen. Wanneer hun wordt gezegd: "Richt geen onheil op aarde aan" dan zeggen zij: "Wij zijn slechts vredestichters". Pas op! Voorzeker zij zijn het die onheil stichten, doch zij beseffen het niet. En wanneer hun wordt gezegd: "Gelooft, zoals andere mensen geloven", zeggen zij: "Zullen wij geloven, zoals de dwazen hebben geloofd?" Ziet toe! Zij zijn het die dwaas zijn, doch zij weten het niet.En wanneer zij de gelovigen ontmoeten, zeggen zij: "Wij geloven", doch wanneer zij naar hun leiders gaan, zeggen zij: "Wij zijn waarlijk met u, wij spotten slechts (met hen)."Allah zal hun spotternij bestraffen en Hij zal hen blindelings in hun overtreding verder laten afdwalen.Zij zijn het die dwaling hebben aanvaard in ruil voor de rechte weg, maar hun handelwijze heeft hun geen gewin gebracht, noch konden zij worden geleid.Hun toestand is als de toestand van iemand die een vuur ontstak en toen het zijn omgeving verlichtte, nam Allah hun licht weg en liet hen in diepe duisternis, zodat zij niet meer zien. Doof, stom en blind, derhalve keren zij niet terug.


maandag 19 mei 2008

De Tijd


Bij de Tijd

Waarlijk, de mens lijdt verlies

Behalve degenen die geloven

en goede daden verrichten

die elkaar aanmoedigen

tot het spreken van de waarheid

en die elkaar aanmoedigen

om geduld te tonen


(De Koran, hoofdstuk: de Tijd)