Posts tonen met het label God. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God. Alle posts tonen

dinsdag 26 april 2016

Symbolen op mijn levenspad

Als je ervan overtuigd bent geraakt, dat alles wat op je pad komt, je iets te zeggen heeft, dan ga je heel anders naar het leven kijken. Wat betekent dan een poging tot inbraak in je woning terwijl je in je woonkamer staat? Wat betekent het dan dat je van je fiets valt omdat je de controle over je stuur kwijtraakt? Wat wil de merel die op slechts één meter afstand van je komt zitten in onze tuin en me recht aankijkt, je zeggen? Alles en iedereen als symbool op mijn levenspad.





De afgelopen weken leef ik bewuster dan ooit tevoren. Eigenlijk vind ik het nog lang niet bewust genoeg, maar dat komt omdat ik hoge eisen stel aan mezelf. En met bewust bedoel ik dan eigenlijk meer gedisciplineerd, want het ontbreekt me aan discipline. Dan zit ik bijvoorbeeld vier weken lang in een vast ritme, en dan gebeurt er iets, waardoor ik volledig de kluts kwijt raak.

Keizersboom
Maar als je op weg naar de supermarkt je bewust wordt van de grote schoonheid van de Keizersboom, die met haar prachtige roze bloesem slechts enkele weken per jaar in bloei staat, besef je weer dat alles betrekkelijk is. Het leven dat je zelf leeft met jouzelf als belangrijk middelpunt van het heelal stelt in wezen maar weinig voor en duurt maar een moment in de eeuwigheid. Toch vertelt de Keizersboom ook, dat je maar beter volop kunt bloeien als de tijd rijp is. En als je bent uitgebloeid, kun je altijd nog met je schaduw bescherming bieden aan je omgeving en een huis zijn voor de vogels in de rest van de tijd die je gegund is.

De merel
Dan die merel. Terwijl ik bezig was om de perkplantjes een plekje in mijn tuin te geven, daalde de merel af naar beneden, naarstig op zoek naar regenwormen die bloot aan de oppervlakte lagen doordat ik de aarde had omgespit. Eerst dacht ik dat de merel mij niet had opgemerkt en ik bleef heel stil zitten. De avond tevoren was ik onder de indruk van een scène uit Karate Kid met Jackie Chan en Jaden Smith, waarbij de jongen na een lange klim bovenop de berg een vrouw spot die door een cobra lijkt te zijn gehypnotiseerd. Achteraf vertelt zijn kungfu-meester hem, dat het andersom was: de vrouw hypnotiseerde de cobra. Niet door stil te blijven zitten, maar door van binnen stil te worden.
Dus besloot ik van binnen stil te worden. Het was heel wonderlijk hoe de merel steeds dichterbij kwam en mij aan leek te kijken. Hij vloog een paar keer weg om gelijk weer terug te komen, zelfs nadat ik tegen hem begon te praten. Was ons beider nieuwsgierigheid naar elkaar te groot, dat hij maar terug bleef komen, of was het slechts de verleiding van de wormpjes? Ik realiseerde mij, dat ik te weinig in de natuur verblijf, terwijl ik het zintuiglijke contact met water, aarde, bomen en planten zo hard nodig heb om tot innerlijke rust te komen.    

De val van de fiets
En de val van de fiets. We zouden naar de braderie gaan, mijn oudste dochter en ik. Op de fiets gezeten, fietste ik automatisch het pad dat ik altijd fiets in de richting van de stad, totdat mijn dochter zei: “Mama, we moesten hier eigenlijk naar links.” Ik besefte, dat er fietsers en een bromfiets achter ons reden en dat ik even naar de kant moest. Daarbij kon ik niet goed inschatten wat mijn dochter van plan was. Voor ik het wist zat mijn stuur in haar vleermuismouw en daar ging ik. In alle snelheid besloot ik mee te bewegen ‘go with the flow’ en door te rollen op de stoep. Een korte hevige pijn in mijn kuit, van waarschijnlijk het stuur, maar verder voelde ik me vooral erg ‘voor schut’. De dame op de bromfiets hield halt en vroeg of het ging en ook twee meisjes op skeelers toonden lieve belangstelling. Nou, het ging goed met mij en ik liep heen en weer over de braderie alsof er niets aan de hand was. Pas ‘s avonds begon het pijn te doen. Maar nadat ik er kamferolie op had gesmeerd, werd ik de volgende dag nagenoeg pijnvrij wakker. Ik had er alleen een diepe blauw-paarse plek aan over gehouden. Toch was ik benieuwd wat dit ongeval zou kunnen betekenen. Ik kom uit bij het handboek psychosomatiek ‘Ziekte als symbool’ van arts, natuurarts en psychotherapeut Ruediger Dahlke en zoek naar de beschrijving die bij het ongeval past. Hij raadt aan om wat er gebeurde spreekwoordelijk en naar de huidige levenssituatie te vertalen. Het gaat volgens hem om een karikatuur van de eigen problematiek. Ik raakte de controle over mijn stuur volledig kwijt. Het klopt, dat ik nieuwe wegen insla, maar dat sommige dingen me vooral overkomen. Ik laat het gebeuren, maar vind het ook wel weer spannend. Klaarblijkelijk moet ik “alerter deelnemen aan het leven”, zoals Dahlke adviseert, want ik moet de val als “een inbreuk in het leven doorzien en deze plotselinge krachtsontplooiing op een meer geëmancipeerde manier tot uiting brengen; in plaats van afwisseling door ongeval liever bewust uit het gareel lopen, uit de band springen, nieuwe creatieve impulsen in het leven laten binnendringen”.


Poging tot inbraak
Het is het woord inbreuk, waardoor mijn lippen omkrullen. Want dit is een perfecte brug naar de poging tot inbraak die twee weken geleden plaats vond in onze woning. Ik was op weg naar de woonkamer toen ik plotseling twee paar benen onder het rolgordijn zag uitsteken. Eerst dacht ik nog dat het mijn man was met zijn vriend, maar toen ze aan het raamkozijn begonnen te wrikken, begreep ik dat ik met inbrekers te maken had. Ik zocht mijn telefoon om de politie te waarschuwen, maar de paniek verblindde mij en ik zag mijn telefoon niet. Toen besloot ik naar buiten te gaan en ze te verjagen. Dat lukte, ze schrokken enorm en gingen er vandoor. Daarbij heb ik één van de inbrekers recht in de ogen gekeken, nog een jonge jongen. Juist omdat hij zo jong was, en omdat ik ze beiden verjoeg, voelde ik nadien totaal geen angst. Ook voel ik me niet onveilig in mijn eigen woning. Ik voel me hooguit alert. Wat heeft deze poging tot inbraak mij te vertellen? Als kindertolk in opleiding heb ik geleerd dat je huis voor je persoonlijkheid staat. Wat ik zelf vermoed is dat ik niet langer bang moet zijn, dat men mijn persoonlijkheid wil beïnvloeden. Ik sta ‘mijn mannetje’; ik ben in staat deze (on)gevaarlijke invloeden weg te jagen. Ik ben veilig in mijn eigen persoonlijkheid.  


Al met al kan ik dus mijn levenslessen uit mijn directe omgeving halen. Het is slechts een kwestie van bewustzijn. De directe omgeving en ik reageren op elkaar zonder dat ik bang hoef te zijn dat ik mijn persoonlijkheid kwijt raak, zoals dat in het verleden wel eens gebeurd is. Deze autonomie, die mij door Allah gegeven is, maakt mij tot de mens die ik ben. “Volg de natuurlijke aanleg, die Allah in de mens geschapen heeft, "  zegt Allah in soera ar-Roem 30:30. Zolang ik hiervan doordrongen ben en erop vertrouw dat Allah mij leidt, kan ik met alles mee resoneren en hoef ik niet bang te zijn dat ik in ‘gevaar’ ben.  

maandag 28 september 2015

Gevangen in gedachten

We stonden samen te wachten op de bus. Tussen de wachtende mensen stond een vrouw hardop te mopperen over het lot dat haar getroffen had. “Waarom, God, waarom?” vroeg ze op een verwijtende toon. God was kennelijk schuldig aan de ellende die haar was overkomen.




Ik moet een jaar of 20 geweest zijn, nog geen moslim, wel zoekende. Ik voelde in elk geval instinctief aan dat hier een denkfout gemaakt werd. God heeft nergens schuld aan. Als ons iets slechts overkomt, is het ofwel alleen maar slecht in onze ogen - dat wil zeggen met onze beperkte blik - ofwel het is iets dat we over onszelf hebben afgeroepen. Ik vond de vraag typisch iets voor christenen, omdat ook dominees aangaven dat kinderen of jongelui te vroeg waren heengegaan en dat het “niet eerlijk” was. Volgens de bijbel heeft zelfs Jezus aan God gevraagd, “Waarom heeft u mij verlaten?” Hoe krom is die vraag, als je gelooft dat Jezus een deel van God zelf is. Ik begreep het toen al niet - God die zichzelf verwijten maakt - en nog steeds verbaas ik me over alle verschillende en onlogische verklaringen die christenen geven.  


Ik zou God nooit de schuld geven, daar was ik zeker van. De opmerking “Welke God doet nu zoiets” zou ik niet maken en de vraag  “Hoe kan God dit onrecht toestaan?” zou ik niet stellen.


Godzijdank heb ik mij aan mijn woord gehouden.


Wat ik toen niet besefte is dat ik de waarom-vraag indirect toch wel degelijk stel. Gisteren las ik in het boek ‘De helende kracht van acceptatie’ van Annemarie Postma en werd getroffen door de volgende zin: ‘Om ruimte te maken voor heling is de eerste stap de drang om te weten waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren op te geven’. Meteen wist ik: dit gaat over mij. Ik wil altijd weten waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Ik loop alle mogelijkheden in mijn brein af om er achter te komen wáár ik de fout ben ingegaan, of wat de werkelijke reden kan zijn dat anderen mij zo konden kwetsen. Wie wat waar wanneer en waarom blijven ronddraaien in mijn hoofd. Ik ging er vanuit dat het juist goed is om kritisch naar mezelf te kijken. Dat ik na jaren nog steeds alleen maar kan gissen - met zo nu en dan een klein helder momentje - mocht de gedachtenpret - of prut - niet drukken. Ik tast nog steeds in het duister. En het erge is dat ik mijzelf ook dát weer kwalijk neem. Ik zit gevangen in mijn gedachten. Het is zoals Postma zegt: ‘vasthouden aan de drang om te weten is vasthouden aan de pijn’. Een schok van herkenning schiet door mijn lichaam. Dit is wat ik doe, ik houd vast aan de pijn. Wat doe ik mezelf aan?


Ik vind God niet oneerlijk, maar ik vind ‘de wereld’ en ‘de mensen’ oneerlijk. Er is zoveel onrecht gaande in de wereld, dat ik dat niet verdragen kan. Daar bovenop komt nog het kleine leed dat mijzelf overkomt, waarvan ik of anderen of mezelf de schuld geef. En zo raak ik verwikkeld in filosofische gedachtekronkels. Op het internet heb ik de ene link met de ene verklaring nog maar net geopend, of mijn oog valt op een volgende link met een andere verklaring. Ik zal het antwoord vinden en dán heb ik vast het inzicht. Ik wil begrijpen waarom er zoveel ellende en verderf op aarde is.


Vat krijgen op de situatie is niet alleen mijn drang, maar de drang van vele mensen. We leren als kind al dat het belangrijk is om te plannen en om te kaderen. Hoe wonderlijk is het dat ik op de opleiding Journalistiek mijn creativiteit kwijtraakte omdat ik zoveel moeite moest doen om te kaderen en te beargumenteren. Toch had ik daar mijn lesje nog niet geleerd.



Hoe vaak heb ik van anderen te horen gekregen dat ik fel overkom, dat het lijkt alsof ik een heel leger met me heb meegenomen. Een tijdje geleden kwam ik er al achter dat die felheid ergens in mijn verleden is opgebouwd. Ik heb zelf iets meegemaakt in mijn jeugd, dat te zwaar was om te dragen, of iets gezien dat het daglicht niet verdragen kon, waardoor ik het gevoel heb mijzelf te moeten beschermen en te strijden. ‘No more pain. No more games, no more messing with my mind. No more drama in my life. No one’s gonna make me hurt again’ zingt Mary J. Blige en dat voel ik tot op mijn botten. Telkens als ik in een soortgelijke situatie terecht kom, bal ik weer mijn vuisten en staat the angry young woman in mij op. Het zal mij niet overkomen dat ik me alwéér laat overdonderen! De ander heeft geen idee waar die felheid vandaan komt - de felheid is doorgaans ook onterecht, want gebaseerd op een oude verontwaardiging en angst  -  maar het is mijn instinct, mijn overlevingsdrang. Daar heb je dat woord weer: drang.

Ik lees verder in het boek om te begrijpen wat ik moet doen om van die drang af te komen - en ik voel het al een beetje aan mijn water: niets. Ik moet niets doen! Pas als ik stop met zoeken, zal ik mijn antwoorden vinden, belooft Postma.  


‘Het gaat er uiteindelijk om’ schrijft zij, ‘dat we verlies, tegenslag of ziekte kunnen gaan zien als een crisis die onze ogen wil openen voor de werkelijkheid, en ons tegelijkertijd een kans biedt om dichterbij onszelf of God te komen. En dat het wel of niet genezen helemaal niet zo belangrijk is, maar dat het er om gaat dat we de innerlijke uitdaging aangaan die er van ziekte of beperking uitgaat, dat we ontdekken welk verlangen van de ziel er achter onze ziekte schuilgaat’.


Wat mijn ziel wil, dat weet ik best wel. Mijn ziel wil wat alle mensen in wezen willen: innerlijke rust. Mijn ziel is moe van het strijden en verlangt naar overgave. Ik wist wel dat ik er nog niet was met het uitspreken van de shahada, want telkens weer stelt Allah ons op de proef en wij moeten er naar blijven streven om in overgave te leven. En daar schrijf ik alweer een woord op dat met iets willen beheersen te maken heeft - streven. Laat ik er maar naar streven om te accepteren dat het leven hard is, dat er mensen op mijn pad zullen blijven komen die niet het beste met mij voor hebben, zonder dat ik naar een verklaring zoek. Het is geen apathische houding die leidt tot neerslachtigheid, maar een daadwerkelijk Godsvertrouwen, die leidt tot een krachtiger persoonlijkheid.

Zal het me lukken om los te laten en me te laten leiden?

vrijdag 4 juli 2014

Tien redenen om moslim te worden

Islam is geen populaire godsdienst. Het is niet een geloof waarvan je tegen je moeder zegt: "By the way mamma, ik ben moslim geworden," en dat ze jou vervolgens in de armen vliegt van blijdschap. Ze zal je eerder aanvliegen. Beter zeg je, dat je boeddha-beelden in huis hebt of boven je tapijtje zweeft doordat je transcedente meditatie beoefent. Dat is maatschappelijk aanvaardbaar. Daarmee sta je in het positieve middelpunt van de belangstelling op verjaardagsfeestjes. Toch zijn er steeds meer mensen die hun nieuwsgierigheid niet langer kunnen bedwingen als ze horen hoe gewelddadig, wellustig, hard, en grof die moslims en hun geloof wel niet zijn. Hun nieuwsgierigheid gaat zo ver, dat zij zelf willen weten wat voor vreemd geloof dat eigenlijk is. Ze gaan op onderzoek uit. Ze lezen de Koran ze lezen andere boeken over de islam (vanuit islamitisch perspectief) ; ze spreken een moslimcollega of buurman aan en luisteren oprecht. En dan komen ze er achter dat de waarheid eigenlijk heel anders is dan wat hen wordt voorgeschoteld en dat er toch wel iets van logica, schoonheid, liefde, barmhartigheid, gastvrijheid, vrijgevigheid in dat geloof en in die moslims zit.

Wat geloven die moslims nou eigenlijk? Waarom zou je moslim worden?



1. Er is maar één God: God heeft geen vader, geen moeder, geen zoon. God is niet geboren of ontstaan. God is. Hij is Uniek. Er is niemand zoals Hem. Hij heeft geen partners en er zijn geen andere goden naast Hem. Het is de simpele en dezelfde boodschap die door alle profeten door de eeuwen heen verkondigd is: richt je tot de Ene die je geschapen heeft. Toon Hem je dankbaarheid door je aan Hem over te geven, op Hem en Zijn boodschap aan de mensheid te vertrouwen. Combineer dit met het verrichten van goede daden en je zal beloond worden met het Paradijs. Pure and simple. Islam is daarom een geloof van eenvoud.


2. Iedereen is gelijkwaardig: iedereen is even veel waard. Man en vrouw, rijk en arm, blank en zwart. God maakt geen onderscheid. De profeet Mohammed, vrede zij met hem, veroordeelde discriminatie en racisme streng. Hij wees een zwarte man en vrijgekochte slaaf aan als oproeper tot het gebed in een tijd dat slaven totaal geen waarde kenden. Toch zijn er mensen die God meer liefheeft dan anderen, die bij God meer waarde hebben. Dat zijn degenen die God liefhebben en groot ontzag voor Hem hebben. Hoe meer je van Hem houdt, hoe meer Hij van jou houdt. "Denk aan mij en Ik denk aan jou," belooft God in de Koran. Maar voor de rest is iedereen gelijkwaardig. Islam is het geloof van rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid.



3. Elk mens wordt vrij van zonde geboren: de mens wordt als baby zonder zonde geboren. De moslim gelooft niet dat de mens de last draagt van de zonde van Adam en Eva in het Paradijs. Het was de bedoeling dat Adam en Eva een fout zouden maken en op aarde geplaatst zouden worden. Adam en Eva hadden spijt van hun daad en God heeft hen direct vergeven, toen zij om vergiffenis smeekten. Hij houdt er namelijk van dat de mens om vergiffenis smeekt. Elke keer als wij om vergiffenis vragen, zullen zonden van ons afvallen zoals bladeren van de bomen, zullen zonden uitgewist worden, zodat we weer een nieuwe start kunnen maken. Elk moment kunnen we dus opnieuw beginnen. Islam is daarom een geloof van hoop.


4. Niemand draagt de last van een ander: iedereen wordt in het leven beproefd en zal hoe dan ook fouten maken. Hiertoe zijn we ook geschapen. Als je een fout hebt gemaakt, smeek je tot God om je te vergeven. Als je iemand gekwetst hebt, vraag je die persoon en God om vergeving. Het is niet nodig om jezelf verwijten te blijven maken, als je spijt hebt en om vergiffenis hebt gevraagd. Behalve het (smeek)gebed kan je ook goede daden verrichten, zoals het schenken van liefdadigheid, om vergeven te worden. Als het uit het hart komt, kan God werkelijk alles vergeven. Er zijn in de islam geen tussenpersonen die onze last of onze zonden dragen, overnemen of kwijtschelden. We dienen er zelf mee in het reine te komen. Het voordeel is dat wij ook niet verantwoordelijk zijn voor de zonden van een ander. We zijn alleen verantwoordelijk voor onze eigen daden en natuurlijk voor onze kinderen en aan wat aan ons is toevertrouwd. Islam is daarom het geloof van eigen verantwoordelijkheid.


5. Delen met anderen: Natuurlijk zorg je zelf voor een evenwicht tussen geven en nemen, wees niet buitensporig in het nemen of geven. Maar deel zoveel mogelijk met andere mensen waar jij veel van hebt. Dat kan gaan om jouw talenten, of jouw zorgzaamheid, jouw liefde, jouw goede humeur of om jouw geld. Je bevrijdt je zelf van zoveel zonden door te geven. Het geeft je tevens een kick als je iets goeds voor een ander hebt kunnen betekenen. Wie wordt er nu niet blij, als een ander mens door ons toedoen opnieuw hoop heeft gekregen, rustig, geduldig en tevreden is geworden. Als we de voorbeelden van de metgezellen van de profeet, vrede zij met hem, volgen dan geven we zoveel mogelijk van ons bezit weg. Wees niet bang dat je bezit vermindert, bij God zal het vermeerderd worden. Geef om te leven en leef om te geven. Islam is daarom het geloof van liefdadigheid.


6. Islam is hemels én aards: er zijn momenten dat een moslim zich in de wolken voelt als hij of zij overspoelt wordt met religieuze gevoelens, bijvoorbeeld tijdens het gebed. En er zijn momenten dat hij bezweet met zijn handen in de aarde wroet of achter zijn bureau zit om zijn familie te kunnen onderhouden. Het is niet de bedoeling dat een moslim zich helemaal terugtrekt in de bergen om daar een eenzaam bestaan te leiden. Het is de bedoeling middenin de gemeenschap, middenin het leven te staan. Het is verder ook niet de bedoeling om zonder levenspartner en zonder seks door het leven te gaan om God te kunnen aanbidden. De mens bestaat uit lichaam en geest en die vormen samen één geheel. Seksualiteit en spiritualiteit horen beiden bij het leven. Islam is daarom het geloof van de middenweg.

7. Schaamte is normaal, maar genot is dat ook - het is normaal dat je niet lekker voelt als je in bikini of minuscuul zwembroekje rondloopt op het strand en je voelt alle ogen op je gericht. Niemands lichaam is perfect, alhoewel de mens wel mooi is geschapen. Het is echter niet de bedoeling dat je je naakte lichaam aan de buitenwereld toont. Beschouw je lichaam als een heilige tempel, als iets dat aan jou is toevertrouwd, waar je goed voor moet zorgen. Niet iedereen mag die heilige tempel betreden. De tempel moet met zeer veel respect worden benaderd. Alleen degene die ons daadwerkelijk respect toont en die aan onze voorwaarden voldoet, mag de tempel betreden. Dat respect kan alleen getoond worden binnen een huwelijk. Als je iemand hebt gevonden, waarmee je je leven wil delen, kan je ook in alle vrijheid en zonder schaamte je lichaam moet die persoon delen. Je mag dan volop genieten van elkaar. Islam is daarom het geloof van respect. 



8. Goed voor lichaam en geest zorgen -  Je lichaam heb je in bruikleen gekregen. De mens is een kalief op aarde, een rentmeester. Alles op aarde is ten behoeve van de mens geschapen, maar we hebben ook de opdracht om daar goed mee om te gaan. Dat geldt ook voor ons lichaam. We dienen het goed te verzorgen. Dat betekent dat we het rein houden (door te douchen, door ons kuis te houden) en dat we gezond en toegestaan voedsel eten. Het is toch van den gekke dat je voedsel eet dat je lichaam schaadt? Toch doen we dat als mens, dagelijks. Wordt hier bewust van, dat is de eerste stap. Reinig eenmaal per jaar gedurende één maand je lichaam van de afvalstoffen die het heeft opgebouwd door te vasten in de Ramadan samen met miljoenen anderen wereldwijd. En dan wat betreft welzijn. Wat is dat toch met de mens, dat hij geen tijd maakt voor zichzelf? Dat hij niet nadenkt over zijn eigen welzijn en geestelijke gezondheid? God vraagt ons om Hem te aanbidden en dienen, maar dat kan pas als we goed in ons vel zitten. Daarom wil God dat we goed voor ons zelf zorgen. Dat is niet egoïstisch, dat is intelligent, liefdevol en effectief. Islam is daarom het geloof van welzijn.

9. Geen slavernij - In de Koran staat niet aangegeven dat de slavernij verboden is, maar toch is de kern van de boodschap van de verzen over slavernij in de Koran, dat slaven bevrijd dienen te worden. Dat is dan ook waartoe de profeet Mohammed, vrede zij met hem, opriep. En hij gaf zelf het goede voorbeeld. In deze tijd is slavernij wereldwijd afgeschaft, maar toch komt het wel degelijk voor in verschillende delen van de wereld. Het wordt schandelijk genoeg stilzwijgend goedgekeurd. Er is echter ook een andere vorm van slavernij waar we zelf mee te maken hebben in ons dagelijks leven. Je hoeft namelijk niet door een ander onderdrukt te worden om als een slaaf te leven. Jij en ik leven in feite allemaal als slaven, als we niet goed op letten. We kunnen verslaafd zijn aan drank, roken, seks, de televisie, computerspelletjes, eten etc. We kunnen gevangen zitten in de traditie die ons beperkt als vrij mens te leven, we kunnen gevangen zitten in ons werk waardoor we veel stress ervaren. Dit alles is niet de bedoeling. We horen als mens vrij te zijn. Niemand mag ons onderdrukken, op generlei wijze. Daarom horen we op zoek te gaan naar uitwegen om onszelf te bevrijden uit de 'slavernij'. Islam is daarom het geloof van vrijheid.




10. Vertrouwen op God - Een moslim betekent in het Arabisch letterlijk degene die zich overgeeft. Islam komt van de stam SLM net als salaam en betekent vrede. Overgave in vrede. Je bent dus niet gedwongen om je te houden aan allerlei regeltjes. Het wordt wel van je gevraagd om aan bepaalde regels te voldoen. Die regels zijn echter voor je eigen bestwil, en niet om het je moeilijk te maken. Geef je over aan God en vertrouw op Hem. Als je vertrouwen in God groot is, hoef je nergens meer voor te vrezen. Wees niet bang voor inkomstenverlies, wees niet bang voor ellende op je pad. Alles komt, zoals het staat geschreven. Niet met de bedoeling om je te straffen, maar om je te reinigen, om je klaar te maken voor het Paradijs. Niemand gaat het Paradijs binnen zonder eerst beproefd te worden. Hiertoe leven we op aarde. Om Hem te aanbidden en te dienen. Islam is daarom het geloof van vertrouwen.

zaterdag 18 januari 2014

Godsvrees

Taqwa wordt doorgaans vertaald met Godsvrees, maar zo ervaar ik Taqwa niet. Vrees is angst. Als reciteurs huilen bij het reciteren van de Koran, is het doorgaans bij een vers over de bestraffing van de hel. Ik zelf huil veel eerder om verzen over de Genade van God. Ik ben niet bang voor God. Waarom zou ik bang moeten zijn? Hij is Rechtvaardig. Hij zou mij nooit en te nimmer onrechtvaardig behandelen. 

Als ik bang ben, ben ik bang voor mezelf. Bang voor mijn eigen ondankbaarheid. Bang voor mijn eigen onachtzaamheid, gierigheid, gulzigheid, tactloosheid, hypocrisie. Ik ben bang dat ik, ondanks al mijn streven om een goed mens te zijn, fouten* zal maken, waardoor ik God's Ridha (Tevredenheid) verlies, waardoor God niet meer van mij houdt. 

Tegelijkertijd heb ik hoop. Hoop op de Genade Gods, die mij in al mijn onbehouwenheid aanschouwt en glimlacht. Hoop dat ik dié goede daden verricht die Mijn Schepper tevreden stellen en die mij vrede in mijn hart bezorgen. Hoop dat op een dag Hij het gehoor is waarmee ik hoor, het gezicht waarmee ik zie, de hand waarmee ik aanraak en de voet, waarmee ik loop.* 

Daarom vind ik de beste vertaling van het begrip Taqwa: Godsontzag. Ontzag behelst namelijk niet alleen maar het woord respect, maar toont ook mijn aanbidding, mijn bewondering, mijn hoop. God is mijn Held, mijn Redder, mijn Vriend, mijn Trooster. Zo iemand zou je nooit willen teleurstellen. Je zou je kapot schamen alleen al bij de gedachte. En dat is Taqwa voor mij. 




* Fouten en goede daden zoals omschreven in de volgende heilige overleveringen (Een hadith qudsi bevat de woorden van Allah die ons overgeleverd zijn door de Profeet - vrede en zegeningen zij met hem. Deze woorden maken geen deel uit van de Koran): 





Betreffende de fouten die wij vaak onbewust maken:

Op gezag van Aboe Hurairah(moge Allah tevreden met hem zijn), die zei, dat de Boodschapper van Allah (moge hij de zegeningen en vrede van Allah krijgen) zei: Allah (de Almachtige en de Verhevene) zal op de Dag der Opstanding zeggen:


"O zoon van Adam, Ik voelde mij ziek en jij hebt Mij niet bezocht." Hij zal zeggen: "O Heer, en hoe had ik U moeten bezoeken terwijl U de Heer der werelden bent?" Hij zal zeggen: "Wist je niet dat Mijn dienaar, die en die, ziek is geworden en je hem niet bezocht had? Wist je niet dat als je hem bezocht had, je Mij bij hem aangetroffen zou hebben? O zoon van Adam, Ik heb je om eten gevraagd en je hebt Mij niet gevoed." Hij zal zeggen: "O Heer, en hoe had ik U moeten voeden , terwijl U de Heer der werelden bent?" Hij zal zeggen: "Wist je niet, dat mijn dienaar, die en die, jou om voedsel had gevraagd en je gaf hem niet te eten? Wist je niet dat als je hem gevoed had, je dat zeker bij Mij gevonden had. O zoon van Adam, Ik vroeg je om Mij te drinken te geven en je hebt Mij niet te drinken gegeven." Hij zal zeggen: "O Heer, hoe had ik U te drinken moeten geven want U bent de Heer der werelden." Hij zal zeggen: "Mijn dienaar die en die, heeft je om drinken gevraagd en je hebt hem niet te drinken gegeven. Als je hem te drinken had gegeven dan had je dat zeker bij Mij gevonden."
                                                                                                                                     (Dit is overgeleverd door Moeslim)

Over de goede daden: 

Op gezag van Aboe Hurairah(moge Allah tevreden met hem zijn), die zei dat de Boodschapper van Allah(moge hij de zegeningen en vrede van Allah krijgen) zei: "Allah (Almachtige, de Verhevene) heeft gezegd:

"Wie zich vijandig toont jegens iemand die aan Mij is toegewijd, daar zal Ik mee in oorlog zijn. Mijn dienaar komt nader tot Mij met iets waar Ik meer van houd dan de religieuze verplichtingen, die Ik hem heb opgelegd, en Mijn dienaar komt steeds dichterbij door extra vrijwillige goede daden waardoor Ik meer van hem ga houden. Als Ik van hem houd, dan ben ik zijn gehoor, waarmee hij hoort, en ben zijn gezicht waarmee hij ziet, zijn hand waarmee hij aanraakt en zijn voet, waarmee hij loopt. Als hij (iets) van Mij vraagt, dan geef Ik het hem beslist, en als hij bij Mij toevlucht zoekt, dan sta Ik het hem beslist toe. Ik aarzel over niets meer dan over (het opeisen van) de ziel van Mijn toegewijde dienaar; hij haat de dood en Ik haat het om hem te kwetsen."
                                                                                                                               (Dit is overgeleverd door Al-Boechari)

Over de hoop en de Genade van God de twee volgende heilige overleveringen:

Op gezag van Aboe Hurairah (moge Allah tevreden met hem zijn), die het van de Profeet(moge hij de zegeningen en vrede van Allah krijgen), (gehoord) heeft, die zei: 

Allah de Almachtige zegt: "Ik ben zoals Mijn dienaar denkt, dat Ik ben. Ik ben bij hem als hij Mij noemt. Als hij Mij in zichzelf noemt, dan noem Ik hem in Mijzelf, als hij Mij in een gemeenschap noemt, dan noem Ik hem in een gemeenschap, die beter is. En als hij zich een handbreedte naar Mij toe wendt, dan wend Ik Mij een armlengte naar hem toe, en als hij zich een armlengte naar Mij toe wendt, dan wend Ik Mij met de wijdte van uitgespreide armen naar hem toe. En als hij naar Mij toe komt lopen, dan kom Ik naar hem toe rennen."
                                  Dit is overgeleverd door Al-Boechari(ook door Moeslim, at-Tirmidhi en Ibn Maadjah)

Op gezag van Aboe Hurairah (moge Allah tevreden met hem zijn), die het van de Profeet (moge hij de zegeningen en vrede van Allah krijgen) (gehoord) heeft, die zei:

Allah (de Geprezene en de Verhevene) heeft een extra aantal engelen, die uitzwermen om op zoek te gaan naar bijeenkomsten waar Allah's naam wordt aangeroepen; zij zitten daar en vouwen hun vleugels om elkaar, en zij vullen dat wat tussen hen en de laagste hemel is.
Als de mensen in de bijeenkomst vertrekken, staan ze op en rijzen ten hemel. Hij zei: "Dan vraagt Allah(de Almachtige, de Verhevene) hen (hoewel) Hij alles over hen weet:'Waar komen jullie vandaan?' " En zij zeggen:"Wij komen van Uw dienaren op de aarde; zij verheerlijken U, zij loven U, zij getuigen dat er geen god is behalve U, zij prijzen U, en zij vragen (gunsten) van U." Hij zegt: "En wat vragen ze van Mij?" Zij zeggen: "Zij vragen van U Uw Paradijs." Hij zegt: "En hebben zij Mijn Paradijs gezien?" Zij zeggen: "Nee O Heer." Hij zegt: "En hoe zou het zijn als zij Mijn Paradijs hadden gezien!" Zij zeggen: "En zij vragen Uw bescherming."Hij zegt: "Waartegen vragen zij Mijn bescherming?" Zij zeggen: "Tegen het hellevuur, O Heer." Hij zegt: "En hebben zij het hellevuur gezien?" Zij zeggen: "Nee." Hij zegt: "En hoe zou het zijn als zij Mijn hellevuur gezien hadden!" Zij (de engelen) zeggen: "En zij vragen om Uw vergeving." Dan zegt Hij (Allah): "Ik heb hen vergeven en heb hen geschonken waar zij om gevraagd hebben, en Ik schenk hen een schuilplaats tegen datgene waartegen zij Mijn bescherming vroegen." Hij zei (de profeet): Zij (de engelen) zeggen: "O Heer onder hen is die en die, een heel zondige dienaar, die slechts voorbij kwam en bij hen is gaan zitten." Hij (de profeet) zei: En Hij Zegt: "En Ik schenk (ook) aan hem Mijn vergiffenis; degene die bij zulke mensen zit, zal niet lijden."
                                            Dit is overgeleverd door Moeslim( ook door Al-Boechari, at-Tirmidhi en an- Nasaï)

donderdag 12 december 2013

Word niet boos

"Word niet boos," herhaalde de profeet Mohammed, vrede zij met hem,  tot drie keer toe toen een man hem om wijsheid vroeg* . Toen ik dat de eerste keer - en de tweede, derde en volgende keren - hoorde, dacht ik: 'Dat je je woede in moet houden, begrijp ik, maar dat je niet boos mag worden.... dat is een onmogelijke opgave!' Het was voor mij altijd moeilijk geweest om mijn woede te beheersen, laat staan om helemaal niet boos te worden. Door de jaren heen lukt het me echter steeds beter om het vuur in mezelf onder controle te houden en zelfs om me niet meer zo op te winden.


In mijn jeugd was het inderdaad een onmogelijke opgave. Niet dat ik vaak boos was, maar als ik een keertje boos was, kon je maar beter een eind uit de buurt blijven. Ik heb met schoenen, scharen en zelfs een keer met een zware glazen asbak naar mijn zusters gegooid. Van het effect van die asbak schrok ik zelf achteraf enorm. Eigenlijk wilde ik niemand raken, waardoor ik me iets inhield, maar uiteindelijk zat er wel een groot gat in de deur die mijn zus achter zich dichtsloeg toen zij op de vlucht sloeg voor mijn woede. Ik moet er niet aan denken, wat er gebeurd zou zijn, als ik haar geraakt had. Nu was het slechts de deur die mij nog een paar jaar vol verwijten aankeek na het voorval, tot hij vervangen werd.

"Tel tot tien," werd vaak gezegd. Maar dat hielp niet. Ik voelde de woede in mij omhoog kruipen, het greep me bij de keel, mijn bloed kookte, mijn hart sloeg op hol en mijn lichaam beefde. Ik vond het zo verschrikkelijk onrechtvaardig, dat ik het niet in woorden kon samenvatten. En om dan tot tien te tellen, was te veel gevraagd voor het kleine meisje dat ik toen was.

Het is lange tijd een van mijn grootste angsten geweest om mijn zelfbeheersing te verliezen. Na zo'n woede-uitbarsting voelde ik me meestal verslagen, compleet verslagen. Het was niet zo zeer de tegenpartij die gewonnen had. Het ging erom dat ik mijzelf kwijt was geraakt. Dat ik niet meer de baas was over mijn eigen gevoelens, gedachten en handelen. Op dat moment was de duivel de enige echte winnaar.

In het leven leren we van onze ervaringen en de kennis die we opdoen en waar we mee aan de slag gaan. Alle mensen hebben een bepaald temperament. De ene mens heeft meer vuur in zich, de andere mens meer lucht, water of aarde. De elementen hebben elk een positieve en negatieve kant. Met deze elementen ben ik gaan oefenen. Ik oefende met het toelaten van de andere elementen in mijn voordeel.
Als ik te gedreven en/of serieus ben, is het verstandig lucht toe te voegen (humor, nonchalance, relativering). Als ik te star of te perfectionistisch ben, is het verstandig water toe te voegen (soepelheid, onderhandelen, mee bewegen, ruimte geven), als ik te passief ben, is het goed vuur (passie, compassie) of aarde (daadkracht, nuchterheid) toe te voegen. Het oefenen kan in elke situatie. Ik heb het wel eens geoefend in een vergadering met collega's, maar ik doe het ook als ik in mijn eentje ben. Dan spreek ik mezelf toe. Ik bedenk van tevoren wat ik wil uitproberen en spreek ook met mezelf af hoe ik het ga doen. Achteraf ga ik een en ander evalueren.

Een voorbeeld: ik moet een moeilijk gesprek voeren en ik ben bang dat er traantjes gaan vloeien (vuur). Ik spreek met mezelf af dat ik 'op het moment dat ik verdriet of verontwaardiging voel opkomen - dit even kort benoem (water)': "Ik merk dat ik wat emotioneel word." Hoe wonderlijk dit ook is, maar de lading is er dan af en ik heb mezelf weer onder controle. Een ander voorbeeld: in een vergadering zijn het altijd dezelfde mensen die het voortouw nemen en die de verantwoordelijkheid dragen. Ik ben zelf ook zo'n persoon. Maar ik erger mij wel aan de 'zoutzakken' (vuur). Dan spreek ik met mezelf af, dat ik deze vergadering achterover zal hangen (lucht). Het is heel wonderlijk, maar door deze actie, of beter gezegd het nalaten van een actie, voelen anderen zich ineens geroepen iets te zeggen of te doen en verdwijnt mijn ergernis volledig.

De Tijd maakt ons milder. We worden wijzer door alle ervaringen. Daarom begrijp ik nu wat de profeet Mohammed bedoelde toen hij zei: "Word niet boos." Hij wilde zeggen: sta met je beide benen stevig op de grond en laat je niet omver blazen, door niemand niet. Hij wilde zeggen: geef hier niet jouw energie aan, want dat werkt als zuurstof bij vuur, namelijk dat het vuur feller gaat branden. Hij wilde zeggen: maak je niet druk om kleine dingen. Uiteindelijk heb je daar alleen jezelf maar mee.

Natuurlijk zijn er ook momenten dat boosheid wel nuttig is. Als er onrecht gebeurt in de wereld is boosheid wel nodig. Als je je daar niet druk meer om maakt, dan mag je bij jezelf te rade gaan hoe dat blok ijs op de plek terecht is gekomen waar eerst je hart zat. Maar in dat geval geldt nog altijd, dat je de woede wel onder controle moet houden. Want behalve dat de profeet, vrede zij met hem, zei: "Word niet boos," zei hij ook: "De sterkste man is niet degene die goed is in worstelen, maar degene die controle heeft over zichzelf tijdens een woede-uitbarsting." *

* De overlevering van 'Word niet boos' is doorverteld door Aboe Hoeraira, vermeld in Al-Bukhari. De overlevering betreffende 'de sterkste man' is ook van Aboe Hoeraira, en staat vermeld in zowel de verzameling van Al-Bukhari als wel in die van Muslim.


dinsdag 19 november 2013

Ongegeneerd bloot

"Wij Nederlanders kennen toch wat minder schaamte," vertelt ze enthousiast. "Ik loop regelmatig bloot door het huis. Mijn kinderen zijn er aan gewend. Hierdoor zijn ze vertrouwd met hun lichaam."

Zo maar een gesprekje op het schoolplein. Ik heb mijn zoon net naar school gebracht en blijf nog even 'hangen'. Er is een nieuwe jongen op school gekomen dit jaar en zijn moeder vindt het leuk om met iedereen te kletsen. Daar waar ik doorgaans een beetje gemeden word door de meeste ouders op de katholieke basisschool, sta ik bij haar in de volle belangstelling.



Ik heb eigenlijk geen idee meer hoe we op het onderwerp 'schaamte' kwamen. Maar we kwamen er op. En ik werd getriggerd. "Toevallig ben ik ook Nederlander, met twee Nederlandse ouders. Maar mijn ouders liepen nooit bloot door het huis hoor," beantwoordde ik haar veronderstelling. "Toen ik een jaar of 16 was, zei mijn moeder zelfs dat ik wel wat meer mocht aantrekken als ik uit de douche kwam." Ik was namelijk gewend dan in onderbroek door het huis te lopen. Had ik al het gevoel dat mannen altijd op de contouren van het lichaam letten, sindsdien was ik me nog veel bewuster van 'schaamte'.

Ik kan me nog herinneren dat ik geschokt was als kind toen ik samen met mijn nichtje, haar ouders en broertje op de camping in Dronten stond, toen ik 's ochtends wakker werd. Het eerste wat ik zag, was namelijk mijn oom die daar languit en geheel naakt op bed lag. Ik wist niet waar ik mijn ogen moest laten. Ik had nog nooit een piemel gezien, behalve op plaatjes in de Summa-encyclopedie wellicht.

Volgens deze moeder zijn haar kinderen vertrouwd geraakt met hun eigen lichaam en het lichaam van de andere sekse door ongegeneerd bloot door het huis te lopen. "Mijn zoon heeft ook geen moeite om contact te maken met een meisje, omdat hij zo vertrouwd is met het vrouwenlichaam," legt de moeder uit. "En dan gaat het niet om het seksuele aspect hoor," voegt ze er nog aan toe.

Dat is wel een vraag die door mijn hoofd speelt. Zou het zo zijn, dat je minder seksuele belangstelling hebt als je al vaker een blote vrouw gezien hebt? Ik geloof dat niet. Net zo min als ik geloof dat een gynaecoloog onberoerd blijft als hij de honderdste vrouw van onderen aanschouwt. Een man blijft toch een man? Er zijn niet voor niets onderzoeken gedaan naar de (ongewenste) intimiteit tussen specialisten of huisartsen en hun patiënten, of zorgverleners en hun cliënten, waarbij het initiatief overigens ook bij de patiënt of de cliënt kan liggen.

Schaamte is enerzijds aangeleerd, waarbij de houding van de ouders een doorslaggevende rol speelt. Anderzijds is schaamte ook aangeboren. Mijn kinderen hebben stuk voor stuk aangegeven dat "het nu wel tijd werd dat ze alleen gingen douchen en dat ik ze niet meer hoefde te helpen." Op een gegeven moment is het gewoon tijd voor 'schaamte', zo lijkt het. Dan moet je als ouder terugtrekken en accepteren dat je kind 'groot' geworden is en daar dankbaar voor zijn.

Schaamte kan echter ook overdreven worden. Sommige moslims praten niet eens met hun kinderen over wat hen allemaal te wachten staat met de puberteit. Er zijn best veel meisjes die echt niet aan hun moeder zouden durven vertellen dat ze ongesteld zijn geworden. Dat moet allemaal 'geheim' blijven. Soms bidden ze zelfs mee, terwijl een menstruerende (jonge) moslimvrouw de salaat (het rituele gebed) niet mag verrichten. En dat alleen maar omdat hun vader of broer niet mag weten dat ze ongesteld zijn. Dat soort schaamte is overdreven en heeft alles met normen en waarden te maken binnen een gemeenschap of binnen een grootfamilie en niets met de islam als godsdienst.

Binnen de moslimgemeenschap is er helaas overdreven veel 'schaamte'. En dat terwijl de profeet Mohammed, vrede zij met hem, duidelijk gemaakt heeft, dat we ons niet moeten schamen om vragen te stellen, ook als het gaat om onderwerpen als seksualiteit en wat daarmee te maken heeft. In zijn tijd kwamen zowel mannen als vrouwen met allerlei vragen op seksueel vlak bij hem. Het ging over de menstruatie, over de zaadlozing, over voorbehoedsmiddelen, over de standjes, over intimiteit zonder de daad, over het voorspel. Zij schaamden zich daar niet voor.

In deze tijd moeten we er niet aan denken om de imam zulk soort vragen te stellen. Hij zou eens denken dat we hèt doen.

Zijn wij te krampachtig als moslims? Ja, dat denk ik wel. We zouden best wat vrijer met 'schaamte' mogen omgaan, in elk geval tegenover onze kinderen. Onze kinderen moeten naar ons toekomen met hun vragen in plaats van dat ze deze kennis op straat of op school opdoen. We moeten echt niet blij zijn met de kennis die ze buiten opdoen, want dat gaat vaak alleen maar over de technische aspecten van seks, terwijl er zoveel meer over te vertellen valt wat veel belangrijker is. Beter is het, om van thuis een vertrouwde plek te maken waar ze al hun vragen kunnen stellen over de liefde en over seks. Dan maar met rode oortjes.

En we hoeven daarvoor echt niet naakt door ons huis te gaan lopen.


donderdag 11 juli 2013

Parijs: mijn eerste Ramadan

Mijn eerste 'Ramadan' was in april 1989. Ik was nog geen moslim, maar was benieuwd of ik het vasten wel vol zou houden. Ik wilde niet alleen ervaren wat mijn vriend ervoer, maar ik was ook gegrepen door onze gesprekken over de islam, waardoor ik behoefte voelde aan verdieping.

Het was in de wereldstad Parijs. Ik was daar als au pair naartoe gegaan na mijn studie journalistiek in Nederland. Eigenlijk, omdat ik niet meteen aan het werk wilde gaan als journalist. Ik wilde mijn horizon verbreden, de wereld ontdekken. Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en vertrok met een grote rugzak omgebonden helemaal in mijn eentje naar Parijs. Ik zie nog mijn moeder voor me die mij op het laatste moment nog een extra kus wilde geven, maar de deuren schoven dicht. Ik moest lachen. Aan de ene kant van de zenuwen, aan de andere kant omdat ik gewoon opgetogen was. Mijn avontuur was begonnen.

De familie Tonneau met hun zoontje Matthieu van 10 jaar oud kwam mij ophalen. Het leken wel aardige mensen. Hij tandarts, zij bioloog. Ze namen me mee naar huis, we aten samen. Het zou voorlopig de laatste keer zijn dat we samen aten. Ik zou elke dag voor het gezin koken en mocht dan wat voor mezelf meenemen. Wekelijks zou ik ratatouille maken, een mengsel van paprika, ui en tomaten. We aten aardappels noch pasta, want daar werd je dik van, was de overtuiging van Anne, de moeder van Matthieu. Voor de rest was er yoghurt, magere yoghurt. Nooit was er snoep of koek voor Matthieu. Niet dat het veel hielp, dat strenge dieet: zowel Anne als Matthieu waren stevig. Recent heb ik via google een foto van Matthieu gevonden. Het was 'm! Een stuk dunner. Ik ben benieuwd wat hij eet.


1988. Rue Albert Thomas in Parijs, dichtbij La Place de la République en La Gare du Nord. Na onze kennismaking en het diner, liet het gezin mij mijn chambre-de-bonne zien. Via de binnenplaats bereikten wij een aardig kamertje, alhoewel het wel wat leeg was. Een van de eerste dingen die ik daarom deed was een poster kopen en een grote plant op het Île-de-France, waar ik regelmatig en graag kwam. Ik struinde in de tien maanden dat ik er verbleef heel Parijs te voet af en genoot van alle indrukken.

Ik kende helemaal niemand. Vandaar dat ik al snel naar La Mission Hollandaise ging, destijds hét informatie- en ontvangscentrum voor au-pairs in Parijs. Ik leerde Tamara kennen. We raakten bevriend. We hadden niet altijd dezelfde interesses, maar we waren allebei wel op zoek naar mannelijk gezelschap of misschien wel 'de ware'. Toch vond ik de mannen in Parijs niet veel soeps. Dan had ik Nederland wel mooiere exemplaren gezien. Er werd wel belangstelling getoond, vooral voor Tamara, want zij was een uitermate charmante verschijning. Ik vond het wel grappig om te kijken hoe de mannen haar probeerden te versieren.

Op een dag was het weer eens raak. We zaten op de trappen bij de Sacre Coeur, de kerk in hartje Parijs die bovenop een heuvel gebouwd is. Een fijngebouwde Noord-Afrikaan kwam naar haar toe en maakte haar het hof. Ze had het meteen zwaar te pakken. Na afloop vertelde ze dat ze een afspraak gemaakt had met hem. Ze vertelde erbij, dat ik ook mee moest komen, want ze durfde niet alleen. Zijn vriend zou er bij zijn. Ik maakte kennis met de vriend. Ik zag het helemaal niet zitten, want hij was met veel bla bla en poeha totaal niet mijn type. Ook werd ik voorgesteld aan diens broer die wat verderop stilletjes stond te genieten van het uitzicht op Parijs. De broer, die later mijn man zou worden.

Het afspraakje ging door. Behalve de vriend, was ook de broer en nog een andere broer aanwezig. Ik haalde opgelucht adem, was gerustgesteld, want ik had geen zin om een avond lang in het gezelschap te verkeren van een oninteressant iemand die mogelijk nog avances zou maken ook nog. Op een gegeven moment raakte ik in gesprek met dé broer. In eerste instantie had hij niet bepaald indruk gemaakt. Maar was ik doorgaans iemand die pats-boem verliefd werd bij de eerste aanblik, dat bleef nu achterwege. We raakten aan de praat. Het ging over 'toeval bestaat niet' en hij vertelde vol genegenheid over zijn moeder. Ik keek hem van opzij aan: een Nederlandse jongen zou niet zo gauw met een meisje zo over zijn moeder praten, dat was niet bepaald stoer. Toen ontmoetten onze ogen elkaar. De eerlijkheid in zijn ogen deed bijna pijn. Toen ik later aan mijn vriendinnen in Nederland zijn pasfoto liet zien, schaamde ik me zelfs een beetje voor die eerlijkheid, bijna kwetsbaarheid. Ik vond het wel erg, dat ik me schaamde, maar kon geen andere verklaring bedenken, dan dat hij degelijk overkwam. En degelijkheid was in die tijd net als nu: not-done.

Ik wist het al gauw. Dit zou de man van mijn leven worden. Ondanks het feit dat hij moslim was. Alhoewel ik eerst wat huiverig tegenover de godsdienst stond - ik wist er eigenlijk niet zo veel van, behalve dat de Turkse vrouwen een paar meter achter hun man liepen en dat de Turkse jongens bij de moskee altijd wel wat riepen naar me als ik langs liep om naar school te gaan - was ik ook gretig naar al wat hij er over vertelde. Ik wilde meer! Ik was als een plant zo dorstig naar water. Avond na  avond praatten wij, urenlang. Dit was wat ik nodig had. Dit was waar ik naar op zoek was: de islam!


In april 1989 brak de maand Ramadan in Parijs aan. Mijn vriend had er al het een en ander over verteld. Het sprak mij aan. Ik zou meedoen. Het viel me reuze mee. En dat terwijl ik tijdens mijn studietijd ook wel eens gevast had en door de hoofdpijn maar gauw weer ging eten. Dit keer had ik zelfs geen hoofdpijn. Ik had wel nog een pilletje ingeslikt die de dokter had voorgeschreven, maar dat mocht niet, zo vertelde mijn vriend. In de avond zetten we mijn kleine wereldradio aan, die ik vanuit Nederland had meegenomen. Er was gezang op de radio. Alhoewel ik er niets van verstond, werd ik er blij en vredig van. Achteraf bleek het om Koranrecitatie te gaan.

Het was tijdens die Ramadan, als ik het me goed herinner, dat ik een brief ontving van Ellen, een van de kennissen en vrienden in Nederland met wie ik correspondeerde in die tijd. Zij woonde tijdens mijn studietijd in hetzelfde studentenhuis als ik en studeerde theologie. Met haar had ik ook al vele gesprekken over het geloof gevoerd. Ik had haar de vraag gesteld: "En wat denken jullie op de opleiding over Mohammed?"  Zij schreef mij: "Wij geloven niet dat hij een profeet was, maar wel dat een licht van God door hem scheen." Ik was getroffen. God zou Zijn Licht niet aan iemand geven die loog. Mohammed, vrede zij met hem, sprak de waarheid!

In diezelfde maand vroeg mijn man mij ten huwelijk. Hij vertelde dat het hem niet toegestaan was om verkering te hebben. Het zou niet zoveel omhanden hebben, het aanstaande ritueel - de huwelijksinzegening door de imam - maar dan zou onze relatie in elk geval door God worden goedgekeurd. Ik zei: "Ja, ik wil."

Ik zat klaar. 'k Had een keurige blazer aangetrokken en een lange broek. Maar meneer kwam niet opdagen op het afgesproken tijdstip. Later verklaarde hij dat hij bang was geworden. Stel je voor, dat ik de huwelijksinzegening niet serieus zou nemen en ik straks met zijn kind in mijn buik terug zou gaan naar Nederland, zonder hem. Ik meen dat het de eerste keer was, dat we ruzie hadden. Ik was heel erg verontwaardigd en voelde mij niet serieus genomen.

In juli 1989 keerde ik in mijn eentje terug naar Nederland. Ik had nog geen geloofsgetuigenis afgelegd, alhoewel ik innerlijk overtuigd was. Maar ik wilde zeker weten of ik écht moslim wilde worden. In Parijs leefde ik toch in mijn eigen romantische, maar sterk geïsoleerde wereldje. Mogelijk zou ik in Nederland 'wakker worden'. Maar toen ik Engelstalige en Nederlandse literatuur over de islam in handen kreeg, werd mijn overtuiging alleen maar sterker. Ik belde met de contactpersoon van Al Nisa in Alkmaar, alwaar ik toen op de centrale redactie van De Verenigde Noordhollandse Dagbladen werkte. Zij nodigde mij uit bij haar thuis. Toen zij opendeed, schrok ik wel even. Het was een imposante Nederlandse vrouw met een lange, wijde jurk en een hoofddoek. Mijn hart bonkte in mijn lijf. Toen ik eenmaal binnen was en gekalmeerd was, vroeg ik haar hoe ik moslim kon worden.

Nu is het doorgaans zo, dat als je een moslim vraagt hoe je moslim wordt, dat hij of zij je naar de moskee verwijst of mee neemt. Ook word je helemaal aan de hand genomen, omdat de persoon in kwestie blij is met de nieuwe aanwinst in de oemma, in de moslimgemeenschap. Maar deze dame was bijzonder afstandelijk. Zij gaf me pen en papier, legde uit wat ik moest doen - de grote wassing nemen - en wat ik daarna moest zeggen - "Ik getuig dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Zijn boodschapper is" - waarna ze mij liet gaan. Zo gezegd, zo gedaan. Het papiertje met daarop de aanwijzingen geschreven, nam ik mee naar de douche, zodat ik geen stap zou overslaan. Vervolgens stapte ik onder de douche uit, deed mijn kleding aan, pakte het inmiddels doorweekte papiertje en sprak de woorden uit die er op geschreven stonden. Het ging om de geloofsgetuigenis. Ondanks het feit dat ik helemaal alleen was, voelde ik mij van binnen zo intens gelukkig en rijk. Nu was ik moslim.





woensdag 29 mei 2013

Genade van Allah

Het overkomt me niet zo vaak, maar ik heb vandaag het ochtendgebed gemist. Volgens mij heb ik de wekker nog wel gehoord, heb 'm uitgezet en ben meteen weer naar dromenland vertrokken. Maar zeker weten doe ik het niet. Om 5.46 uur werd ik wakker. De zonsopkomst was al twintig minuten geleden. Ik had heel erg de neiging om maar gewoon weer verder te slapen - want ik was toch al te laat - maar ik weet dat het een goed gebruik is, naar het voorbeeld van de profeet Mohamed (vrede zij met hem) om dan toch gelijk op te staan. Het is ons namelijk aangeraden om meteen te bidden, als wij ons herinneren dat we een bepaald gebed gemist of verzaakt hebben.

Het schijnt Rahmatoellah, Genade van Allah, te zijn als je een keer door de wekker heen slaapt.

Fadjr, het ochtendgebed, is het moment dat de twee engelen aan onze zijden die onze daden optekenen naar hun Heer opstijgen i.v.m. 'de wisseling van de wacht'. God zal vragen: hoe hebben jullie mijn dienaar achtergelaten? Vanochtend antwoordden de engelen: "Slapend" in mijn geval, maar op de andere dagen hoop ik dat ze zullen jubelen van vreugde, dat ik met mijn hoofd de grond raakte in aanbidding toen zij vertrokken. De engelen zijn bijzonder met ons lot begaan.

Ik heb perioden dat ik na het horen van de wekker meteen rechtop in bed zit, maar ook, en dan vooral in deze lenteperiode, dat het zwaar is om op te staan. Het avond- en nachtgebed waren immers ook al laat. Het is dan zaak om mezelf aan te sporen toch gelijk op te staan. Ik sta op, niet omdat ik bang ben dat ik anders straf krijg van een boze God. Maar ik sta op, omdat ik mijzelf onrecht aan doe als ik het gebed oversla. Ik doe mijzelf ongelooflijk tekort als ik niet bid. God heeft mijn gebed namelijk niet nodig, maar ik heb het zelf heel hard nodig.

Het wonderlijke is dat God geeft en geeft en geeft. Wij realiseren ons dat meestal niet. Maar Hij is zo Vrijgevig. Niet alleen geeft Hij  aan mij die doorgaans netjes het gebed verricht, maar ook aan al degenen die niet bidden. Aan degenen die Hem verheerlijken, en aan de grootste ellendelingen op aarde. Hij geeft van zijn rizq (rijkdom, onderhoud) aan wie Hij wil. Ieder krijgt zijn of haar deel, zoals is vastgelegd in een boek, dat bewaard wordt onder de Troon van God. De een wat meer dan de ander. De een omdat hij toch alleen maar in dit leven gelooft en God hem dienovereenkomstig de beloning van deze wereld schenkt, maar hem in het Hiernamaals zal vergeten zoals hij God vergat in dit leven. De ander zal mogelijk armoede kennen in deze wereld en hij of zij zal beproefd worden in meer of mindere mate. Dit alles met het doel om steeds meer beloningen te verzamelen voor het Hiernamaals. Hij zal zijn dienaar zuiveren zoals een goudsmid het beste goud zuivert in het vuur En Hij zal ons polijsten als natuursteen zodat ons ware zelf en ons mooie karakter steeds duidelijker in beeld komen en we gaan glanzen en schitteren.


Ikzelf vraag als dienaar altijd om zegeningen in deze wereld en in de volgende wereld. Dat mag. Het mag niet alleen, maar het wordt ook aangeraden. Behalve dat vragen vrij staat, houdt God ook nog een keer van de dienaar die veel vraagt, die met Hem communiceert en contact houdt. Hij wacht op onze vragen met een grote glimlach, omdat Hij weet hoe wij als mens zijn: we willen graag van alles hebben en houden. Hij kent al onze gedachten en onze wensen, Hij is ons nader dan onze eigen halsslagader.

En dat is precies de reden dat ik het ochtendgebed niet wil missen. Het is mijn contactmoment met mijn Schepper, aan wie ik mijn dankbaarheid toon voor het leven dat ik heb gekregen en van wie ik vraag mij altijd van Zijn Genade te schenken. Want ik kan nog zoveel goede daden verricht hebben; dat alles zal mij niet baten, als ik daarbij geen liefde heb getoond aan degenen aan wie ik iets gaf of voor wie ik iets deed, of dankbaarheid heb getoond aan de Schepper die het mogelijk maakte, dat ik überhaupt een goede daad kon verrichten.

"O Allah, schenk ons Licht, Leiding en Uw Liefde. Schenk ons Geduld, Geluk, Geloof en Gezondheid, maar bovenal Uw Genade, want zonder Uw Genade zijn wij reddeloos verloren."








dinsdag 3 juni 2008

I only ask of God

I Only Ask of God

I only ask of God,
that he won't let me be indifferent to the suffering
And let the very dry up doesn't find me,
empty and without having given my everything

I only ask of God,
that he won't let me be indifferent to the war
It is a big monster which treads hard,
on the poor innocence of people
It is a big monster which treads hard,
on the poor innocence of people.

I only ask of God,
that he won't let me be indifferent to the injustice
That they do not slap my other cheek,
after a claw has scratched my whole body

Solo le pido a Dios
Que la guerra no me sea indiferente
Es un monstro grande y pisa fuerte
Toda la pobre inocencia de la gente
Es un monstro grande y pisa fuerte
Toda la pobre inocencia de la gente

(Outlandish)