Er wordt aangebeld. Mijn jongste zoon en ik zijn alleen thuis. We kijken televisie. We gaan er vanuit dat mijn oudste zoon thuis komt. "Als hij het is, doe ik open," roept hij. Ze doen altijd een schietspelletje. Wie de ander als eerst 'neerschiet' heeft gewonnen. Hij gluurt door het keukenraam. "Er is niemand. Zeker kwajongens die belletje lellen," zegt hij nog. Ik loop nog naar buiten om een glimp op te vangen van de kwajongens, maar ze zijn in geen velden en wegen te bekennen. We grinniken wat over zijn belletje-lellen-avonturen en daarna over de mijne, terwijl hij boven achter de pc een spelletje speelt. Daarna ga ik weer naar de woonkamer.
Dan hoor ik een geluid bij het tuinraam in de woonkamer. Ik zie vanonder het rolgordijn twee broeken vlak voor het raam staan. Een spijkerbroek en een trainingsbroek. Ik ga er vanuit dat mijn man het is met zijn vriend. Wat raar eigenlijk dat ze zo dichtbij het raam staan. Maar dat is mijn man helemaal niet. Als ik ook nog eens hoor dat er aan het kozijn gewrikt wordt, realiseer ik mij met wie ik te maken heb: inbrekers! Het is nog licht, ik sta in de woonkamer en in mijn tuin voor het raam staan inbrekers. Zien ze dan niet dat ik rondloop en dat de televisie aan staat?! Nee, ze gaan onverschrokken door.
Mijn brein functioneert nu razendsnel. Mijn hart gaat tekeer. Denk, denk, denk. Ik kijk om me heen op zoek naar mijn telefoon. Ik zal de politie inlichten, want dan kunnen de inbrekers van achteren worden ingesloten. Ik zal ook foto's maken, misschien van bovenaf uit ons slaapkamerraam. Maar ik kan mijn mobieltje niet vinden. Ook de huistelefoon is in geen velden en wegen te bekennen.
Het gewrik gaat door en er lijkt wat beweging te komen in het raam. Ik moet iets doen! Ik kan ze toch niet binnen laten komen. Bovendien moeten ze mijn raam niet stuk maken!
Dan besluit ik om naar buiten te stormen. De één kijkt op en we kijken elkaar recht in de ogen. De ander draait de andere kant op, ik zie zijn gezicht niet. Beiden dragen een capuchon. Ik zie meteen dat de jongen die opkeek, een jonge jongen is, waarschijnlijk nog geen 17 jaar oud, gaaf gezicht. What a shame, zo'n mooie jongen. Waarom vergooi jij je leven op deze manier? Je had mijn kind kunnen wezen, denk ik nog. Ze rennen op de tuindeur af, ik ren ze achterna en scheld ze de huid vol en schreeuw nog dat ze een schande voor de gemeenschap zijn.
De een verdwijnt naar links, de ander naar rechts. Ik loop ze nog een stukje achterna, maar realiseer mij dat mijn jongste alleen thuis is en zich vast rot geschrokken is. Dus ga ik weer naar binnen. Zoonlief blijkt echter niets gehoord noch gezien te hebben. Ik zeg nog: "Als het aan jou had gelegen, hadden ze het hele huis leeg geroofd." Beneden zie ik alsnog de telefoon liggen, hij ligt gewoon in het zicht. Ik bel gelijk 112, wordt doorverbonden met de politie en doe mijn verhaal.
Binnen een paar minuten staat de politie voor de deur. Ze zullen eerst in de wijk op zoek gaan naar de verdachten, daarna komen ze terug. Binnen tien minuten staan ze opnieuw voor de deur. Ze hebben warempel een verdachte staande gehouden. Ik ben onder de indruk. Ze vragen mij naar details over de broek. Het lijkt niet helemaal overeen te komen wat de kleur van de broek betreft, maar ik kan me dat eerlijk gezegd ook niet herinneren of de broek lichtblauw, felblauw of donkerblauw was. "Als jullie hem hebben staande gehouden, wil ik best kijken of het hem is," geef ik aan. De politie-agent vertelt dat dat dus niet mag. "Geen Amerikaanse toestanden dus, jammer," zeg ik. Hij moet erom lachen. Later zal blijken dat er misschien toch nog een fotoconfrontatie zal volgen. Insha Allah, dat zou ik graag willen, vooral omdat ik niet wil dat een onschuldige wordt veroordeeld voor iets wat hij niet gedaan heeft en ook al is de aangehouden jongen geen frisse jongen, zoals de politie dat verwoordt.
De hele verdere avond sta ik stijf van de adrenaline. Het is net of ik naar een spannende film heb zitten kijken. Een leuke spannende film wel te verstaan, ook al klinkt dat misschien gek. De leukste scène is van mezelf die de jongens weg jaagt. Die wordt die avond tig keer herhaald, als de rest van het gezin binnenkomt.
De volgende dag komt een forensisch onderzoeker langs om sporenonderzoek te doen en word ik gebeld door Slachtofferhulp Nederland. De laatste vraagt hoe het gaat en of ik psychologische ondersteuning nodig heb. Nou eigenlijk ben ik vooral blij, dat ik de boeven heb weg gejaagd, dus vooralsnog heb ik geen hulp nodig. De mevrouw vraagt ook of ik de schade wil verhalen op de verdachte. Jazeker wil ik dat. Ook word ik nog gebeld of ik langs kan komen op het politiebureau om mijn aangifte te ondertekenen. Dan kunnen ze de jongen meteen maandag voorleiden voor de rechter-commissaris. Als blijkt dat er nog een fout in staat, komen ze weer een dag later bij ons thuis langs voor de handtekening. Daarnaast zie ik ook nog via hotmail een bericht voorbij komen dat gedeeld kan worden op Facebook om getuigen te vinden die misschien meer gezien hebben.
Wat een zorgvuldigheid!
En wat een avontuur!
zondag 10 april 2016
zaterdag 12 maart 2016
Onlangs las ik een artikel over het bedriegerssyndroom in het NRC. Dat komt er op neer dat je als hoogopgeleide vrouw tot veel in staat bent, maar constant denkt dat je door de mand valt. Ik wist meteen: OMG, dit gaat over mij. Jaren geleden heb ik er nog enkele gedichten aan gewijd, waaronder ‘Ik ben zo simpel’. Ik meen dat het naar aanleiding van een opmerking was van mijn werkgever uit die tijd. Hij had me, voordat ik voor hem werkte, een intelligente vrouw genoemd en ik weet nog dat ik toen dacht: “Je zou eens moeten weten.” En dat terwijl ik mijn VWO-diploma heb gehaald en journalistiek had gestudeerd. Jaren later ging ik voor hem werken en toen hij op een dag zei: “Je kan wel merken dat je uit Drenthe komt”, voelde ik me enerzijds beledigd en gekwetst, maar aan de andere kant voelde ik me enorm “betrapt”. Eigenlijk heb ik hem nooit gevraagd wat hij met die opmerking bedoelde, maar dat komt omdat mijn gedachten er meteen mee aan de haal gingen. De opmerking was als een messteek in mijn hart.
Ik ben zo simpel
Altijd al bang geweest
dat ze het door zouden hebben
ik ben
in wezen
zo simpel
dat ze het door zouden hebben
ik ben
in wezen
zo simpel
mijn geheugen werkt als een zeef
mijn harde schijf
binnen een week
alweer gewist
ik ben
in wezen
zo simpel
mijn harde schijf
binnen een week
alweer gewist
ik ben
in wezen
zo simpel
mijn taal is van Jip en Janneke
ik kan niet doen alsof
zo ben ik eenvoudigweg opgegroeid
ik ben
in wezen
zo simpel
ik kan niet doen alsof
zo ben ik eenvoudigweg opgegroeid
ik ben
in wezen
zo simpel
laatst deed ik een test
IQ wel te verstaan
maar de uitslag was onmogelijk
want ik ben
in wezen
te simpel
IQ wel te verstaan
maar de uitslag was onmogelijk
want ik ben
in wezen
te simpel
ik val vast door de mand
ik rijd vast eens een scheve schaats
ik trap nog wel een keer in mijn eigen valkuil
ik loop zeker nog wel een keer tegen de lamp
ik tuin er in met open ogen
ik rijd vast eens een scheve schaats
ik trap nog wel een keer in mijn eigen valkuil
ik loop zeker nog wel een keer tegen de lamp
ik tuin er in met open ogen
ik pep mezelf op met de boodschap:
eenvoud siert de mens
ik geloof het wel
maar mijn onderbewuste niet
eenvoud siert de mens
ik geloof het wel
maar mijn onderbewuste niet
en dat onderbewuste
is helemaal niet zo simpel
eerder erg gecompliceerd
maar vooral ook bijzonder geleerd
is helemaal niet zo simpel
eerder erg gecompliceerd
maar vooral ook bijzonder geleerd
eigenlijk
ben ik
best slim
ben ik
best slim
Destijds was ik programmamaker bij de televisie. Daarna werkte ik als leerkracht en vervolgens als schoolleider. De faalangst werd eigenlijk alleen maar erger, naarmate ik verder van mijn fitra, mijn natuurlijke aanleg, afdreef. Was ik eerst bang dat men erachter zou komen dat ik niet intelligent genoeg was, vanwege mijn gebrekkige geheugen, daarna vreesde ik dat ze zouden inzien dat ik niet authentiek genoeg was, vervolgens vond ik mezelf weer niet capabel genoeg, etc. Op het ene moment klampte ik me vast aan elke geslaagde actie van mijn kant: zie je wel, ik kan het wel, om het moment daarop in grote vertwijfeling en onzekerheid te verkeren. Waarom wilde niemand naar mij luisteren? Wat deed ik nou verkeerd? Elke keer vond ik wel een nieuwe reden om mezelf in de hoek te zetten.
Elke keer vond ik wel een nieuwe reden om mezelf in de hoek te zetten
En als ik het niet zelf deed, zorgde ik er op de een of andere manier wel voor, dat iemand anders mij bekritiseerde. Ik gaf ze volop de kans. Als een tijger stortten ze zich op de prooi die ik was. In die zin hebben ze hun taak goed verricht. Ik vroeg me ook niet af, of de kritiek volledig terecht was, of dat de wijze waarop de kritiek geuit werd eigenlijk wel professioneel was. Ik voelde alleen dat ik gefaald had. Pas veel later heb ik mij gerealiseerd dat ik medeverantwoordelijk was voor de wijze waarop ik kritiek kreeg. Ik legde mijn hoofd te graag op het hakblok. Als er iemands hoofd afgehakt diende te worden, dan maar bij mij. Toe maar, hak maar.
Het bedriegerssyndroom is daarom ook een slachtoffersyndroom. En wel een dubbele. Want aan de ene kant vond ik dat mij groot onrecht aan werd gedaan, want ik had toch maar mooi bewezen dat ik tot veel in staat was en ik werkte ook nog eens keihard. Aan de andere kant nam ik, ook al droeg ik een hele klas of zelfs een hele school op mijn schouders, geen verantwoordelijkheid voor mijn eigen innerlijk leven. Ik deed wat van mij verwacht werd, in volle dienstbaarheid. Ik ontkende daarmee mijn eigen diepste verlangens. Verlangens naar innerlijke rust, naar geborgenheid, naar onafhankelijkheid, naar creativiteit.
Er is geen weg meer terug, want het bloed kruipt waar het niet gaan kan
Inmiddels heb ik de stap genomen om voor mezelf te beginnen als redacteur/schrijver. Ik werk o.a. samen met twee prachtvrouwen aan mooie projecten voor het onderwijs. Daarnaast ben ik samen met een enthousiaste groep schrijvers aan een nieuw avontuur begonnen met deze website Qantara. Maar mijn bloempje is nog teer. Ik ben nog breekbaar. Ik steek net mijn hoofd boven het maaiveld uit. En dat is heel spannend. Maar er is geen weg meer terug, want het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Het is mogelijk dat ik er altijd last van zal blijven houden. Er zijn voorbeelden van vrouwen die enorm succesvol zijn, zoals Maya Angelou, maar die er nog steeds onnodig onder lijden. Ik benadruk onnodig, want in feite bedrieg je de anderen niet, maar slechts jezelf. En met die wetenschap zou je jezelf er toch los van kunnen maken, zou je jezelf er toch van moeten kunnen bevrijden?
Ik weet in in elk geval, dat ik hiervoor heb gebeden en dat mijn gebeden worden verhoord, alhamdoelillah, alle Lof aan Allah. Mijn Schepper heeft mij gehoord en Hij heeft mij de toestemming gegeven om te bloeien. Dat Hij mij Water en Licht moge blijven geven.
woensdag 13 januari 2016
Sarcasme
Parijs versus Istanbul
Ik laat me bijna weer verleiden om sarcastisch te worden
Maar ik doe het niet
Ik vertik het
Keulen
Bijna wilde ik weer mee discussiëren
Maar ik dacht: zal je het dan nooit leren?
Ik laat mijn dagen niet vergallen
Door linkse intellectuelen of extreemrechtse ballen
Door losers en door extremisten
Door journalisten of cartoonisten
Niemand is minder slachtoffer of meer
Het gaat om mensen, elke keer
Geweld; mondeling, lichamelijk, seksueel,
tegen kind, vrouw of homoseksueel
Is voor de zwakkelingen onder ons
Is voor de lafaards
en de dronkaards
Is voor de verbitterden
en de gefrustreerden
die nooit met argumenten discussieerden
Sarcasme is zeker een vorm van geweld
Dat is als je iemand de huid vol scheldt
en hem genadeloos met woorden velt
Online, op papier of als je voor hem staat
Altijd met publiek zodat je hem nog beter schaadt
Je hebt graag de lachers op jouw hand
En creëert onrust in het land
Nee, ik laat mijn dagen niet vergallen
Door linkse intellectuelen of extreemrechtse ballen
Door losers en door extremisten
Door journalisten of cartoonisten
vrijdag 8 januari 2016
Het lot
Als ik van tevoren geweten had,
dat ik zo beproefd zou worden in mijn huwelijk,
was ik nooit getrouwd
Maar ja, dan had ik ook de liefde niet gesmaakt
en was mijn hart niet zo geraakt
Dan had ik mijn kinderen niet gebaard
en die zijn me te veel waard
Als ik van tevoren geweten had,
dat ik zo beproefd zou worden in mijn werk op school,
had ik een ander beroep gekozen
Maar ja, dan had ik mijn eigen grenzen niet gekend
en had ik niets gedaan met mijn talent
Dan zat ik nooit met anderen samen in een flow
en nam ik geen enkel risico
Geluk is niet iets waar je naar moet streven
Het is waarderen wat je hebt en toekomt in het leven

dat ik zo beproefd zou worden in mijn huwelijk,
was ik nooit getrouwd
Maar ja, dan had ik ook de liefde niet gesmaakt
en was mijn hart niet zo geraakt
Dan had ik mijn kinderen niet gebaard
en die zijn me te veel waard
Als ik van tevoren geweten had,
dat ik zo beproefd zou worden in mijn werk op school,
had ik een ander beroep gekozen
Maar ja, dan had ik mijn eigen grenzen niet gekend
en had ik niets gedaan met mijn talent
Dan zat ik nooit met anderen samen in een flow
en nam ik geen enkel risico
Geluk is niet iets waar je naar moet streven
Het is waarderen wat je hebt en toekomt in het leven
zondag 3 januari 2016
De stille devotie van de Spaanse soefi's
Er zijn ongeveer 1200 bekeerde Spanjaarden die de mystieke vorm van islam aanhangen. De grootste soefi-gemeenschappen leven in Órgiva, Granada en Cáceres.
Baraka, een restaurant en theehuis met een terras aan een rustig gelegen straat in het centrum van de stad, is een plezierige herinnering aan Órgiva’s ontspannende multiculturalisme. Het wordt gerund door de 41-jarige Pedro Barrio, een voormalige wijnproever en restauranteigenaar in Bilbao, die zijn naam veranderde in Qasim toen hij meer dan tien jaar geleden moslim werd.
Órgiva, dat bekend staat als de poort naar het Alpujarra-gebergte in de provincie Granada van Andalusië, is één van Spanje’s meest cultureel diverse plaatsen. Het is een bruisend handelsstadje met 6000 inwoners, dat volgens de gemeenteraad onderdak biedt aan 68 verschillende nationaliteiten.
Afstand doen van de versieringen van de wereld
Net als 35 andere families in Órgiva’s Spaanse gemeenschap voelt Qasim zich thuis bij het soefisme, zoals het beschreven is door de 14e eeuwse Arabische historicus Ibn Khaldun, namelijk als “toewijding om te aanbidden, complete toewijding aan Allah de Allerhoogste, afstand doen van de luxe en de versieringen van deze wereld, afstand doen van het vertier, de rijkdom en de prestige waar de meeste mensen naar op zoek zijn, en zich terugtrekken van anderen met als enige doel om God te aanbidden.”
“Islam is niet wat de mensen denken dat het is. Islam is vrede.”
Qasim vertelt dat het geloof hem ‘hoop en zekerheid biedt,” maar geeft toe dat hij er ook problemen door heeft gekregen, voornamelijk met zijn familie en vrienden, die islam associëren met jihadisme en salafisme en een radicale uitleg van de Koran. De Spaanse soefi-gemeenschap wordt in de gaten gehouden door de binnenlandse veiligheidsdienst.
Niet van deze wereld
Mansur, voorheen José Carlos Sánchez, legt uit dat soefi’s in deze wereld vertoeven zonder werkelijk van deze wereld te zijn. “Elke dag vraag ik Allah om mij te helpen om mijn ego achter te laten op het gebedsmatje,” zegt de 41-jarige universitair geschoolde Mansur. “Het staat buiten kijf dat moslims in onze maatschappij worden afgewezen.”
Zijn vrouw, Bahía (María José Villa) van 35 jaar oud, is het hier mee eens: “Wij bekeerlingen worden als vreemd beschouwd. Islam is echter niet wat de mensen ervan denken. Islam is vrede. Islam vraagt God om liefde, zodat we die liefde kunnen delen met anderen. Als het niet de intentie in je leven is om pure liefde te worden, heeft je islam geen zin.”
Boodschap van genade
Muhammad Iskander, een voormalige handelsvaarder van in de vijftig, legt uit dat het juist het pacifistische element is, dat islamitische extremisten niet kunnen waarderen: “Zij tolereren ons niet, en proberen om de boodschap van genade in de Koran in te ruilen voor de boodschap van het zwaard.”
De meeste Spaanse soefi’s behoren tot de orde van de Naqshbandi, waarvan de spirituele oorsprong terug te leiden zou zijn naar Abu Bakr as-Siddiq, de eerste kalief en metgezel van de profeet Mohammed, vrede zij met hem. De emir van de orde in Spanje is Umar (Felipe Margarit), die hiertoe benoemd werd midden jaren zeventig door Sheikh Nazim al-Haqqani, de leider van de Naqshbandi-orde die in mei vorig jaar op 92-jarige leeftijd overleed.
Een nul
Umar omschrijft de orde van de Naqshbandi als een mix tussen een spiritueel centrum en een ziekenhuis. “Nazim verwelkomde iedereen die gewond was in de samenleving. Hij omschreef zich zelf als een nul, waarmee hij bedoelde dat zijn leven alleen maar zin had met de Ene God aan zijn zijde. Zijn zoon, die hem heeft opgevolgd, deelt zijn overtuiging.”
Er zijn ongeveer 1200 Naqshbandi soefi’s in Spanje en de grootste gemeenschap is te vinden in Órgiva. De reden hiervoor is een gelukkig toeval: Umar leefde hier voordat hij moslim werd. En toen hij eenmaal tot emir werd benoemd door Sheikh Nazim, verhuisden de Spaanse soefi-moslims die hiertoe in staat waren, naar het stadje. De tweede grootste soefi-gemeenschap van Spanje leeft in Villanueva de la Vera, in de westerse provincie Cáceres.
Internetverbinding
In de winterzon verzamelt een groepje van soefi-boeren olijven in hun gaarden in de bergen rondom Órgiva. Zij en hun gezinnen leven een simpel leven, maar ze zijn niet geïsoleerd van de wereld zoals andere religieuze groepen zoals de Amish. Ze beschikken over een internetverbinding, kijken televisie, lezen kranten en hun kinderen gaan naar de plaatselijke scholen.
Op donderdagen bij zonsondergang, ontmoet de gemeenschap elkaar in de dargah, een tempel tussen de olijven en sinaasappelbomen, ongeveer drie kilometer buiten Orgiva, om samen dhikr (het rituele gedenken van God) te verrichten of de namen van Allah te reciteren, gevolgd door de hadra, een meditatief proces dat bestaat uit het herhalend prijzen van God, ondersteund door een heen en weer wiegen en percussie.
Minst intelligent
“Dit herinnert ons aan het moment dat God Adam Zijn adem inblies,” vertelt Amin (Andrés Fernández). “Op vrijdag, de heilige dag in de islam, vieren we ook de Jummah-gebeden, en dan zit de gemeenschap bij elkaar om samen te eten. Al onze gebeden verrichten we in het Arabisch, alhoewel dat alles is dat we van de taal weten. Ons islamitisch onderwijs is ontstaan uit vele bronnen, uit gesprekken met andere, wijzere broeders en van de lezingen van de Sheikh. De Naqshbandi zijn waarschijnlijk de minst intellectuelen onder de soefi’s: wij zijn meer geïnteresseerd in het hart.”
Ongeveer 500 kilometer verderop ligt Cáceres, een dorp in het district Villanueva de la Vera, dat huis biedt aan de tweede grootste Naqshbandi gemeenschap, geleid door Abdul Wahid (Cristóbal Martín). Net als de gemeenschap van Órgiva zijn de soefi’s van Villa nueva de la Vera allemaal Spaans. “Er is in feite alleen maar één Marokkaan hier,” zegt Yamaluddin (Juan Andrés Molina). De bebaarde 44-jarige man uit Madrid draagt de traditionele Naqshbandi ring, zoals de profeet Mohammed, vrede zij met hem, gedragen zou hebben, tezamen met een vest, een slobberbroek en een groene tulband die uiteindelijk zal dienen om zijn lichaam in te wikkelen en te begraven.
"Dankzij de islam, heb ik mijn vrouwelijkheid herontdekt"
Twee energiecentra
Soefi-vrouwen dragen ook ruimzittende, slobberige kleding, tezamen met een hoofddoek, zoals de 41-jarige Hawa (Ana Rosa Soto) uitlegt: “Vrouwen zouden zich bescheiden moeten kleden. Maar we bedekken ons ook om onze twee energiecentra in ons lichaam te beschermen: het hoofd en de keel. Dankzij de islam, heb ik mijn vrouwelijkheid herontdekt,” zegt ze “en niemand heeft me aangesproken op hoe ik me kleed.”
Soefi’s zeggen dat hun godsdienst onderdeel uitmaakt van de islam, ook worden zij door sommige andere moslimgroeperingen verketterd. Dat komt onder andere vanwege de gezamenlijke dhikr - dat zou bid’ah (een vernieuwing) zijn - , het vereren van de overleden heiligen en omdat hun doel is om een te worden met God.
Het zal de soefi’s niet deren. Zij willen die weg gaan en denken dat ze hun doel alleen maar kunnen bereiken via onvoorwaardelijke liefde voor alles en iedereen. Zoals Ibn Arabi, de Soefi mystieke dichter die in Spanje leefde in de twaalfde eeuw, schreef: ‘Mijn hart kan zich aanpassen aan alle vormen. Het is een weide voor gazelles. En een klooster voor christelijke monniken, een tempel voor idolen, en de Kaäba voor de pelgrims, de tafels uit de Torah en het boek van de Koran. Omdat ik de religie van liefde volg’.
bron: elpais.com
donderdag 24 december 2015
Nederlandse taalles aan asielzoekers: "Eén euro negenennegentig"
Ik ga naar school. Jij gaat naar school. Hij gaat naar school. Zij gaat naar school. Wij gaan school. Jullie gaan naar school. Zij gaan naar school.
Sinds een week geef ik Nederlandse taalles aan twee minderjarige Afghaanse asielzoekers. Ze zijn een maand geleden in Nederland aangekomen en hebben het geluk dat ze binnen twee weken in een pleeggezin geplaatst konden worden. Ze kunnen helaas nog niet terecht in de internationale schakelklas, want er is een lange wachtlijst.
Tijdens het kennismakingsgesprek vraag ik de jongens wanneer ze willen beginnen. "Nu!" antwoorden ze. Ook vraag ik wat ze als eerst willen leren. "Praten," zeggen ze. "Verstandig," geef ik ze terug. Een grijns op hun gezicht als ik mijn duim opsteek ter goedkeuring.
Na drie lessen belt de pleegmoeder op. Verheugd. Ze hebben bezoek gehad van een Afghaanse vriend van de jongens die ze onderweg van Afghanistan naar Nederland hadden ontmoet en die was ondergebracht in het AZC in Ápeldoorn. Hij sprak nog geen woord Nederlands, maar haar pleegzoons hadden als tolk gefungeerd. In slechts drie lessen hadden de jongens zo veel woorden en zinnen opgepakt, dat ze al in staat waren om te vertalen. Daarnaast hadden ze ook nog eens Afghaans gekookt voor het gezin en het bezoek. Het gaat om twee jongens van veertien jaar oud. Welke jongen of meisje van veertien jaar kan koken hier in Nederland? Ga er maar aan staan. Maar ze zijn heel wat gewend. In hun dorpen in Afghanistan werkten ze door hout te sprokkelen. De een was zelfs verantwoordelijk voor het gezinsinkomen, nadat eerst de vader en vervolgens ook de moeder overleed. Nu zijn ze twee minderjarigen die als puber beschouwd worden en die zich moeten zien aan te passen aan de regels in het huis en aan de regels in hun nieuwe land.
Met een gretigheid van zeg ik jou daar zuigen de jongens alle nieuwe woorden en zinnen op. Eerst heb ik de klanken geoefend, want niets is vervelender dan dat je al tien jaar in Nederland bent en al behoorlijk goed Nederlands spreekt, maar dat je door je accent altijd 'de buitenlander' blijft. Gelukkig hebben beide jongens leren lezen en schrijven en spreekt Ismail de Engelse taal redelijk goed. Said is van de twee het meest verlegen. Als ik hem vertel, dat hij een voordeel heeft op het gebied van de uitspraak, omdat hij geen Engels accent heeft, is het ijs gebroken. En omdat hij alles wat ik zeg, moet herhalen, merk ik dat zijn verlegenheid al snel iets naar de achtergrond verdwijnt.
Ze zijn aan elkaar gehecht, dat is duidelijk. Said is afhankelijk van Ismail, omdat Ismail al Engels spreekt. Toch vraag ik Ismail om niet te veel te helpen, zodat Said uit zijn comfortzone gehaald wordt. Said kijkt hem namelijk regelmatig afwachtend aan, terwijl hij het antwoord ook zelf wel zou kunnen weten.
Ik bied zo'n vijftig tot honderd woorden en zinnen aan per les. Ik heb de woorden en zinnen ingesproken op mijn mobiel en ik deel het met ze via whatsapp. In feite bied ik ze de eerste les zelfs veel meer dan honderd woorden aan. Ik oefen namelijk de getallen met ze. In principe zouden ze moeten kunnen tellen tot één miljard na deze les. Ik heb ze meegenomen naar het winkelcentrum en heb ze de bedragen op de prijskaartjes laten uitspreken. Het moeilijkst was negenennegentig cent. Na de eerste les merk ik dat ze thuis goed hebben geoefend. Ze maken slechts weinig fouten. Said vergeet in éénentwintig het woordje en, maar als ik het nog eens voordoe, pakt hij het meteen goed op. Mijn verwachting is dat ze binnen twee jaar accentloos Nederlands spreken.
Aan het eind van les twee pak ik de atlas erbij. Ik vraag ze waar ze vandaan komen. Ze zoeken hun geboortedorp op. Het dorp van Said heeft een naam die ik niet kan uitspreken, zo lang en ingewikkeld. Ik vraag hoeveel inwoners het dorp heeft. "Er staan vijfenzestig huizen in het dorp," legt Ismaïl uit. Vervolgens wendt hij zich tot Said en ik zie hem op de kaart allerlei landen aanwijzen. Dan begrijp ik wat hij doet. Hij wijst de landen aan, waar ze doorheen gereisd hebben op hun vluchtroute. Iran, Turkije, Griekenland, Macedonië, Servië, Kroatië, Slovenië, Oostenrijk, Duitsland en tot slot Nederland. "Hoe ben je hier terecht gekomen," vraag ik hem. "Dat was de beslissing van de mensenhandelaar," maakt hij duidelijk, "maar het was eigenlijk een geldkwestie." Zijn vrienden waren doorgereisd naar Zweden, maar zijn geld was op. Daarom kwam hij naar Nederland.
Als ze naar huis gaan, vraag ik: "Wat was het mooiste land dat je onderweg tegenkwam?" "Oostenrijk," antwoordt hij. "En waar wonen de aardigste mensen?" "Hier," zegt hij, "in Nederland." De Nederlanders hebben humor, vindt hij, in tegenstelling tot de Duitsers. "Die zijn zo serieus."
Ik hoop dat ze zo positief over Nederland blijven en dat vooral aardige mensen hun pad kruisen.
Ik hoop dat ze zo positief over Nederland blijven en dat vooral aardige mensen hun pad kruisen.
Dat verdienen ze, deze jongens. Of beter gezegd, deze jongemannen.
zaterdag 7 november 2015
Vergevingsgezindheid
Ik vind het fijn om zo nu en dan een kaart te trekken uit de reflectiekaarten van Linda Kavelin Popov. De teksten zijn werkelijk wonderschoon en helend. Vandaag trok ik: vergevingsgezindheid. En ik moet zeggen, dat de laatste zinnen mij enorm raken, waaruit maar weer blijkt dat ik nog steeds te hard ben voor mezelf.
De tekst op de kaart luidt:
"Vergevingsgezindheid is het voorbijgaan aan fouten en het loslaten van wrok. Vergevingsgezindheid bevrijdt je van nodeloze pijn die het steeds weer beleven van een pijnlijke situatie met zich meebrengt. Vergevingsgezindheid maakt een verkeerde keuze niet goed; maar helpt om los te laten. Vergevingsgezindheid kan zelfs de ergste pijn genezen die anderen je aandoen. Het brengt een gelegenheid voor een nieuw begin. Aanvaarding van de goddelijke vergeving verandert je schuldgevoel in vastberadenheid. Vergeving van jezelf beweegt je voorwaarts, klaar om de dingen anders te doen, met mededogen voor jezelf."
Ik ben zelf mijn grootste vijand
Het is waar, dat ik zelf mijn grootste vijand ben. Terwijl ik heus wel van mezelf houd. Ik weet dat ik een waardevol mens ben en ik voel me ook gewaardeerd. Wat is het dan, dat ik de lat zo hoog leg voor mezelf? Ik kan me nog herinneren dat ik vroeger ook al het gevoel had dat ik vol begrip naar anderen moest zijn en dat mij gevraagd werd de verstandigste te zijn. En dat terwijl ik de jongste was in het gezin. Ook op de middelbare school was ik een verstandige meid. Ik wil niet zeggen, dat ik nooit een scheve schaats heb gereden, maar ik was soms een beetje afgunstig als anderen weer eens bij de directeur werden geroepen vanwege hun wangedrag. Ik was gewoon braaf.
Toen ik moslim werd, deed ik daar nog een schepje braafheid bovenop, want een moslim hoort er altijd naar te streven een beter mens te worden. Een moslim hoort zijn eigen gedrag en gedachten constant tegen het licht te houden.
Laatst las ik een verhaal van een metgezel die zich uit schaamte voor een zonde, totaal verwaarloosde, totdat hij werd terug gevonden door de profeet, vrede zij met hem, die hem duidelijk maakte dat hij niet zo hard voor zichzelf moest zijn. Alles is met mate in de islam, dus ook de mate waarin je kritisch bent naar jezelf? Waarom neem ik mezelf dan dingen kwalijk, die ik andere mensen al lang zou hebben vergeven? Of ben ik ook naar anderen toe toch ook niet zo vergevingsgezind als mijn geest wil en mijn tong beweert?
Ik hield mezelf voor de gek
De afgelopen week heb ik iemand om vergeving gevraagd die mij onrecht had aangedaan. Je leest het goed. Ik bood hèm mijn excuses aan.
Het onrecht was al van een paar jaren terug, maar nog steeds had ik het er moeilijk mee. dacht van niet, maar ik hield mezelf voor de gek. Allah kent mij beter dan ik mezelf ken. Ik kwam erachter doordat ik in een situatie terecht kan, waarin het onrecht ter sprake kwam. Opnieuw was ik een dag of twee van slag. Ik baalde er ontzettend van, dat ik me nog steeds zo gekwetst voelde en dat ik nog steeds verontwaardigd was en dacht: dat is toch niet normaal? Ik ben hier nu klaar mee!
Ik herinnerde mij de tekst over vergiffenis uit het boek van Lise Bourbeau 'Het lichaam zegt: hou van jezelf', waarin zij 500 gezondheidsklachten en hun emotionele en spirituele oorzaken behandelt. Mijn maagpijn omschrijft zij als zaken niet kunnen verteren. Mijn maag neemt dat heel letterlijk en protesteert soms heftig. Bourbeau raadt aan om de weg van vergiffenis te bewandelen. Ik wilde zo graag vergeven, dus bladerde ik nogmaals naar de adviezen om tot vergiffenis te komen. Wat blijkt: zij adviseert om juist de ander om vergiffenis te vragen. "Breng onder woorden dat, omdat het zo'n pijn deed, je de ander hebt veroordeeld, bekritiseerd of beschuldigd."
Het lichaam geeft ´nare boodschappen´ af
Dat was in eerste instantie even slikken voor mij, want ík was toch degene die gekwetst was? Maar door wat Bourbeau vervolgens schrijft, drong tot mij door waar het om ging: "In plaats van dat wij ons veroorloven om helemaal mens te zijn, en gewoon ervoor uitkomen dat we dit soort pijnlijke gevoelens hebben, neigen de meeste van ons ernaar om de schuld daarvan bij anderen te leggen. Omdat wij onszelf niet vergeven hebben zijn we ervan overtuigd - of liever: hebben we onszelf ervan overtuigd - dat de fout bij iemand anders ligt als wij ons bang, kwaad of verdrietig voelen. Om die reden geven we anderen de schuld en geeft ons lichaam zo vaak 'nare boodschappen' af."
Het gesprek is gevoerd. Het was een heel fijn gesprek, waarin we allebei onze excuses aanboden. Tijdens het gesprek realiseerde ik mij dat de ander nooit de bedoeling had gehad om mij opzettelijk te kwetsen. Dat had ik allemaal zelf al eens bedacht, maar het is toch wel heel anders, als je het uit de mond van de ander zelf hoort.
Het doel van het gesprek was om mijzelf te bevrijden. Op de een of andere manier had mevrouwtje ongeduld in mij gehoopt en had ik ervoor gebeden, dat mijn maagpijn in één keer over zou zijn, dat ik mij bevrijd zou voelen, dat ik er klaar mee was. Nu voelde ik mij zeker opgelucht na het gesprek, maar het stante pede wonder waar ik op gehoopt en waar ik voor gebeden had, bleef uit.
Maar ja, wat is een wonder? En wat is stante pede?
Is het dan geen wonder, dat ik nu veel bewuster in het leven sta? En dat ik, met elke stap die ik zet op weg naar vergiffenis en mededogen, dichterbij mezelf en dichterbij Allah kom?
De belangrijkste stap om ´heel´ te worden is zelfvergiffenis
Ik besef dat het een stap in de goede richting is geweest. De belangrijkste stap om ´heel´ te worden is namelijk zelfvergiffenis. "De enige manier om volledig en voor altijd te genezen is om jezelf te vergeven," legt Bourbeau uit. "Dit is de enige stap, krachtig genoeg om los te komen van ziekte op welk niveau dan ook, want vergeven van jezelf gaat over houden van jezelf én van je fysieke lichaam. Doordat je weer vertrouwd raakt met deze diepgevoelde, warme stroom van liefde, wordt je bloedsomloop weer opgeladen, waardoor er nieuw leven in alle cellen, moleculen en submoleculen in je lichaam stroomt. Dit verwerkt verzachtend op je geest, maar is ook zalf voor je lijf. Door jezelf te vergeven en van jezelf te houden, krijg je meer energie en is je lichaam weer in harmonie."
Dat moet de boodschap naar mezelf zijn: heb lief, heb mededogen!
Abonneren op:
Posts (Atom)










