Posts tonen met het label Kinderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kinderen. Alle posts tonen

maandag 29 september 2014

De eigen identiteit, deel II: de generatieklik

Is er sprake van een generatiekloof tussen de eerste, tweede en derde generatie
moslims in Nederland of hebben de jongere generaties van de verschillende puzzelstukjes een nieuwe mooie puzzel samengesteld? Is er sprake van een brei, of een fusie? Van een generatiekloof of een -klik? In dit deel aandacht voor de grote uitdaging die er voor onze jeugd ligt om de wijsheid van hun voorouders te benutten en om de problemen die generaties lang zijn doorgegeven op te lossen.

Zou het niet geweldig zijn als wij als mens in staat zouden zijn om ons te bevrijden van de gruwelen van het verleden? Dat wij geen oorlogen meer voeren, omdat wij hebben gezien dat oorlogen alleen maar voordeel opleveren voor de wapenhandelaren en de grote machthebbers in de wereld, die het gewone volk bespelen? Dat wij inzien dat sommige eeuwenoude tradities zoals bloedwraak en eerwraak alleen maar meer ellende opleveren en dat wij besluiten te breken met deze tradities? Ik noem nu zeer zware problemen, maar het kan ook om allerlei tradities, normen en waarden gaan die binnen een bepaald gezin heersen.  


Fouten uit het verleden
Het is geen illusie om te breken met tradities, groot of klein, het is mogelijk. Elk mens is in staat om de fouten uit het verleden te corrigeren en om aan zijn eigen kinderen andere, bevrijdende waarden en normen door te geven. In deze tijd van bewustwording moeten wij ons realiseren dat wij onze kinderen kunnen behoeden voor de fouten die wij hebben gemaakt. Niet door hen te beschermen of te beperken, maar door hen de begeleiding en vervolgens de ruimte en het vertrouwen te geven om zich te kunnen ontwikkelen naar eigen mogelijkheden.


Als ik binnen mijn eigen biculturele gezin kijk, zie ik dat onze kinderen ondanks de soms bijna onoverbrugbare tegenstellingen tussen mijn man en ik een eigen weg hebben gekozen om hiermee om te gaan. Ze neigen soms naar het een, soms naar het andere, maar nog vaker gaan ze er heel anders en met een grote souplesse mee om. Zo heb ik van huis uit, vermoed ik, de graag aan de verwachtingen willen voldoen-factor mee gekregen. Ik wil graag aardig gevonden worden. Ik voel mij enorm verantwoordelijk voor het wel en wee van andere mensen. Ik draag soms de last van de hele wereld op mijn schouders. De vader van mijn kinderen heeft echter ‘lak’ aan anderen. Het interesseert hem echt niet wat anderen van hem denken. Hij voelt zich in hoge mate verantwoordelijk voor zijn eigen gezin en zijn familie, maar voelt zich niet geroepen de wereld te redden.  




Blending
Onze kinderen hebben dat relaxte van hun vader, de een wat meer dan de ander. Ze hebben een zelfvertrouwen dat hen door de puberteit heeft geloodst zonder grote noemenswaardige problemen, Godzijdank. Wat ze van mijn genen hebben overgenomen is dat ze stuk voor stuk sociaal en inschikkelijk zijn en zich makkelijk aanpassen in verschillende situaties. Ze hebben onze beide beste kanten door elkaar gemixt en hebben er een smakelijke milkshake van gemaakt.


Bij zo’n blending gaat er ook wel eens wat mis overigens. Als dat niet zo was, viel er niets meer te leren. Zo komen alle vier de kinderen bijna dagelijks net niet te laat, net als hun vader. Zo hebben drie van de vier best wel eens last van faalangst, terwijl dit helemaal niet nodig is, net als hun moeder. Daarnaast zijn er ook nog zaken die nog niet uitgekristalliseerd zijn. Mijn man heeft bijvoorbeeld de concurrentie-factor mee gekregen. De broers in het gezin hebben lang geprobeerd elkaar te overtroeven, om in de gunst bij de ouders te komen. De ouders hebben duidelijk hun voorkeur laten blijken voor de een of de ander, wat tot jaloezie en soms zelfs wrok heeft geleid. Bij ons thuis was er sprake van volledige gelijkwaardigheid. Mijn ouders hebben nooit een van de kinderen voorgetrokken. Ikzelf heb dit overgenomen van mijn ouders: ik heb gewoon geen voorkeur. Mijn man steekt zijn voorkeur niet onder stoelen of banken, alhoewel hij veel minder uitgesproken is dan zijn ouders en hij zijn lieveling niet voortrekt. De grap is dat de andere kinderen die voorkeur zelfs benutten door hun zusje in te zetten om dingen gedaan te krijgen. In elk geval hoop ik dat mijn kinderen dit ‘voorkeursgedrag’ niet zullen kopiëren en plakken. Dat ze de andere kant hebben gezien, zou hun hierbij ‘over de drempel’ kunnen helpen. De keus is echter aan hen.

Een generatie helen
Ik denk dat elk mens elke dag weer de mogelijkheid heeft om te breken met belemmerende tradities of belemmerend gedrag. De kunst is dat de mens dit doet zonder de anderen in de familie voor het hoofd te stoten. Hij moet ervoor zorgen dat oude puzzelstukjes die niet meer passen, vernieuwd worden, zodat de puzzel weer héél wordt. Verder moet de mens de woorden van de wijzen onder zijn voorouders herinneren waar hij ook is, omdat hij is wie hij is mede dankzij hen en hun genen. Als de mens deze klik kan maken, heelt hij zichzelf en zijn generatie en maakt hij de wereld weer een stukje beter en beschaafder.

Lees ook deel I de generatiekloof

woensdag 17 september 2014

De eigen identiteit: de generatiekloof (deel I)

Is er sprake van een generatiekloof tussen de eerste, tweede en derde generatie moslims in Nederland of hebben de jongere generaties van de verschillende puzzelstukjes een nieuwe mooie puzzel gemaakt? Is er sprake van een brei, of een fusie? Van een generatiekloof of een -klik? In dit deel aandacht voor de veranderende samenleving en de eigen identiteit.


Jongeren die opgroeien tussen twee culturen. Jaren geleden waren er tig discussieprogramma’s op radio en tv over jongeren die op straat en op school heel ander gedrag vertoonden dan thuis. De Nederlanders gingen er terecht van uit dat de meeste moslimpubers er eigenlijk graag bij wilden horen. Ze wilden net zo vrij zijn als de Nederlandse jeugd. Zij wilden het liefst ook muziek luisteren, zij wilden ook verkering, zij wilden ook uitgaan. Een aantal jongens wilden nog meer. Zij droomden van het grote geld dat zij op een makkelijke, snelle manier konden verdienen. Ze kwamen vaker in aanraking met de politie dan de gemiddelde Nederlander. De ouders keken machteloos toe. Het was de schuld van de school, de schuld van de maatschappij, de schuld van de politie, etc. De meisjes droomden waarschijnlijk van dezelfde dingen, maar hun grootste droom was die van onafhankelijkheid. De makkelijkste weg om die te bereiken was door te studeren.



Tijden veranderen
Maar tijden zijn veranderd. Vooral na 11 september. Doordat de ‘verkaasde’ jongeren in de gaten hadden, dat ze ondanks hun aanpassing, er eigenlijk nog steeds niet ècht bij hoorden, verlangden ze naar een eigen identiteit. Ze beseften dat ze nooit maar dan ook nooit hun eigen afkomst konden verloochenen. Hun roots waren belangrijk. Er was echter nog iets anders wat daar nog bovenuit stak. De verdwaalde jongeren en zij die hun afkomst trouw waren gebleven, realiseerden zich, dat zij bovenal moslim waren. Het werd een houvast voor veel jongeren. Sommigen zagen de religie als de manier om zich af te zetten tegen de samenleving, anderen vonden een ongelooflijke rust in het geloof zoals ze niet eerder hadden ervaren. Eenmaal gekozen voor de moslimidentiteit verdwenen de hormonale verlangens naar de achtergrond.


De samenleving maakt zich zorgen over de verschillende groepen jongeren. Zij die criminele activiteiten ontplooien, aangezien zij vaker in aanraking komen met de politie dan de gemiddelde Nederlandse autochtoon.  En zij die zijn doorgeschoten in de naleving van de regels van de islam. Regels die in feite slechts 10 procent van het geloof uitmaken, maar voor deze jongeren eerder 90 procent beslaan. Eigenlijk kunnen we daarmee stellen dat ook deze jongeren zijn ontspoord. En opnieuw kijken de ouders toe en doen alsof hun neus bloedt, alsof zij deze kinderen niet eigenhandig hebben opgevoed.




Krampachtig
Toch denk ik dat we als samenleving niet al te krampachtig tegenover deze jongeren moeten staan. Als ik denk aan mijn eigen jeugd, woonden er een paar flinke deugnieten in de buurt. Deugnieten is zwak uitgedrukt, het waren gewoon rotjongens, die bushokjes kapot maakten, brievenbussen vernielden, in de struiken van voortuinen sprongen totdat de takken afbraken, cocaïne snuifden, met hun brommers rondscheurden, brutaal en grof waren en vaak op het hoekje van de straat stonden. Maar uiteindelijk zijn die jongens stuk voor stuk getrouwd en werden het allemaal keurige burgers, uitzonderingen daargelaten. Welnu, ik ga er vanuit dat de meeste moslimjongeren die nu op het verkeerde pad zijn of juist zijn doorgeschoten op het ‘goede pad’ uiteindelijk ook allemaal tot bezinning zullen komen. Ze zijn pubers die nog te veel bezig zijn met overleven en die hun weg nog moeten vinden, zowel in de samenleving als wel in de wereld. Het zijn wel jongeren die begeleiding behoeven van de juiste personen. Het zijn jongeren die voorbeeldfiguren nodig hebben, vanuit hun eigen gemeenschap en op scholen.


Ik denk dat de samenleving te ver is doorgeschoten met het feminisering. Als twee jongens nu op de vuist gaan, kan je er van uitgaan dat één van hen aangifte zal doen bij de politie. Als het ene kind het andere kind bij de kruis vat - zoals jongens uit baldadigheid soms doen - dan volgt er heden ten dage een heel traject waarbij jeugdhulpverlening wordt ingeschakeld. Vroeger gaf je zo’n ventje een schop onder zijn achterste of een dreun in zijn gezicht en dan was de affaire geregeld. Op school wordt het personeel op het hart gedrukt om elke misstap van elk kind te noteren in een aparte map. Als een personeelslid iets vermoedt van mishandeling of misbruik moet dit meteen gemeld worden bij de juiste instantie. Nu is zo’n melding in sommige gevallen zeker een noodzaak, maar een misverstand, miscommunicatie of misgunnen kunnen heel grote en onwenselijke gevolgen hebben, zoals een uithuisplaatsing.


Ruimte nodig
Elke jongere bevindt zich in zijn puberteit tussen twee culturen, de cultuur op straat en de cultuur thuis. Voor de moslimjongere houdt dat een dubbele moeilijkheid in. Ik pleit daarom voor ruimte voor elke jongere om ‘zijn eigen spel’ te ontwikkelen op het voetbalveld van het leven, met aan de zijlijn zijn ouders als  trainer en coach. In het volgende deel ga ik in op de uitdaging van het leven met en tussen verschillende culturen.

Lees ook deel II de generatieklik

zaterdag 2 augustus 2014

‘Ontwortelde’ kinderen

Johny doet een oproep in het tv-programma ‘Vermist’. Hij zoekt zijn vader. 22 jaar geleden is hij uit huis geplaatst en kwam hij in een pleeggezin terecht. De laatste woorden van zijn vader waren: “Op een dag zoek je mij weer op.” En die dag was aangebroken.


De vader was een woonwagenkampbewoner. De moeder bleek een alcoholist die haar kind verwaarloosde. Toen vader ook nog in de gevangenis belandde,  greep jeugdzorg in en haalde het kind weg. Vader heeft zijn kind nog één keer mogen zien en was het daarna voorgoed kwijt. Vader heeft uiteindelijk een nieuw gezin gesticht in de buurt van zijn zussen in het woonwagenkamp. Wat is de reden dat het kind weg gerukt is uit zijn eigen omgeving? Waarom werd het kind niet bij een van de tantes ondergebracht? Waarom mocht het kind zijn vader niet meer zien? Ik vind het echt een schande, wat de vader en het kind is aangedaan. “Ik heb mijn vader nodig,” gaf de nu 26-jarige Johny aan. Gelukkig konden ze elkaar vervolgens in de armen sluiten.

Spoorloos
Het programma ‘Spoorloos’ toonde twee Koreaanse geadopteerde jonge mensen, Jiska en Melchior, die op zoek zijn naar hun vader in Korea. Ze vertelden elk, los van elkaar, hun verhaal. Namelijk dat zij beiden aan de drugs geweest zijn. De oudste, Melchior, was vier jaar oud toen hij in Nederland terecht kwam en wist zich nog een aantal zaken te herinneren. Zoals dat hij in het kindertehuis op de vloer sliep. In elk geval voelden beiden zich ‘ontworteld’, uit hun eigen omgeving weg gerukt. Ook deze moeder bleek na de geboorte van de tweede de kinderen flink te verwaarlozen. Achteraf vermoedt vader een postnatale depressie en heeft hij spijt van alles wat er gebeurd is, maar toen vond hij haar een slechte moeder en zij werd weg gestuurd. Omdat hij werkte, werden de kinderen  eerst ondergebracht bij zijn ouders,  maar hij wilde hen niet tot last zijn en stond zijn kinderen af, zonder dat zijn ouders dat wisten. Terugblikkend zegt hij dat ook hij een slechte vader was geweest.

Schreeuw om hulp
Het gaat er mij niet om wie wel of niet schuldig was en of de kinderen terecht of niet uit huis werden geplaatst of ter adoptie werden afgestaan. Gedane zaken nemen geen keer. Het gaat mij erom, dat instanties er zoveel mogelijk voor dienen te zorgen dat een kind binnen het eigen gezin kan opgroeien. Lukt dat niet, dan bij een familielid. Lukt dat niet, dan bij een kennis. Alles moet op alles gezet worden, dat het kind in zijn of haar eigen omgeving, dorp, stad, land kan blijven. Het is niet voor niets dat zo veel jongeren trachten weg te lopen uit de (gesloten) instellingen. Dat is een schreeuw om hulp, om aandacht, om liefde en geborgenheid. De geborgenheid van de eigen omgeving.

Iemand die ontworteld is, heeft namelijk geen ‘vaste grond onder de voeten’, die zal ongelukkig zijn en waarschijnlijk zonder enige vorm van therapie of andere ondersteuning ook blijven als die wortels te abrupt zijn afgehakt. Programma’s als ‘Vermist’ en ‘Spoorloos’ maken dit op pijnlijke wijze duidelijk als kind en ouder elkaar weer in de armen sluiten.

Kind straffen alsof het fout is geweest
Als ik dit soort programma’s zie, besef ik des te meer dat elk mens zijn of haar geschiedenis moet kennen en dat elk kind het beste gedijt in zijn of haar eigen natuurlijke omgeving. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, waarin een kind wel gered moet worden,  en waarin een kind zo ver mogelijk uit het zicht moet blijven van een vader of moeder. Maar zelfs dan zou ik zeggen, dat degene die het kind heeft mishandelt, verwaarloost of iets dergelijks, weg gerukt moet worden uit de omgeving, maar niet het kind zelf. Dat is het kind straffen alsof het schuldig is geweest.

Veiligheid en geborgenheid
Uithuisplaatsingen vinden nog steeds plaats. En nog steeds raken kinderen ‘ontworteld’. De Raad voor de Kinderbescherming, die tot taak heeft kinderen te beschermen, zou niet alleen gericht moeten zijn op korte-termijn-oplossingen, wat over het algemeen het bieden van veiligheid voor het kind behelst. Men zou veel meer gericht moeten zijn op de lange termijn, waarbij naast veiligheid ook gekeken wordt naar geborgenheid:  de eigen familie, de tradities, normen en waarden en de vertrouwde omgeving. De wortels moeten niet afgehakt, maar gevoed worden.  

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het digitale magazine van De Stem van de Ummah

dinsdag 15 juli 2014

Van pestkop naar leider

Brutale Mohamed, hondsbrutale Mohamed moest weer eens bij de directeur verschijnen. Zodra hij binnenkwam, na keurig aangeklopt te hebben, smolt ik al voor zijn beleefdheid. Die was van een bescheidenheid die niets met schijnheiligheid van doen had. Die beleefde, heel ingetogen kant had hij namelijk ook. Maar nu was het zaak dat hij ook voor mijn beleefdheid zou smelten. Hij was zeker gevoelig voor de wijze waarop ik op hem inpraatte. Ik maakte hem duidelijk dat hij als populaire jongen in de groep, de groep kon optillen of neerhalen. Ik vroeg hem of hij wel besefte dat hij leiderskwaliteiten had. 

Hij zat in groep 6 toen hij begon te puberen en nog regelmatiger bij mij op de stoep stond. De ene keer was hij grof geweest tegen de juf, de andere keer had hij Nordien weer eens gepest. Volgens mij kon hij de gesprekken met mij wel waarderen, want de paar keer dat ik vervolgens moest invallen in geval van ziekte, had ik van Mohamed geen last, in tegenstelling tot een paar andere kinderen, die mij gewoon niet moesten. Ik was immers hun eigen juf niet, en dan moest je weg gewerkt worden.

"Minder lief, minder jonge, minder mooi"
Ik heb ooit een voor een groep 4 gestaan halverwege het schooljaar die mij in het begin duidelijk maakten dat ik "minder lief, minder jong en minder mooi" was dan hun eigen juf. Compliment voor de juf, zullen we maar zeggen, die overigens ook menig lente jonger en - eerlijk is eerlijk - ook mooier was. Verder moest ik met hen vooral leuke dingen doen. "Zoals wat?" vroeg ik ze. "Zoals met ons naar Walibi gaan," was het antwoord. "En wie gaat dat betalen?" vroeg ik naïef. Hun antwoord was glashard: "Jij moet dat betalen." Ik lachte, maar dat verging me, want zij waren bloedserieus. Het duurde een paar maanden voordat ze mij accepteerden. Zure maanden voor de verwende juf die ik jarenlang was geweest, toen ik nog een vaste groep had.

De trouw aan de leerkracht van die kinderen is ongelooflijk. Er waren natuurtalenten van onderwijzers bij op de laatste school waar ik werkte, waarbij de kinderen zo zoet als lammetjes door de klas dartelden. Maar zodra de juf er een dag niet was, waren de rapen gaar. Dan waren niet zij, maar was de invaller het lam dat naar de slachtbank geleid moest en zou worden. En ik overdrijf niet. 

'Leuk doen' of 'leuk zijn'
De kinderen voelen vaak haarfijn aan als iemand 'leuk wil doen' of gewoon 'leuk is'. Kinderen weten prima of je authentiek of nep bent. Minder goed kunnen ze aanvoelen dat je misschien een beetje aan het zoeken bent naar de juiste toon, omdat je de groep niet kent. En dat is wel eens jammer geweest voor menig gekwalificeerd didacticus met goede intentie die in tranen het klaslokaal verliet. Dan kon de directeur, de intern begeleider of een leerkracht van het lokaal ernaast de kinderen wel streng toespreken, waardoor ze even helemaal onder de indruk, en vol begrip en medeleven waren, maar die had zijn of haar hielen nog niet gelicht, of de pruillipjes verdwenen en de kinderen gingen alweer op in het spannende spel van 'kijken hoe ver we kunnen gaan'. 

We hebben geprobeerd het te verklaren. Waar komt dat gedrag vandaan? Waarom is het moeilijk om orde te houden bij de kinderen? Ligt het aan de opvoeding? Ja, deels. Het kan om verwaarlozing gaan of juist overdreven prinsjesverheerlijking. Het kan om tuchtiging gaan of om doodknuffelgedrag. Bij dat laatste gedrag - van die ouders die slecht gedrag van hun kinderen altijd goedpraten of ontkennen "mijn kind doet zoiets niet"-  moet ik altijd denken aan het lugubere verhaal van de jongeman die de doodstraf kreeg met als laatste wens was om zijn moeder nog iets in te fluisteren Zij boog zich naar hem toe en hij beet vervolgens haar oor af. Zij had hem namelijk altijd de hand boven het hoofd gehouden.

Wie is de baas?
Volgens psycholoog Gerard Weijde van de Kanjertraining veroorzaken moslimkinderen geen grotere ordeproblemen dan andere kinderen, in antwoord op de vraag die weleens stiekem door mijn hoofd speelde. "Kinderen in het algemeen willen gewoon graag dat de leerkracht de leidersrol op zich neemt, ze willen weten wie de baas is," legde hij uit tijdens de training. "Als de leerkracht die rol niet op zich neemt, zal er wel een kind in de groep opstaan. En dan lopen kinderen achter hem of haar aan."  Volgens Gerard gaat het er om dat het kind, pester of gepeste, moet leren op zichzelf te vertrouwen. Daar zijn oefeningen voor. Ik geloofde in zijn pedagogische aanpak, vooral omdat ook het gepeste kind leerde uit zijn slachtofferrol te komen. Niemand speelt de baas en niemand doet zielig, zegt de Kanjertraining. Daarom nodigde ik hem uit op onze school.




Ik was er getuige van dat het bij Mohamed én bij Nordien tot een doorbraak kwam. De ouders waren ook uitgenodigd. Dat was bedoeld zodat ze met eigen ogen konden zien hoe hard of zielig hun kinderen konden zijn, maar ook hoe zelfverzekerd hun kinderen konden worden. Tevens werden de ouders betrokken bij de groepssessie, omdat ze hun eigen kind moesten complimenteren en soms ook omdat ze goed gedrag moesten voordoen. 

Wie heeft wel eens gepest?
Er werd in de groep gevraagd welke kinderen wel eens pestten. Kinderen zijn heel eerlijk en staken braaf - of juist heel stoer met veel bravoure - hun handen in de lucht. Toen er gevraagd werd, wie er gepest werd, werd er inderdaad naar Nordien gewezen. Daarna wilde Gerard weten of er iemand was die Nordien wilde helpen om niet meer gepest te worden. Dat wilde Mohamed wel doen, precies zoals wij hadden gehoopt.

Hij moest Nordien eerst de huid vol schelden, net zoals hij anders deed. Dat lukte aardig. Eerst was hij nog voorzichtig, maar daarna brak de spreekwoordelijke hel los. Ohhhh, zag je de moeders denken. Nordien kromp ineen. Toen greep Gerard in. Hij vertelde Nordien hoe hij nu beter kon reageren als er zo gescholden werd. Hij nam de tips aan en deed moedige pogingen om rechtop te blijven staan, maar Mohamed liet niet los. De mama van Nordien werd er bij gehaald. Zij moest het nu voordoen. Gerard schold de moeder uit, en moeder gaf hem duidelijk te kennen dat zij hier niet van gediend was. Daarna was Nordien aan de beurt. Hij stond daar, fier, rechtop, helemaal in zichzelf gelovend. Zijn ogen blonken. Mohamed had geen schijn van kans. De aanwezige vrouwen in het lokaal, inclusief ikzelf, pinkten allemaal een traantje weg. Dit was zo ongelooflijk mooi, beter dan Spoorloos, omdat het live was.
En werkelijk waar, nadien liep Nordien met opgeheven hoofd door de school en steeds vaker mocht hij mee spelen als hij daarom vroeg.

Gewoon stoer
De geboren leider Mohamed gedroeg zich steeds verantwoordelijker. Hij gooide zijn masker af. Want in feite moest ook Mohamed leren om in zichzelf te geloven. Hij had de groep niet langer nodig om stoer gevonden te worden. Hij was gewoon stoer.

De namen zijn gefingeerd.

zondag 13 juli 2014

Moederschap: "Alsof ik opnieuw mijn kinderen in de steek liet"

Hoe kan God naar je luisteren, als je niet eens naar jezelf luistert

Tot vier keer toe ben ik bevallen van een mooi, gezond kind en tot vier keer toe besloot ik om na het verlof weer aan de slag te gaan. Weliswaar werkte ik wel minder uren, maar toch was ik de helft van de werkweek niet thuis. Ik bracht mijn kinderen naar de oppas of naar de opvang. Ik kan mijzelf nu zoveel jaren later van alles kwalijk nemen, maar dat zal niets aan het verleden kunnen veranderen. Wel kan ik proberen terug te keren naar die pijn van toen, met als doel deze eindelijk eens te kunnen verwerken. Want pijn had ik, en geen klein beetje ook. Ik stopte het alleen heel diep weg, om te kunnen overleven. Wat ik niet besefte is dat die pijn mij jaren later nog zou achtervolgen.


Elke samenleving is in principe opgebouwd uit gezinnen, uit een gezinseenheid van man, vrouw en hun kinderen. Hoe sterker deze eenheid is, hoe sterker de structuur van de samenleving is. Gezinnen vormen daarom het fundament waarop de maatschappij wordt gebouwd. Voor de ontwikkeling van sterke gezinnen, hebben we sterke vaders en sterke moeders nodig. Vooral de moeder speelt een sleutelrol binnen elk gezin. Zij is de spil waar het allemaal om draait. Zonder de moeder - ik ben me ervan bewust dat ik veralgemeniseer - is er geen opvoeding, geen verzorging, geen maaltijd, geen liefde, aandacht, veiligheid, stabiliteit en rust in huis.

Wij vrouwen houden werkelijk alle ballen in de lucht

Maar op de een of andere manier is de rol van de moeder in grote delen van de wereld veranderd. Dit heeft te maken met het onderwijsprogramma, dit heeft te maken met beeldvorming. Wij vrouwen leren dat het belangrijk is om onafhankelijk te zijn, om op eigen benen te kunnen staan. Wij vrouwen leren dat de combinatie van gezin en werk heel goed mogelijk is. Dus als we zwanger raken en we bevallen, dan gaan we na twee, drie maanden alweer aan het werk. Het kind wordt achtergelaten bij familie, de oppas of bij de opvang. Wij vrouwen worden aangemoedigd carrière te maken. Wij hebben de neiging om ons extra in te zetten op het werk op de dagen dat we werken. Wij vrouwen houden werkelijk alle ballen in de lucht: kinderen verzorgen, kinderen naar school brengen, met de auto op naar ons werk, alles geven op het werk, weer in de auto stappen, kinderen ophalen, eten koken, huishouden doen en 's avonds het manlief naar de zin maken. We hebben zo'n enorme oerkracht en overlevingsdrang dat we de wereld aan kunnen.

Wat had ik het zwaar, als ik mijn kinderen naar de oppas of opvang bracht

Ik ben zelf ook zo gebrainwasht. Ik ben zelf ook zo'n moeder geweest die maar van geen ophouden wist. Ook al nam ik een half jaar ouderschapsverlof op, ook al waren het maar twee of drie dagen dat ik werkte, ik ging gewoon vrolijk weer aan de bak en deed mijn stinkende best op het werk. Wacht, als ik de film terug speel kan ik het woord vrolijk maar beter schrappen. Want wat had ik het zwaar als ik mijn kinderen naar de oppas of opvang bracht. Zij waren in tranen, ik verbeet mijn tranen en wachtte tot ik in de auto zat. Maar als ik dan in mijn eentje weg reed, weg van mijn kind, brak mijn hart en kwamen de waterlanders alsnog. Het verdriet kwam vanuit mijn tenen, of beter gezegd vanuit mijn baarmoeder. 

En wat had ik het zwaar als de oudere kinderen niet op tijd klaar stonden om naar school te gaan, zodat ik op tijd op mijn werk kon zijn. Ik heb zitten schreeuwen tegen ze in de auto, als we weer eens laat waren, totdat ze een keer tegen me zeiden, dat ze liever hadden dat ik ze sloeg dan dat ik zo schreeuwde. Toen heb ik mezelf tot de orde geroepen. 

Ik heb er niet naar geluisterd, naar dat moederinstinct. Ondanks het feit, dat ik mijzelf wel schuldig voelde, begroef ik dat schuldgevoel eerst in mijn kussen tezamen met de tranen en vervolgens diep onder de grond en bedacht ik allerlei verontschuldigingen voor mezelf. Ik kon toch niet anders? Ik moest toch werken? Ik moest toch mijn man ondersteunen? Waar moesten we anders van leven? Alle werkende moeders moesten toch door deze fase heen vroeger of later? Zo is het leven, toch? 

Die kleine littekens op het hart doen iets met een mens

Wat ik mij niet realiseerde is, dat ik door het ontkennen van mijn tranen, het ontkennen van mijn fitra - mijn intuïtie en instinct - kleine littekens op mijn hart heb gecreëerd. Ik luisterde niet naar mezelf, naar mijn diepste wensen. Ik deed slechts wat er van mij verwacht werd. En dat terwijl ik als kind zo eigenwijs was. "Jij gaat toch altijd je eigen gang," placht mijn vader dan te zeggen. En hij had gelijk. Toen wel.

Die kleine littekens op het hart doen iets met een mens. Want vanuit het hart wordt het bloed het lichaam ingepompt. What comes around goes around. Het negeren van mijn gevoelens ging door de jaren heen zijn tol eisen, op de werkvloer, maar ook lichamelijk. Ik raakte bijvoorbeeld mijn vrouwelijke vormen kwijt, doordat ik zo hard werkte. De kilo's vlogen eraf. Anderen zouden er blij mee zijn, maar ik ben liever volslank dan mager. 

Die vermagering begon na de geboorte van mijn oudste zoon. Na het zwangerschapsverlof zocht ik een oppas voor hem, maar er was geen klik met de eerste. Hij huilde er alleen maar. De tweede oppas vond het niet leuk dat mijn zoontje nog niet kon lopen en dat hij een beetje bang was voor haar zoontje. De derde oppas raakte zwanger. De vierde oppas liep weg bij haar man. Moet ik nog doorgaan? 

Ik kon gewoon geen orde meer houden. Ik was hèt kwijt

Op de werkvloer ging het ook mis, maar dat was pas na de geboorte van de jongste. Was ik als leerkracht altijd zelfverzekerd geweest, na het ouderschapsverlof van mijn jongste raakte ik dat gevoel kwijt. De kinderen in de klas voelden het haarfijn aan. Ik kon gewoon geen orde meer houden. Wat ervoor een vanzelfsprekendheid was, was dat niet meer. Ik was hèt kwijt. Op mijn verzoek kwam de intern begeleider observeren bij het lesgeven, maar die zei dat er niks mis was met mij. Ik deed het goed. Maar het bleef bij mij knagen, dat de kinderen steeds weer de grenzen opzochten. Ik leed eronder. 

Totdat ik besloot dat het anders moest. Aangezien anderen wel tevreden waren over mijn werk, besloot ik op zoek te gaan naar een andere baan. Gelukkig heb ik toen wel naar mezelf geluisterd. Maar dat was meer omdat ik vond dat kinderen recht hadden op een juf die orde, gezag en liefde uitstraalde.

Ik raakte oververmoeid van de slapeloze nachten, omdat mijn gedachten maar door bleven malen

Ik had geluk, dat ik binnen twee jaar een andere baan vond. Ik kon aan de slag als directeur van een basisschool. Vol ambitie, goede moed en nieuwe energie ging ik aan de slag. Ik was vast van plan om de kinderen, die soms uit achterstandsbuurten kwamen, een plek te bieden waar zij vol zelfvertrouwen aan hun talenten konden werken. Ik was en ben er van overtuigd dat kinderen pas goede resultaten leveren als zij zichzelf kunnen zijn. Hiertoe waren sociale vaardigheden en inzicht in zichzelf en hun gedrag ten opzichte mens, dier, natuur, materie en omgeving van groot belang. 

Maar het bovenschools management dacht er anders over. De resultaten kregen alle prioriteit. Alles moest en zou daarvoor wijken. Toen ik mij realiseerde dat er niet naar mij geluisterd werd, is er iets in mij geknakt. De teamleden leken ook niet meer naar mij te willen luisteren. Ik kreeg allerlei lichamelijke klachten en raakte oververmoeid van de slapeloze nachten omdat mijn gedachten maar door bleven malen.

De oude wonden in mijn hart werden weer open gereten

Pas nu begrijp ik dat destijds de oude wonden in mijn hart weer werden open gereten. Alsof ik opnieuw geen 'moeder' kon en mocht zijn. Alsof ik opnieuw mijn kinderen in de steek liet. Pas nu, anderhalf jaar na mijn afscheid, begrijp ik waar de pijn die ik voelde toen 'men' niet naar mij wilde luisteren, vandaan kwam. Ik hoefde verder niemand de schuld te geven. Ik was mijn eigen vijand. Als je niet luistert naar je eigen gevoel, naar je eigen instinct, zullen de mensen ook niet naar je luisteren en zal God ook niet naar je luisteren.

Alhoewel ik mij verantwoordelijk voelde voor de school, de kinderen, de ouders en het team, leek het mij beter om mij aan de belofte te houden die ik aan mezelf gedaan had, toen ik met het werk begon, namelijk dat mijn gezondheid er niet onder mocht gaan lijden. Ik trad in overleg met het bovenschools management en wat bleek: ze wilden graag van me af. We kwamen tot een regeling. 

Jarenlang heb ik geroepen dat ik eigenlijk niet zo'n moeder-moeder ben

Jarenlang heb ik geroepen dat ik eigenlijk niet zo'n moeder-moeder ben. Dat ik niet geschapen ben om thuis te blijven voor het huishouden en de kinderen. Gelukkig nemen mijn kinderen mij niets kwalijk. Los van elkaar hebben ze gezegd, dat ze tevreden zijn met mij als moeder en dat ze niets aan me wilden veranderen, behalve dat ik soms wat minder gestoord mag doen ;)  God weet hoe dankbaar ik hiervoor ben. 

Mijn verstand zegt, dat ik het mezelf niet kwalijk moet nemen dat ik destijds voor de combinatie gezin-werk koos. Het is gegaan zoals het is gegaan. Het is verspilde energie om mijzelf verwijten te maken. Het verleden kunnen we niet veranderen. Ik kan nu alleen maar zeggen, dat ik mijn instinct als vrouw en moeder niet opnieuw zal negeren, inchAllah. 

Tot zover de ratio. Maar mijn gevoel beweert iets anders vrees ik. Ik denk dat ik het mezelf nog steeds niet vergeven heb. Want waarom voel ik anders de tranen opborrelen bij het opschrijven, lezen of uitspreken van het woord vergeven?   

De aandacht van de zorgzame en liefdevolle moeder die ik ben 

Lichaam en ziel hebben veel tijd nodig om te helen. Het is grotendeels gelukt, maar ik heb nog een paar littekens te gaan, die meer tijd, liefde en aandacht nodig hebben. De aandacht van de zorgzame en liefdevolle moeder die ik ben. 

donderdag 26 juni 2014

11 manieren om van je kind een dankbaar mens te maken

“Dank je wel voor het eten, mamma, het heeft vandaag heel goed gesmaakt.”
“Dank je wel voor mijn nieuwe speelgoed.”
“Dank je wel voor het voorlezen.”
“Dank je wel grote broer dat je samen met mij ging voetballen.”
Als kinderen zulke uitspraken doen, mag je je als ouder dankbaar voelen. Dankbaar, dat zij waarderen wat zij hebben en wat anderen voor hen doen. En dat ze begrijpen dat dankbaarheid tonen liefdevol en belangrijk is. Dankbaar, dat wat je als ouders hebt 'voorgeleefd' zijn vruchten begint af te werpen.


Hoe krijg je het voor elkaar om van je kind een dankbaar mens te maken? Duidelijk is, dat waardering niet wordt aangeleerd in één lesje bewustwording. In principe gaan de lessen de hele dag door. En het gaat niet alleen om het aanleren van waardering voor materiële zaken. Het is ook van belang dat kinderen ervaringen en andere mensen leren waarderen. Vooral de maand Ramadan leent zich ervoor om dankbaarheid te tonen en aan te leren. Daarom zijn hier 11 tips om van je kind een dankbaar mens te maken. 
1. Bedank je kind – Net als met 'respecteer om gerespecteerd te worden' leren kinderen te waarderen als ze zelf gewaardeerd worden. Dank je kind voor het afruimen van de tafel, voor het oppassen op zijn kleine zusje, voor geduldig afwachten tot je klaar bent met je telefoontje. Bedank je kind als hij zichzelf blijft in een bepaalde situatie. Toon hem hoe het is om gewaardeerd te worden en laat hem ervaren dat zijn pogingen om goed te doen of geduldig te zijn worden gewaardeerd. Laat hem horen hoe dankbaarheid klinkt en hoe makkelijk het is om dit te integreren in zijn dagelijks leven. 
2. Laat hem horen hoe jij anderen bedankt – Onze kinderen leren zo veel door ons te observeren. We kunnen onze kinderen wel vertellen dat ze dankbaar moeten zijn, maar het is veel krachtiger en effectiever als je het laat zien. Vertel je kind wat een buurman, kennis of vreemde deed en maak duidelijk hoe zeer je dit waardeert. Laat je partner blijken dat je haar of zijn kookkunsten, hulp in het huishouden en zijn of haar rol als ouder waardeert in bijzijn van de kinderen. Op deze manier leren kinderen dat niet alles wat een ander doet vanzelfsprekend is, en dat er ook waardering tegenover mag staan als je doet wat van je verwacht wordt.  
3.  Geef je kind niet alles wat hij wenst - Het is een cliché om te zeggen dat kinderen die alles krijgen niets waarderen, maar er zit zeker een grond van waarheid in. Als ouder heb je de neiging om elke keer als je samen naar de winkel gaat, even een kleinigheidje voor je kind te kopen. Maar als je kind daarna blijft zeggen: "Geef me dit, geef me dat," en bovendien moeite heeft om zijn speelgoed af te staan aan anderen, moet je je wel zorgen maken over deze verwennerij. Zorg er voor, dat je kind opmerkt dat hij de ene keer wel iets krijgt en de andere keer niets. Hierdoor zal hij vaker zijn waardering uitspreken op de momenten dat hij wèl iets krijgt.

4.  Geef hem de dingen die hij nodig heeft, en biedt mogelijkheden om de dingen te verdienen die hij graag wil -  Iets verdienen kan vele vormen aannemen. Het kan gaan om een beloning voor het behalen van een bepaald doel, of zakgeld voor bepaalde klusjes. Zelfs als je geen zakgeld aan klusjes wil verbinden, kan je extra geld beschikbaar stellen voor de extra's die hij wil. Zo leert hij dat je hard moet werken om plezier te kunnen maken of om iets te kopen dat je graag wil hebben. 
5.  Beloon op redelijke wijze -  Er is niet veel voor nodig om kinderen blij te maken, maar als ze telkens grote beloningen ontvangen, neigen ze eerder naar een materialistische levenswijze. Als je je kind zakgeld geeft, houdt het bedrag dan laag. Als een kind nog heel jong is, en leert om zindelijk te blijven, beloon hem dan met een mooie sticker in plaats van speelgoed of geld. Bewaar de grote beloningen - zoals computerspellen, of een uitstapje naar een pretpark, voor een speciale gelegenheid, zodat het waarde blijft houden.

6. Maak het duidelijk als het kind ondankbaar is - Als je kind ondankbaar is, maak het dan geen verwijten: "Wat ben jij een ondankbaar kind!" Je laat het hem of haar op een vriendelijke manier weten: "Je gaat er vanuit dat je hier recht op hebt, of dat dit zo hoort, maar zo werkt het niet."  Als bijvoorbeeld een kind klaagt dat hij het eten niet lekker vindt, zeg je bijvoorbeeld: "Ik denk dat wat je bedoelt te zeggen is dat je mamma bedankt dat ze vandaag gekookt heeft." Dit zet ze vaak weer op het goede spoor. Het is belangrijk dat ze bewust worden van het werk wat er aan het koken besteed is, en dat ze dat mogen waarderen, of ze het eten nu lusten of niet. Zei onze profeet, vrede zij met hem niet, dat je niet mag klagen over het eten? Als hij iets niet lustte, klaagde hij nooit, maar dan at hij er niet of maar een beetje van. 
7. Doe iets terug voor de gemeenschap - Er zijn zovele wegen om iets terug te doen voor de gemeenschap en voor de behoeftigen. In plaats van dit alleen te doen, kan je je kinderen hierbij betrekken. Je kan kleding, speelgoed of boeken brengen naar de Weggeefwinkel of Kringloopwinkel; je kan je kind tijdens de Ramadan vragen om ook geld te sparen voor de armen. Je kan samen met anderen een iftaar (maaltijd voor het verbreken van de vasten) aanbieden aan dakloze moslims of aan het asielzoekerscentrum in de buurt. Doe een extra boodschap en schenk dit aan de dakloze die bij de uitgang van de supermarkt staat.
8.  Help je kinderen de behoefte van anderen om hem heen herkennen - Wat je gezinssituatie ook is, er zullen altijd mensen in je omgeving zijn die het (nog) slechter hebben. Praat erover met je kinderen, dat er vele mensen zijn die het zwaar hebben. Geef uitleg over het leven van een dakloze. Maak duidelijk dat er vele kinderen in internaten en oudere mensen in verzorgingstehuizen verblijven in eenzaamheid. Als je je kind 's avonds naar bed toe brengt, vertel dan hoe fijn het is dat ze in zo'n lekker warm bedje mogen liggen en dat de koelkast vol is met lekker eten en drinken. Zo leert het kind gezondheid en de zorgzaamheid binnen een gezin waarderen.    
9.  Vertel je kinderen over de ontwikkelingslanden -  Maak je kind duidelijk hoe in grote delen van de wereld mensen geen schoon drinkwater hebben. Praat met je kind over het nieuws, of lees een verhaal voor over behoeftige kinderen in de Derde Wereld, om je kind duidelijk te maken dat niet iedereen leeft zoals wij in het Westen. Vertel je kind dat in de ontwikkelingslanden kinderen vaak geen speelgoed hebben en soms zelfs als slaven moeten werken. Je kan je kind vertellen, dat je maandelijks aan een goed doel geeft, zoals het sponsoren van een weeskind in een arm land. Maak duidelijk dat de wereld groter is dan zijn eigen 'wereldje'.
10.  Integreer dagelijkse dankbaarheid in je gezin's routine -  Of het nu een onderdeel is van de etenstijd-routine, of van de bedtijdroutine, of het in de vorm van een gesprek, een voorleesverhaaltje of een du'a (smeekbede) is: moedig je kind aan om elke dag dankbaar te zijn. Help hem er aan herinneren dat niets vanzelfsprekend is. 
11. Schrijf bedankbriefjes -  Schrijf ouderwetse bedankbriefjes. Wie vindt het nu niet leuk om een brief of een kaartje te ontvangen met een bedankje er op? Ze helpen een kind realiseren, dat het goed is om degene te bedanken die iets aardigs gedaan of gezegd heeft. 

geïnspireerd door http://www.musingmomma.com/

maandag 7 oktober 2013

19 dingen die we tegen onze kinderen zouden moeten zeggen

1. Ik hou van jou! Er is niets dat me tegen zal houden om van jou te houden. Niets van wat je zegt of doet zal dit ooit veranderen.



2. Je bent fantastisch! Ik verbaas me telkens als ik naar je kijk! Niet alleen maar naar wat je allemaal al kunt, maar naar wie je bent. Er is niemand zoals jij in de wereld. Niemand!



3. Je mag best huilen. Mensen huilen om verschillende redenen: als ze gekwetst zijn, verdrietig of bezorgd; als ze boos, bang of eenzaam zijn. Grote mensen huilen ook. Ik ook.



4. Je hebt een fout gemaakt. Dat was verkeerd. Mensen maken fouten. Ik ook. Maar het is toch al te laat en het is toch al voorbij. Soms kan je er nog iets aan doen, soms niet. Je kan echter opnieuw beginnen. Ik weet dat je spijt hebt. Ik vergeef je.



5. Je hebt het juiste gedaan. Dat was beangstigend of moeilijk. En ondanks dat het zwaar was, heb je het toch gedaan. Ik ben trots op je. Dat zou jij ook moeten zijn.



6. Het spijt me. Vergeef me. Ik heb een fout gemaakt.



7. Je mag van gedachten veranderen. Het is goed om een besluit te nemen, maar het is ook prima als je van gedachten verandert.



8. Wat een goede idee! Je hebt er echt goed over nagedacht. Hoe kwam je op het idee? Vertel me er meer over? Jij bent slim!



9. Dat was lief. Je hebt iemand geholpen, je hebt aan iemand gedacht. Dat voelt vast wel goed van binnen. Dank je wel!



10. Ik heb een verrassing voor je. Het is niet je verjaardag. Het is zo maar. Zo maar een verrassing. Speciaal voor jou.



11. Ik kan wel wachten. We hebben tijd. Je hoeft deze keer geen haast te maken.



12. Wat zou je willen doen? Jij mag kiezen deze keer. Je hebt zulke goede ideeën. Het is belangrijk om te doen waar je geïnteresseerd in bent.



13. Vertel me er alles over. Ik zou graag meer weten. En wat gebeurde er toen? Ik luister.



14. Ik ben bij je. Ik zal niet weg gaan zonder gedag te zeggen. Ik zie je. Ik luister naar je.



15. Alsjeblieft en dank je wel. Dit zijn bijzondere woorden. Als ik ze vergeet, wil jij mij er dan aan herinneren?



16. Ik heb je gemist. Ik denk aan je als we niet samen zijn.



17. Probeer het maar. Een beetje. Een hap, een stap. Misschien bevalt het je wel. Ik kan je helpen als dat nodig is. Maar ik denk dat je het ook alleen kan.




18. Ik zal je helpen. Ik hoorde dat je me riep en hier ben ik. Wat kan ik voor je doen? Hoe kan ik je helpen? Als we samenwerken met zijn tweeën, lukt het ons wel. Ik weet dat je het ook alleen kan, maar als je graag wil dat ik je help, doe ik dat met alle liefde.



19. Wat zou jij het liefste willen? Ook al is het nog niet je verjaardag, of een feestdag, het is nog steeds leuk om te horen wat je het liefste wil, waar je op hoopt en waar je van droomt.



Vertaald en bewerkt uit het engels




bron: thematernallens.blogspot.nl

vrijdag 19 juli 2013

Leve de moeder van Ayse!

Daar kwam ze aan: een Turkse vrouw, dik, snorharen, hoofddoek om haar hoofd geknoopt, met ietwat slonzige kleding die haar lichaam niet bepaald flatteerde. Zo op het eerste gezicht zou je haar helemaal verkeerd kunnen inschatten.
Maar elke vrouw, elk mens is de moeite waard om naar te luisteren en om open voor te staan. En dat doe ik dus.

Ze vertelt me, dat ze goed in de gaten heeft dat haar dochter geen hoog niveau heeft, maar dat ze er wel alles voor over heeft om haar een goede toekomst te bezorgen: "Ayse hoeft geen dokter, Ayse kapper." Haar dochter zou eigenlijk naar het speciaal onderwijs moeten gaan. Dat wilde de basisschool. Maar moeder was ervan overtuigd dat Ayse meer in haar mars had. Niet elke moeder voelt dat goed aan, maar deze moeder had goed naar haar intuïtie geluisterd. Moeder werkte er hard voor en als het nodig zou zijn krijgt haar dochter bijles. Ik ben ervan overtuigd dat ze elke cent zou uitgeven voor haar dochter. Dan vertelt ze ook nog dat ze koffie schenkt voor de Nederlandse bejaarden in haar vrije tijd.

Wie had dat nou achter deze vrouw gezocht? Daarom houd ik mezelf altijd voor: beoordeel nooit iemand op het uiterlijk.

Leve de moeder van Ayse!
Deze foto is overigens niet van de moeder van Ayse


woensdag 8 mei 2013

Wees een assertieve ouder

Leven met tieners deel V

Het belangrijkste dat je leert tijdens een assertiviteitstraining is dat in staat bent te communiceren om een probleem op te lossen. Het gaat er om niet agressief, noch brutaal of egoїstisch te zijn. Communicatie gaat om begrijpen en begrepen worden. Het gaat niet alleen maar om het uiten van je mening. Het houdt de wens in om de oorzaak van een probleem te achterhalen en er een oplossing voor te zoeken. De wil om te onderhandelen is een voorwaarde voor goede communicatie, omdat je daarmee aanvaardt dat de andere betrokken persoon ook rechten en verantwoordelijkheden heeft. Alleen dan doe je recht aan een ieder.

Zo is het ook binnen een gezin. Elke ouder en elke tiener dragen bepaalde verantwoordelijkheden. Tieners zijn over het algemeen goed in staat om hun rechten voor het voetlicht te brengen. Vaal zijn de ouders overweldigd door de snelheid waarmee hun kinderen opgroeien, dat ze vergeten dat hun kinderen ook verantwoordelijkheid (kunnen) dragen. En daar raken we een gevoelige kwestie en de oorzaak van veel problemen.

Verantwoordelijkheden
Even een inkopper: je hebt de verantwoordelijkheid om jezelf te zijn. Dit lijkt simpel, maar is het niet, omdat er vele pogingen ondernomen zullen worden om jou te beїnvloeden en om te vormen. Ouders hebben vaak een bepaald ideaalbeeld van hun kind, hoe het zou moeten zijn, maar vaak strookt dit niet met de werkelijkheid. Maar dat is ook andersom het geval. Kinderen wensen soms ook dat ze andere ouders hadden of dat hun ouders anders waren. Maar net zoals jij je kind niet kunt dwingen om te worden wat jij wil, kunnen zij jou niet omvormen naar hun wensen. Ook jij bent een individu met leuke en minder leuke kanten. Je dient er zelf zorg voor te dragen dat jouw karakter niet overruled wordt door je veeleisende kroost.

Je kinderen dienen je met respect te behandelen. Mogelijk ziet jouw tiener jou als iemand die langzamerhand seniel aan het worden is. Beiden dragen jullie de verantwoordelijkheid om in te zien dat de ander respect verdient en dat er rekening met elkaar gehouden dient te worden. Het is voor je tieners eigen belang dat hij leert respect te tonen in de ouder-kindrelatie, omdat dit een voorbode is van hoe hij  zich in toekomstige sociale relaties zal gedragen en handhaven.

Goede manieren
Vaak zijn ouders niet blij met de manier waarop hun kinderen zich in gezelschap gedragen. Goede manieren moeten echter worden aangeleerd. Het is nogal een vaardigheid om te leren hoe je je netjes gedraagt tegenover volwassenen. Soms zijn er kinderen die hondsbrutaal zijn tegenover hun ouders. Maar brutaliteit mag je nooit accepteren. Als je kind verwacht, dat je hem met respect behandelt, dan zal hij jou ook met respect moeten behandelen.

Het is goed om je tiener duidelijk te maken hoe jij je voelt en hoe je over iets denkt. Je hoeft niet bang te zijn dat hij zich er druk over gaat maken of dat hij het er niet mee eens zijn. De meeste tieners deinzen er niet voor terug jou duidelijk te maken  hoe zij ergens over denken en hoe zij zich voelen. Waarom zou jij je dan laten weerhouden om jouw gevoelens te uiten? Slimme tieners die veel hebben opgestoken op school en straat, zijn heel rap in een-weerwoord-geven, met als doel jou voor paal te zetten. Ze denken snel, bedenken slimme antwoorden, scoren en brengen jou zo in verlegenheid. Maar je hoeft niet altijd met een woordje klaar te staan; je bent geen advocaat. Het is prima als je er pas later op terugkomt en de discussie heropent.

Neem besluiten
Je draagt ook de verantwoordelijkheid om uiteindelijk besluiten te nemen. Het is jouw huis en jij bent de verantwoordelijke volwassene. Denk nooit dat je alleen maar een goede ouder kunt zijn als je altijd toegeeft aan de wensen van je kind. Juist als je altijd toegeeft, ben je geen goede ouder. Je moet goed bedenken wat jij van iets vindt en wat voor gedrag je wel of niet wil tolereren.

Natuurlijk zal je fouten maken. Dat doen we allemaal. Het is voor een ouder moeilijk om dit toe te geven, omdat je dan het gevoel hebt te falen. Maar je weet toch best dat je geen uitzondering bent? Als je om je heen kijkt, weet je dat de mensen in je omgeving net zo goed fouten maken. Iemand doet iets verkeerds, waarbij jij 'geraakt' wordt, en dat vind je vervelend. Maar daarom schrijf je de persoon in kwestie niet meteen af. Je moet de persoon en diens fout van elkaar scheiden.



Verlang beschaafd taalgebruik
Je hebt ook recht om geen begrip te tonen. Soms begrijp je maar weinig van wat je tiener zegt, omdat hij bijvoorbeeld straattaal gebruikt. Als jij een aantal woorden niet kent, betekent dat niet dat jij achterlijk of ouderwets bent. Dat willen ze je misschien wel doen denken. Maar dat is onzin. Je mag gewoon verlangen dat ze in ABN -Algemeen Beschaafd Nederlands of een andere taal zolang het maar beschaafd is - tegen je praten.

Je hoeft niet altijd consequent te zijn. Als je vandaag iets accepteert, wil dat nog niet zeggen dat je het morgen of altijd accepteert. Of als je vandaag iets vergeten bent, wil het niet zeggen dat je het morgen of volgende week ook weer vergeet. De ene dag verdraag je het misschien dat de televisie te luid aan staat en dat de kleding overal verspreid op de vloer ligt, maar een andere dag ervaar je mogelijk meer stress waardoor dit soort onverantwoordelijk gedrag je mateloos irriteert.

Neem bedenktijd
Dus als je tiener stante pede ergens toestemming voor af wil dwingen, wil dat niet zeggen dat je meteen antwoord hoeft te geven. Je mag kritisch zijn en alles in overweging nemen. Neem gewoon bedenktijd. En als je een besluit hebt genomen, waar je spijt van hebt, dan kom je er van terug. Dan word je maar even minder gemogen. Het is wel handig dat je er uitleg bij geeft natuurlijk, waarom je op je beslissing bent teruggekomen.

Stel je nu eens voor dat je puber later dan afgesproken thuiskomt, dan is het van belang om er goed over na te denken wat je gaat zeggen als hij thuis komt. Kies de juiste bewoordingen, want anders zal de discussie  uit de hand kunnen lopen. In plaats van dat je zeg: "Waar kom jij zo laat vandaan?", is het handiger te zeggen; "Je bent later thuis gekomen dan we hadden afgesproken. Ik maakte me zorgen."

Een vriend, helper of bondgenoot
Begrijp je het idee? Vertel je werkelijke gevoelens en vraag je puber om rekening te houden met jouw gevoelens. Vraag je puber om verantwoordelijkheid te dragen voor de wijze waarop ze op jou reageren. Als ze nog steeds geen gehoor geven, geef je aan dat je de manier waarop ze met je praten niet kan waarderen.
Probeert vervolgens te achterhalen wat de reden is dat ze 'opstandig' zijn. Zeg: "Het lijkt of je boos op mij bent, alhoewel ik geen idee heb of het is om iets wat ik heb gezegd of gedaan." Of "Is er soms vandaag iets gebeurt vandaag, waardoor je van slag bent?" Want vaak zit er namelijk iets achter het chagrijnige gedrag van je tiener. En zo word je van 'seniel' ineens een potentiёle  vriend, helper of bondgenoot.

Als ouder heb je bepaalde (voor)rechten, waar je tiener rekening mee moeten houden. Je hebt recht op een bepaalde privacy, op ruimte en tijd voor jezelf. Je hebt recht om met beleefdheid behandeld te worden. Je hebt het recht om te weten wie je huis in komt en om iemand de toegang te ontzeggen. De pubers moeten netjes met je spullen omgaan. Ze moeten zich aan hun afspraken houden.

"Ik haat je"
Mogelijk reageert je tiener soms heel heftig op je. Hij reageert snel boos of chagrijnig; hij kan je vol minachting aankijken als jij uitleg geeft over jouw rechten en gevoelens. Tieners hebben al jong geleerd - door af te kijken bij pa en ma - hoe ze iemand kunnen manipuleren. Je kunt reacties verwachten van: "Ik haat je." "Je geeft niets om me." "Doe niet zo stom/gemeen/egoїstisch/achterlijk." Of nog fraaier: ze weigeren met je te praten. Raak dan niet in paniek. Begrijp dat in de wereld waarin we leven, dit doodnormaal is. Blijf kalm.

Een manier van reageren is door totaal niet onder de indruk te zijn van hun grove antwoord. Doe net of je het niet gehoord hebt of praat niet met hen zolang ze doorgaan. Je kan er later op terugkomen. Er niet op terugkomen is foute boel. Telkens de boel bedekken met de mantel der liefde, leidt een keer tot het barsten van de bom. Als je er later op terug komt, zorg er voor dat je tiener onder de indruk is van jouw woorden. Zeg dat je van hem verwacht dat hij zich volwassen gedraagt en wat bij volwassen gedrag hoort. Als hij hoort, dat je hem als volwassene wil beschouwen, vindt hij dat niet verkeerd natuurlijk.

Tot slot ben je niet verantwoordelijk voor alle besluiten die je kinderen maken. Uiteindelijk zullen ze er ook alleen voor staan. Misschien kan je je nog je eigen problemen herinneren die je had als puber met je ouders. Denk er eens over na hoe de conflicten werden uitgepraat en wat je ervan geleerd hebt. Verplaats je eens in hun schoenen. Jij bent ook volwassen geworden op jouw manier. Ook zij komen wel goed terecht. Maar daar hebben ze wel een assertieve ouder bij nodig. Het liefst een ouder die uitgroeit tot een echte vriend.

bron: vertaling en bewerking van 'living with teenagers; a guide for muslim parents' van Ruqaiyyah Waris Maqsood (Ta-Ha publishers)

zaterdag 27 april 2013

De lieve vrede willen bewaren: bang voor conflicten

Leven met tieners deel V

De lieve vrede willen bewaren koste wat kost is het antwoord van een passieve ouder, die er op gebrand is conflicten te vermijden en vooral door te gaan met een leven dat schijnbaar voortkabbelt. Het kan echter ook het antwoord zijn van een moeder die oververmoeid is geraakt vanwege het feit dat haar familieleden geen rekening met haar (gevoelens) houden.

Conflicten vermijden heeft als voordeel dat onplezierige en mogelijk gewelddadige en kwetsende confrontaties worden voorkomen. Maar er kleeft tevens een heel groot nadeel aan conflictvermijdend gedrag, namelijk dat je als ouder je eigen gevoelens en behoeftes opoffert ten gunste van je gezinsleden. Dit leidt tot gevoelens van frustratie, kopzorgen en vooral het gevoel een mislukkeling te zijn. Je voelt je als een deurmat waar iedereen maar over heen loopt.

Pleaser
Als je telkens alleen maar bezig bent mensen te pleasen, is de kans groot dat je veel verantwoordelijkheid van hen overneemt. Besef, dat je je kinderen daarmee absoluut niet helpt. Ben je steeds bezig om ze helemaal in de watten te leggen, terwijl ze daar niet eens om vragen? De tiener laat zich het allemaal welgevallen, lijkt het wel. Als jij om een gunst vraagt, zijn er vaak talloze excuses, waardoor je het uiteindelijk toch maar weer zelf doet.

Als je je hier in herkent, is de kans aanwezig dat je een trauma ontwikkelt. Je voelt je namelijk een slachtoffer, een martelaar. Het is namelijk oneerlijk hoe je behandeld wordt, vind je. Je maakt vaak duidelijk dat je moeite hebt dat jij steeds alles moet doen. Je klaagt tegenover je man en kinderen dat het zo niet langer kan. Maar ja, als je ondertussen 'vrolijk' blijft doorgaan met doen wat eigenlijk anderen hadden moeten doen, zal er niets veranderen. Je toont vluchtgedrag. Ondanks jouw goede intenties, kan je tiener op deze manier geen gezonde relatie met jou opbouwen. Je tiener zal zich namelijk gefrustreerd voelen, en schuldig ten opzichte van jou, niet gewaardeerd, niet geliefd en ondankbaar bovendien.


Verontwaardiging
Maar ook zal je zoon of dochter verontwaardigd zijn, omdat je hem of haar niet echt serieus lijkt te nemen. Hoe meer waardering jij wenst, hoe minder hij of zij je die waardering zal geven. Hoe vreemd het ook klinkt: hun verontwaardiging zal verder toenemen, omdat jij ze eigenlijk hun vrijheid en onafhankelijkheid ontneemt. En jouw verontwaardiging zal toenemen, omdat jouw kinderen opgroeien met de gedachte dat ze doen wat ze willen en werkelijk overal mee weg komen.

Grenzen stellen
Als de grenzen voor een tiener niet duidelijk zijn, dan zal hij of zij zich onzeker voelen over wat nu wel of niet toegestaan is en dan zal je zoon of dochter de grenzen opzoeken. Zo zit de mens nu eenmaal in elkaar. Als grenzen worden opgezocht, komen er altijd conflicten van. Maar dat is geen ramp. Dat is geen teken van mislukking. Het is een teken dat er vooruitgang geboekt kan worden.

Je tiener heeft een duidelijk voorbeeld nodig in zijn leven. Hij of zij kan zijn eigen grenzen in het leven beter aanvoelen als de ouders duidelijke grenzen aangeven.

Dat wil niet zeggen dat je overal bovenop moet zitten. Sommige ouders zijn behoorlijk agressief. Zij willen altijd alles in de hand houden. Maar hierdoor zal de jongvolwassene niet leren om een gezonde discipline te ontwikkelen en zichzelf duidelijke grenzen te stellen. Het is nu eenmaal jouw taak als ouder om je tiener te leren om de controle over zijn of haar leven te houden. Dit heeft automatisch tot gevolg dat jij als ouder dus een deel van de controle zal verliezen. Niets om je zorgen over te maken.

Andere denkbeelden
Iets onder controle hebben betekent echt niet dat je elke keer de discussie moet winnen van je tiener. Je hoeft niet altijd je gelijk te halen. Dat is onredelijk. Als je met een volwassen vriend of vriendin in discussie bent, dan ben je het ook niet altijd eens. Je vrienden zijn geen kopie van jou. Ze houden er soms totaal andere denkbeelden op na. Maar als je het niet met ze eens bent, zet je ze niet automatisch buiten de deur.

Zo zou je ook naar je kinderen moeten kijken. Je tiener zou ook deze vrijheid gegund moeten worden. Je hebt hun gedachten toch niet onder controle. Je kan ze wel aanmoedigen om naar jouw standpunt te luisteren en te geloven wat jij denkt dat goed is, maar meer dan dat kan je niet doen. Je kunt ze niet dwingen om te denken zoals jij denkt.


Win-win
Als je niet bereid bent toe te geven dat je kind een volwassene wordt met zijn of haar eigen denkbeelden, moet je niet verbaasd zijn als je kind niet graag thuis is. Het kind toont dan misschien wel braaf gedrag, omdat het van hem of haar verwacht wordt, maar ondertussen verlangt het naar een eigen, onafhankelijk leven. Of je zoon of dochter toont juist opstandig gedrag, omdat hij of zij zich niet gehoord voelt. In beide gevallen kan hij of zij niet wachten om het ouderlijk huis te verlaten. Zo had je je dat toch niet voorgesteld, toen je kindje net geboren was?

Wees daarom niet verontwaardigd als je kind heel anders over zaken denkt dan jij. Wees niet teleurgesteld als je kind een ander pad gaat volgen dan jij in gedachten had. Verplaats je eens in de schoenen van je kind, alsof het je vriend zou zijn geweest. Luister met volle aandacht naar wat hij of zij te vertellen heeft. Tot slot moet je conflicten niet vermijden. Praat met je zoon of dochter en ga voor een win-win-situatie.

bron: vertaling en bewerking van 'living with teenagers; a guide for muslim parents' van Ruqaiyyah Waris Maqsood (Ta-Ha publishers)