woensdag 13 januari 2016

Sarcasme



Parijs versus Istanbul

Ik laat me bijna weer verleiden om sarcastisch te worden
Maar ik doe het niet
Ik vertik het

Keulen

Bijna wilde ik weer mee discussiëren
Maar ik dacht: zal je het dan nooit leren?

Ik laat mijn dagen niet vergallen
Door linkse intellectuelen of extreemrechtse ballen
Door losers en door extremisten
Door journalisten of cartoonisten

Niemand is minder slachtoffer of meer
Het gaat om mensen, elke keer

Geweld; mondeling, lichamelijk, seksueel,
tegen kind, vrouw of homoseksueel
Is voor de zwakkelingen onder ons
Is voor de lafaards
en de dronkaards
Is voor de verbitterden
en de gefrustreerden
die nooit met argumenten discussieerden

Sarcasme is zeker een vorm van geweld
Dat is als je iemand de huid vol scheldt
en hem genadeloos met woorden velt
Online, op papier of als je voor hem staat
Altijd met publiek zodat je hem nog beter schaadt
Je hebt graag de lachers op jouw hand
En creëert onrust in het land

Nee, ik laat mijn dagen niet vergallen
Door linkse intellectuelen of extreemrechtse ballen
Door losers en door extremisten
Door journalisten of cartoonisten


vrijdag 8 januari 2016

Het lot

Als ik van tevoren geweten had,
dat ik zo beproefd zou worden in mijn huwelijk,
was ik nooit getrouwd

Maar ja, dan had ik ook de liefde niet gesmaakt
en was mijn hart niet zo geraakt

Dan had ik mijn kinderen niet gebaard
en die zijn me te veel waard

Als ik van tevoren geweten had,
dat ik zo beproefd zou worden in mijn werk op school,
had ik een ander beroep gekozen

Maar ja, dan had ik mijn eigen grenzen niet gekend
en had ik niets gedaan met mijn talent

Dan zat ik nooit met anderen samen in een flow
en nam ik geen enkel risico

Geluk is niet iets waar je naar moet streven
Het is waarderen wat je hebt en toekomt in het leven






zondag 3 januari 2016

De stille devotie van de Spaanse soefi's

Er zijn ongeveer 1200 bekeerde Spanjaarden die de mystieke vorm van islam aanhangen. De grootste soefi-gemeenschappen leven in Órgiva, Granada en Cáceres.

Órgiva, dat bekend staat als de poort naar het Alpujarra-gebergte in de provincie Granada van Andalusië, is één van Spanje’s meest cultureel diverse plaatsen. Het is een bruisend handelsstadje met 6000 inwoners, dat volgens de gemeenteraad onderdak  biedt aan 68 verschillende nationaliteiten.



Baraka, een restaurant en theehuis met een terras aan een rustig gelegen straat in het centrum van de stad, is een plezierige herinnering aan Órgiva’s ontspannende multiculturalisme. Het wordt gerund door de 41-jarige Pedro Barrio, een voormalige wijnproever en restauranteigenaar in Bilbao, die zijn naam veranderde in Qasim toen hij meer dan tien jaar geleden moslim werd.


Afstand doen van de versieringen van de wereld
Net als 35 andere families in Órgiva’s Spaanse gemeenschap voelt Qasim zich thuis bij het soefisme, zoals het beschreven is door de 14e eeuwse Arabische historicus Ibn Khaldun, namelijk als “toewijding om te aanbidden, complete toewijding aan Allah de Allerhoogste, afstand doen van de luxe en de versieringen van deze wereld, afstand doen van het vertier, de rijkdom en de prestige waar de meeste mensen naar op zoek zijn, en zich terugtrekken van anderen met als enige doel om God te aanbidden.”


“Islam is niet wat de mensen denken dat het is. Islam is vrede.”

Qasim vertelt dat het geloof hem ‘hoop en zekerheid biedt,” maar geeft toe dat hij er ook problemen door heeft gekregen, voornamelijk met zijn familie en vrienden, die islam associëren met jihadisme en salafisme en een radicale uitleg van de Koran. De Spaanse soefi-gemeenschap wordt in de gaten gehouden door de binnenlandse veiligheidsdienst.

Niet van deze wereld
Mansur, voorheen José Carlos Sánchez, legt uit dat soefi’s in deze wereld vertoeven zonder werkelijk van deze wereld te zijn. “Elke dag vraag ik Allah om mij te helpen om mijn ego achter te laten op het gebedsmatje,” zegt de 41-jarige universitair geschoolde Mansur. “Het staat buiten kijf dat moslims in onze maatschappij worden afgewezen.”


Zijn vrouw, Bahía (María José Villa) van 35 jaar oud, is het hier mee eens: “Wij bekeerlingen worden als vreemd beschouwd. Islam is echter niet wat de mensen ervan denken. Islam is vrede. Islam vraagt God om liefde, zodat we die liefde kunnen delen met anderen. Als het niet de intentie in je leven is om pure liefde te worden, heeft je islam geen zin.”




Boodschap van genade
Muhammad Iskander, een voormalige handelsvaarder van in de vijftig, legt uit dat het juist het pacifistische element is, dat islamitische extremisten niet kunnen waarderen: “Zij tolereren ons niet, en proberen om de boodschap van genade in de Koran in te ruilen voor de boodschap van het zwaard.”


De meeste Spaanse soefi’s behoren tot de orde van de Naqshbandi, waarvan de spirituele oorsprong terug te leiden zou zijn naar Abu Bakr as-Siddiq, de eerste kalief en metgezel van de profeet Mohammed, vrede zij met hem. De emir van de orde in Spanje is Umar (Felipe Margarit), die hiertoe benoemd werd midden jaren zeventig door Sheikh Nazim al-Haqqani, de leider van de Naqshbandi-orde die in mei vorig jaar op 92-jarige leeftijd overleed.


Een nul
Umar omschrijft de orde van de Naqshbandi als een mix tussen een spiritueel centrum en een ziekenhuis.  “Nazim verwelkomde iedereen die gewond was in de samenleving. Hij omschreef zich zelf als een nul, waarmee hij bedoelde dat zijn leven alleen maar zin had met de Ene God aan zijn zijde. Zijn zoon, die hem heeft opgevolgd, deelt zijn overtuiging.”



Er zijn ongeveer 1200 Naqshbandi soefi’s in Spanje en de grootste gemeenschap is te vinden in Órgiva. De reden hiervoor is een gelukkig toeval: Umar leefde hier voordat hij moslim werd. En toen hij eenmaal tot emir werd benoemd door Sheikh Nazim, verhuisden de Spaanse soefi-moslims die hiertoe in staat waren, naar het stadje. De tweede grootste soefi-gemeenschap van Spanje leeft in Villanueva de la Vera, in de westerse provincie Cáceres.


Internetverbinding
In de winterzon verzamelt een groepje van soefi-boeren olijven in hun gaarden in de bergen rondom Órgiva. Zij en hun gezinnen leven een simpel leven, maar ze zijn niet geïsoleerd van de wereld zoals andere religieuze groepen zoals de Amish. Ze beschikken over een internetverbinding, kijken televisie, lezen kranten en hun kinderen gaan naar de plaatselijke scholen.


Op donderdagen bij zonsondergang, ontmoet de gemeenschap elkaar in de dargah, een tempel tussen de olijven en sinaasappelbomen, ongeveer drie kilometer buiten Orgiva, om samen dhikr (het rituele gedenken van God) te verrichten of de namen van Allah te reciteren, gevolgd door de hadra, een meditatief proces dat bestaat uit het herhalend prijzen van God, ondersteund door een heen en weer wiegen en percussie.

Minst intelligent
“Dit herinnert ons aan het moment dat God Adam Zijn adem inblies,” vertelt Amin (Andrés Fernández). “Op vrijdag, de heilige dag in de islam, vieren we ook de Jummah-gebeden, en dan zit de gemeenschap bij elkaar om samen te eten. Al onze gebeden verrichten we in het Arabisch, alhoewel dat alles is dat we van de taal weten. Ons islamitisch onderwijs is ontstaan uit vele bronnen, uit gesprekken met andere, wijzere broeders en van de lezingen van de Sheikh. De Naqshbandi zijn waarschijnlijk de minst intellectuelen onder de soefi’s: wij zijn meer geïnteresseerd in het hart.”


Ongeveer 500 kilometer verderop ligt Cáceres, een dorp in het district Villanueva de la Vera, dat huis biedt aan de tweede grootste Naqshbandi gemeenschap, geleid door Abdul Wahid (Cristóbal Martín). Net als de gemeenschap van Órgiva zijn de soefi’s van Villa nueva de la Vera allemaal Spaans. “Er is in feite alleen maar één Marokkaan hier,” zegt Yamaluddin (Juan Andrés Molina). De bebaarde 44-jarige man uit Madrid draagt de traditionele Naqshbandi ring, zoals de profeet Mohammed, vrede zij met hem, gedragen zou hebben, tezamen met een vest, een slobberbroek en een groene tulband die uiteindelijk zal dienen om zijn lichaam in te wikkelen en te begraven.

"Dankzij de islam, heb ik mijn vrouwelijkheid herontdekt"


Twee energiecentra
Soefi-vrouwen dragen ook ruimzittende, slobberige kleding, tezamen met een hoofddoek, zoals de 41-jarige Hawa (Ana Rosa Soto) uitlegt: “Vrouwen zouden zich bescheiden moeten kleden. Maar we bedekken ons ook om onze twee energiecentra in ons lichaam te beschermen: het hoofd en de keel. Dankzij de islam, heb ik mijn vrouwelijkheid herontdekt,” zegt ze “en niemand heeft me aangesproken op hoe ik me kleed.”


Soefi’s zeggen dat hun godsdienst onderdeel uitmaakt van de islam, ook worden zij door sommige andere moslimgroeperingen verketterd. Dat komt onder andere vanwege de gezamenlijke dhikr -  dat zou bid’ah (een vernieuwing) zijn - , het vereren van de overleden heiligen en omdat hun doel is om een te worden met God.


Het zal de soefi’s niet deren. Zij willen die weg gaan en denken dat ze hun doel alleen maar kunnen bereiken via onvoorwaardelijke liefde voor alles en iedereen. Zoals Ibn Arabi, de Soefi mystieke dichter die in Spanje leefde in de twaalfde eeuw, schreef: ‘Mijn hart kan zich aanpassen aan alle vormen. Het is een weide voor gazelles. En een klooster voor christelijke monniken, een tempel voor idolen, en de Kaäba voor de pelgrims, de tafels uit de Torah en het boek van de Koran. Omdat ik de religie van liefde volg’.


bron: elpais.com




donderdag 24 december 2015

Nederlandse taalles aan asielzoekers: "Eén euro negenennegentig"

Ik ga naar school. Jij gaat naar school. Hij gaat naar school. Zij gaat naar school. Wij gaan school. Jullie gaan naar school. Zij gaan naar school.



Sinds een week geef ik Nederlandse taalles aan twee minderjarige Afghaanse asielzoekers. Ze zijn een maand geleden in Nederland aangekomen en hebben het geluk dat ze binnen twee weken in een pleeggezin geplaatst konden worden. Ze kunnen helaas nog niet terecht in de internationale schakelklas, want er is een lange wachtlijst.

Tijdens het kennismakingsgesprek vraag ik de jongens wanneer ze willen beginnen. "Nu!" antwoorden ze. Ook vraag ik wat ze als eerst willen leren. "Praten," zeggen ze. "Verstandig," geef ik ze terug. Een grijns op hun gezicht als ik mijn duim opsteek ter goedkeuring.

Na drie lessen belt de pleegmoeder op. Verheugd. Ze hebben bezoek gehad van een Afghaanse vriend van de jongens die ze onderweg van Afghanistan naar Nederland hadden ontmoet en die was ondergebracht in het AZC in Ápeldoorn. Hij sprak nog geen woord Nederlands, maar haar pleegzoons hadden als tolk gefungeerd. In slechts drie lessen hadden de jongens zo veel woorden en zinnen opgepakt, dat ze al in staat waren om te vertalen. Daarnaast hadden ze ook nog eens Afghaans gekookt voor het gezin en het bezoek. Het gaat om twee jongens van veertien jaar oud. Welke jongen of  meisje van veertien jaar kan koken hier in Nederland? Ga er maar aan staan. Maar ze zijn heel wat gewend. In hun dorpen in Afghanistan werkten ze door hout te sprokkelen. De een was zelfs verantwoordelijk voor het gezinsinkomen, nadat eerst de vader en vervolgens ook de moeder overleed. Nu zijn ze twee minderjarigen die als puber beschouwd worden en die zich moeten zien aan te passen aan de regels in het huis en aan de regels in hun nieuwe land. 

Met een gretigheid van zeg ik jou daar zuigen de jongens alle nieuwe woorden en zinnen op. Eerst heb ik de klanken geoefend, want niets is vervelender dan dat je al tien jaar in Nederland bent en al behoorlijk goed Nederlands spreekt, maar dat je door je accent altijd 'de buitenlander' blijft. Gelukkig hebben beide jongens leren lezen en schrijven en spreekt Ismail de Engelse taal redelijk goed. Said is van de twee het meest verlegen. Als ik hem vertel, dat hij een voordeel heeft op het gebied van de uitspraak, omdat hij geen Engels accent heeft, is het ijs gebroken. En omdat hij alles wat ik zeg, moet herhalen, merk ik dat zijn verlegenheid al snel iets naar de achtergrond verdwijnt. 

Ze zijn aan elkaar gehecht, dat is duidelijk. Said is afhankelijk van Ismail, omdat Ismail al Engels spreekt. Toch vraag ik Ismail om niet te veel te helpen, zodat Said uit zijn comfortzone gehaald wordt. Said kijkt hem namelijk regelmatig afwachtend aan, terwijl hij het antwoord ook zelf wel zou kunnen weten. 

Ik bied zo'n vijftig tot honderd woorden en zinnen aan per les. Ik heb de woorden en zinnen ingesproken op mijn mobiel en ik deel het met ze via whatsapp. In feite bied ik ze de eerste les zelfs veel meer dan honderd woorden aan. Ik oefen namelijk de getallen met ze. In principe zouden ze moeten kunnen tellen tot één miljard na deze les. Ik heb ze meegenomen naar het winkelcentrum en heb ze de bedragen op de prijskaartjes laten uitspreken. Het moeilijkst was negenennegentig cent. Na de eerste les merk ik dat ze thuis goed hebben geoefend. Ze maken slechts weinig fouten. Said vergeet in éénentwintig het woordje en, maar als ik het nog eens voordoe, pakt hij het meteen goed op. Mijn verwachting is dat ze binnen twee jaar accentloos Nederlands spreken. 

Aan het eind van les twee pak ik de atlas erbij. Ik vraag ze waar ze vandaan komen. Ze zoeken hun geboortedorp op. Het dorp van Said heeft een naam die ik niet kan uitspreken, zo lang en ingewikkeld. Ik vraag hoeveel inwoners het dorp heeft. "Er staan vijfenzestig huizen in het dorp," legt Ismaïl uit. Vervolgens wendt hij zich tot Said en ik zie hem op de kaart allerlei landen aanwijzen. Dan begrijp ik wat hij doet. Hij wijst de landen aan, waar ze doorheen gereisd hebben op hun vluchtroute. Iran, Turkije, Griekenland, Macedonië, Servië, Kroatië, Slovenië, Oostenrijk, Duitsland en tot slot Nederland. "Hoe ben je hier terecht gekomen," vraag ik hem. "Dat was de beslissing van de mensenhandelaar," maakt hij duidelijk, "maar het was eigenlijk een geldkwestie." Zijn vrienden waren doorgereisd naar Zweden, maar zijn geld was op. Daarom kwam hij naar Nederland.

Als ze naar huis gaan, vraag ik: "Wat was het mooiste land dat je onderweg tegenkwam?" "Oostenrijk," antwoordt hij. "En waar wonen de aardigste mensen?" "Hier," zegt hij, "in Nederland." De Nederlanders hebben humor, vindt hij, in tegenstelling tot de Duitsers. "Die zijn zo serieus."

Ik hoop dat ze zo positief over Nederland blijven en dat vooral aardige mensen hun pad kruisen. 
Dat verdienen ze, deze jongens. Of beter gezegd, deze jongemannen. 

zaterdag 7 november 2015

Vergevingsgezindheid

Ik vind het fijn om zo nu en dan een kaart te trekken uit de reflectiekaarten van Linda Kavelin Popov. De teksten zijn werkelijk wonderschoon en helend. Vandaag trok ik: vergevingsgezindheid. En ik moet zeggen, dat de laatste zinnen mij enorm raken, waaruit maar weer blijkt dat ik nog steeds te hard ben voor mezelf. 

De tekst op de kaart luidt: 
"Vergevingsgezindheid is het voorbijgaan aan fouten en het loslaten van wrok. Vergevingsgezindheid bevrijdt je van nodeloze pijn die het steeds weer beleven van een pijnlijke situatie met zich meebrengt. Vergevingsgezindheid maakt een verkeerde keuze niet goed; maar helpt om los te laten. Vergevingsgezindheid kan zelfs de ergste pijn genezen die anderen je aandoen. Het brengt een gelegenheid voor een nieuw begin. Aanvaarding van de goddelijke vergeving verandert je schuldgevoel in vastberadenheid. Vergeving van jezelf beweegt je voorwaarts, klaar om de dingen anders te doen, met mededogen voor jezelf."


Ik ben zelf mijn grootste vijand


Het is waar, dat ik zelf mijn grootste vijand ben. Terwijl ik heus wel van mezelf houd. Ik weet dat ik een waardevol mens ben en ik voel me ook gewaardeerd. Wat is het dan, dat ik de lat zo hoog leg voor mezelf? Ik kan me nog herinneren dat ik vroeger ook al het gevoel had dat ik vol begrip naar anderen moest zijn en dat mij gevraagd werd de verstandigste te zijn. En dat terwijl ik de jongste was in het gezin. Ook op de middelbare school was ik een verstandige meid. Ik wil niet zeggen, dat ik nooit een scheve schaats heb gereden, maar ik was soms een beetje afgunstig als anderen weer eens bij de directeur werden geroepen vanwege hun wangedrag. Ik was gewoon braaf.
Toen ik moslim werd, deed ik daar nog een schepje braafheid bovenop, want een moslim hoort er altijd naar te streven een beter mens te worden. Een moslim hoort zijn eigen gedrag en gedachten constant tegen het licht te houden. 

Laatst las ik een verhaal van een metgezel die zich uit schaamte voor een zonde, totaal verwaarloosde, totdat hij werd terug gevonden door de profeet, vrede zij met hem, die hem duidelijk maakte dat hij niet zo hard voor zichzelf moest zijn. Alles is met mate in de islam, dus ook de mate waarin je kritisch bent naar jezelf? Waarom neem ik mezelf dan dingen kwalijk, die ik andere mensen al lang zou hebben vergeven? Of ben ik ook naar anderen toe toch ook niet zo vergevingsgezind als mijn geest wil en mijn tong beweert?  


Ik hield mezelf voor de gek


De afgelopen week heb ik iemand om vergeving gevraagd die mij onrecht had aangedaan. Je leest het goed. Ik bood hèm mijn excuses aan. 
Het onrecht was al van een paar jaren terug, maar nog steeds had ik het er moeilijk mee. dacht van niet, maar ik hield mezelf voor de gek. Allah kent mij beter dan ik mezelf ken. Ik kwam erachter doordat ik in een situatie terecht kan, waarin het onrecht ter sprake kwam. Opnieuw was ik een dag of twee van slag. Ik baalde er ontzettend van, dat ik me nog steeds zo gekwetst voelde en dat ik nog steeds verontwaardigd was en dacht: dat is toch niet normaal? Ik ben hier nu klaar mee!
Ik herinnerde mij de tekst over vergiffenis uit het boek van Lise Bourbeau 'Het lichaam zegt: hou van jezelf', waarin zij 500 gezondheidsklachten en hun emotionele en spirituele oorzaken behandelt. Mijn maagpijn omschrijft zij als zaken niet kunnen verteren. Mijn maag neemt dat heel letterlijk en protesteert soms heftig. Bourbeau raadt aan om de weg van vergiffenis te bewandelen. Ik wilde zo graag vergeven, dus bladerde ik nogmaals naar de adviezen om tot vergiffenis te komen. Wat blijkt: zij adviseert om juist de ander om vergiffenis te vragen. "Breng onder woorden dat, omdat het zo'n pijn deed, je de ander hebt veroordeeld, bekritiseerd of beschuldigd."

Het lichaam geeft ´nare boodschappen´ af


Dat was in eerste instantie even slikken voor mij, want ík was toch degene die gekwetst was? Maar door wat Bourbeau vervolgens schrijft, drong tot mij door waar het om ging: "In plaats van dat wij ons veroorloven om helemaal mens te zijn, en gewoon ervoor uitkomen dat we dit soort pijnlijke gevoelens hebben, neigen de meeste van ons ernaar om de schuld daarvan bij anderen te leggen. Omdat wij onszelf niet vergeven hebben zijn we ervan overtuigd - of liever: hebben we onszelf ervan overtuigd - dat de fout bij iemand anders ligt als wij ons bang, kwaad of verdrietig voelen. Om die reden geven we anderen de schuld en geeft ons lichaam zo vaak 'nare boodschappen' af."
Het gesprek is gevoerd. Het was een heel fijn gesprek, waarin we allebei onze excuses aanboden. Tijdens het gesprek realiseerde ik mij dat de ander nooit de bedoeling had gehad om mij opzettelijk te kwetsen. Dat had ik allemaal zelf al eens bedacht, maar het is toch wel heel anders, als je het uit de mond van de ander zelf hoort. 
Het doel van het gesprek was om mijzelf te bevrijden. Op de een of andere manier had mevrouwtje ongeduld in mij gehoopt en had ik ervoor gebeden, dat mijn maagpijn in één keer over zou zijn, dat ik mij bevrijd zou voelen, dat ik er klaar mee was. Nu voelde ik mij zeker opgelucht na het gesprek, maar het stante pede wonder waar ik op gehoopt en waar ik voor gebeden had, bleef uit. 
Maar ja, wat is een wonder? En wat is stante pede?
Is het dan geen wonder, dat ik nu veel bewuster in het leven sta? En dat ik, met elke stap die ik zet op weg naar vergiffenis en mededogen, dichterbij mezelf en dichterbij Allah kom?

De belangrijkste stap om ´heel´ te worden is zelfvergiffenis


Ik besef dat het een stap in de goede richting is geweest. De belangrijkste stap om ´heel´ te worden is namelijk zelfvergiffenis. "De enige manier om volledig en voor altijd te genezen is om jezelf te vergeven," legt Bourbeau uit. "Dit is de enige stap, krachtig genoeg om los te komen van ziekte op welk niveau dan ook, want vergeven van jezelf gaat over houden van jezelf én van je fysieke lichaam. Doordat je weer vertrouwd raakt met deze diepgevoelde, warme stroom van liefde, wordt je bloedsomloop weer opgeladen, waardoor er nieuw leven in alle cellen, moleculen en submoleculen in je lichaam stroomt. Dit verwerkt verzachtend op je geest, maar is ook zalf voor je lijf. Door jezelf te vergeven en van jezelf te houden, krijg je meer energie en is je lichaam weer in harmonie." 
Dat moet de boodschap naar mezelf zijn: heb lief, heb mededogen! 



maandag 28 september 2015

Gevangen in gedachten

We stonden samen te wachten op de bus. Tussen de wachtende mensen stond een vrouw hardop te mopperen over het lot dat haar getroffen had. “Waarom, God, waarom?” vroeg ze op een verwijtende toon. God was kennelijk schuldig aan de ellende die haar was overkomen.




Ik moet een jaar of 20 geweest zijn, nog geen moslim, wel zoekende. Ik voelde in elk geval instinctief aan dat hier een denkfout gemaakt werd. God heeft nergens schuld aan. Als ons iets slechts overkomt, is het ofwel alleen maar slecht in onze ogen - dat wil zeggen met onze beperkte blik - ofwel het is iets dat we over onszelf hebben afgeroepen. Ik vond de vraag typisch iets voor christenen, omdat ook dominees aangaven dat kinderen of jongelui te vroeg waren heengegaan en dat het “niet eerlijk” was. Volgens de bijbel heeft zelfs Jezus aan God gevraagd, “Waarom heeft u mij verlaten?” Hoe krom is die vraag, als je gelooft dat Jezus een deel van God zelf is. Ik begreep het toen al niet - God die zichzelf verwijten maakt - en nog steeds verbaas ik me over alle verschillende en onlogische verklaringen die christenen geven.  


Ik zou God nooit de schuld geven, daar was ik zeker van. De opmerking “Welke God doet nu zoiets” zou ik niet maken en de vraag  “Hoe kan God dit onrecht toestaan?” zou ik niet stellen.


Godzijdank heb ik mij aan mijn woord gehouden.


Wat ik toen niet besefte is dat ik de waarom-vraag indirect toch wel degelijk stel. Gisteren las ik in het boek ‘De helende kracht van acceptatie’ van Annemarie Postma en werd getroffen door de volgende zin: ‘Om ruimte te maken voor heling is de eerste stap de drang om te weten waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren op te geven’. Meteen wist ik: dit gaat over mij. Ik wil altijd weten waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Ik loop alle mogelijkheden in mijn brein af om er achter te komen wáár ik de fout ben ingegaan, of wat de werkelijke reden kan zijn dat anderen mij zo konden kwetsen. Wie wat waar wanneer en waarom blijven ronddraaien in mijn hoofd. Ik ging er vanuit dat het juist goed is om kritisch naar mezelf te kijken. Dat ik na jaren nog steeds alleen maar kan gissen - met zo nu en dan een klein helder momentje - mocht de gedachtenpret - of prut - niet drukken. Ik tast nog steeds in het duister. En het erge is dat ik mijzelf ook dát weer kwalijk neem. Ik zit gevangen in mijn gedachten. Het is zoals Postma zegt: ‘vasthouden aan de drang om te weten is vasthouden aan de pijn’. Een schok van herkenning schiet door mijn lichaam. Dit is wat ik doe, ik houd vast aan de pijn. Wat doe ik mezelf aan?


Ik vind God niet oneerlijk, maar ik vind ‘de wereld’ en ‘de mensen’ oneerlijk. Er is zoveel onrecht gaande in de wereld, dat ik dat niet verdragen kan. Daar bovenop komt nog het kleine leed dat mijzelf overkomt, waarvan ik of anderen of mezelf de schuld geef. En zo raak ik verwikkeld in filosofische gedachtekronkels. Op het internet heb ik de ene link met de ene verklaring nog maar net geopend, of mijn oog valt op een volgende link met een andere verklaring. Ik zal het antwoord vinden en dán heb ik vast het inzicht. Ik wil begrijpen waarom er zoveel ellende en verderf op aarde is.


Vat krijgen op de situatie is niet alleen mijn drang, maar de drang van vele mensen. We leren als kind al dat het belangrijk is om te plannen en om te kaderen. Hoe wonderlijk is het dat ik op de opleiding Journalistiek mijn creativiteit kwijtraakte omdat ik zoveel moeite moest doen om te kaderen en te beargumenteren. Toch had ik daar mijn lesje nog niet geleerd.



Hoe vaak heb ik van anderen te horen gekregen dat ik fel overkom, dat het lijkt alsof ik een heel leger met me heb meegenomen. Een tijdje geleden kwam ik er al achter dat die felheid ergens in mijn verleden is opgebouwd. Ik heb zelf iets meegemaakt in mijn jeugd, dat te zwaar was om te dragen, of iets gezien dat het daglicht niet verdragen kon, waardoor ik het gevoel heb mijzelf te moeten beschermen en te strijden. ‘No more pain. No more games, no more messing with my mind. No more drama in my life. No one’s gonna make me hurt again’ zingt Mary J. Blige en dat voel ik tot op mijn botten. Telkens als ik in een soortgelijke situatie terecht kom, bal ik weer mijn vuisten en staat the angry young woman in mij op. Het zal mij niet overkomen dat ik me alwéér laat overdonderen! De ander heeft geen idee waar die felheid vandaan komt - de felheid is doorgaans ook onterecht, want gebaseerd op een oude verontwaardiging en angst  -  maar het is mijn instinct, mijn overlevingsdrang. Daar heb je dat woord weer: drang.

Ik lees verder in het boek om te begrijpen wat ik moet doen om van die drang af te komen - en ik voel het al een beetje aan mijn water: niets. Ik moet niets doen! Pas als ik stop met zoeken, zal ik mijn antwoorden vinden, belooft Postma.  


‘Het gaat er uiteindelijk om’ schrijft zij, ‘dat we verlies, tegenslag of ziekte kunnen gaan zien als een crisis die onze ogen wil openen voor de werkelijkheid, en ons tegelijkertijd een kans biedt om dichterbij onszelf of God te komen. En dat het wel of niet genezen helemaal niet zo belangrijk is, maar dat het er om gaat dat we de innerlijke uitdaging aangaan die er van ziekte of beperking uitgaat, dat we ontdekken welk verlangen van de ziel er achter onze ziekte schuilgaat’.


Wat mijn ziel wil, dat weet ik best wel. Mijn ziel wil wat alle mensen in wezen willen: innerlijke rust. Mijn ziel is moe van het strijden en verlangt naar overgave. Ik wist wel dat ik er nog niet was met het uitspreken van de shahada, want telkens weer stelt Allah ons op de proef en wij moeten er naar blijven streven om in overgave te leven. En daar schrijf ik alweer een woord op dat met iets willen beheersen te maken heeft - streven. Laat ik er maar naar streven om te accepteren dat het leven hard is, dat er mensen op mijn pad zullen blijven komen die niet het beste met mij voor hebben, zonder dat ik naar een verklaring zoek. Het is geen apathische houding die leidt tot neerslachtigheid, maar een daadwerkelijk Godsvertrouwen, die leidt tot een krachtiger persoonlijkheid.

Zal het me lukken om los te laten en me te laten leiden?

maandag 7 september 2015

"Mijn vader wist dat ik homo was, ik niet"

Homoseksueel en bekeerd tot de islam



“Marokkanen zijn altijd heel duidelijk. Ze zeggen altijd: ‘Harm, wij vinden het vies en smerig en het mag niet van ons geloof, maar wij moeten jou accepteren want jij bent onze vriend’. Zij scheiden dan jouw persoon van wat je bent. Nederlanders niet. Die plakken meteen etiketjes, plaatsen je in een hokje. Je wordt door Nederlanders geaccepteerd als dameskapper, make-up artiest, of als je elk jaar op een van die beroemde boten staat. Je hoort die gezellige nicht te zijn, zoals Gerard Joling, en Paul de Leeuw; die gedragen zich zoals ze dat van een homo verwachten. Maar ik kan mij niet als een karikatuur gedragen. Ik kan die homo niet zijn.”


Aan het woord is de 60-jarige Harm van de Beek - officieel Harmen - homoseksueel én sinds een jaar ‘bekeerd’, alhoewel hij dat een vreselijk woord vindt.




Shahada
“Ik ben praktisch altijd bij elke Palestina-demonstratie. En ik ben gewend om tijdens die demonstraties altijd een djellaba te dragen. Dan word je gauw herkend. Toen kwam Imad Ben naar me toe. Hij is een Marokkaanse Palestina-activist uit België, hij geeft ook voorlichting en houdt toespraken. Hij komt naar mij toe en zegt tegen mij: ‘Wij kennen elkaar niet. Maar ben je er klaar voor?’ Eerst dacht ik nog: waarvoor? Maar ineens drong het tot me door en besefte ik het: ik ben er klaar voor, ik moet het nu gaan doen! En toen heb ik midden op het plein in Utrecht, in de regen en in de kou, met al die Nederlanders er om heen mijn shahada gedaan.”


Het was geen plotseling besluit. Integendeel, Harm leeft al bijna veertig jaar lang ‘onder de Marokkanen’. Hij heeft iets met de Marokkanen, hij voelt zich bij hen thuis, letterlijk en figuurlijk. Maar daarover later meer.


Gereformeerd gezin
Hij werd geboren in Hilversum in 1956 als oudste van negen kinderen in een gereformeerd gezin. “Voor degenen die dat niet kennen: een zeer orthodox christelijk geloof,” legt Harm uit. Zijn familie kreeg, toen hij een jaar of 12 jaar oud was, tuberculose. Ze verbleven allemaal in een sanatorium. Harm werd eerst in kindertehuizen geplaatst en later in een pleeggezin. “Toen mijn moeder in het sanatorium zat, is zij van haar geloof gevallen. Ze ging daarna een heel ander leven leiden, ze ging emanciperen.” Zelf had Harm als enige van het gezin geen tuberculose en daar had hij het moeilijk mee. Als hij later in een joods bejaardentehuis werkt, herkent hij hun schuldgevoel. “Mensen hadden er last van dat ze als enige de oorlog hadden overleefd. Ik herkende dat gevoel, want ik kwam uit een groot gezin, en ik was als enige gezond. In het dorp werd ik gemeden - ik mocht niet bij de slager en bakker naar binnen - want er was angst voor besmetting. Ik vond het verschrikkelijk om zo alleen te zijn, omdat ik als oudste altijd graag voor mijn broertjes en zusjes zorgde. Daarom begrijp ik de Marokkanen ook zo goed. Die luisteren ook nog naar hun oudste broer.”


Op school ging het niet goed met Harm. “Ik was een late leerling. Ik had altijd ruzie, ik kon niet tegen de ‘Nederlandse’ mentaliteit. Toen bleef ik zitten. Daarna kwam ik op de mavo terecht en bleef ook weer zitten. Op mijn vijftiende wilde ik niet meer naar school. Tot mijn 23ste heb ik  daarna bij Dirk van de Broek gewerkt.”


“Mijn vader wist het, ik niet”
Het was het jaar dat Harm ziek werd. Hij stopte bij Dirk van de Broek en kwam bij een maatschappelijk werker terecht. “Daar kwam het na een paar maanden uit, dat ik homoseksueel was. Ik had het weg gestopt. Mijn vader wist het, maar ik niet. Hij had destijds tegen mij gezegd: ‘Als ik jou met een kerel tegenkom, sla ik hem dood en jou gehandicapt’. Dat is de teneur van mijn opvoeding geweest. Of ik het uit angst had weg gestopt, of dat ik het niet wilde, dat weet ik niet zeker. Mijn ideaalbeeld was namelijk trouwen en een groot gezin krijgen. Maar als je die gevoelens hebt, is dat zo, en het gaat echt niet weg.”


Harm kwam ‘uit de kast’, ging naar het COC en dompelde zich onder in het homoleven. “Maar ik moet je zeggen: ik heb nooit mijn draai gevonden in het nichtenwereldje. Ik wilde er graag bij horen en heb alles geprobeerd om me aan te passen. Ik heb enorme hoeveelheden alcohol en drugs gebruikt om daar doorheen te komen. Men zegt nog steeds van mij dat ik ‘in de kast’ zit, maar dat is niet zo. Ik voel me bij homo’s en lesbo’s gewoon niet op mijn gemak. Ik pas niet in dat nichtenwereldje, dat overigens net op een sekte leek. Vanaf 1996 heb ik de deur naar het homoleven dichtgedaan. Ik heb niks tegen ze, wat best raar uit mijn mond zal klinken,” lacht Harm, “maar ik hoef ze niet in mijn buurt te hebben.”


Op kamers bij Marokkanen
De aansluiting die Harm bij de homo’s mist, vindt hij wel bij de Marokkaanse gemeenschap. Harm gaat werken als schoonmaker in het ziekenhuis, waar hij Marokkanen en Turken leert  kennen. Het begon, zoals het zo vaak gaat, met het helpen invullen van formulieren, maar al gauw ontstonden er vriendschappen. Harm gaat zelfs bij Marokkanen in huis wonen, als hem een kamer wordt aangeboden. In 1986 verhuist hij naar Amsterdam, waar hij aan de slag gaat als restaurantmanager bij Mac Donalds. “Mijn baas kwam er achter dat ik goed met Marokkanen kon omgaan. Mijn ploeg zat hierdoor helemaal vol met Marokkanen, want de andere managers wilden er zo min mogelijk.”


Na verschillende andere banen, ook op kantoor - wat niets voor hem was -  besluit Harm om het roer volledig om te gooien. Hij volgt de opleiding MBO Sociale Dienstverlening. “En meteen erachteraan deed ik ook nog de HBO Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Ik kwam er op mijn 48ste achter dat ik helemaal niet zo achterlijk was!” Harm komt terecht bij de sociale dienst en werkt o.a. in de Baarsjes in Amsterdam bij het project ‘Streetcornerwork’ voor dak- en thuisloze jongeren met alcohol- en drugsproblemen. “Het ging vaak ook om ex-gedetineerden, heel problematische jongeren, veel lastig gedrag. Maar ik heb daar zelf nooit iets van ondervonden. Men vraagt zich soms af: hoe kan het nou dat Harm, die homo, zo goed kan omgaan met die hele problematische Marokkanen. Maar de mens bestaat uit veel meer dan dat, dan die problemen. Ik begreep ze heel goed. Hun jeugd lijkt op mijn jeugd.”
Niet alleen in zijn jeugd voelde zich niet alleen afgewezen en buitengesloten - vanwege de tuberculose van zijn familie - maar ook naar aanleiding van de aidsepidemie. Praktisch al zijn vrienden van toentertijd zijn in eenzaamheid gestorven “omdat iedereen bang was besmet te raken.” Ook hij werd gemeden, dit keer vanwege zijn homoseksualiteit - lees de angst voor Aids. “Kopjes waar ik uit gedronken had, werden in de bleek gezet.” Het voelt voor Harm als altijd afgewezen en uitgesloten worden vanwege een onterechte angst en hardnekkige vooroordelen.



Daar kan geen homo tegen op!
Het bijzondere is dus, dat Harm door de Marokkaanse gemeenschap omarmd werd ondanks het feit dat hij homo was. “Eigenlijk willen de Marokkanen het er niet al te veel over hebben. Niet omdat ze het willen verzwijgen, maar omdat het er verder niet toe doet. Ze zeggen dat ze het vies vinden, maar gaan verder zo met mij om, dat ik mezelf als mens gewaardeerd en geaccepteerd voel. Ik denk dat de Marokkaanse mannen zo zelfverzekerd van hun eigen mannelijkheid zijn, dat ze er op een natuurlijke manier mee omgaan. Dat hebben Nederlandse mannen niet, die zijn dat door de emancipatie ‘ontmand’ geraakt, die reageren zo onnatuurlijk.”


Hij vertelt over de keer dat hij samen met een groepje Marokkanen ging kijken bij de plek waar Theo van Gogh vermoord was. Plotseling gilde een vrouw uit het publiek: “Jullie moeten van onze homo’s afblijven”, uitgerekend tegen mij. Ik dacht, wat krijgen we nou en voelde me boos worden. Een van de Marokkaanse jongens trok me weg en zei toen: ‘U mag ze allemaal hebben, maar deze niet, deze is van ons.’ Ik was gelijk helemaal niet meer kwaad meer.”
“Ik doe mijn boodschappen bij de Marokkaanse bakker en de Marokkaanse groenteboer. Bij mijn kudde Marokkanen voel ik me op mijn gemak en gelukkig. Daar kan geen homo tegen op!”

Al vanaf 1992 doet Harm geregeld mee met de Ramadan, uit solidariteit. “Jaar in, jaar uit heb ik meegedaan. Ik at vaak mee, want alles moet zo gastvrij mogelijk. Ik ging de Koran lezen, dat beviel me. Ik ben er eigenlijk ingegroeid. Maar die ene stap deed ik niet. Ik wilde het niet, had er moeite mee. Tegen alles en iedereen die Nederlands was zei ik: ik ben moslim, maar ik legde aan moslims uit waarom het niet ging. Ik dacht al die tijd: ik ben er niet goed genoeg voor. Ik kan me er niet aan houden.”


Veel geleerd van probleemjongeren
Harm is overtuigd dat hij als homoseksueel geboren is. “Ik denk dat ik geboren ben met die eigenschap. Ik denk dat Allah met alles een bedoeling heeft. Zo van: als ik van Harm een beetje homoseksueel maak, kan hij veel Marokkanen redden. Want dat heb ik gedaan, zeg ik zonder te willen opscheppen. Als homo had ik namelijk alle tijd voor ze, omdat ik geen gezin had. Voor veel Marokkaanse jongeren ben ik een soort vader geweest, of moeder,” grapt Harm. “Een van de jongens had namelijk gezegd dat ik erger was dan zijn vader en moeder tegelijkertijd.”  Andersom hebben de probleemjongeren hem ook veel geleerd over vriendschap en de islam. “Ze hebben mij de islam gegeven! Niet door preken, dwang of bekeren, maar gewoon door te zijn wie ze zijn. ”

“Ik ben dus homo, maar ik denk dat de mens er zelf voor kiest, hoe hij er mee om gaat,” overpeinst Harm. “God heeft mij op de wereld gezet om bepaalde taken te verrichten en die heb ik gedaan. Dit pad is mijn pad. In het nichtenwereldje voelde ik mij niet vrij, maar in de islam wel. De islam geeft mij de vrijheid en standvastigheid. En dat geef ik ook door aan die jongeren. Ze halen rottigheid uit, dat is de realiteit, maar de islam is de bevrijding. Dat vind ik een belangrijke boodschap.”

zie ook www.qantara.nl