Posts tonen met het label zelfreflectie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelfreflectie. Alle posts tonen

dinsdag 26 april 2016

Symbolen op mijn levenspad

Als je ervan overtuigd bent geraakt, dat alles wat op je pad komt, je iets te zeggen heeft, dan ga je heel anders naar het leven kijken. Wat betekent dan een poging tot inbraak in je woning terwijl je in je woonkamer staat? Wat betekent het dan dat je van je fiets valt omdat je de controle over je stuur kwijtraakt? Wat wil de merel die op slechts één meter afstand van je komt zitten in onze tuin en me recht aankijkt, je zeggen? Alles en iedereen als symbool op mijn levenspad.





De afgelopen weken leef ik bewuster dan ooit tevoren. Eigenlijk vind ik het nog lang niet bewust genoeg, maar dat komt omdat ik hoge eisen stel aan mezelf. En met bewust bedoel ik dan eigenlijk meer gedisciplineerd, want het ontbreekt me aan discipline. Dan zit ik bijvoorbeeld vier weken lang in een vast ritme, en dan gebeurt er iets, waardoor ik volledig de kluts kwijt raak.

Keizersboom
Maar als je op weg naar de supermarkt je bewust wordt van de grote schoonheid van de Keizersboom, die met haar prachtige roze bloesem slechts enkele weken per jaar in bloei staat, besef je weer dat alles betrekkelijk is. Het leven dat je zelf leeft met jouzelf als belangrijk middelpunt van het heelal stelt in wezen maar weinig voor en duurt maar een moment in de eeuwigheid. Toch vertelt de Keizersboom ook, dat je maar beter volop kunt bloeien als de tijd rijp is. En als je bent uitgebloeid, kun je altijd nog met je schaduw bescherming bieden aan je omgeving en een huis zijn voor de vogels in de rest van de tijd die je gegund is.

De merel
Dan die merel. Terwijl ik bezig was om de perkplantjes een plekje in mijn tuin te geven, daalde de merel af naar beneden, naarstig op zoek naar regenwormen die bloot aan de oppervlakte lagen doordat ik de aarde had omgespit. Eerst dacht ik dat de merel mij niet had opgemerkt en ik bleef heel stil zitten. De avond tevoren was ik onder de indruk van een scène uit Karate Kid met Jackie Chan en Jaden Smith, waarbij de jongen na een lange klim bovenop de berg een vrouw spot die door een cobra lijkt te zijn gehypnotiseerd. Achteraf vertelt zijn kungfu-meester hem, dat het andersom was: de vrouw hypnotiseerde de cobra. Niet door stil te blijven zitten, maar door van binnen stil te worden.
Dus besloot ik van binnen stil te worden. Het was heel wonderlijk hoe de merel steeds dichterbij kwam en mij aan leek te kijken. Hij vloog een paar keer weg om gelijk weer terug te komen, zelfs nadat ik tegen hem begon te praten. Was ons beider nieuwsgierigheid naar elkaar te groot, dat hij maar terug bleef komen, of was het slechts de verleiding van de wormpjes? Ik realiseerde mij, dat ik te weinig in de natuur verblijf, terwijl ik het zintuiglijke contact met water, aarde, bomen en planten zo hard nodig heb om tot innerlijke rust te komen.    

De val van de fiets
En de val van de fiets. We zouden naar de braderie gaan, mijn oudste dochter en ik. Op de fiets gezeten, fietste ik automatisch het pad dat ik altijd fiets in de richting van de stad, totdat mijn dochter zei: “Mama, we moesten hier eigenlijk naar links.” Ik besefte, dat er fietsers en een bromfiets achter ons reden en dat ik even naar de kant moest. Daarbij kon ik niet goed inschatten wat mijn dochter van plan was. Voor ik het wist zat mijn stuur in haar vleermuismouw en daar ging ik. In alle snelheid besloot ik mee te bewegen ‘go with the flow’ en door te rollen op de stoep. Een korte hevige pijn in mijn kuit, van waarschijnlijk het stuur, maar verder voelde ik me vooral erg ‘voor schut’. De dame op de bromfiets hield halt en vroeg of het ging en ook twee meisjes op skeelers toonden lieve belangstelling. Nou, het ging goed met mij en ik liep heen en weer over de braderie alsof er niets aan de hand was. Pas ‘s avonds begon het pijn te doen. Maar nadat ik er kamferolie op had gesmeerd, werd ik de volgende dag nagenoeg pijnvrij wakker. Ik had er alleen een diepe blauw-paarse plek aan over gehouden. Toch was ik benieuwd wat dit ongeval zou kunnen betekenen. Ik kom uit bij het handboek psychosomatiek ‘Ziekte als symbool’ van arts, natuurarts en psychotherapeut Ruediger Dahlke en zoek naar de beschrijving die bij het ongeval past. Hij raadt aan om wat er gebeurde spreekwoordelijk en naar de huidige levenssituatie te vertalen. Het gaat volgens hem om een karikatuur van de eigen problematiek. Ik raakte de controle over mijn stuur volledig kwijt. Het klopt, dat ik nieuwe wegen insla, maar dat sommige dingen me vooral overkomen. Ik laat het gebeuren, maar vind het ook wel weer spannend. Klaarblijkelijk moet ik “alerter deelnemen aan het leven”, zoals Dahlke adviseert, want ik moet de val als “een inbreuk in het leven doorzien en deze plotselinge krachtsontplooiing op een meer geëmancipeerde manier tot uiting brengen; in plaats van afwisseling door ongeval liever bewust uit het gareel lopen, uit de band springen, nieuwe creatieve impulsen in het leven laten binnendringen”.


Poging tot inbraak
Het is het woord inbreuk, waardoor mijn lippen omkrullen. Want dit is een perfecte brug naar de poging tot inbraak die twee weken geleden plaats vond in onze woning. Ik was op weg naar de woonkamer toen ik plotseling twee paar benen onder het rolgordijn zag uitsteken. Eerst dacht ik nog dat het mijn man was met zijn vriend, maar toen ze aan het raamkozijn begonnen te wrikken, begreep ik dat ik met inbrekers te maken had. Ik zocht mijn telefoon om de politie te waarschuwen, maar de paniek verblindde mij en ik zag mijn telefoon niet. Toen besloot ik naar buiten te gaan en ze te verjagen. Dat lukte, ze schrokken enorm en gingen er vandoor. Daarbij heb ik één van de inbrekers recht in de ogen gekeken, nog een jonge jongen. Juist omdat hij zo jong was, en omdat ik ze beiden verjoeg, voelde ik nadien totaal geen angst. Ook voel ik me niet onveilig in mijn eigen woning. Ik voel me hooguit alert. Wat heeft deze poging tot inbraak mij te vertellen? Als kindertolk in opleiding heb ik geleerd dat je huis voor je persoonlijkheid staat. Wat ik zelf vermoed is dat ik niet langer bang moet zijn, dat men mijn persoonlijkheid wil beïnvloeden. Ik sta ‘mijn mannetje’; ik ben in staat deze (on)gevaarlijke invloeden weg te jagen. Ik ben veilig in mijn eigen persoonlijkheid.  


Al met al kan ik dus mijn levenslessen uit mijn directe omgeving halen. Het is slechts een kwestie van bewustzijn. De directe omgeving en ik reageren op elkaar zonder dat ik bang hoef te zijn dat ik mijn persoonlijkheid kwijt raak, zoals dat in het verleden wel eens gebeurd is. Deze autonomie, die mij door Allah gegeven is, maakt mij tot de mens die ik ben. “Volg de natuurlijke aanleg, die Allah in de mens geschapen heeft, "  zegt Allah in soera ar-Roem 30:30. Zolang ik hiervan doordrongen ben en erop vertrouw dat Allah mij leidt, kan ik met alles mee resoneren en hoef ik niet bang te zijn dat ik in ‘gevaar’ ben.  

maandag 28 september 2015

Gevangen in gedachten

We stonden samen te wachten op de bus. Tussen de wachtende mensen stond een vrouw hardop te mopperen over het lot dat haar getroffen had. “Waarom, God, waarom?” vroeg ze op een verwijtende toon. God was kennelijk schuldig aan de ellende die haar was overkomen.




Ik moet een jaar of 20 geweest zijn, nog geen moslim, wel zoekende. Ik voelde in elk geval instinctief aan dat hier een denkfout gemaakt werd. God heeft nergens schuld aan. Als ons iets slechts overkomt, is het ofwel alleen maar slecht in onze ogen - dat wil zeggen met onze beperkte blik - ofwel het is iets dat we over onszelf hebben afgeroepen. Ik vond de vraag typisch iets voor christenen, omdat ook dominees aangaven dat kinderen of jongelui te vroeg waren heengegaan en dat het “niet eerlijk” was. Volgens de bijbel heeft zelfs Jezus aan God gevraagd, “Waarom heeft u mij verlaten?” Hoe krom is die vraag, als je gelooft dat Jezus een deel van God zelf is. Ik begreep het toen al niet - God die zichzelf verwijten maakt - en nog steeds verbaas ik me over alle verschillende en onlogische verklaringen die christenen geven.  


Ik zou God nooit de schuld geven, daar was ik zeker van. De opmerking “Welke God doet nu zoiets” zou ik niet maken en de vraag  “Hoe kan God dit onrecht toestaan?” zou ik niet stellen.


Godzijdank heb ik mij aan mijn woord gehouden.


Wat ik toen niet besefte is dat ik de waarom-vraag indirect toch wel degelijk stel. Gisteren las ik in het boek ‘De helende kracht van acceptatie’ van Annemarie Postma en werd getroffen door de volgende zin: ‘Om ruimte te maken voor heling is de eerste stap de drang om te weten waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren op te geven’. Meteen wist ik: dit gaat over mij. Ik wil altijd weten waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Ik loop alle mogelijkheden in mijn brein af om er achter te komen wáár ik de fout ben ingegaan, of wat de werkelijke reden kan zijn dat anderen mij zo konden kwetsen. Wie wat waar wanneer en waarom blijven ronddraaien in mijn hoofd. Ik ging er vanuit dat het juist goed is om kritisch naar mezelf te kijken. Dat ik na jaren nog steeds alleen maar kan gissen - met zo nu en dan een klein helder momentje - mocht de gedachtenpret - of prut - niet drukken. Ik tast nog steeds in het duister. En het erge is dat ik mijzelf ook dát weer kwalijk neem. Ik zit gevangen in mijn gedachten. Het is zoals Postma zegt: ‘vasthouden aan de drang om te weten is vasthouden aan de pijn’. Een schok van herkenning schiet door mijn lichaam. Dit is wat ik doe, ik houd vast aan de pijn. Wat doe ik mezelf aan?


Ik vind God niet oneerlijk, maar ik vind ‘de wereld’ en ‘de mensen’ oneerlijk. Er is zoveel onrecht gaande in de wereld, dat ik dat niet verdragen kan. Daar bovenop komt nog het kleine leed dat mijzelf overkomt, waarvan ik of anderen of mezelf de schuld geef. En zo raak ik verwikkeld in filosofische gedachtekronkels. Op het internet heb ik de ene link met de ene verklaring nog maar net geopend, of mijn oog valt op een volgende link met een andere verklaring. Ik zal het antwoord vinden en dán heb ik vast het inzicht. Ik wil begrijpen waarom er zoveel ellende en verderf op aarde is.


Vat krijgen op de situatie is niet alleen mijn drang, maar de drang van vele mensen. We leren als kind al dat het belangrijk is om te plannen en om te kaderen. Hoe wonderlijk is het dat ik op de opleiding Journalistiek mijn creativiteit kwijtraakte omdat ik zoveel moeite moest doen om te kaderen en te beargumenteren. Toch had ik daar mijn lesje nog niet geleerd.



Hoe vaak heb ik van anderen te horen gekregen dat ik fel overkom, dat het lijkt alsof ik een heel leger met me heb meegenomen. Een tijdje geleden kwam ik er al achter dat die felheid ergens in mijn verleden is opgebouwd. Ik heb zelf iets meegemaakt in mijn jeugd, dat te zwaar was om te dragen, of iets gezien dat het daglicht niet verdragen kon, waardoor ik het gevoel heb mijzelf te moeten beschermen en te strijden. ‘No more pain. No more games, no more messing with my mind. No more drama in my life. No one’s gonna make me hurt again’ zingt Mary J. Blige en dat voel ik tot op mijn botten. Telkens als ik in een soortgelijke situatie terecht kom, bal ik weer mijn vuisten en staat the angry young woman in mij op. Het zal mij niet overkomen dat ik me alwéér laat overdonderen! De ander heeft geen idee waar die felheid vandaan komt - de felheid is doorgaans ook onterecht, want gebaseerd op een oude verontwaardiging en angst  -  maar het is mijn instinct, mijn overlevingsdrang. Daar heb je dat woord weer: drang.

Ik lees verder in het boek om te begrijpen wat ik moet doen om van die drang af te komen - en ik voel het al een beetje aan mijn water: niets. Ik moet niets doen! Pas als ik stop met zoeken, zal ik mijn antwoorden vinden, belooft Postma.  


‘Het gaat er uiteindelijk om’ schrijft zij, ‘dat we verlies, tegenslag of ziekte kunnen gaan zien als een crisis die onze ogen wil openen voor de werkelijkheid, en ons tegelijkertijd een kans biedt om dichterbij onszelf of God te komen. En dat het wel of niet genezen helemaal niet zo belangrijk is, maar dat het er om gaat dat we de innerlijke uitdaging aangaan die er van ziekte of beperking uitgaat, dat we ontdekken welk verlangen van de ziel er achter onze ziekte schuilgaat’.


Wat mijn ziel wil, dat weet ik best wel. Mijn ziel wil wat alle mensen in wezen willen: innerlijke rust. Mijn ziel is moe van het strijden en verlangt naar overgave. Ik wist wel dat ik er nog niet was met het uitspreken van de shahada, want telkens weer stelt Allah ons op de proef en wij moeten er naar blijven streven om in overgave te leven. En daar schrijf ik alweer een woord op dat met iets willen beheersen te maken heeft - streven. Laat ik er maar naar streven om te accepteren dat het leven hard is, dat er mensen op mijn pad zullen blijven komen die niet het beste met mij voor hebben, zonder dat ik naar een verklaring zoek. Het is geen apathische houding die leidt tot neerslachtigheid, maar een daadwerkelijk Godsvertrouwen, die leidt tot een krachtiger persoonlijkheid.

Zal het me lukken om los te laten en me te laten leiden?

maandag 29 september 2014

De eigen identiteit, deel II: de generatieklik

Is er sprake van een generatiekloof tussen de eerste, tweede en derde generatie
moslims in Nederland of hebben de jongere generaties van de verschillende puzzelstukjes een nieuwe mooie puzzel samengesteld? Is er sprake van een brei, of een fusie? Van een generatiekloof of een -klik? In dit deel aandacht voor de grote uitdaging die er voor onze jeugd ligt om de wijsheid van hun voorouders te benutten en om de problemen die generaties lang zijn doorgegeven op te lossen.

Zou het niet geweldig zijn als wij als mens in staat zouden zijn om ons te bevrijden van de gruwelen van het verleden? Dat wij geen oorlogen meer voeren, omdat wij hebben gezien dat oorlogen alleen maar voordeel opleveren voor de wapenhandelaren en de grote machthebbers in de wereld, die het gewone volk bespelen? Dat wij inzien dat sommige eeuwenoude tradities zoals bloedwraak en eerwraak alleen maar meer ellende opleveren en dat wij besluiten te breken met deze tradities? Ik noem nu zeer zware problemen, maar het kan ook om allerlei tradities, normen en waarden gaan die binnen een bepaald gezin heersen.  


Fouten uit het verleden
Het is geen illusie om te breken met tradities, groot of klein, het is mogelijk. Elk mens is in staat om de fouten uit het verleden te corrigeren en om aan zijn eigen kinderen andere, bevrijdende waarden en normen door te geven. In deze tijd van bewustwording moeten wij ons realiseren dat wij onze kinderen kunnen behoeden voor de fouten die wij hebben gemaakt. Niet door hen te beschermen of te beperken, maar door hen de begeleiding en vervolgens de ruimte en het vertrouwen te geven om zich te kunnen ontwikkelen naar eigen mogelijkheden.


Als ik binnen mijn eigen biculturele gezin kijk, zie ik dat onze kinderen ondanks de soms bijna onoverbrugbare tegenstellingen tussen mijn man en ik een eigen weg hebben gekozen om hiermee om te gaan. Ze neigen soms naar het een, soms naar het andere, maar nog vaker gaan ze er heel anders en met een grote souplesse mee om. Zo heb ik van huis uit, vermoed ik, de graag aan de verwachtingen willen voldoen-factor mee gekregen. Ik wil graag aardig gevonden worden. Ik voel mij enorm verantwoordelijk voor het wel en wee van andere mensen. Ik draag soms de last van de hele wereld op mijn schouders. De vader van mijn kinderen heeft echter ‘lak’ aan anderen. Het interesseert hem echt niet wat anderen van hem denken. Hij voelt zich in hoge mate verantwoordelijk voor zijn eigen gezin en zijn familie, maar voelt zich niet geroepen de wereld te redden.  




Blending
Onze kinderen hebben dat relaxte van hun vader, de een wat meer dan de ander. Ze hebben een zelfvertrouwen dat hen door de puberteit heeft geloodst zonder grote noemenswaardige problemen, Godzijdank. Wat ze van mijn genen hebben overgenomen is dat ze stuk voor stuk sociaal en inschikkelijk zijn en zich makkelijk aanpassen in verschillende situaties. Ze hebben onze beide beste kanten door elkaar gemixt en hebben er een smakelijke milkshake van gemaakt.


Bij zo’n blending gaat er ook wel eens wat mis overigens. Als dat niet zo was, viel er niets meer te leren. Zo komen alle vier de kinderen bijna dagelijks net niet te laat, net als hun vader. Zo hebben drie van de vier best wel eens last van faalangst, terwijl dit helemaal niet nodig is, net als hun moeder. Daarnaast zijn er ook nog zaken die nog niet uitgekristalliseerd zijn. Mijn man heeft bijvoorbeeld de concurrentie-factor mee gekregen. De broers in het gezin hebben lang geprobeerd elkaar te overtroeven, om in de gunst bij de ouders te komen. De ouders hebben duidelijk hun voorkeur laten blijken voor de een of de ander, wat tot jaloezie en soms zelfs wrok heeft geleid. Bij ons thuis was er sprake van volledige gelijkwaardigheid. Mijn ouders hebben nooit een van de kinderen voorgetrokken. Ikzelf heb dit overgenomen van mijn ouders: ik heb gewoon geen voorkeur. Mijn man steekt zijn voorkeur niet onder stoelen of banken, alhoewel hij veel minder uitgesproken is dan zijn ouders en hij zijn lieveling niet voortrekt. De grap is dat de andere kinderen die voorkeur zelfs benutten door hun zusje in te zetten om dingen gedaan te krijgen. In elk geval hoop ik dat mijn kinderen dit ‘voorkeursgedrag’ niet zullen kopiëren en plakken. Dat ze de andere kant hebben gezien, zou hun hierbij ‘over de drempel’ kunnen helpen. De keus is echter aan hen.

Een generatie helen
Ik denk dat elk mens elke dag weer de mogelijkheid heeft om te breken met belemmerende tradities of belemmerend gedrag. De kunst is dat de mens dit doet zonder de anderen in de familie voor het hoofd te stoten. Hij moet ervoor zorgen dat oude puzzelstukjes die niet meer passen, vernieuwd worden, zodat de puzzel weer héél wordt. Verder moet de mens de woorden van de wijzen onder zijn voorouders herinneren waar hij ook is, omdat hij is wie hij is mede dankzij hen en hun genen. Als de mens deze klik kan maken, heelt hij zichzelf en zijn generatie en maakt hij de wereld weer een stukje beter en beschaafder.

Lees ook deel I de generatiekloof

woensdag 17 september 2014

De eigen identiteit: de generatiekloof (deel I)

Is er sprake van een generatiekloof tussen de eerste, tweede en derde generatie moslims in Nederland of hebben de jongere generaties van de verschillende puzzelstukjes een nieuwe mooie puzzel gemaakt? Is er sprake van een brei, of een fusie? Van een generatiekloof of een -klik? In dit deel aandacht voor de veranderende samenleving en de eigen identiteit.


Jongeren die opgroeien tussen twee culturen. Jaren geleden waren er tig discussieprogramma’s op radio en tv over jongeren die op straat en op school heel ander gedrag vertoonden dan thuis. De Nederlanders gingen er terecht van uit dat de meeste moslimpubers er eigenlijk graag bij wilden horen. Ze wilden net zo vrij zijn als de Nederlandse jeugd. Zij wilden het liefst ook muziek luisteren, zij wilden ook verkering, zij wilden ook uitgaan. Een aantal jongens wilden nog meer. Zij droomden van het grote geld dat zij op een makkelijke, snelle manier konden verdienen. Ze kwamen vaker in aanraking met de politie dan de gemiddelde Nederlander. De ouders keken machteloos toe. Het was de schuld van de school, de schuld van de maatschappij, de schuld van de politie, etc. De meisjes droomden waarschijnlijk van dezelfde dingen, maar hun grootste droom was die van onafhankelijkheid. De makkelijkste weg om die te bereiken was door te studeren.



Tijden veranderen
Maar tijden zijn veranderd. Vooral na 11 september. Doordat de ‘verkaasde’ jongeren in de gaten hadden, dat ze ondanks hun aanpassing, er eigenlijk nog steeds niet ècht bij hoorden, verlangden ze naar een eigen identiteit. Ze beseften dat ze nooit maar dan ook nooit hun eigen afkomst konden verloochenen. Hun roots waren belangrijk. Er was echter nog iets anders wat daar nog bovenuit stak. De verdwaalde jongeren en zij die hun afkomst trouw waren gebleven, realiseerden zich, dat zij bovenal moslim waren. Het werd een houvast voor veel jongeren. Sommigen zagen de religie als de manier om zich af te zetten tegen de samenleving, anderen vonden een ongelooflijke rust in het geloof zoals ze niet eerder hadden ervaren. Eenmaal gekozen voor de moslimidentiteit verdwenen de hormonale verlangens naar de achtergrond.


De samenleving maakt zich zorgen over de verschillende groepen jongeren. Zij die criminele activiteiten ontplooien, aangezien zij vaker in aanraking komen met de politie dan de gemiddelde Nederlandse autochtoon.  En zij die zijn doorgeschoten in de naleving van de regels van de islam. Regels die in feite slechts 10 procent van het geloof uitmaken, maar voor deze jongeren eerder 90 procent beslaan. Eigenlijk kunnen we daarmee stellen dat ook deze jongeren zijn ontspoord. En opnieuw kijken de ouders toe en doen alsof hun neus bloedt, alsof zij deze kinderen niet eigenhandig hebben opgevoed.




Krampachtig
Toch denk ik dat we als samenleving niet al te krampachtig tegenover deze jongeren moeten staan. Als ik denk aan mijn eigen jeugd, woonden er een paar flinke deugnieten in de buurt. Deugnieten is zwak uitgedrukt, het waren gewoon rotjongens, die bushokjes kapot maakten, brievenbussen vernielden, in de struiken van voortuinen sprongen totdat de takken afbraken, cocaïne snuifden, met hun brommers rondscheurden, brutaal en grof waren en vaak op het hoekje van de straat stonden. Maar uiteindelijk zijn die jongens stuk voor stuk getrouwd en werden het allemaal keurige burgers, uitzonderingen daargelaten. Welnu, ik ga er vanuit dat de meeste moslimjongeren die nu op het verkeerde pad zijn of juist zijn doorgeschoten op het ‘goede pad’ uiteindelijk ook allemaal tot bezinning zullen komen. Ze zijn pubers die nog te veel bezig zijn met overleven en die hun weg nog moeten vinden, zowel in de samenleving als wel in de wereld. Het zijn wel jongeren die begeleiding behoeven van de juiste personen. Het zijn jongeren die voorbeeldfiguren nodig hebben, vanuit hun eigen gemeenschap en op scholen.


Ik denk dat de samenleving te ver is doorgeschoten met het feminisering. Als twee jongens nu op de vuist gaan, kan je er van uitgaan dat één van hen aangifte zal doen bij de politie. Als het ene kind het andere kind bij de kruis vat - zoals jongens uit baldadigheid soms doen - dan volgt er heden ten dage een heel traject waarbij jeugdhulpverlening wordt ingeschakeld. Vroeger gaf je zo’n ventje een schop onder zijn achterste of een dreun in zijn gezicht en dan was de affaire geregeld. Op school wordt het personeel op het hart gedrukt om elke misstap van elk kind te noteren in een aparte map. Als een personeelslid iets vermoedt van mishandeling of misbruik moet dit meteen gemeld worden bij de juiste instantie. Nu is zo’n melding in sommige gevallen zeker een noodzaak, maar een misverstand, miscommunicatie of misgunnen kunnen heel grote en onwenselijke gevolgen hebben, zoals een uithuisplaatsing.


Ruimte nodig
Elke jongere bevindt zich in zijn puberteit tussen twee culturen, de cultuur op straat en de cultuur thuis. Voor de moslimjongere houdt dat een dubbele moeilijkheid in. Ik pleit daarom voor ruimte voor elke jongere om ‘zijn eigen spel’ te ontwikkelen op het voetbalveld van het leven, met aan de zijlijn zijn ouders als  trainer en coach. In het volgende deel ga ik in op de uitdaging van het leven met en tussen verschillende culturen.

Lees ook deel II de generatieklik

zondag 13 juli 2014

Moederschap: "Alsof ik opnieuw mijn kinderen in de steek liet"

Hoe kan God naar je luisteren, als je niet eens naar jezelf luistert

Tot vier keer toe ben ik bevallen van een mooi, gezond kind en tot vier keer toe besloot ik om na het verlof weer aan de slag te gaan. Weliswaar werkte ik wel minder uren, maar toch was ik de helft van de werkweek niet thuis. Ik bracht mijn kinderen naar de oppas of naar de opvang. Ik kan mijzelf nu zoveel jaren later van alles kwalijk nemen, maar dat zal niets aan het verleden kunnen veranderen. Wel kan ik proberen terug te keren naar die pijn van toen, met als doel deze eindelijk eens te kunnen verwerken. Want pijn had ik, en geen klein beetje ook. Ik stopte het alleen heel diep weg, om te kunnen overleven. Wat ik niet besefte is dat die pijn mij jaren later nog zou achtervolgen.


Elke samenleving is in principe opgebouwd uit gezinnen, uit een gezinseenheid van man, vrouw en hun kinderen. Hoe sterker deze eenheid is, hoe sterker de structuur van de samenleving is. Gezinnen vormen daarom het fundament waarop de maatschappij wordt gebouwd. Voor de ontwikkeling van sterke gezinnen, hebben we sterke vaders en sterke moeders nodig. Vooral de moeder speelt een sleutelrol binnen elk gezin. Zij is de spil waar het allemaal om draait. Zonder de moeder - ik ben me ervan bewust dat ik veralgemeniseer - is er geen opvoeding, geen verzorging, geen maaltijd, geen liefde, aandacht, veiligheid, stabiliteit en rust in huis.

Wij vrouwen houden werkelijk alle ballen in de lucht

Maar op de een of andere manier is de rol van de moeder in grote delen van de wereld veranderd. Dit heeft te maken met het onderwijsprogramma, dit heeft te maken met beeldvorming. Wij vrouwen leren dat het belangrijk is om onafhankelijk te zijn, om op eigen benen te kunnen staan. Wij vrouwen leren dat de combinatie van gezin en werk heel goed mogelijk is. Dus als we zwanger raken en we bevallen, dan gaan we na twee, drie maanden alweer aan het werk. Het kind wordt achtergelaten bij familie, de oppas of bij de opvang. Wij vrouwen worden aangemoedigd carrière te maken. Wij hebben de neiging om ons extra in te zetten op het werk op de dagen dat we werken. Wij vrouwen houden werkelijk alle ballen in de lucht: kinderen verzorgen, kinderen naar school brengen, met de auto op naar ons werk, alles geven op het werk, weer in de auto stappen, kinderen ophalen, eten koken, huishouden doen en 's avonds het manlief naar de zin maken. We hebben zo'n enorme oerkracht en overlevingsdrang dat we de wereld aan kunnen.

Wat had ik het zwaar, als ik mijn kinderen naar de oppas of opvang bracht

Ik ben zelf ook zo gebrainwasht. Ik ben zelf ook zo'n moeder geweest die maar van geen ophouden wist. Ook al nam ik een half jaar ouderschapsverlof op, ook al waren het maar twee of drie dagen dat ik werkte, ik ging gewoon vrolijk weer aan de bak en deed mijn stinkende best op het werk. Wacht, als ik de film terug speel kan ik het woord vrolijk maar beter schrappen. Want wat had ik het zwaar als ik mijn kinderen naar de oppas of opvang bracht. Zij waren in tranen, ik verbeet mijn tranen en wachtte tot ik in de auto zat. Maar als ik dan in mijn eentje weg reed, weg van mijn kind, brak mijn hart en kwamen de waterlanders alsnog. Het verdriet kwam vanuit mijn tenen, of beter gezegd vanuit mijn baarmoeder. 

En wat had ik het zwaar als de oudere kinderen niet op tijd klaar stonden om naar school te gaan, zodat ik op tijd op mijn werk kon zijn. Ik heb zitten schreeuwen tegen ze in de auto, als we weer eens laat waren, totdat ze een keer tegen me zeiden, dat ze liever hadden dat ik ze sloeg dan dat ik zo schreeuwde. Toen heb ik mezelf tot de orde geroepen. 

Ik heb er niet naar geluisterd, naar dat moederinstinct. Ondanks het feit, dat ik mijzelf wel schuldig voelde, begroef ik dat schuldgevoel eerst in mijn kussen tezamen met de tranen en vervolgens diep onder de grond en bedacht ik allerlei verontschuldigingen voor mezelf. Ik kon toch niet anders? Ik moest toch werken? Ik moest toch mijn man ondersteunen? Waar moesten we anders van leven? Alle werkende moeders moesten toch door deze fase heen vroeger of later? Zo is het leven, toch? 

Die kleine littekens op het hart doen iets met een mens

Wat ik mij niet realiseerde is, dat ik door het ontkennen van mijn tranen, het ontkennen van mijn fitra - mijn intuïtie en instinct - kleine littekens op mijn hart heb gecreëerd. Ik luisterde niet naar mezelf, naar mijn diepste wensen. Ik deed slechts wat er van mij verwacht werd. En dat terwijl ik als kind zo eigenwijs was. "Jij gaat toch altijd je eigen gang," placht mijn vader dan te zeggen. En hij had gelijk. Toen wel.

Die kleine littekens op het hart doen iets met een mens. Want vanuit het hart wordt het bloed het lichaam ingepompt. What comes around goes around. Het negeren van mijn gevoelens ging door de jaren heen zijn tol eisen, op de werkvloer, maar ook lichamelijk. Ik raakte bijvoorbeeld mijn vrouwelijke vormen kwijt, doordat ik zo hard werkte. De kilo's vlogen eraf. Anderen zouden er blij mee zijn, maar ik ben liever volslank dan mager. 

Die vermagering begon na de geboorte van mijn oudste zoon. Na het zwangerschapsverlof zocht ik een oppas voor hem, maar er was geen klik met de eerste. Hij huilde er alleen maar. De tweede oppas vond het niet leuk dat mijn zoontje nog niet kon lopen en dat hij een beetje bang was voor haar zoontje. De derde oppas raakte zwanger. De vierde oppas liep weg bij haar man. Moet ik nog doorgaan? 

Ik kon gewoon geen orde meer houden. Ik was hèt kwijt

Op de werkvloer ging het ook mis, maar dat was pas na de geboorte van de jongste. Was ik als leerkracht altijd zelfverzekerd geweest, na het ouderschapsverlof van mijn jongste raakte ik dat gevoel kwijt. De kinderen in de klas voelden het haarfijn aan. Ik kon gewoon geen orde meer houden. Wat ervoor een vanzelfsprekendheid was, was dat niet meer. Ik was hèt kwijt. Op mijn verzoek kwam de intern begeleider observeren bij het lesgeven, maar die zei dat er niks mis was met mij. Ik deed het goed. Maar het bleef bij mij knagen, dat de kinderen steeds weer de grenzen opzochten. Ik leed eronder. 

Totdat ik besloot dat het anders moest. Aangezien anderen wel tevreden waren over mijn werk, besloot ik op zoek te gaan naar een andere baan. Gelukkig heb ik toen wel naar mezelf geluisterd. Maar dat was meer omdat ik vond dat kinderen recht hadden op een juf die orde, gezag en liefde uitstraalde.

Ik raakte oververmoeid van de slapeloze nachten, omdat mijn gedachten maar door bleven malen

Ik had geluk, dat ik binnen twee jaar een andere baan vond. Ik kon aan de slag als directeur van een basisschool. Vol ambitie, goede moed en nieuwe energie ging ik aan de slag. Ik was vast van plan om de kinderen, die soms uit achterstandsbuurten kwamen, een plek te bieden waar zij vol zelfvertrouwen aan hun talenten konden werken. Ik was en ben er van overtuigd dat kinderen pas goede resultaten leveren als zij zichzelf kunnen zijn. Hiertoe waren sociale vaardigheden en inzicht in zichzelf en hun gedrag ten opzichte mens, dier, natuur, materie en omgeving van groot belang. 

Maar het bovenschools management dacht er anders over. De resultaten kregen alle prioriteit. Alles moest en zou daarvoor wijken. Toen ik mij realiseerde dat er niet naar mij geluisterd werd, is er iets in mij geknakt. De teamleden leken ook niet meer naar mij te willen luisteren. Ik kreeg allerlei lichamelijke klachten en raakte oververmoeid van de slapeloze nachten omdat mijn gedachten maar door bleven malen.

De oude wonden in mijn hart werden weer open gereten

Pas nu begrijp ik dat destijds de oude wonden in mijn hart weer werden open gereten. Alsof ik opnieuw geen 'moeder' kon en mocht zijn. Alsof ik opnieuw mijn kinderen in de steek liet. Pas nu, anderhalf jaar na mijn afscheid, begrijp ik waar de pijn die ik voelde toen 'men' niet naar mij wilde luisteren, vandaan kwam. Ik hoefde verder niemand de schuld te geven. Ik was mijn eigen vijand. Als je niet luistert naar je eigen gevoel, naar je eigen instinct, zullen de mensen ook niet naar je luisteren en zal God ook niet naar je luisteren.

Alhoewel ik mij verantwoordelijk voelde voor de school, de kinderen, de ouders en het team, leek het mij beter om mij aan de belofte te houden die ik aan mezelf gedaan had, toen ik met het werk begon, namelijk dat mijn gezondheid er niet onder mocht gaan lijden. Ik trad in overleg met het bovenschools management en wat bleek: ze wilden graag van me af. We kwamen tot een regeling. 

Jarenlang heb ik geroepen dat ik eigenlijk niet zo'n moeder-moeder ben

Jarenlang heb ik geroepen dat ik eigenlijk niet zo'n moeder-moeder ben. Dat ik niet geschapen ben om thuis te blijven voor het huishouden en de kinderen. Gelukkig nemen mijn kinderen mij niets kwalijk. Los van elkaar hebben ze gezegd, dat ze tevreden zijn met mij als moeder en dat ze niets aan me wilden veranderen, behalve dat ik soms wat minder gestoord mag doen ;)  God weet hoe dankbaar ik hiervoor ben. 

Mijn verstand zegt, dat ik het mezelf niet kwalijk moet nemen dat ik destijds voor de combinatie gezin-werk koos. Het is gegaan zoals het is gegaan. Het is verspilde energie om mijzelf verwijten te maken. Het verleden kunnen we niet veranderen. Ik kan nu alleen maar zeggen, dat ik mijn instinct als vrouw en moeder niet opnieuw zal negeren, inchAllah. 

Tot zover de ratio. Maar mijn gevoel beweert iets anders vrees ik. Ik denk dat ik het mezelf nog steeds niet vergeven heb. Want waarom voel ik anders de tranen opborrelen bij het opschrijven, lezen of uitspreken van het woord vergeven?   

De aandacht van de zorgzame en liefdevolle moeder die ik ben 

Lichaam en ziel hebben veel tijd nodig om te helen. Het is grotendeels gelukt, maar ik heb nog een paar littekens te gaan, die meer tijd, liefde en aandacht nodig hebben. De aandacht van de zorgzame en liefdevolle moeder die ik ben. 

dinsdag 6 mei 2014

12 gewoonten van mensen zonder kopzorgen

Degenen die grootsheid bereiken, moeten een oceaan vol moeilijkheden overzwemmen, voordat zij zullen slagen


Dat we ons zorgen maken is een onvermijdelijk deel van het leven. Slechte dingen kunnen nu eenmaal gebeuren, en we hebben als mens van nature de neiging om van te voren al na te denken over allerlei negatieve gevolgen van iets wat nog moet gaan gebeuren.

In feite is het erg onproductief om te tobben, maar “we doen het elke keer weer opnieuw, zonder enige uitkomst, en meestal gaan we uit van het slechtste scenario van de toekomst,” legt dr. Jason Moser, assistent-professor van de Afdeling Psychologie van de Universiteit van de staat Michigan in Amerika, die onderzoek heeft gedaan naar kopzorgen.

“Onzekerheid hoort bij het leven, net zoals rampen," vertelt hij. Er is een groot verschil met angst. Angst heeft een duidelijkere oorzaak, zoals voor de spin op de muur, maar mensen maken zich zorgen over “een ongestructureerde, toekomstige, onzekere dreiging – iets dat mogelijk zou kunnen gebeuren.”

Terwijl het onderzoek niet duidelijk is over de mate waarin mensen zich bezig houden met tobben, is het duidelijk dat sommige persoonlijkheidstypen vaker kopzorgen hebben dan andere. Volgens Moser schijnt er bijvoorbeeld een relatie te zijn tussen neuroticisme (negatieve emotionaliteit) en tobben, en hetzelfde geldt voor een algemene intolerantie voor onzekerheid. En terwijl iedereen wel eens kopzorgen heeft, is het mogelijk om zo veel te tobben dat het je dagelijkse leven beïnvloedt.

Maar zelfs als je een piekeraar bent, is het nog niet te laat. Er is namelijk een aantal effectieve strategieën die piekeraars kunnen hanteren om de negatieve spiraal te doorbreken. Dr. Moser en dr. Christine Purdon, psycholoog, professor en directeur van het Centre for Mental Health Research aan de Universiteit van Waterloo, delen enkele zeer effectieve gewoonten en strategieën met ons om het tobben tegen te gaan door prijs te geven welke gemeenschappelijke kenmerken mensen hebben die zich weinig tot geen zorgen maken. Deze strategieën worden aangevuld met tips vanuit islamitisch oogpunt:

Zij focussen op het heden
Misschien is één van de grootste verschillen tussen tobbers en niet-tobbers dat de laatsten in het heden blijven, en dat zij zich niet druk maken over zaken die nog in de toekomst zullen plaats vinden. Purdon noemt het de ‘zorgen-ketting’ – het idee dat een zorg tevoorschijn komt komt met de woorden “wat als…..” en zo voort. Niet-tobbers zijn beter in staat om naar het probleem te kijken en de oplossing te zien, “maar een piekeraar kan die afstand niet bewaren,” legt ze uit. “De geest gaat een stuk sneller.”

Bijvoorbeeld, stel dat je zoon, die naar de middelbare school gaat, thuis komt met een slecht cijfer. Als je een tobber bent, zou je je mogelijk zorgen maken over het feit dat hij zal blijven zitten, en dat hij uiteindelijk niet aan een vervolgopleiding kan beginnen. Terwijl een niet-tobber zich realiseert, dat het probleem is, dat je zoon voor dit vak waarschijnlijk niet hard genoeg heeft geleerd. Punt. “Ik ben in staat om te zeggen: ‘Normaal gesproken gaat het goed met hem, hij is slim, hij is toegewijd, het zal goed komen; dit is een dip, geen vast patroon,” legt Purdon uit. Terwijl de tobber bezorgd wordt, en “hun intentionele focus vernauwt tot mogelijke dreigingen. Ze kunnen zichzelf in een oogwenk heel bezorgd maken.”

Ook in de Islam wordt aangeraden om 'wat als' en 'als' uit je (brein)vocabulaire te schrappen. Volgens een sterke overlevering van Aboe Huraira in Muslim heeft de profeet, vrede zij met hem, gezegd: "Als je door iets (in de vorm van beproevingen) getroffen wordt, zeg dan niet: "Als ik dit niet gedaan had, dan zou dit en dat nooit gebeurd zijn," maar zeg: "Allah heeft laten gebeuren wat Hij heeft opgedragen dat er zou gebeuren." En het woord 'als' opent de deuren van de duivel."

"De gebeurtenis bevolen door Allah, zal voorbijgaan, probeer het dus niet te versnellen," zegt Allah in de Quran, hoofdstuk De Bij, vers 1. "Het is niet verstandig vruchten te plukken voordat ze rijp zijn", schrijft dr. 'Aaidh Al-Qarni in 'Wees niet bedroefd'. "Morgen bestaat niet, want het is vandaag geen realiteit. Waarom moet u zich dan ermee bezig houden. Waarom bent u zo bang voor toekomstige rampen? Waarom wordt u zo door gedachten daaraan in beslag genomen, helemaal als u niet eens weet of u morgen wel zult zien? Hij vraagt ons alleen duidelijke plannen voor vandaag te maken: "Vandaag zal ik mijn huis en mijn kantoor opruimen. Vandaag zal ik bijzonder op mijn lichamelijke reinheid en uiterlijk letten, etc." Het is dus zaak om één hoofdprioriteit per dag te kiezen.


Ze praktiseren mindfulness
In het verlengde van 'in-het-heden-blijven' ligt het beoefenen van mindfulness, vaak vertaald met milde aandacht. Mindfulness kan ons helpen om de focus weg te leiden van allerlei hypotheses van wat mogelijk allemaal op je weg zou kunnen komen. "Het helpt je in het hier en nu te blijven en het helpt je om bewust te worden van je gedachten," zegt Purdon.

Therapie, zoals cognitieve gedragstherapie en therapie gericht op acceptatie en toewijding, kan piekeraars ook helpen om de negatieve spiraal te doorbreken, aangezien zij hun aandacht richten "op het idee om niet te strijden met je gedachten of ze te ontkennen, maar om de mensen te helpen zich op hun leven en hun waarden te focussen en op het heden, zodat ze besluiten kunnen nemen," voegt Moser toe.

Als je als moslim je gebed verricht en je raakt overweldigd door allerlei gedachten en zorgen, waardoor je je concentratie kwijtraakt, laat dit dan geen reden zijn tot nog meer zorgen en zelfverwijt. Constateer dat je aandacht wordt afgeleid, en keer terug met je aandacht naar het gebed, zonder het je zelf kwalijk te nemen. Blijf dit praktiseren, totdat je op een gegeven moment meer greep hebt op je gedachten die voorheen met je aan de haal gingen.



Hun brein werkt werkelijk anders als er een reden tot zorg is
Moser publiceerde onlangs de gegevens van een onderzoek in de Journal of Abnormal Psychology, waarbij hij aantoonde dat de hersens van tobbers en niet-tobbers anders werkte tijdens een stressvolle gebeurtenis. Voor de studie hadden Moser en zijn collega's 71 vrouwen gevraagd om een vragenlijst in te vullen waaruit zou blijken of ze in het algemeen positieve of negatieve denkers of tobbers zijn. Vervolgens kregen de deelnemers negatieve beelden te zien - zoals van een vrouw die een mes tegen de keel kreeg gedrukt door een gemaskerde man - terwijl ondertussen hun hersenactiviteit werd opgenomen en gemeten. Moser ontdekte dat de hersens van de positieve denkers minder actief waren dan die van de negatieve denkers/tobbers. In feite "was bij de tobbers een paradoxaal boemerangeffect in hun hersens waar te nemen als hen gevraagd werd hun negatieve emoties te temperen," legt Moser uit. "Dit geeft aan, dat zij werkelijk veel moeite hebben om een positieve draai aan moeilijke gebeurtenissen te geven en dat hun negatieve emoties zelfs erger worden als hen wordt gevraagd positief te denken."

Al-Qarni zegt: "Veel mensen in deze wereld zijn onbeschrijfelijk bang voor toekomstige armoede, voor honger, voor ziekte en rampen; dit soort gedachten worden door de duivel geïnspireerd. Allah zegt in de Qur'an in hoofdstuk 2 De Koe vers 268 namelijk: "Shaitan bedreigt jullie met armoede en beveelt jullie zonden te plegen, terwijl Allah jullie vergiffenis belooft van Hemzelf en overvloed, en Allah is voldoende voor de noden van al Zijn schepselen, Alwetend."



Ze zijn meer geneigd om risico's te nemen
Terwijl piekeraars het moeilijk vinden om een besluit te nemen - ze hebben meer tijd nodig omdat ze lang blijven haken in alle mogelijk negatieve uitkomsten - zijn niet-tobbers bereid om oplossingen voor problemen uit te proberen ook al is de uitkomst daarvan mogelijk negatief. Volgens Moser zijn niet-tobbers ook flexibeler in hoe ze over dingen denken, waardoor ze niet in een negatieve spiraal terecht komen.

Wees niet bang om te falen. Falen hoort bij het leven. Problemen zullen altijd op ons pad komen. De profeet, vrede zij met hem zei: "Als Allah iets goeds voor iemand wil, dan geeft Hij hem problemen." Dr. 'Aaidh al-Qarni schrijft: "Wees daarom niet overbezorgd als u met ziekte, de dood van een zoon of het verlies aan weelde (of inkomsten) geconfronteerd wordt. Allah heeft deze zaken verordend en de beslissingen zijn aan Hem, en Hem alleen." Als we geduld tonen en gelovig blijven, zullen we de beloning ontvangen en zullen onze zonden vergeven worden.

Wees niet bang om risico's te nemen. Leef met hoop op een goed en gezegend leven. Wees vastberaden, standvastig en verlang oprecht dat je van zorgen, verdriet, angst en zenuwen bevrijd wordt.


Ze zien de zaken in een breder perspectief
Niet-tobbers zijn in staat om afstand te nemen van een situatie om het op deze manier in een breder perspectief te plaatsen. Tobbers daarentegen vernauwen hun perspectief tot een enkele zienswijze. Een manier waarop dit gebeurt is door dat ze alle mogelijke slechte scenario's op een rij zetten en zich dan voorstellen welke uitkomsten het meest waarschijnlijk zouden zouden kunnen. Bij voorbeeld: als een tobber zich zorgen maakt dat ze haar baan zal verliezen, stelt ze zich het slechtste scenario voor, namelijk dat ze mogelijk dakloos en alleen onder een brug zal moeten doorbrengen.

Moser geeft overigens aan dat een tobber door het scenario heen praten haar toch zal helpen om in te zien dat wat zij zich inbeeldt erg onwaarschijnlijk is. Hij stelt ook een andere simpele strategie voor waardoor zij een en ander in een ander of breder perspectief kan zien, en dat is door de eigen naam te gebruiken in plaats van 'ik' als er over de emoties gesproken wordt. Dus in plaats van: "Ik ben er niet in geslaagd om...", kan je beter over jezelf in de derde persoon spreken, om de zaken vanuit een ander perspectief te kunnen zien.

Verder is het van belang je op het moment dat de zorgen zich in je hoofd opstapelen, te realiseren dat leven van een gelovige altijd in een breder perspectief geplaatst kan worden. Als je beseft dat je leven in dienst staat van God en dat je je hele leven voorbereidt op het Hiernamaals en dat je standvastigheid zal worden beloond, wordt je hart gezuiverd van zorgen en verdriet. Je zal tevreden zijn met wat op je pad komt, omdat je weet dat je op God kan vertrouwen. Hij deed namelijk de belofte in de Qur'an in hoofdstuk De Bij, vers 97: "Iedereen die goede daden verricht, of hij nu een man of een vrouw is, terwijl hij een ware gelovige is, waarlijk, voor hem geven Wij een goed leven en Wij zullen hen zeker een beloning in overeenstemming met het beste wat zij plachten te doen." Behalve de beloning, bied God ook directe geruststelling in hoofdstuk De Donder, vers 28: "Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten rust!" De rust zullen we ervaren omdat, op het moment dat wij aan God denken, Hij aandacht aan ons persoonlijk schenkt: "Gedenk Mij, Ik zal jullie herinneren," in hoofdstuk De Koe, vers 152. De beste gedachtenis is natuurlijk de Salaat, het gebed, dat een moslim vijf maal daags dient te verrichten. Als de profeet, vrede zij met hem, door moeilijkheden was getroffen, zei hij altijd: "O Bilal! Geef ons rust en roep op tot het gebed."


Zij pakken de zorg bij de wortel aan
Het probleem met kopzorgen is dat het uit de hand kan lopen en datgene waar je kopzorgen over hebt, eigenlijk maar weinig meer van doen heeft met het echte probleem. Daarom is het zo belangrijk om het echte probleem onder ogen te zien, zodat je de negatieve gedachten een halt kan toeroepen.

"Als ik met tobbers van doen heb, probeer ik probleemidentificatie toe te passen, en ik stel ze daarmee op hun gemak," vertelt Purdon. "Ja, er bestaan sommige problemen die tot iets anders kunnen leiden, maar laten we ons geen zorgen maken over iets wat nú gebeurt."

Het is belangrijk, dat tobbers van probleem-generator waar ze toe geneigd zijn, naar probleem-oplossing worden geleid. "Tobbers denken dat wat zij doen constructief is, namelijk dat zij anticiperen op wat komen gaat, - en soms zal het werken," legt Purdon uit, "maar over het algemeen kunnen ze niet meer stoppen met (negatief) denken als ze eenmaal begonnen zijn."



Zij tobben wel, maar stellen er een tijdslimiet aan
"Een van de redenen waarom mensen zich zorgen maken, is dat ze denken, dat ze het meteen moeten overdenken. Ze denken dat ze er op moeten anticiperen en alle uitkomsten moeten incalculeren. Maar het leidt de aandacht af van waar ze eigenlijk echt hun tijd aan zouden moeten besteden, zoals hun baan, hun man, de kinderen, wat dan ook," legt Purdon uit. Daarom stelt zij een strategie voor, genaamd 'de zorgen-stoel'. "Het werkt als volgt: reserveer een kwartier tijd per dag waarin je helemaal in je eentje je zorgen mag overdenken. Maak je geen zorgen buiten deze vijftien minuten om, en zorg er ook voor dat deze sessies elke dag op een en dezelfde plek (vandaar de term 'de zorgen-stoel') plaats vinden."Wat dit betekent is dat je, als je de bezorgdheid voelt opkomen, je tegen jezelf zegt: "Ik denk er later over na. Ik kan mijn aandacht 'uitschakelen' en mij op andere dingen richten," verklaart Purdon. "En wat ze dan vaak ontdekken is dat de bezorgdheid daarna verdwenen is." "

In plaats van 'de zorgenstoel' kan je als moslim ook het uiten van je zorgen beperken tot de momenten van gebed. Op het moment dat je je hoofd tegen de grond drukt, ben je het dichtst bij je eigen Schepper en kan je al je zorgen bij Hem neerleggen.



Ze hebben het vertrouwen dat ze alles aankunnen wat op hun pad komt
Mensen die zich veel kopzorgen maken, denken niet alleen maar na over wat er allemaal mis kan gaan, volgens Purdon, maar ze missen ook het vertrouwen in hun eigen capaciteiten om daarmee om te gaan. De psycholoog noemt het wel ironisch dat tobbers over het algemeen erg goed reageren in een crisis, aangezien ze gewend zijn om alle slechte scenario's van te voren al uit te denken. Niet-tobbers kunnen daar echter ook mee omgaan, volgens haar, omdat zij er simpelweg op vertrouwen dat het goed komt.

Als er problemen op je pad komen, maak dan niet van elke mug een olifant. Realiseer je dan, dat Allah je niet meer problemen zal geven, dan je aan kunt. "Allah belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient." (hoofdstuk De Koe, 286).



Ze bezitten de capaciteit om positief te blijven denken ook al lijkt er geen uitweg mogelijk
Als we de genoemde afbeelding van Moser in het Journal of Abnormal Psychology study, die eerder beschreven werd, nog eens overdenken. Als je je het beeld voorstelt van een vrouw die een mes tegen haar keel krijgt gedrukt door een gemaskerde man, wat zou dan volgens jou als volgt kunnen gebeuren? Een tobber denkt dan aan de slechtste uitkomst mogelijk, terwijl een niet-tobber in staat is om te bedenken dat de vrouw zich los zou kunnen rukken. Ook denken ze vaker dat de uitkomst ook positief kan zijn.

Die capaciteit om positief te blijven, hangt nauw samen met het beoefenen van geduld. "Waarlijk, het ware geduld is dat wat jullie bij een innerlijke schok tonen," zei de profeet, vrede zij met hem. 'Aaidh al-Qarni voegt toe: "Degenen die grootsheid bereiken, moeten een oceaan vol moeilijkheden overzwemmen, voordat zij zullen slagen... Na het lezen van de biografieën van een aantal succesvolle mensen uit het verleden, was ik verbaasd over de hoeveelheid geduld die zij opbrachten, en hun vermogen om zware lasten te dragen om daarna alleen maar als sterkere mensen tevoorschijn te komen. Moeilijkheden vielen op hun hoofd als de inslag van hagel en toch bleven zij standvastig als bergen. En toen, na een korte tijd, werden zij voor hun geduld beloond."


Ze stellen zichzelf de juiste vragen
"Tobbers die hun zorgneigingen beter onder controle willen krijgen, zouden zichzelf een aantal vragen kunnen stellen als ze in een negatieve gedachtespiraal terecht dreigen te komen. Namelijk: 'Is het mijn probleem?' Ten tweede: 'Heb ik er controle over?' en tot slot 'Heb ik al alles gedaan wat binnen mijn mogelijkheden ligt? En: 'Gaat er een dreiging van uit?'," stelt Purdon voor. "Als er geen dreiging vanuit gaat, is er namelijk geen reden tot bezorgdheid."

'Aaidh al-Qarni zegt: "Denk daarom na over wat de oorzaak van uw angsten is en vraag u zelf af: is het uw energie en gezwoeg waard? Wat het ook is, dat die bezorgdheid veroorzaakt, u besteedt er uw verstand, uw vlees en bloed, tijd en energie aan. En als het uw energie en tijd niet waard is, dan heeft u een groot deel van uw belangrijkste bron verspild. Psychologen zeggen dat u alles in verhouding met de ware waarde ervan moet beoordelen en het dan op de juiste plaats moet zetten. Nog meer waarheid bevat de uitspraak van Allah: "Voorwaar Allah heeft de maat aan alle dingen gegeven." (Qur'an, hoofdstuk De Scheiding, vers 3)



Ze weten hoe zij hun negatieve gedachten kunnen herkennen
“De ergste chronische piekeraars accepteren hun gevoelens minder goed. Ze kunnen slecht tegen onzekerheid en zij vinden negatieve emoties onaanvaardbaar. Volgens Moser hebben mensen met een positievere kijk op het leven eerder in de gaten wanneer negatieve emoties met ze aan de haal gaan - het maakt niet uit of het om relaties, om werk of om het betalen van de rekeningen gaat. Ze maken gebruik van hun emoties om een weloverwogen besluit te nemen.

Het is belangrijk als moslim om je eigen emoties te beheersen. Dat kan alleen als je ze herkent. Als je je emoties in zowel goede als slechte tijden kunt beheersen, zal je vrede, geluk, gemak en de overwinning over je eigen ego bereiken. Als we ons zouden realiseren in welke mate negatieve gedachten ons uitputten, omdat we er slecht van slapen en onnodig lijden, zouden we op dat moment in staat moeten zijn om deze gedachten een halt toe te roepen.



Zij verrichten goede daden
Tot slot nog een islamitische tip betreffende liefdadigheid. Als je liefdadigheid verricht, zal niet alleen de persoon die je helpt daar voordeel bij hebben, ook jijzelf zal daar baat bij hebben. In plaats van dat je met jezelf en je eigen zorgen bezig bent, richt je je op de ander. Hierdoor zal je vrede in je hart vinden. Al-Qarni schrijft hierover: "Als u aan een depressie lijdt, dan zal een liefdevolle daad waarschijnlijk een groter effect op uw ziekte hebben dan het best verkrijgbare medicijn." We moeten niet denken, dat liefdadigheid maar weinig te betekenen heeft. De profeet, vrede zij met hem, zei over liefdadigheid in een authentieke overlevering van Abu Dhar uit de verzameling van Muslim: "Onderschat niet het minste van de goede werken, al is het maar het glimlachen naar je broeder als je hem tegenkomt."

bron: 'Wees niet bedroefd' door dr. 'Aaidh al-Qarni, huffingtonpost.com, hadithvandedag.nl







dinsdag 4 maart 2014

A big treasure


It kills me to see us hurting each other

haunting each other
picking on every word the other says
Cursing and calling names
Ridiculing and playing games

I feel like keeping quiet for a while
Because I don't want to loose this feeling of mercy
This beautiful feeling of mercy
that entered my heart
as a big treasure