Posts tonen met het label Maatschappij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maatschappij. Alle posts tonen

donderdag 25 augustus 2016

Wat is er aan de hand? Vingers!

We hebben er vijf aan één hand: de duim, wijsvinger, middelvinger, ringvinger en pink. Maar er zijn een paar vingers die de boventoon voeren in het maatschappelijk discours en in huis, tuin en keuken.


Vroeger was de pink populair onder de Franse elite; als teken van beschaving werd de pink opgeheven tijdens het nuttigen van de maaltijd. Maar tegenwoordig gebruiken de Fransen van al hun vingers het liefst de wijsvinger. Toen ik op 21-jarige leeftijd au pair werd in een Frans gezin, viel mij al gauw het belerende vingertje van de Fransen op. Als ik een grammaticaal foutje maakte, grepen ze meteen in. Het vingertje werd geheven, "Non, non, non!" waarop ik meteen gecorrigeerd werd. Hierdoor hield de neiging om gesprekken met ze te voeren al snel op. Het is heel vermoeiend als je middenin een zin afgekapt wordt. Behalve dat je de rode draad van het verhaal kwijtraakt, voel je je ook nog eens als een klein kind dat door de meester of juf op de vingers wordt getikt. Gelukkig waren er genoeg allochtonen in Frankrijk, en aangezien onze voertaal het Frans was, leerde ik alsnog een aardig woordje Frans spreken.

De wijsvinger is ook de meest favoriete onder de Nederlanders. Ook de Nederlanders gebruiken het geheven vingertje om overige landgenoten die hier niet geboren zijn de les te lezen. Nederlanders gaan er namelijk vanuit dat ze precies weten wat goed en waar is voor een ander. "Ik zal je wel eventjes vertellen hoe de wereld in elkaar steekt en als je net zo denkt als ik, kan het nog heel gezellig worden. Biertje?" Nederlanders zal je echter nauwelijks horen zeuren over de taal, laat staan over de spelling, want daar hebben ze zelf ook geen verstand van. Behalve dat de wijsvinger omhoog geheven wordt, kennen we in Nederland ook de wijzende vinger. "Kijk, hoe die daar er bij loopt." Het is niet de bedoeling dat je in Nederland opvalt of uitblinkt. "Doe maar gewoon da's al gek genoeg," is hier het motto. Als je anders bent, word je constant op de vingers gekeken of nagewezen. Op de een of andere manier ben ik ook beïnvloed door deze opgelegde norm, want ik sta niet graag in het centrum van de belangstelling. Ondanks de negatieve connotatie bij het woord wijsvinger, mag ik die vinger wel. Want wijsvingers kunnen ook de weg wijzen en is het heel handig ook een wijsvinger in de pap te hebben. Als ik mijn eten proef, stop ik dus echt niet de middelvinger in de pan.

De ringvinger staat wereldwijd symbool voor het geluk. Ringen worden om onze vingers geschoven als we "ja" zeggen tegen de liefde van ons leven, ringen worden geschonken als teken van vriendschap. Die ringen gaan doorgaans om de ringvinger, alhoewel de middelvinger ook wel eens wordt benut. Pink en duim minder vaak, de duim is bijvoorbeeld uitermate onpraktisch.

De Amerikanen  - daar kan ik kort over zijn - prefereren de middelvinger. In nagenoeg elke Amerikaanse film zit in nagenoeg elke zin het
f-word, al dan niet vergezeld gaand van de omhoog gehouden middelvinger. Het probleem met de Amerikanen is, dat hun invloed op de rest van de wereld heel groot is. Hierdoor is de middelvinger inmiddels volledig geïntegreerd in het dagelijks leven in bijna alle landen wereldwijd.

Maar ik moet eerlijk zijn: ik ben niet helemaal volledig geweest tot nu toe. Het middelvinger-gebaar komt namelijk niet rechtstreeks van de Amerikanen; het bestaat al 2500 jaar lang en vindt zijn oorsprong in Griekenland. Daar werd het gebruikt als uitnodiging voor anale seks. Het was in eerste instantie niet persé negatief bedoeld. Maar toen de Romeinen het gebaar importeerden, werd het wel ingezet met de bedoeling om te beledigen. Ook wordt de middelvinger als 'de vieze vinger' gezien, waarmee vieze klusjes gedaan worden, zoals het schoonmaken van de wond, zodat dit niet met de wijsvinger gedaan hoeft te worden. In Amerika deed men er nog een schepje bovenop door het middelvinger-gebaar te verbinden aan het vermaarde f*-word.

Ik vind het gebruik van de middelvinger een belediging aan het adres van de middelvinger, want hij bewijst ons goede diensten. Hij dient ter ondersteuning bij het schrijven, tekenen, koken, eten, dragen etc. Ik ben ook een tegenstander van vulgariteit in het openbare leven en daarmee ook van het middelvinger-gebaar op straat. Gebruik je vingers liever om iemand een handje te helpen die dat nodig heeft.

De duim, die mag wat mij betreft, worden opgewaardeerd. De duim staat wereldwijd voor een compliment - goed gedaan - of voor goedkeuring - dat is goed. Slechts de oude Romeinse keizers gebruikten de duim op een negatieve manier: zij bepaalden op egoïstische wijze of de gladiator na afloop van een gevecht in de arena mocht blijven leven of niet. Wees de duim omhoog, dan had de gladiator geluk, wees de duim omlaag, dan werd hij een kopje kleiner gemaakt. Hij werd bijvoorbeeld voor de leeuwen gegooid ten overstaan van het volk.



Tegenwoordig is er voorzichtig wat meer waardering voor de duim, en terecht! Dat komt door Facebook. Als je een berichtje waardeert of leuk vindt, kan je dat laten blijken door de afbeelding duim omhoog. Maar dat gebaar leidde echter wel tot misverstanden. De duim omhoog is niet zo leuk als je een bericht deelt over dood en verderf. Daarom is Facebook uiteindelijk overstag gegaan en heeft het mogelijk gemaakt om een bericht leuk, geweldig, grappig te vinden of om verbluft, verdrietig of  boos te zijn. Ik had een duim omlaag ook genoeg gevonden, want ik merk dat ik wel heel vaak de afbeelding van boos of verdrietig kies om mijn ongenoegen te laten blijken. Ik lijk verdorie wel een oude chagrijn!

En dan de pink. Tja, wat moet je daarmee? Zonder pink ziet het er ten eerste best sneu uit, zo'n hand. De pink is ook kleiner en korter dan de andere vingers. Ik heb, denk ik, een lichte aversie voor de pink, omdat hij behalve voor het kleine en onbelangrijke, ook voor de klikspaan onder de vingers staat. Dat blijkt uit het kinderrijmpje dat mijn moeder vaak heeft opgezegd voor het slapen gaan. Ik wijt mijn onderwaardering voor de pink daarom aan een klein jeugdtrauma. Sorry pink. Duim omhoog voor jou!

Het rijmpje tot slot:

Naar bed, naar bed, zei Duimelot
Eerst nog wat eten, zei Likkepot
Waar kan ik dat vinden? zei Lange Jan
In grootmoeders kastje, zei Ringeling
Dat zal ik verklappen, zei het kleine ding

maandag 1 juni 2015

Struinen door de straten van Parijs

Het eerste wat ik deed in Parijs was een grote plant kopen die ik op mijn chambre de bonne zette. Zo haalde ik voor mijn gevoel toch een beetje ‘Nederlands groen’ in huis. Zeventigtwintig jaar geleden struinde ik door de straten van Parijs, vanuit het hart van de stad, waar mijn oppaskind naar school ging, terug wandelend naar République. Het afgelopen weekeinde keerde ik terug met maar één missie: mijn oude stekkie opzoeken waar ik gewoond had en wandelen in de gezellige wijk St. Michel en langs de Seine zoals ik dat vroeger deed.

Onderweg vanuit Nederland zingen we mee met Kenny B. “Mijn gevoel zegt mij dat wij vanavond samen kijken naar de Champs Elysees, de Notre Dame en naar de Seine. En daarna samen op la Tour Eiffel.” We gaan naar Parijs. Ditmaal niet op doorreis naar Algerije, maar gewoon een paar dagen genieten van de sfeer in de stad.


Rue Albert Thomas
Ik had Rue Albert Thomas onlangs al eens bezocht via Google Earth, maar ik kon het huis toen niet thuisbrengen. Maar live herkende ik de grote blauwe poort en de ramen met witte luiken ervoor meteen. Ik had me vergist in het nummer. Het was geen nummer 10, maar nummer 48. De supermarkt was verdwenen, evenals de groentezaak en de Iraanse tapijtenverkoper. Maar de bakkerij naast het metrostation Jacques Bonsergent bestond nog wel. Elke dag haalde ik daar mijn viennoise, een iets zoetere variant op de stokbrood, en bedekte deze rijkelijk met witte smeerkaas. Mijn au pair-familie at geen brood, want zo zei mevrouw Tonneau: ‘Daar word je dik van’. Ze aten om diezelfde reden geen pasta’s; en aardappelen lieten ze ook al staan. Ze aten magere naturel yoghurt waar je niet vol van werd en heel veel groenten. Drop die ik meenam na de kerstvakantie voor zoonlief, mocht hij niet opeten, want daar zat suiker in. Toch bleven moeder en zoon dik. Ik kookte mijn eigen kostje op de tweepitter in mijn kamer.

Destijds was ik naïef, nieuwsgierig en hunkerend naar het onbekende

Terwijl ik voor de poort sta en omhoog blik, verwacht ik op de een of andere manier dat mijn oppaskind Matthieu Tonneau zo dadelijk de deur uit komt, of zijn vader, of moeder. Maar dat gebeurt niet. Ik ben in Parijs, een wereldstad waar ik 27 jaar geleden in mijn eentje met een grote rugzak vol kleding en verwachtingen aankwam ‘om de wereld te ontdekken’. De tijden zijn veranderd, ik ben veranderd, maar ik ken hier niemand en niemand kent mij.

Naïef meisje
Toen was ik een naïef meisje, 21 lentes jong. Ik was open en nieuwsgierig, maar had werkelijk geen idee van de bedreigingen van de grote stad. En dan bedoel ik met name de anonieme mannen op straat, die achter me aan liepen, tegen me aan ‘reden’ in de bus; de potloodventers in de metro of op de boulevard en de oude tennisleraar en apotheker die wel een jong bloempje lustten, terwijl ik dacht dat we ‘gewoon vrienden’ konden zijn. Ik heb er mijn lesje wel geleerd, alhamdoelillah! Ik ben zo dankbaar dat Allah mij Zijn Bescherming heeft geboden in Parijs en dat hij mijn man op mijn pad bracht, die mij liet kennis maken met de islam.





Nu kijk ik met heel andere ogen naar dezelfde stad. Naast al de historische bezienswaardigheden is het eigenlijk vooral ‘mensen-kijken’ waar ik nooit genoeg van krijg. Zet mij neer op een bankje bij de Notre Dame of bij de Eiffeltoren, en ik geniet van alle mensen die rond lopen, foto’s maken en laten maken; vaak in allerlei posities, alsof ze de toren ‘onder de duim hebben’ of met gespreide armen. Een grote gespierde Senegalees zegt met een brede glimlach ‘salaam alaikoem’ als mijn zoon mij vraagt even om te kijken naar een optreden streetdance die hij en zijn vrienden weg geven. Het is een andere ‘salaam alaikoem’ als de verkopers even verderop. De ene salaam klinkt als ‘vrede en broederlijke liefde’, de andere klinkt als ‘kom kijken en vooral kopen’.


Geïntegreerd
Ik ontmoet nergens angstige of veroordelende blikken. Ik zie slechts mensen die allemaal op de een of andere manier struggelen met hun bestaan, die gelaten hun lot ondergaan of gewoon genieten van het leven. Daklozen die, de roes uitslapend, uitgestrekt onder de bankjes liggen op uitgevouwen kartonnen dozen, Antilliaanse vrouwen die lijken te zijn geïntegreerd in de Franse cultuur. Ik tel slechts maximaal één of twee Afrikaanse bonte jurken en dan ook nog zonder de daarbij behorende tulband. Ook is de felheid van destijds uit hun ogen en manier van spreken, evenals de littekens van messengevechten op hun wangen. Waren er vroeger nauwelijks gesluierde vrouwen, die lopen er nu meer rond, zelfs vrouwen die volledig in het zwart gekleed gaan, en dat in het Parijs van de aanslag op Charlie Hebdo. Alleen bij de Notre Dame neem ik drie militairen in vol ornaat waar, waardoor de realiteit zich even aan me opdringt.  

Hier leven de migranten op elkaar gepakt in appartementen die zijn ingericht met inklapbare en invouwbare Ikea-meubels


In de nacht slapen we bij mijn man’s tante, in een veel te klein 2-kamer-appartementje, waar je bijna letterlijk je kont niet kan keren om op het toilet zitting te kunnen nemen. Daarbij komt nog dat zijn tante een hamsteraar is geworden, die geen afstand kan nemen van de door haar gekochte spulletjes. In deze wijk vind je nagenoeg geen Fransen. Hier leven de migranten op elkaar gepakt in appartementen die zijn ingericht met inklapbare en invouwbare Ikea-meubels. De straten zijn nu echter wel zijn schoongeveegd van prostituees en drugshandelaren, waardoor het zowaar een nette, leefbare buurt is geworden. Ik slaap op de harde grond op een paar dubbelgevouwen dekens, omdat mijn dochter bang is voor de grijze glurende kat des huizes die zich overdag schichtig bovenop de kast verschuilt, maar in de nacht op rooftocht gaat zoals haar natuur verlangt. Ik hoor de tante van mijn man meerdere keren ‘Chanel’ tot de orde manen als ze weer eens door de kamer sluipt en ook op het bed springt. Het gevolg is dat ik na twee geradbraakte nachten enorme wallen onder mijn ogen heb.


Spanning en sensatie
Eigenlijk is Parijs niet heel erg veranderd in al die jaren. De trots van de Fransen op hun eigen taal en cultuur lijkt onverminderd groot. Geen enorme veramerikanisering zoals in Nederland, alhoewel grote warenhuizen als Tati en Monoprix gedeeltelijk uit het straatbeeld zijn verdwenen. Ook hier heeft de crisis toegeslagen. Het is veelal Frans wat er op de radio klinkt. Het klinkt me als muziek in de oren, want de Franse taal is heel melodieus en vol ritme. Ik besef dat we Nederland in feite weg geven, alsof onze taal, cultuur en historie niet waardevol genoeg zijn. Toch word ik hier niet melancholiek van; ik constateer het slechts. Net zoals ik constateer dat de wijze waarop wij mensen de wereld beschouwen altijd bij ons terugkomt zoals een boemerang. Destijds was ik naïef, nieuwsgierig en hunkerend naar het onbekende, waardoor ik naast beschutting ook spanning en sensatie naar me toe kreeg geslingerd. Nu ben ik milder, heb ik meer levenservaring en geniet ik meer van alles om me heen.


Geen spanning en sensatie dit keer. Alhoewel dat niet helemaal klopt: op de laatste avond heb ik couscous gekookt voor het nichtje van mijn man die hoogzwanger is, omdat ze daar zo naar taalde. Ze heeft echter nog maar twee happen genomen, of ze krijgt spontaan weeën. Voor de grap zeggen we nog: “Ben je van plan te bevallen of zo,” maar het is serieus. De weeën volgen elkaar steeds sneller op. Die nacht wordt het tweede kleinkind van mijn man’s tante geboren. Jenna is haar naam. Te vroeg geboren, maar klaarblijkelijk al net zo nieuwsgierig als haar ‘grote broer’ Nahil die al heel vroeg kon lopen terwijl ondertussen ook al een paar tandjes doorbraken, wat volgens het consultatiebureau niet kon. Met een grote gretigheid om de wereld te ontdekken, net zoals ik 27 jaar geleden.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het digitale magazine De Stem van de Ummah

maandag 29 september 2014

De eigen identiteit, deel II: de generatieklik

Is er sprake van een generatiekloof tussen de eerste, tweede en derde generatie
moslims in Nederland of hebben de jongere generaties van de verschillende puzzelstukjes een nieuwe mooie puzzel samengesteld? Is er sprake van een brei, of een fusie? Van een generatiekloof of een -klik? In dit deel aandacht voor de grote uitdaging die er voor onze jeugd ligt om de wijsheid van hun voorouders te benutten en om de problemen die generaties lang zijn doorgegeven op te lossen.

Zou het niet geweldig zijn als wij als mens in staat zouden zijn om ons te bevrijden van de gruwelen van het verleden? Dat wij geen oorlogen meer voeren, omdat wij hebben gezien dat oorlogen alleen maar voordeel opleveren voor de wapenhandelaren en de grote machthebbers in de wereld, die het gewone volk bespelen? Dat wij inzien dat sommige eeuwenoude tradities zoals bloedwraak en eerwraak alleen maar meer ellende opleveren en dat wij besluiten te breken met deze tradities? Ik noem nu zeer zware problemen, maar het kan ook om allerlei tradities, normen en waarden gaan die binnen een bepaald gezin heersen.  


Fouten uit het verleden
Het is geen illusie om te breken met tradities, groot of klein, het is mogelijk. Elk mens is in staat om de fouten uit het verleden te corrigeren en om aan zijn eigen kinderen andere, bevrijdende waarden en normen door te geven. In deze tijd van bewustwording moeten wij ons realiseren dat wij onze kinderen kunnen behoeden voor de fouten die wij hebben gemaakt. Niet door hen te beschermen of te beperken, maar door hen de begeleiding en vervolgens de ruimte en het vertrouwen te geven om zich te kunnen ontwikkelen naar eigen mogelijkheden.


Als ik binnen mijn eigen biculturele gezin kijk, zie ik dat onze kinderen ondanks de soms bijna onoverbrugbare tegenstellingen tussen mijn man en ik een eigen weg hebben gekozen om hiermee om te gaan. Ze neigen soms naar het een, soms naar het andere, maar nog vaker gaan ze er heel anders en met een grote souplesse mee om. Zo heb ik van huis uit, vermoed ik, de graag aan de verwachtingen willen voldoen-factor mee gekregen. Ik wil graag aardig gevonden worden. Ik voel mij enorm verantwoordelijk voor het wel en wee van andere mensen. Ik draag soms de last van de hele wereld op mijn schouders. De vader van mijn kinderen heeft echter ‘lak’ aan anderen. Het interesseert hem echt niet wat anderen van hem denken. Hij voelt zich in hoge mate verantwoordelijk voor zijn eigen gezin en zijn familie, maar voelt zich niet geroepen de wereld te redden.  




Blending
Onze kinderen hebben dat relaxte van hun vader, de een wat meer dan de ander. Ze hebben een zelfvertrouwen dat hen door de puberteit heeft geloodst zonder grote noemenswaardige problemen, Godzijdank. Wat ze van mijn genen hebben overgenomen is dat ze stuk voor stuk sociaal en inschikkelijk zijn en zich makkelijk aanpassen in verschillende situaties. Ze hebben onze beide beste kanten door elkaar gemixt en hebben er een smakelijke milkshake van gemaakt.


Bij zo’n blending gaat er ook wel eens wat mis overigens. Als dat niet zo was, viel er niets meer te leren. Zo komen alle vier de kinderen bijna dagelijks net niet te laat, net als hun vader. Zo hebben drie van de vier best wel eens last van faalangst, terwijl dit helemaal niet nodig is, net als hun moeder. Daarnaast zijn er ook nog zaken die nog niet uitgekristalliseerd zijn. Mijn man heeft bijvoorbeeld de concurrentie-factor mee gekregen. De broers in het gezin hebben lang geprobeerd elkaar te overtroeven, om in de gunst bij de ouders te komen. De ouders hebben duidelijk hun voorkeur laten blijken voor de een of de ander, wat tot jaloezie en soms zelfs wrok heeft geleid. Bij ons thuis was er sprake van volledige gelijkwaardigheid. Mijn ouders hebben nooit een van de kinderen voorgetrokken. Ikzelf heb dit overgenomen van mijn ouders: ik heb gewoon geen voorkeur. Mijn man steekt zijn voorkeur niet onder stoelen of banken, alhoewel hij veel minder uitgesproken is dan zijn ouders en hij zijn lieveling niet voortrekt. De grap is dat de andere kinderen die voorkeur zelfs benutten door hun zusje in te zetten om dingen gedaan te krijgen. In elk geval hoop ik dat mijn kinderen dit ‘voorkeursgedrag’ niet zullen kopiëren en plakken. Dat ze de andere kant hebben gezien, zou hun hierbij ‘over de drempel’ kunnen helpen. De keus is echter aan hen.

Een generatie helen
Ik denk dat elk mens elke dag weer de mogelijkheid heeft om te breken met belemmerende tradities of belemmerend gedrag. De kunst is dat de mens dit doet zonder de anderen in de familie voor het hoofd te stoten. Hij moet ervoor zorgen dat oude puzzelstukjes die niet meer passen, vernieuwd worden, zodat de puzzel weer héél wordt. Verder moet de mens de woorden van de wijzen onder zijn voorouders herinneren waar hij ook is, omdat hij is wie hij is mede dankzij hen en hun genen. Als de mens deze klik kan maken, heelt hij zichzelf en zijn generatie en maakt hij de wereld weer een stukje beter en beschaafder.

Lees ook deel I de generatiekloof

woensdag 17 september 2014

De eigen identiteit: de generatiekloof (deel I)

Is er sprake van een generatiekloof tussen de eerste, tweede en derde generatie moslims in Nederland of hebben de jongere generaties van de verschillende puzzelstukjes een nieuwe mooie puzzel gemaakt? Is er sprake van een brei, of een fusie? Van een generatiekloof of een -klik? In dit deel aandacht voor de veranderende samenleving en de eigen identiteit.


Jongeren die opgroeien tussen twee culturen. Jaren geleden waren er tig discussieprogramma’s op radio en tv over jongeren die op straat en op school heel ander gedrag vertoonden dan thuis. De Nederlanders gingen er terecht van uit dat de meeste moslimpubers er eigenlijk graag bij wilden horen. Ze wilden net zo vrij zijn als de Nederlandse jeugd. Zij wilden het liefst ook muziek luisteren, zij wilden ook verkering, zij wilden ook uitgaan. Een aantal jongens wilden nog meer. Zij droomden van het grote geld dat zij op een makkelijke, snelle manier konden verdienen. Ze kwamen vaker in aanraking met de politie dan de gemiddelde Nederlander. De ouders keken machteloos toe. Het was de schuld van de school, de schuld van de maatschappij, de schuld van de politie, etc. De meisjes droomden waarschijnlijk van dezelfde dingen, maar hun grootste droom was die van onafhankelijkheid. De makkelijkste weg om die te bereiken was door te studeren.



Tijden veranderen
Maar tijden zijn veranderd. Vooral na 11 september. Doordat de ‘verkaasde’ jongeren in de gaten hadden, dat ze ondanks hun aanpassing, er eigenlijk nog steeds niet ècht bij hoorden, verlangden ze naar een eigen identiteit. Ze beseften dat ze nooit maar dan ook nooit hun eigen afkomst konden verloochenen. Hun roots waren belangrijk. Er was echter nog iets anders wat daar nog bovenuit stak. De verdwaalde jongeren en zij die hun afkomst trouw waren gebleven, realiseerden zich, dat zij bovenal moslim waren. Het werd een houvast voor veel jongeren. Sommigen zagen de religie als de manier om zich af te zetten tegen de samenleving, anderen vonden een ongelooflijke rust in het geloof zoals ze niet eerder hadden ervaren. Eenmaal gekozen voor de moslimidentiteit verdwenen de hormonale verlangens naar de achtergrond.


De samenleving maakt zich zorgen over de verschillende groepen jongeren. Zij die criminele activiteiten ontplooien, aangezien zij vaker in aanraking komen met de politie dan de gemiddelde Nederlandse autochtoon.  En zij die zijn doorgeschoten in de naleving van de regels van de islam. Regels die in feite slechts 10 procent van het geloof uitmaken, maar voor deze jongeren eerder 90 procent beslaan. Eigenlijk kunnen we daarmee stellen dat ook deze jongeren zijn ontspoord. En opnieuw kijken de ouders toe en doen alsof hun neus bloedt, alsof zij deze kinderen niet eigenhandig hebben opgevoed.




Krampachtig
Toch denk ik dat we als samenleving niet al te krampachtig tegenover deze jongeren moeten staan. Als ik denk aan mijn eigen jeugd, woonden er een paar flinke deugnieten in de buurt. Deugnieten is zwak uitgedrukt, het waren gewoon rotjongens, die bushokjes kapot maakten, brievenbussen vernielden, in de struiken van voortuinen sprongen totdat de takken afbraken, cocaïne snuifden, met hun brommers rondscheurden, brutaal en grof waren en vaak op het hoekje van de straat stonden. Maar uiteindelijk zijn die jongens stuk voor stuk getrouwd en werden het allemaal keurige burgers, uitzonderingen daargelaten. Welnu, ik ga er vanuit dat de meeste moslimjongeren die nu op het verkeerde pad zijn of juist zijn doorgeschoten op het ‘goede pad’ uiteindelijk ook allemaal tot bezinning zullen komen. Ze zijn pubers die nog te veel bezig zijn met overleven en die hun weg nog moeten vinden, zowel in de samenleving als wel in de wereld. Het zijn wel jongeren die begeleiding behoeven van de juiste personen. Het zijn jongeren die voorbeeldfiguren nodig hebben, vanuit hun eigen gemeenschap en op scholen.


Ik denk dat de samenleving te ver is doorgeschoten met het feminisering. Als twee jongens nu op de vuist gaan, kan je er van uitgaan dat één van hen aangifte zal doen bij de politie. Als het ene kind het andere kind bij de kruis vat - zoals jongens uit baldadigheid soms doen - dan volgt er heden ten dage een heel traject waarbij jeugdhulpverlening wordt ingeschakeld. Vroeger gaf je zo’n ventje een schop onder zijn achterste of een dreun in zijn gezicht en dan was de affaire geregeld. Op school wordt het personeel op het hart gedrukt om elke misstap van elk kind te noteren in een aparte map. Als een personeelslid iets vermoedt van mishandeling of misbruik moet dit meteen gemeld worden bij de juiste instantie. Nu is zo’n melding in sommige gevallen zeker een noodzaak, maar een misverstand, miscommunicatie of misgunnen kunnen heel grote en onwenselijke gevolgen hebben, zoals een uithuisplaatsing.


Ruimte nodig
Elke jongere bevindt zich in zijn puberteit tussen twee culturen, de cultuur op straat en de cultuur thuis. Voor de moslimjongere houdt dat een dubbele moeilijkheid in. Ik pleit daarom voor ruimte voor elke jongere om ‘zijn eigen spel’ te ontwikkelen op het voetbalveld van het leven, met aan de zijlijn zijn ouders als  trainer en coach. In het volgende deel ga ik in op de uitdaging van het leven met en tussen verschillende culturen.

Lees ook deel II de generatieklik

zaterdag 2 augustus 2014

‘Ontwortelde’ kinderen

Johny doet een oproep in het tv-programma ‘Vermist’. Hij zoekt zijn vader. 22 jaar geleden is hij uit huis geplaatst en kwam hij in een pleeggezin terecht. De laatste woorden van zijn vader waren: “Op een dag zoek je mij weer op.” En die dag was aangebroken.


De vader was een woonwagenkampbewoner. De moeder bleek een alcoholist die haar kind verwaarloosde. Toen vader ook nog in de gevangenis belandde,  greep jeugdzorg in en haalde het kind weg. Vader heeft zijn kind nog één keer mogen zien en was het daarna voorgoed kwijt. Vader heeft uiteindelijk een nieuw gezin gesticht in de buurt van zijn zussen in het woonwagenkamp. Wat is de reden dat het kind weg gerukt is uit zijn eigen omgeving? Waarom werd het kind niet bij een van de tantes ondergebracht? Waarom mocht het kind zijn vader niet meer zien? Ik vind het echt een schande, wat de vader en het kind is aangedaan. “Ik heb mijn vader nodig,” gaf de nu 26-jarige Johny aan. Gelukkig konden ze elkaar vervolgens in de armen sluiten.

Spoorloos
Het programma ‘Spoorloos’ toonde twee Koreaanse geadopteerde jonge mensen, Jiska en Melchior, die op zoek zijn naar hun vader in Korea. Ze vertelden elk, los van elkaar, hun verhaal. Namelijk dat zij beiden aan de drugs geweest zijn. De oudste, Melchior, was vier jaar oud toen hij in Nederland terecht kwam en wist zich nog een aantal zaken te herinneren. Zoals dat hij in het kindertehuis op de vloer sliep. In elk geval voelden beiden zich ‘ontworteld’, uit hun eigen omgeving weg gerukt. Ook deze moeder bleek na de geboorte van de tweede de kinderen flink te verwaarlozen. Achteraf vermoedt vader een postnatale depressie en heeft hij spijt van alles wat er gebeurd is, maar toen vond hij haar een slechte moeder en zij werd weg gestuurd. Omdat hij werkte, werden de kinderen  eerst ondergebracht bij zijn ouders,  maar hij wilde hen niet tot last zijn en stond zijn kinderen af, zonder dat zijn ouders dat wisten. Terugblikkend zegt hij dat ook hij een slechte vader was geweest.

Schreeuw om hulp
Het gaat er mij niet om wie wel of niet schuldig was en of de kinderen terecht of niet uit huis werden geplaatst of ter adoptie werden afgestaan. Gedane zaken nemen geen keer. Het gaat mij erom, dat instanties er zoveel mogelijk voor dienen te zorgen dat een kind binnen het eigen gezin kan opgroeien. Lukt dat niet, dan bij een familielid. Lukt dat niet, dan bij een kennis. Alles moet op alles gezet worden, dat het kind in zijn of haar eigen omgeving, dorp, stad, land kan blijven. Het is niet voor niets dat zo veel jongeren trachten weg te lopen uit de (gesloten) instellingen. Dat is een schreeuw om hulp, om aandacht, om liefde en geborgenheid. De geborgenheid van de eigen omgeving.

Iemand die ontworteld is, heeft namelijk geen ‘vaste grond onder de voeten’, die zal ongelukkig zijn en waarschijnlijk zonder enige vorm van therapie of andere ondersteuning ook blijven als die wortels te abrupt zijn afgehakt. Programma’s als ‘Vermist’ en ‘Spoorloos’ maken dit op pijnlijke wijze duidelijk als kind en ouder elkaar weer in de armen sluiten.

Kind straffen alsof het fout is geweest
Als ik dit soort programma’s zie, besef ik des te meer dat elk mens zijn of haar geschiedenis moet kennen en dat elk kind het beste gedijt in zijn of haar eigen natuurlijke omgeving. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, waarin een kind wel gered moet worden,  en waarin een kind zo ver mogelijk uit het zicht moet blijven van een vader of moeder. Maar zelfs dan zou ik zeggen, dat degene die het kind heeft mishandelt, verwaarloost of iets dergelijks, weg gerukt moet worden uit de omgeving, maar niet het kind zelf. Dat is het kind straffen alsof het schuldig is geweest.

Veiligheid en geborgenheid
Uithuisplaatsingen vinden nog steeds plaats. En nog steeds raken kinderen ‘ontworteld’. De Raad voor de Kinderbescherming, die tot taak heeft kinderen te beschermen, zou niet alleen gericht moeten zijn op korte-termijn-oplossingen, wat over het algemeen het bieden van veiligheid voor het kind behelst. Men zou veel meer gericht moeten zijn op de lange termijn, waarbij naast veiligheid ook gekeken wordt naar geborgenheid:  de eigen familie, de tradities, normen en waarden en de vertrouwde omgeving. De wortels moeten niet afgehakt, maar gevoed worden.  

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het digitale magazine van De Stem van de Ummah

dinsdag 15 juli 2014

Van pestkop naar leider

Brutale Mohamed, hondsbrutale Mohamed moest weer eens bij de directeur verschijnen. Zodra hij binnenkwam, na keurig aangeklopt te hebben, smolt ik al voor zijn beleefdheid. Die was van een bescheidenheid die niets met schijnheiligheid van doen had. Die beleefde, heel ingetogen kant had hij namelijk ook. Maar nu was het zaak dat hij ook voor mijn beleefdheid zou smelten. Hij was zeker gevoelig voor de wijze waarop ik op hem inpraatte. Ik maakte hem duidelijk dat hij als populaire jongen in de groep, de groep kon optillen of neerhalen. Ik vroeg hem of hij wel besefte dat hij leiderskwaliteiten had. 

Hij zat in groep 6 toen hij begon te puberen en nog regelmatiger bij mij op de stoep stond. De ene keer was hij grof geweest tegen de juf, de andere keer had hij Nordien weer eens gepest. Volgens mij kon hij de gesprekken met mij wel waarderen, want de paar keer dat ik vervolgens moest invallen in geval van ziekte, had ik van Mohamed geen last, in tegenstelling tot een paar andere kinderen, die mij gewoon niet moesten. Ik was immers hun eigen juf niet, en dan moest je weg gewerkt worden.

"Minder lief, minder jonge, minder mooi"
Ik heb ooit een voor een groep 4 gestaan halverwege het schooljaar die mij in het begin duidelijk maakten dat ik "minder lief, minder jong en minder mooi" was dan hun eigen juf. Compliment voor de juf, zullen we maar zeggen, die overigens ook menig lente jonger en - eerlijk is eerlijk - ook mooier was. Verder moest ik met hen vooral leuke dingen doen. "Zoals wat?" vroeg ik ze. "Zoals met ons naar Walibi gaan," was het antwoord. "En wie gaat dat betalen?" vroeg ik naïef. Hun antwoord was glashard: "Jij moet dat betalen." Ik lachte, maar dat verging me, want zij waren bloedserieus. Het duurde een paar maanden voordat ze mij accepteerden. Zure maanden voor de verwende juf die ik jarenlang was geweest, toen ik nog een vaste groep had.

De trouw aan de leerkracht van die kinderen is ongelooflijk. Er waren natuurtalenten van onderwijzers bij op de laatste school waar ik werkte, waarbij de kinderen zo zoet als lammetjes door de klas dartelden. Maar zodra de juf er een dag niet was, waren de rapen gaar. Dan waren niet zij, maar was de invaller het lam dat naar de slachtbank geleid moest en zou worden. En ik overdrijf niet. 

'Leuk doen' of 'leuk zijn'
De kinderen voelen vaak haarfijn aan als iemand 'leuk wil doen' of gewoon 'leuk is'. Kinderen weten prima of je authentiek of nep bent. Minder goed kunnen ze aanvoelen dat je misschien een beetje aan het zoeken bent naar de juiste toon, omdat je de groep niet kent. En dat is wel eens jammer geweest voor menig gekwalificeerd didacticus met goede intentie die in tranen het klaslokaal verliet. Dan kon de directeur, de intern begeleider of een leerkracht van het lokaal ernaast de kinderen wel streng toespreken, waardoor ze even helemaal onder de indruk, en vol begrip en medeleven waren, maar die had zijn of haar hielen nog niet gelicht, of de pruillipjes verdwenen en de kinderen gingen alweer op in het spannende spel van 'kijken hoe ver we kunnen gaan'. 

We hebben geprobeerd het te verklaren. Waar komt dat gedrag vandaan? Waarom is het moeilijk om orde te houden bij de kinderen? Ligt het aan de opvoeding? Ja, deels. Het kan om verwaarlozing gaan of juist overdreven prinsjesverheerlijking. Het kan om tuchtiging gaan of om doodknuffelgedrag. Bij dat laatste gedrag - van die ouders die slecht gedrag van hun kinderen altijd goedpraten of ontkennen "mijn kind doet zoiets niet"-  moet ik altijd denken aan het lugubere verhaal van de jongeman die de doodstraf kreeg met als laatste wens was om zijn moeder nog iets in te fluisteren Zij boog zich naar hem toe en hij beet vervolgens haar oor af. Zij had hem namelijk altijd de hand boven het hoofd gehouden.

Wie is de baas?
Volgens psycholoog Gerard Weijde van de Kanjertraining veroorzaken moslimkinderen geen grotere ordeproblemen dan andere kinderen, in antwoord op de vraag die weleens stiekem door mijn hoofd speelde. "Kinderen in het algemeen willen gewoon graag dat de leerkracht de leidersrol op zich neemt, ze willen weten wie de baas is," legde hij uit tijdens de training. "Als de leerkracht die rol niet op zich neemt, zal er wel een kind in de groep opstaan. En dan lopen kinderen achter hem of haar aan."  Volgens Gerard gaat het er om dat het kind, pester of gepeste, moet leren op zichzelf te vertrouwen. Daar zijn oefeningen voor. Ik geloofde in zijn pedagogische aanpak, vooral omdat ook het gepeste kind leerde uit zijn slachtofferrol te komen. Niemand speelt de baas en niemand doet zielig, zegt de Kanjertraining. Daarom nodigde ik hem uit op onze school.




Ik was er getuige van dat het bij Mohamed én bij Nordien tot een doorbraak kwam. De ouders waren ook uitgenodigd. Dat was bedoeld zodat ze met eigen ogen konden zien hoe hard of zielig hun kinderen konden zijn, maar ook hoe zelfverzekerd hun kinderen konden worden. Tevens werden de ouders betrokken bij de groepssessie, omdat ze hun eigen kind moesten complimenteren en soms ook omdat ze goed gedrag moesten voordoen. 

Wie heeft wel eens gepest?
Er werd in de groep gevraagd welke kinderen wel eens pestten. Kinderen zijn heel eerlijk en staken braaf - of juist heel stoer met veel bravoure - hun handen in de lucht. Toen er gevraagd werd, wie er gepest werd, werd er inderdaad naar Nordien gewezen. Daarna wilde Gerard weten of er iemand was die Nordien wilde helpen om niet meer gepest te worden. Dat wilde Mohamed wel doen, precies zoals wij hadden gehoopt.

Hij moest Nordien eerst de huid vol schelden, net zoals hij anders deed. Dat lukte aardig. Eerst was hij nog voorzichtig, maar daarna brak de spreekwoordelijke hel los. Ohhhh, zag je de moeders denken. Nordien kromp ineen. Toen greep Gerard in. Hij vertelde Nordien hoe hij nu beter kon reageren als er zo gescholden werd. Hij nam de tips aan en deed moedige pogingen om rechtop te blijven staan, maar Mohamed liet niet los. De mama van Nordien werd er bij gehaald. Zij moest het nu voordoen. Gerard schold de moeder uit, en moeder gaf hem duidelijk te kennen dat zij hier niet van gediend was. Daarna was Nordien aan de beurt. Hij stond daar, fier, rechtop, helemaal in zichzelf gelovend. Zijn ogen blonken. Mohamed had geen schijn van kans. De aanwezige vrouwen in het lokaal, inclusief ikzelf, pinkten allemaal een traantje weg. Dit was zo ongelooflijk mooi, beter dan Spoorloos, omdat het live was.
En werkelijk waar, nadien liep Nordien met opgeheven hoofd door de school en steeds vaker mocht hij mee spelen als hij daarom vroeg.

Gewoon stoer
De geboren leider Mohamed gedroeg zich steeds verantwoordelijker. Hij gooide zijn masker af. Want in feite moest ook Mohamed leren om in zichzelf te geloven. Hij had de groep niet langer nodig om stoer gevonden te worden. Hij was gewoon stoer.

De namen zijn gefingeerd.

zondag 13 juli 2014

Moederschap: "Alsof ik opnieuw mijn kinderen in de steek liet"

Hoe kan God naar je luisteren, als je niet eens naar jezelf luistert

Tot vier keer toe ben ik bevallen van een mooi, gezond kind en tot vier keer toe besloot ik om na het verlof weer aan de slag te gaan. Weliswaar werkte ik wel minder uren, maar toch was ik de helft van de werkweek niet thuis. Ik bracht mijn kinderen naar de oppas of naar de opvang. Ik kan mijzelf nu zoveel jaren later van alles kwalijk nemen, maar dat zal niets aan het verleden kunnen veranderen. Wel kan ik proberen terug te keren naar die pijn van toen, met als doel deze eindelijk eens te kunnen verwerken. Want pijn had ik, en geen klein beetje ook. Ik stopte het alleen heel diep weg, om te kunnen overleven. Wat ik niet besefte is dat die pijn mij jaren later nog zou achtervolgen.


Elke samenleving is in principe opgebouwd uit gezinnen, uit een gezinseenheid van man, vrouw en hun kinderen. Hoe sterker deze eenheid is, hoe sterker de structuur van de samenleving is. Gezinnen vormen daarom het fundament waarop de maatschappij wordt gebouwd. Voor de ontwikkeling van sterke gezinnen, hebben we sterke vaders en sterke moeders nodig. Vooral de moeder speelt een sleutelrol binnen elk gezin. Zij is de spil waar het allemaal om draait. Zonder de moeder - ik ben me ervan bewust dat ik veralgemeniseer - is er geen opvoeding, geen verzorging, geen maaltijd, geen liefde, aandacht, veiligheid, stabiliteit en rust in huis.

Wij vrouwen houden werkelijk alle ballen in de lucht

Maar op de een of andere manier is de rol van de moeder in grote delen van de wereld veranderd. Dit heeft te maken met het onderwijsprogramma, dit heeft te maken met beeldvorming. Wij vrouwen leren dat het belangrijk is om onafhankelijk te zijn, om op eigen benen te kunnen staan. Wij vrouwen leren dat de combinatie van gezin en werk heel goed mogelijk is. Dus als we zwanger raken en we bevallen, dan gaan we na twee, drie maanden alweer aan het werk. Het kind wordt achtergelaten bij familie, de oppas of bij de opvang. Wij vrouwen worden aangemoedigd carrière te maken. Wij hebben de neiging om ons extra in te zetten op het werk op de dagen dat we werken. Wij vrouwen houden werkelijk alle ballen in de lucht: kinderen verzorgen, kinderen naar school brengen, met de auto op naar ons werk, alles geven op het werk, weer in de auto stappen, kinderen ophalen, eten koken, huishouden doen en 's avonds het manlief naar de zin maken. We hebben zo'n enorme oerkracht en overlevingsdrang dat we de wereld aan kunnen.

Wat had ik het zwaar, als ik mijn kinderen naar de oppas of opvang bracht

Ik ben zelf ook zo gebrainwasht. Ik ben zelf ook zo'n moeder geweest die maar van geen ophouden wist. Ook al nam ik een half jaar ouderschapsverlof op, ook al waren het maar twee of drie dagen dat ik werkte, ik ging gewoon vrolijk weer aan de bak en deed mijn stinkende best op het werk. Wacht, als ik de film terug speel kan ik het woord vrolijk maar beter schrappen. Want wat had ik het zwaar als ik mijn kinderen naar de oppas of opvang bracht. Zij waren in tranen, ik verbeet mijn tranen en wachtte tot ik in de auto zat. Maar als ik dan in mijn eentje weg reed, weg van mijn kind, brak mijn hart en kwamen de waterlanders alsnog. Het verdriet kwam vanuit mijn tenen, of beter gezegd vanuit mijn baarmoeder. 

En wat had ik het zwaar als de oudere kinderen niet op tijd klaar stonden om naar school te gaan, zodat ik op tijd op mijn werk kon zijn. Ik heb zitten schreeuwen tegen ze in de auto, als we weer eens laat waren, totdat ze een keer tegen me zeiden, dat ze liever hadden dat ik ze sloeg dan dat ik zo schreeuwde. Toen heb ik mezelf tot de orde geroepen. 

Ik heb er niet naar geluisterd, naar dat moederinstinct. Ondanks het feit, dat ik mijzelf wel schuldig voelde, begroef ik dat schuldgevoel eerst in mijn kussen tezamen met de tranen en vervolgens diep onder de grond en bedacht ik allerlei verontschuldigingen voor mezelf. Ik kon toch niet anders? Ik moest toch werken? Ik moest toch mijn man ondersteunen? Waar moesten we anders van leven? Alle werkende moeders moesten toch door deze fase heen vroeger of later? Zo is het leven, toch? 

Die kleine littekens op het hart doen iets met een mens

Wat ik mij niet realiseerde is, dat ik door het ontkennen van mijn tranen, het ontkennen van mijn fitra - mijn intuïtie en instinct - kleine littekens op mijn hart heb gecreëerd. Ik luisterde niet naar mezelf, naar mijn diepste wensen. Ik deed slechts wat er van mij verwacht werd. En dat terwijl ik als kind zo eigenwijs was. "Jij gaat toch altijd je eigen gang," placht mijn vader dan te zeggen. En hij had gelijk. Toen wel.

Die kleine littekens op het hart doen iets met een mens. Want vanuit het hart wordt het bloed het lichaam ingepompt. What comes around goes around. Het negeren van mijn gevoelens ging door de jaren heen zijn tol eisen, op de werkvloer, maar ook lichamelijk. Ik raakte bijvoorbeeld mijn vrouwelijke vormen kwijt, doordat ik zo hard werkte. De kilo's vlogen eraf. Anderen zouden er blij mee zijn, maar ik ben liever volslank dan mager. 

Die vermagering begon na de geboorte van mijn oudste zoon. Na het zwangerschapsverlof zocht ik een oppas voor hem, maar er was geen klik met de eerste. Hij huilde er alleen maar. De tweede oppas vond het niet leuk dat mijn zoontje nog niet kon lopen en dat hij een beetje bang was voor haar zoontje. De derde oppas raakte zwanger. De vierde oppas liep weg bij haar man. Moet ik nog doorgaan? 

Ik kon gewoon geen orde meer houden. Ik was hèt kwijt

Op de werkvloer ging het ook mis, maar dat was pas na de geboorte van de jongste. Was ik als leerkracht altijd zelfverzekerd geweest, na het ouderschapsverlof van mijn jongste raakte ik dat gevoel kwijt. De kinderen in de klas voelden het haarfijn aan. Ik kon gewoon geen orde meer houden. Wat ervoor een vanzelfsprekendheid was, was dat niet meer. Ik was hèt kwijt. Op mijn verzoek kwam de intern begeleider observeren bij het lesgeven, maar die zei dat er niks mis was met mij. Ik deed het goed. Maar het bleef bij mij knagen, dat de kinderen steeds weer de grenzen opzochten. Ik leed eronder. 

Totdat ik besloot dat het anders moest. Aangezien anderen wel tevreden waren over mijn werk, besloot ik op zoek te gaan naar een andere baan. Gelukkig heb ik toen wel naar mezelf geluisterd. Maar dat was meer omdat ik vond dat kinderen recht hadden op een juf die orde, gezag en liefde uitstraalde.

Ik raakte oververmoeid van de slapeloze nachten, omdat mijn gedachten maar door bleven malen

Ik had geluk, dat ik binnen twee jaar een andere baan vond. Ik kon aan de slag als directeur van een basisschool. Vol ambitie, goede moed en nieuwe energie ging ik aan de slag. Ik was vast van plan om de kinderen, die soms uit achterstandsbuurten kwamen, een plek te bieden waar zij vol zelfvertrouwen aan hun talenten konden werken. Ik was en ben er van overtuigd dat kinderen pas goede resultaten leveren als zij zichzelf kunnen zijn. Hiertoe waren sociale vaardigheden en inzicht in zichzelf en hun gedrag ten opzichte mens, dier, natuur, materie en omgeving van groot belang. 

Maar het bovenschools management dacht er anders over. De resultaten kregen alle prioriteit. Alles moest en zou daarvoor wijken. Toen ik mij realiseerde dat er niet naar mij geluisterd werd, is er iets in mij geknakt. De teamleden leken ook niet meer naar mij te willen luisteren. Ik kreeg allerlei lichamelijke klachten en raakte oververmoeid van de slapeloze nachten omdat mijn gedachten maar door bleven malen.

De oude wonden in mijn hart werden weer open gereten

Pas nu begrijp ik dat destijds de oude wonden in mijn hart weer werden open gereten. Alsof ik opnieuw geen 'moeder' kon en mocht zijn. Alsof ik opnieuw mijn kinderen in de steek liet. Pas nu, anderhalf jaar na mijn afscheid, begrijp ik waar de pijn die ik voelde toen 'men' niet naar mij wilde luisteren, vandaan kwam. Ik hoefde verder niemand de schuld te geven. Ik was mijn eigen vijand. Als je niet luistert naar je eigen gevoel, naar je eigen instinct, zullen de mensen ook niet naar je luisteren en zal God ook niet naar je luisteren.

Alhoewel ik mij verantwoordelijk voelde voor de school, de kinderen, de ouders en het team, leek het mij beter om mij aan de belofte te houden die ik aan mezelf gedaan had, toen ik met het werk begon, namelijk dat mijn gezondheid er niet onder mocht gaan lijden. Ik trad in overleg met het bovenschools management en wat bleek: ze wilden graag van me af. We kwamen tot een regeling. 

Jarenlang heb ik geroepen dat ik eigenlijk niet zo'n moeder-moeder ben

Jarenlang heb ik geroepen dat ik eigenlijk niet zo'n moeder-moeder ben. Dat ik niet geschapen ben om thuis te blijven voor het huishouden en de kinderen. Gelukkig nemen mijn kinderen mij niets kwalijk. Los van elkaar hebben ze gezegd, dat ze tevreden zijn met mij als moeder en dat ze niets aan me wilden veranderen, behalve dat ik soms wat minder gestoord mag doen ;)  God weet hoe dankbaar ik hiervoor ben. 

Mijn verstand zegt, dat ik het mezelf niet kwalijk moet nemen dat ik destijds voor de combinatie gezin-werk koos. Het is gegaan zoals het is gegaan. Het is verspilde energie om mijzelf verwijten te maken. Het verleden kunnen we niet veranderen. Ik kan nu alleen maar zeggen, dat ik mijn instinct als vrouw en moeder niet opnieuw zal negeren, inchAllah. 

Tot zover de ratio. Maar mijn gevoel beweert iets anders vrees ik. Ik denk dat ik het mezelf nog steeds niet vergeven heb. Want waarom voel ik anders de tranen opborrelen bij het opschrijven, lezen of uitspreken van het woord vergeven?   

De aandacht van de zorgzame en liefdevolle moeder die ik ben 

Lichaam en ziel hebben veel tijd nodig om te helen. Het is grotendeels gelukt, maar ik heb nog een paar littekens te gaan, die meer tijd, liefde en aandacht nodig hebben. De aandacht van de zorgzame en liefdevolle moeder die ik ben. 

maandag 16 juni 2014

Geitenwollensokken-manie

Die ochtend had ik haast. Ik had me verslapen. Vandaar dat ik snel wat boterhammen smeerde om ze daar ter plekke op te eten. Ik stond met een kraampje bij de eerste landelijke Islamquiz van Nederland, georganiseerd door de ISBO. Toen ik alles had uitgepakt, pakte ik ook mijn boterhammen uit. Een zuster ‘betrapte’ mij daarbij: “Een witte boterham, schaam je.” Ik mompelde nog even iets als “haast”, maar achteraf baalde ik er van dat ik geen weerwoord gaf. Het gaat immers niemand iets aan wat ik consumeer, thuis of buitenshuis. Toch raakte ze een gevoelige snaar, waarschijnlijk omdat ik allerlei pogingen onderneem om bewuster om te gaan met alles wat wij als gezin consumeren. Ik probeer te consuminderen.


Zero Plastic Week
De afgelopen week bijvoorbeeld heb ik geen nieuwe plastic tassen aangenomen bij de winkels in het kader van de Zero Plastic Week. Want hoewel wij ons plastic afval netjes scheiden, is het toch van den gekke dat wij wekelijks een vuilniszak vol plastic in die bak dumpen. Wie denkt er over na, dat er tussen Hawaï en San Francisco 44 miljoen kilo plastic afval rond drijft met een omvang van 34 keer Nederland? Behalve dat deze ‘plastic soep’ een gevaar vormt voor alle zeedieren, krijgen wij als consument dit natuurlijk ook weer op ons bordje. Toch is er wereldwijd maar één land dat de plastic tas in de ban heeft gedaan, en dat is Rwanda, in Afrika. Vandaar dat ik ervoor wil zorgen, dat ik zo vaak mogelijk een stoffen tas bij de hand heb, zodat ik geen plastic tassen meer hoef aan te nemen in de verschillende winkels.


Minder vlees
We eten de laatste maanden ook minder vlees. Dat wil zeggen, dat er ofwel vaker vegetarische maaltijden op het menu staan, ofwel dat de portie vlees gehalveerd is. Wat ik nog wel zou willen bereiken is dat we, behalve dat onze kip halal is, het ook nog tayyib - gezond -  is. Want wat kan er nu gezond zijn aan een kip die zijn leven lang geen daglicht heeft gezien en groeihormonen krijgt toegediend om binnen zes weken een volwassen kip te worden, waar een kuiken normaal gesproken zes maanden over doet. Die kip heeft veel stress ervaren in zijn leven en, die stress- en groeihormonen zullen uiteindelijk ook in mijn maag belanden. Tot nu toe heb ik mijn echtgenoot echter nog niet kunnen overtuigen, om over te gaan op de biologische kip “want het leven is al zo duur.” Maar ik heb goede hoop, want het duurde ook jaren voordat hij zijn familieleden er op ging wijzen, dat al die suiker slecht is voor de gezondheid. En hij koopt nu ook de duurdere rietsuiker in plaats van de gewone witte kristalsuiker. Petje af voor mijn eerste-generatie-man, die hier 25 jaar geleden kwam met het idee geld te sparen om vervolgens in zijn eigen land iets op te bouwen.


Ook heb ik thuis alle schadelijke schoonmaakproducten verruild voor een milieuvriendelijker alternatief. Ze zijn vaak wel wat duurder, maar behalve dat ze het milieu niet schaden, ruiken ze ook nog eens lekker. Ik heb alleen nog een grote fles met chloor staan die ik dus nu niet meer gebruik, maar die er nog wel staat. Ik weet niet of het een groot verschil zal maken als ik het op maak, of dat ik het product in de chemokar werp. Ik heb ook pogingen gedaan om mijn eigen wasmiddel te maken, maar dat was niet direct een succes. Ik mis in mijn omgeving mensen zoals ik, zodat we samen kunnen experimenteren in het ‘groener worden’. 

Mensenrechten
Ik ben er nog niet uit, waar ik de grens moet leggen. Ligt de grens bij ‘wat goed is voor het milieu’, of ‘wat goed is voor de dieren’ of ‘wat goed is voor de mens’. In principe komt het allemaal op hetzelfde neer, want wat goed is voor het milieu en voor de dieren, is dat uiteindelijk ook voor de mens. ‘Wat goed voor de mens is’ reikt echter nog veel verder dan alleen maar gezondheid en welzijn. Dan gaat het ook over mensenrechten en onze verantwoordelijkheid daarin.


Zo was ik jarenlang erg actief met het boycotten van allerlei goederen en producten waarvan de producenten uit bezet Palestijns gebied kwamen, of een deel van de winst aan Israël schonken. Ik probeerde ook andere zusters te overtuigen om bepaalde merken te boycotten, maar ik vond nauwelijks gehoor. Alleen het verhaal van de medjoul-dadels uit Israël raakte ze. Maar nu beweerde onze slager laatst, dat ook de andere medjoul-dadels uit Israël komen, maar dan via een omweg. Ook maak ik mee dat merken constant van de een in de andere handen overgaan. Zo was Douwe Egberts een tijdlang onderdeel van Sara Lee, ging vervolgens zelfstandig om binnen de kortste keren weer doorverkocht te worden aan een Duits bedrijf. De boycotsites zijn ook niet meer up-to-date, dus hoe moet ik het dan nog bijhouden? Nu probeer ik zo veel mogelijk de producten van de grote multinationals te vermijden, aangezien zij, behalve in Palestina, ook in vele andere landen de mensenrechten met voeten treden. Maar als het niet anders kan, maak ik mezelf of mijn gezinsleden geen verwijten meer.
Ik ben er nog niet uit, waar voor mij de grens ligt. Als het aan mij lag, ging het er hier in huis anders aan toe. Dan droeg het hele gezin alleen maar katoenen en linnen kleding, deden we onze boodschappen altijd met stoffen tassen, hadden we een kleinere of geen televisie, en aten we slechts één keer in de week vlees, hadden we onze eigen kippetjes en dus eitjes, en kweekten we onze eigen groenten. Maar het ligt niet alleen aan mij. En dat is maar goed ook, want ik als ik eenmaal op dreef ben, is er misschien geen houden meer aan met mijn geitenwollensokken-manie.

Levensgenieter
Aan de andere kant ben ik te veel een levensgenieter om mij te veel leuke of lekkere dingen van het leven te ontzeggen. Toen ik net moslim was, ging ik om met een paar zusters die uit het biologisch-dynamisch milieu kwamen. Twee van hen serveerden altijd hibiscus-of rooibosthee. Hoe hard ik het ook probeerde, ik heb nooit kunnen wennen aan die zure smaak. Wat kon mij het schelen dat het zo gezond was? Ze konden op zijn minst ook nog een andere smaak serveren? Ook had ik soms best nog trek en keerde ik met een knagend hongergevoel huiswaarts na een dagje samen kennis opdoen. Maar ik heb er volgens mij nooit iets van gezegd, omdat ik niet verwend en hebberig over wilde komen, en omdat ik netjes ben opgevoed. De zusters en ik zijn uiteindelijk ook uit elkaar gegroeid, omdat ik denk ik te werelds voor ze was. Ze werden namelijk steeds strenger en gingen bijvoorbeeld steeds grotere sluiers en sommigen gingen de gezichtssluier dragen, terwijl ik op straat en op mijn werk bleef rondlopen in westerse kleding. Of er een relatie is tussen het een en het ander, weet ik niet. Maar ik kreeg het een beetje benauwd van de vanzelfsprekendheid waarmee zij alles uitdroegen.


Bemoeizucht
Dezelfde beleefdheid belemmerde mij waarschijnlijk om de zuster die zich bemoeide met mijn broodtrommel direct te wijzen op haar onbeleefdheid, ook al was het plagerig bedoeld. Want het is niet vanzelfsprekend dat ik als moslim bruinbrood eet. Mijn man is degene die de boodschappen doet. Hij en de kinderen eten graag witbrood. Dus eten we witbrood. Vaak haal ik voor mezelf spelt-brood, of eet ik havermoutpap, en soms geniet ik van een witte boterham met een dikke laag boter en hagelslag. Verder ben ik dol op gebraden kip, koffie verkeerd, en chocola. “Toch wel fair trade hè?” vraagt mijn bemoeizuchtige geweten. “Meestal wel,” antwoord ik, “het lukt me alleen nog niet met die heerlijke dikke witte chocoladerepen met gepofte rijst.”

zie ook www.qantara.nl