donderdag 23 april 2015

Heb lief!

‘Wij hebben ons prachtige geloof gereduceerd tot rituelen. Het gaat alleen nog maar om wat wel mag en wat niet mag. Dat is onze religie geworden. Maar dat is niet het doel van onze reis in dit leven. Het is juist de bedoeling dat wij transformeren, dat wij ons ontwikkelen als mens van overgave, naar geloof en dienstbaarheid, naar verwezenlijking.’

De Amerikaans-Syrische Sheikh Muhammad bin Yahiya al-Ninowy hield in februari 2014 een lezing tijdens de conferentie ‘The art of balance’ in Nederland op uitnodiging van de jongerencommisie Ettaouhid. In deze lezing komt hij tot de kern van het geloof; uiteindelijk begint en eindigt alles met liefde. Heb lief, is zijn boodschap.

Sheikh Muhammad bin Yahiya al-Ninowy
'Deze tijd’ zo legt de geleerde uit ‘is het tijdperk van informatie. Je zou ook misinformatie kunnen zeggen. In elk geval staat het internet vol met informatie die we kunnen lezen en onthouden. Maar het gaat niet om leren en onthouden. Informatie leidt niet automatisch tot transformatie. Tijdens de reis die we tijdens ons leven maken gaat het erom dat we van informatie transformeren naar verwezenlijking. En dat kunnen we alleen maar bereiken als de Qur’an, het Woord van Allah, tot leven komt. Als je het Boek alleen maar leest en het niet tot leven brengt, dan transformeer je niet. Besef dat het vers “O jullie die geloven... doe goed opdat jullie mogen slagen.” (22:77) tegen je praat. De Qur’an praat tegen je. Als je je hart niet opent of de oren in je hart niet opent, als je niet geraakt wordt en je voelt je niet aangemoedigd om goed te doen, dan heb je een probleem!’


Huidige crisis is crisis van het geloof
Volgens Al-Ninowy is de huidige crisis is een crisis van imaan, van geloof. Hij illustreert dat met de bekende overlevering uit de verzameling van Al-Bukhari van Abu Huraira waarin de profeet, vrede zij met hem, zegt: “Je zult geen gelovige zijn, als je niet voor je broeder wenst wat je voor jezelf wenst.” ‘Daarmee bedoelt de profeet’, zo legt Al-Ninowy uit, ‘dat je geloof niet compleet zal zijn als je voor een ander niet hetzelfde wenst als je voor jezelf wenst. Het gaat volgens hem nog verder. ‘Het gaat niet alleen om je broeder, maar om je medemens.’ We kennen de overleveringen allemaal. Maar passen we ook toe, wat we horen? vraag hij zich af. ‘Raakt het ons en verandert het ons? Het gevaar ligt niet in de wijsheid van de woorden; want begrijpen doen we het allemaal. Maar als je het niet toepast, zal je geloof in gevaar zijn, omdat je hart in onrust en verwarring zal verkeren.’

Het gaat er in het leven volgens de sheikh om hoe onze relatie met Allah is. In de Qur’an staat (3: 32): “Zeg Mohammed, indien je Allah liefhebt, volg mij dan. Allah zal dan van jullie houden en jullie zonden vergeven. Allah is Vergevingsgezind, Genadevol. Volgens An-Ninowy is de uitleg van dit vers heel simpel: ‘Als je van Allah houdt, zal Hij van jou houden. Ons geloof is gebaseerd op liefde: het begint en eindigt met liefde. De Geliefde zendt Zijn geliefde profeet uit liefde met een boodschap van liefde in het belang van de liefde. En de profeet, vrede zij met hem, heeft ons geleerd dat we meer van hem moeten houden dan van onze eigen vader en moeder, opdat ons geloof compleet wordt.´



Het hart
‘De profeet, vrede zij met hem, was heel duidelijk toen hij zei: “In het lichaam bevindt zich een vleesklomp; als dit goed is, is het hele lichaam goed en als dit verdorven is, dan is het hele lichaam verdorven.” De metgezellen vroegen: “Wat is dat dan?” En de profeet, vrede zij met hem, antwoordde: “Dat is het hart.” Waarom het hart? Omdat dit plek is waar je liefde kunt vinden. Dat liefde belangrijk is, blijkt ook uit de authentieke overlevering waarin de profeet vrede zij met hem uitlegt dat Allah op de Dag des Oordeels Zijn schaduw schenkt aan zeven soorten mensen. En een van de soort mensen zijn de mensen die van elkaar houden in het belang van de islam,’ aldus Al-Ninowy.

Hij vervolgt: ‘Grote voorbeelden voor ons zijn de profeten, zoals Musa - vrede zij met hem - zei: “Ik haast me naar U Allah, zodat U tevreden over mij zult zijn.” (20:84). En waarom denk je dat Allah in de Qu’ran zegt: “... haast je naar Allah!” (51:50) Hij is liefdevoller en barmhartiger dan de moeder die haar baby borstvoeding geeft. Allah is Latief, Lutf, Zachtaardig en Zorgzaam, Hij geeft om ons. Dus waarom zou je weg van Hem rennen. Ren naar Hem toe!’ raadt de sheikh aan.

Op zoek naar Allah
Hij vraagt ons ook een voorbeeld te nemen aan Salman al Farsi, een van de metgezellen van de profeet, vrede zij met hem, die in Perzië opgroeide en vuuraanbidder was. Maar daarna kwam hij in aanraking met mensen van het Boek en ging hij in de leer bij verschillende geleerden. Hij reisde van Perzië naar Syrië en Irak en kwam zelfs in Europa terecht, omdat hij op zoek was gegaan naar Allah. Toen hij bij de profeet, vrede zij met hem, aankwam, realiseerde hij zich dat hij zijn eindbestemming had gevonden. Hij begreep dat de profeet, vrede zij met hem, hem naar Allah zou leiden.

Wij moeten volgens de geleerde net als Salman Al Farsi op zoek gaan naar Allah: ‘Maar hoe kan je Hem vinden? Dat is door in het gebed op zoek te gaan naar Hem, door alleen Hem centraal te stellen in je gebed, en al je aandacht op Hem te richten.’ En hij benadrukt: ‘En op niets en niemand anders dan Hem’. Wat de beste manier is om het gebed te verrichten, legt hij ook uit: ‘Gedenk de overlevering dat de Aartsengel Djibriel naar Mohammed, vrede zij met hem, en de metgezellen kwam en hem vragen stelde, waaronder de vraag wat ihsan is. En de profeet, vrede zij met hem, zei: “Dat je Hem aanbidt, alsof je Hem ziet. En als je Hem niet ziet, besef dan dat Hij jou zeker wel ziet.” Als je aandacht besteedt aan je gebed, zoals alles aandacht verdient, zal het gebed leiden tot transformatie, zodat je transformeert van overgave naar geloof en dienstbaarheid naar verwezenlijking.’

Maak van je hart geen vuilnisbak
Al-Ninowy hamert steeds op het belang van transformatie: ‘Je leeft het leven van een lichaam en verwaarloost je ziel, maar de tijd dringt. Je lichaam is geschapen voor de dood. Je bent een mens met een ziel. De islam zou je moeten veranderen. Er gaat een overlevering over die in Al-Bukhari staat van Anas en Abbas over de zoetheid van het geloof. Het geloof smaakt alleen maar zoet, als het hart schoon is, niet als het hart ziek is. Je moet eerst je hart zuiveren en de enige manier om je hart te zuiveren is om van Allah het meest te houden. Zuiver je hart van haat, jaloezie, gierigheid. Maak van je hart geen vuilnisbak. Als je de negativiteit en de liefde voor de wereld uit je hart haalt, zal Allah je hart vullen met Zijn liefde.´

Volgens de sheikh smeken we niet genoeg, maken we te weinig contact met God: ‘Veel mensen praten over Hem, weinigen richten zich tot Hem. Maar waar is het nachtelijk gebed dan voor? Waar is het smeekgebed dan voor? Waarom zou de profeet, vrede zij met hem, gezegd hebben: “Het smeekgebed is een vorm van aanbidding.” Zorg er voor dat je religie niet louter uit rituelen bestaat en waak ervoor dat je niet in een groep met een bepaalde groepsmentaliteit verstrikt raakt.’


Genade voor de werelden
Al-Ninowy onderstreept nogmaals het feit dat wij een voorbeeld moeten nemen aan de profeet, vrede zij met hem: ‘Een goede moslim is een goed mens in de eerste plaats. Dat is wat de profeet, vrede zij met hem, ons gebracht heeft: hoop, ontwikkeling en kansen voor iedereen. Niet alleen voor degenen die in hem geloofden. Hij toonde zijn genade aan iedereen, zonder voorwaarden! Herinner je de overlevering uit de verzameling van Muslim, waarin de profeet, vrede zij met hem, gevraagd werd om de ongelovigen te vervloeken. Maar hij zegt: “Ik ben niet gekomen om mensen te vervloeken, ik ben gezonden als een onvoorwaardelijke genade voor de werelden.” Toen zeiden de metgezellen: “Maar, ze aanbidden meerdere goden?” En Mohammed, vrede zij met hem, gaf aan dat dit niet hun zaak was, dat niemand het kan tegenhouden dat Allah zijn Genade over Zijn Schepping uitstort.’ Daarom zouden wij volgens hem als moslims en als volgelingen van de profeet Mohammed, vrede zij met hem, ook de liefde en compassie moeten uitstralen naar iedereen, wat hun achtergrond, geloof, etniciteit ook maar is. Met de boodschap 'Hoop, ontwikkeling en kansen voor iedereen! Als we dat niet naleven, hebben we de boodschap niet begrepen.’

Een flyer uitdelen en vragen of de mensen het willen lezen, is niet voldoende, legt hij uit. ‘Mensen willen geen flyer over de islam lezen, ze willen islam in actie zien. Ze willen de genade van Mohammed in jou zien. Ze willen niet dat je over liefde en compassie spreekt, ze willen het in jou zien. In jou!

Omdat je het waard bent
Tot slot richt hij zich tot de moslimgemeenschap in Nederland. Hij noemt het een privilege voor moslims om hier in Nederland te mogen leven. ‘Het is niet ideaal, maar mocht je dat zoeken, dan zul je naar het paradijs moeten vertrekken,’ grapt hij om de draad weer op serieuze toon op te pakken. ‘Maar met het voorrecht hier te mogen leven, komt de verantwoordelijkheid. Vraag je niet af wat jouw land voor jou moet doen, maar vraag je af wat jij voor jouw land kan betekenen. Wat is jouw positieve bijdrage aan dit land? Hou op met het beschuldigen van de media of van de niet-moslims; toon verantwoordelijkheid. We weten dat veel mensen bang voor de moslims, doodsbang zelfs. Dan kan je zeggen: “Ze lezen niets over de islam, ze kennen de islam niet.” Maar het is jouw taak om ze kennis te laten maken met de islam door jouw gedrag. Extremisme ontstaat op plekken waar de liefde fundamenteel ontbreekt. Wees daarom genadevol. Heb je buren lief en wees goed voor de buren. Of ze het waard zijn of niet. Of ze van de islam houden of niet. Als ze zich tegen je keren of niet. Jij zou goed moeten doen, omdat jij het waard bent om goed te doen, ongeacht hun reactie daarop.’





woensdag 22 april 2015

De verpleegster en de moslimpatiënt

Een waargebeurd verhaal uit Groot-Brittanniё
Mijn naam is Cassie, ik ben 23 jaar oud. Ik ben afgestudeerd als een gekwalificeerd verpleegster en ik kreeg mijn eerste klus als verpleegster in de thuiszorg.
(de personen in dit verhaal worden hier niet afgebeeld)
Mijn patiёnt was een Engelse heer van in de begin 80 die leed aan Alzheimer. Tijdens de eerste ontmoeting kon ik uit zijn dossier opmaken dat hij een islamitische bekeerling was; hij was dus een moslim. Ik begreep hieruit dat ik rekening moest houden met bepaalde gebruiken die mogelijk tegen zijn geloof zouden indruisen, en dat ik mij aan zou moeten passen aan zijn behoeften. Ik kocht wat halalvlees in en ik lette goed op dat er nergens varkensvlees of alcohol in zat nadat ik een klein onderzoek had gedaan naar wat verboden was in de islam.
Aangezien mijn patiёnt al in een ver stadium van zijn ziekte was, begrepen veel collega’s niet waarom ik zoveel moeite voor de man deed. Maar ik was de mening toegedaan dat iemand die toegewijd is aan zijn geloof respect verdient, ook al zit hij of zij in een positie dat dit niet meer begrepen wordt.
In elk geval ontdekte ik na een paar weken een patroon in bepaalde handelingen bij mijn patiёnt. Eerst dacht ik dat hij bewegingen nadeed die hij van iemand had gezien, maar ik zag hem de handelingen telkens op bepaalde, vaste tijden maken; in de ochtend, in de middag en in de avond. Hij bracht zijn handen omhoog, boog en legde zijn hoofd op de grond. Ik begreep het niet. Hij herhaalde ook een paar zinnen in een andere taal. Ik herkende de taal niet, omdat zijn spraak wat gebrekkig was, maar ik hoorde wel dagelijks dezelfde klanken. En er was nog iets vreemds: ik mocht hem niet voeden met mijn linkerhand, terwijl ik linkshandig ben. Ik voelde aan dat dit te maken had met zijn godsdienst.
Het gebed
Een van mijn collega’s vertelde mij over paltalk als een plaats voor debatten en discussies en aangezien ik geen andere moslims kende behalve mijn patiёnt, leek het mij goed om iemand live te spreken en vragen te stellen. Ik ging naar de ‘afdeling’ islam en kwam uit in de kamer ‘ware boodschap’. Hier kon ik terecht met mijn vragen over de zich herhalende bewegingen en men vertelde mij dat deze handelingen onderdeel uitmaken van het gebed. Ik geloofde het eerst eerlijk gezegd niet, totdat men mij een link mailde van het islamitisch gebed op You Tube.
Ik was geschokt. Een man die zijn kinderen niet meer kende; die niet meer wist wat voor beroep hij had gehad; die nauwelijks nog kon eten en drinken, kon zich wel de handelingen van het gebed herinneren. En dat niet alleen; hij bleek ook in staat te zijn de verzen op te zeggen in een andere taal. Dit was ongelooflijk. Ik was er nu van overtuigd dat deze man toegewijd was aan zijn geloof. Ik wilde hier meer van weten, zodat ik hem nog beter kon helpen.
Ik kwam zo vaak als mogelijk in de paltalk-kamer en ontving een link met de vertaling van de Quran, waar ik naar luisterde. Het hoofdstuk ‘De Bij’ gaf mij de rillingen en ik luisterde er meerdere malen per dag naar. Ik sloeg een recitatie uit de Quran op op mijn iPod en liet het door mijn patiёnt beluisteren. Hij glimlachte en begon te huilen. En toen ik de vertaling las, begreep ik waarom.
In principe was het mijn intentie om kennis op te doen om voor mijn patiёnt te kunnen zorgen, maar zo langzamerhand begaf ik mezelf steeds vaker in de kamer om antwoorden op vragen te vinden voor mij zelf. Ik had nooit de tijd genomen om mijn leven te overdenken. Mijn vader kende ik nauwelijks; mijn moeder was gestorven toen ik 3 jaar oud was. Mijn broer en ik werden opgevoed door onze grootouders die vier jaar geleden overleden waren. Wij bleven over met zijn tweeёn. Ondanks al deze verliezen dacht ik gelukkig te zijn, tevreden.
Ik wilde voelen wat hij voelde
Het was dat ik tijd doorbracht met mijn patiёnt, dat ik voelde dat ik iets miste. Ik miste het gevoel van vrede en rust die mijn patiёnt ondanks zijn lijden ervoer. Ik wilde dat gevoel ergens bij te horen; ik wilde wat hij voelde ondanks het feit dat hij alleen was.
Van een dame op paltalk ontving ik een adressenlijst met moskeeёn en ik bracht een bezoek aan een van de moskeeёn. Ik keek naar het gebed en ik kon mijn tranen niet bedwingen. Vervolgens werd ik elke dag naar de moskee toegetrokken en de imam en zijn vrouw gaven mij boeken en bandjes en beantwoorden graag alle vragen die ik had.
Elke vraag die ik stelde in de moskee of op paltalk werd met zo’n duidelijkheid en diepgaandheid beantwoord dat ik het wel accepteren moest. Ik had nooit een godsdienst aangehangen, maar ik geloofde wel in God; ik wist alleen niet hoe ik Hem aanbidden moest.
Op een avond kwam ik weer op paltalk en stelde een van de sprekers mij een vraag via de microfoon. Hij vroeg me of ik nog vragen had, maar die had ik niet. Hij vroeg me of ik tevreden was met de gegeven antwoorden en ik bevestigde dit. Toen vroeg hij waarom ik de islam niet wilde accepteren, maar ik kon hem geen antwoord geven. De volgende ochtend ging ik naar de moskee om het ochtendgebed te zien. De imam stelde mij dezelfde vraag, maar opnieuw zat ik met mijn mond vol tanden.
Vrede
Daarna toog ik naar mijn patiёnt. En pas toen ik tijdens het voeden in zijn ogen keek, realiseerde ik mij dat hij op mijn pad gekomen was met een reden en dat de enige reden om de islam niet te accepteren angst was. Niet bang in de zin van dat het niet goed voor mij zou zijn, maar ik was bang dat ik de islam niet waardig zou zijn, niet zoals deze man.
Die middag ging ik naar de moskee en vroeg de imam of ik mijn getuigenis af kon leggen, de Shahada: "Ashadoe an la ilaha ilallah wa ashadoe anna Mohammadan rasoeloellah". Er is geen god behalve Allah en Mohammed is Zijn Boodschapper. Hij begeleidde mij bij het opzeggen en gaf uitleg over wat er van mij verwacht werd nu.
Ik kan het gevoel dat ik op dat moment had niet onder woorden brengen. Het was alsof ik wakker werd en alles heel helder zag. Het was een gevoel van overweldigende vreugde, van helderheid en vooral van….vrede.
De eerste persoon aan wie ik het vertelde was niet mijn broer, maar mijn patiёnt. Ik ging naar hem toe en zelfs voordat ik mijn mond opende om het te vertellen huilde hij en glimlachte naar mij. Ik brak op dat moment in zijn bijzijn; ik was hem zoveel dank verschuldigd.
Bij thuiskomst herhaalde ik mijn Shahada in de paltalk-kamer. Ze hebben me vervolgens allemaal geholpen en ook al had ik nog nooit een van hen gezien, ze waren mij nader dan mijn eigen broer. Uiteindelijk belde ik mijn broer op om het te vertellen. Hij was er niet blij mee maar steunde me en zei dat hij er voor me zou zijn. Dat was meer dan ik kon wensen.
In de eerste week als moslim overleed mijn patiёnt in zijn slaap terwijl ik voor hem zorgde. Inna lillahi wa inna ilaihi radjioen. Hij stierf een vreedzame dood en ik was de enige persoon die bij hem in de buurt was. Hij was als de vader die ik nooit heb gehad, en hij was mijn poort naar de islam. Vanaf de dag dat ik mijn Shahada deed en zolang als ik leef, zal ik bidden dat Allah hem genadig zal zijn en dat hij van elke daad die ik verricht de tienvoudige beloning ontvangt. Ik houd van hem in naam van Allah en ik bid iedere avond dat ik ook maar een fractie mag worden van de moslim die hij was.
Islam is een geloof met een open poort; het is toegankelijk voor degenen die er naar binnen willen. Allah is werkelijk de Meest Barmhartige, De Meest Genadevolle.
(Onze zuster Carrie stierf in 2010 – Inna lillahi wa inna ilaihi radjioen – nadat ze haar broer had uitgenodigd om moslim te worden en hij de uitnodiging accepteerde, alhamdoelillah)

dinsdag 14 april 2015

"Wees jij nou maar de verstandigste"

Ik vond het aan de ene kant best wel grappig, dat mijn moeder tegen mij als 12-jarige zei, als mijn vader en ik woorden hadden:  "Wees jij nou maar de verstandigste".  Zolang ik weet moest ik altijd de verstandigste zijn. In mijn puberteit was ik vreselijk jaloers op de opstandige kinderen in de klas, die bij de directeur langs moesten komen voor een gesprek. Ik was namelijk te verstandig om opstandig te zijn.

Ook in deze tijd overkomt het me dat ik zin heb om onredelijk te zijn, zoals elk mens dat zo nu en dan is. Maar iets in mij houdt me tegen. Is het mijn geweten of is het de echo van mijn moeders woorden die ik na al die jaren nog steeds hoor?

Ik heb vandaag wel even heel hard het bestek in de bestekla gegooid, zodat het flink lawaai ging maken. Het luchtte nauwelijks op. Het leek alsof ik naar mezelf zat te kijken in een lachfilm. Ik kon mezelf niet serieus nemen. Al heel gauw zakte de woede en maakte plaats voor verontwaardiging. En misschien is dat maar goed ook.

Het grootste probleem dat ik heb is dat ik er niet tegen kan dat mij onrecht wordt aan gedaan. Dan word ik erg verontwaardigd, net zoals Calimero in de gelijknamige tekenfilm Calimero: "Zij zijn groot, en ik ben klein en dat is niet eerlijk!" Het is iets dat een psycholoog al jaren geleden constateerde: "Je bent erg verontwaardigd." Niet dat ik daarmee geholpen was, maar het was wel interessant om gespiegeld te worden.


Vroeger stampte ik op de grond, klapte ik de deur hard dicht, smeet ik met alle objecten die maar in mijn buurt waren, als ik woedend was. Ik was niet zo snel boos, maar als ik dan boos was, was ik als een dolle stier die op de rode lap afstormde. Ik was als meisje ook niet bang voor grote jongens die klierden; mijn woede gaf mij de kracht die ik nodig had om ze te bevechten. Het was mijn manier om tegen onrecht te strijden.

Het vuur is inmiddels behoorlijk geblust. Wat is gebleven is een gevoel van verontwaardiging op zijn tijd. Het is een gevoel waar ik geen raad mee weet.

Vandaag voelde ik al tijdens het afwassen dat mijn boosheid afnam. En na een douche ebde het gevoel helemaal weg. Ik voel nu nog slechts teleurstelling. Teleurstelling over het feit dat anderen wel onredelijk mogen zijn en ik niet. Altijd ben ik degene die het weer goed wil maken. Altijd zet ik de eerste stap.

Waarschijnlijk moet ik er gewoon blij en dankbaar om zijn, dat ik de verstandigste ben. Maar wat zou het fijn zijn, als het eens andersom was. Dat iemand tegen me zou zeggen: "Sorry voor wat ik je heb aangedaan," zodat ik kon zeggen: "Ik heb je al lang vergeven."


dinsdag 3 maart 2015

25 jaar batata

Mijn schoonzus kon er niet om lachen, toen ik haar een whatsapp bericht stuurde met de boodschap: "25 ans de batata". Eigenlijk begreep ze het niet. Toen legde ik uit, dat haar broer en ik 25 jaar lang getrouwd zijn en dat hij soms voor de grap zegt: "Koeli yauwm batata", oftewel "Elke dag aardappels". Ze vond het absoluut niet romantisch. Maar romantisch is die man van mij ook niet. Alhoewel hij ooit wel een prachtige poëtische brief aan mij schreef waarin hij mij ondermeer beschreef als une fille aux jeux petillantes, een meisje met schitterende ogen. Daar moest ik het verder maar mee doen.


Vijfentwintig jaar geleden trouwde ik met een moslimman uit Algerije, die ik had leren kennen in Frankrijk. Hij had geluk dat ik nog open stond voor een relatie, want ik had een paar vervelende ervaringen met mannen in Frankrijk achter de rug. In de trein, in de metro, op straat waren er veel irritante vieze mannetjes die tegen je aan gingen staan, die achter je aan gingen lopen, die hun potloodventersactie op je probeerden te botvieren. Mannen: ik was er he-le-maal klaar mee.

Dus toen op die ene dag mijn vriendin werd aangesproken door zíjn vriend op de trappen van de Sacré Coeur in hartje Parijs, daalde ik de trap een stukje verderaf om het 'pril geluk' van onderaf te aanschouwen. Ze kwam mij vervolgens halen om mij voor te stellen aan mijn man die een eind verderop stond. Er was geen sprake van liefde op het eerste gezicht, noch van enig geflirt, dus toen mijn vriendin zei dat ze een afspraak had gemaakt met die ene jongen en dat ik ook mee moest komen, was ik niet van plan om mee te gaan. Maar mijn vriendin bleef maar zeuren en aandringen, totdat ik wel overstag moest gaan.

Uiteindelijk viel ik voor de eerlijkheid in de ogen. De ogen keken zo eerlijk in mijn ogen, dat het bijna pijn deed. Daarnaast nog het feit dat we veel te bepraten hadden. Een jongen die met mij over 'het toeval' sprak. Een jongen met wie ik urenlang kon filosoferen over de zin van het leven; dát was pas interessant! Hoe was het mogelijk, dat een jongeman uit een grote stad in Noord-Afrika en een jonge dame van het Drentse platteland zich tot elkaar voelden aangetrokken. "Het staat geschreven op de fijne lijntjes van je voorhoofd," zei mijn toekomstige man. "Maktoub, het lot." Hij was een moslim en vertelde er over zonder enige gêne. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt. Ik voelde me door de gesprekken steeds meer aangetrokken tot de islam, het geloof dat ik uiteindelijk ook omarmd heb.

In de jaren die volgden, stokten die diepzinnige gesprekken. Het leven in Nederland viel hem zwaar. Hij kwam eerst in de visafslag te werken, maar kwam elke dag halfbevroren thuis. Toen hij zich ook nog vertilde, is hij er op mijn verzoek mee gestopt. Vervolgens ging hij aan de slag in een Chinees-Indisch restaurant. Als de Chinese werknemers niet hard genoeg werkten, kreeg mijn man van de baas steevast de volle laag. Hij begreep nog maar weinig woorden Nederlands, maar hij voelde aan alles dat er iets niet klopte. Ook zijn eerste jaren bij de post had hij moeite met de grove humor en de subtiele discriminatie van sommige collega's. Als hij thuis kwam, was hij moe. Hij wilde televisie kijken - het liefst de Arabische nieuwszenders- en daarna slapen. "Wat voor een leven is dit?" vroeg hij zich vaak hardop af. "Werken, eten, slapen." Hij had zich er wel wat meer van voorgesteld.

Na de geboorte van onze oudste werd hij zich er pijnlijk bewust van, in welk 'verdorven' werelddeel hij terecht was gekomen. Hij wilde niet dat zijn kind hier zou opgroeien. Hij was zo bang, dat zijn kind ongelovig zou worden. Hij stelde voor om onze babydochter naar Algerije te sturen en op te laten voeden door zijn moeder. Ik maakte duidelijk, dat geen haar op mijn hoofd er over dacht om mijn kind door een ander te laten opvoeden, maar hij wilde niet luisteren, want er was niets mis met zijn moeder. Toen hij het onderwerp nog een paar keer te berde bracht, barstte de bom. Ik heb met de vuist op tafel geslagen en geroepen: "Over mijn lijk!" Hij heeft er nooit meer over gehad.

Het liefst keerde hij ook zelf terug naar zijn vaderland, maar behalve dat daar een burgeroorlog aan de gang was in de jaren negentig, realiseerde hij zich dat hij eerst zou moeten sparen. Als je in Algerije geld hebt, heb je een comfortabel leven. Dat werd een belangrijk levensdoel voor hem. Als we genoeg geld hadden gespaard, en we zouden daar een lucratieve onderneming kunnen beginnen, zouden we gaan. In de jaren die volgden heeft hij vele ideeën bedacht, maar ze liepen allemaal op niets uit.

Vanwege dat doel heeft mijn man zich nooit echt Nederlander gevoeld. Hij is als een boom zonder of met maar weinig wortels in dit land. Ondertussen is de boom wel gaan vertakken, omdat elke boom toch naar het licht zoekt. Zo gaat dat in een mensenleven.

Doordat de discriminerende collega's - die bijvoorbeeld voor iedereen koffie haalden, maar hem oversloegen - vertrokken, hij de taal beter ging beheersen en er meer moslims bij de post kwamen werken, kreeg hij het best naar zijn zin op het werk. Vandaag de dag komt hij over het algemeen vrolijk thuis. Hij is zo'n beetje de gangmaker geworden op de werkvloer en die rol past hem wel. Het leven wordt hierdoor stukken plezieriger. Toch blijft hij altijd op zijn qui vive. Er hoeft maar iets te gebeuren - Wilders komt aan de macht - of zijn wens om te remigreren zou weleens omgezet kunnen worden in een besluit. Mocht het zo ver komen, dan zou ik achter zijn besluit staan. Ook ik heb geen trek om geconfronteerd te worden met een toenemende haat. Alhoewel het met het sparen niet zo goed lukt en er nog steeds geen kip-met-het-gouden-ei-idee is opgekomen.

Het is voor mij vaak wel lastig geweest om met zijn frustratie en heimwee om te gaan. Ik begreep hem wel, want ook ik voel me soms een vreemdeling in eigen land, maar we hadden ondertussen wel een gezin, ons huis en ons werk hier. Ik werkte zelf niet zozeer voor het geld, maar voor mijn persoonlijke ontwikkeling en om iets te kunnen betekenen voor de moslimgemeenschap. Ik was vooral bang dat we uit elkaar zouden groeien.

Onze kinderen groeiden op. Het werden vier stevige takken, steviger dan hij ooit had durven dromen, machAllah. Hij besefte, dat het wel degelijk mogelijk was om kinderen goed op te voeden in een niet-islamitisch land. Nu de kinderen wat ouder zijn, praat hij elke zondag aan de ontbijttafel urenlang met ze. Eigenlijk preekt hij vooral, en de kinderen luisteren vooral. Ik hoef niet proberen om er tussen te komen, want het zijn zíjn momenten. Kostbare momenten.

Ons huwelijk heeft zijn ups en downs gekend, waarbij de perioden dat het goed ging, gekenmerkt werden door liefde, humor en gezelligheid.  En Godzijdank hebben de ups ervoor gezorgd, dat we de downs hebben overleefd. De sleutel tot een succesvol huwelijk blijkt toch de communicatie te zijn. Het is de wil om naar elkaar te luisteren, ook al verschillen we soms hemelsbreed van mening. Hij moet niet verwachten dat ik 'de vrouw van zes miljoen ben' die alles aankan en die alles voor hem over heeft. En ik moet niet teleurgesteld zijn als hij geen behoefte heeft om samen 'spiritueel te groeien'. We moeten elkaar niet willen veranderen, maar elkaar de ruimte geven.

Toeval bestaat niet. Hij en ik waren voor elkaar bestemd. We zijn elkaars beste leermeester. Het staat geschreven in de inmiddels niet meer zo fijne lijnen op mijn voorhoofd: 25 jaren koeli yauwm batata.

Gelukkig kan je aardappels op vele manieren bereiden.

maandag 16 februari 2015

Met de haren erbij gesleept

Er worden steeds meer aanslagen gepleegd in naam van de islam. Er wordt dood en verderf gezaaid in naam van mijn religie. Maar wat heb ik ermee te maken?

Alleen al door het feit dat zij hun moorden plegen en hun verkrachtingen verrichten in de naam van de islam, word ik er met de haren bij gesleept. Of ik wil of niet.



Wie gelooft mij als ik zeg dat de islam moorden en verkrachten niet voorschrijft, maar juist verbiedt? Wie zou mij nou geloven, terwijl er moslims zijn die roepen dat het omgekeerde waar en goed is. Zij roepen veel harder dan ik. Wie zal mij horen?

We kunnen de anderen niet de schuld blijven geven van de chaos waar de moslimgemeenschap zich in bevindt. We hebben dit vooral aan onszelf te danken.  We zijn zwak omdat we ver zijn afgedwaald zijn van de boodschap van de islam. Een boodschap van vrede en rechtvaardigheid voor alle mensen. Maar de vrede en de rechtvaardigheid zijn helaas over het algemeen ver te zoeken bij de moslims en in de moslimwereld. Wij die de beste boodschap ooit hebben, negeren deze boodschap en de boodschapper.

We moeten onszelf echter niet laten ontmoedigen door het kwaad wat andere moslims in onze naam verrichten. We moeten het als een uitdaging zien om zelf wèl de boodschap na te leven, in ons gezin, in onze familie, in de buurt, op ons werk. Niet dat het altijd eenvoudig is, maar God heeft ook niet beloofd dat het leven makkelijk is. Het leven is nu eenmaal een test.

Als we er met de haren worden bijgesleept, blijven we geduldig. Als we worden beledigd, blijven we geduldig en gaan we niet over tot geweld. We hoeven niet stil te blijven, we kunnen onze woorden ook kracht bij zetten door met de beste argumenten te komen en door het beste gedrag te laten zien. We eren de profeet, vrede zij met hem, door te geloven en goed te doen, door de waarheid te spreken en anderen daartoe aan te moedigen en door geduld te tonen en anderen daartoe aan te moedigen.

Bij de Tijd
De mens lijdt waarlijk verlies
Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten,
Die elkaar aanmoedigen tot (het spreken van) de waarheid en tot geduld





zondag 8 februari 2015

De waarheid zeggen

Al voor de tweede keer die ochtend bekroop mij een ongemakkelijk gevoel. Het leek erop dat de anderen allemaal precies wisten wat er van hen verwacht werd en dat ik daar als vreemde eend in de bijt of misschien zelfs het lelijke eendje niet tussen paste. We zaten in een kring en bij nader inzien zag ik dat de andere deelnemers slofjes aan hadden, terwijl ik als enige mijn laarzen aan had gehouden. Toen de workshopleidster vervolgens ook nog eens zei dat ze Florence Nightingale was, en de opdracht gaf om haar vragen te stellen, dacht ik: "Waar ben ik beland?"

Een lieve vriendin had mij uitgenodigd voor de workshop 'het helende verhaal'. Ik had erg getwijfeld of ik zou gaan - uit mezelf zou ik zo'n workshop niet zo gauw gekozen hebben - maar ik besloot af te gaan op haar inschatting dat het goed voor me zou zijn. 's Ochtends zat het treinverkeer niet mee. De eerste trein vanuit Amersfoort Schothorst reed niet, de tweede kwam een paar minuten te laat, waardoor ik de aansluiting naar Utrecht miste. Ik kwam een half uur te laat op Utrecht Centraal aan. Gelukkig dat mijn vriendin op me wachtte, want ik had verzuimd het adres op te schrijven, aangezien ik me dus had voorgenomen mij helemaal over te geven aan wat ging komen. Vandaar ook dat ik verbaasd was, dat we nog een flink eind moesten rennen om tien minuten te laat buiten adem binnen te sluipen, als een dief in de nacht. Dat rennen hoefde voor mij niet zo nodig - ik kon er toch niets aan doen dat we te laat waren - maar mijn vriendin zei, dat dat niet op prijs zou worden gesteld. Haar was voorgesteld om zelf wel op tijd te komen, dan moest ik me maar door Phoenix laten leiden. "O mijn God," dacht ik, toen ik dat hoorde. Alleen het idee, dat iemand voorstelt dat ik me door een andere god dan de ene God zou moeten laten leiden, riep in mij weerstand op. Het was dat ik vertrouwde op het instinct van mijn wijze vriendin, anders had ik gelijk rechtsomkeert gemaakt. 



Ik besefte, dat ik ook best moeite had om de waarheid te zeggen

Toen de opdracht kwam om een sprookjesfiguur, personage uit een verhaal, legende, film of iets dergelijks te kiezen, diens pijn en medicijn te beschrijven, zag ik ineens Pinokkio op mijn netvlies verschijnen. 'Pinokkio? Waarom jij? Je liegt de boel bij elkaar, dat past toch niet bij mij?' dacht ik. Maar ja, klaarblijkelijk had Pinokkio mij iets te vertellen. Ik dacht na over het personage van Pinokkio. Wat was zijn pijn? Hij was best vaak stout, maar durfde dat niet op te biechten aan Gepetto. Hij was bang om straf te krijgen of niet geaccepteerd te worden. Ik besefte, dat ik ook best moeite had om de waarheid te zeggen. Ik lieg dan wel niet, maar ben regelmatig omfloerst geweest in mijn manier van spreken omdat ik het lastig vond om anderen te overtuigen van mijn gelijk. Ik heb vaak het gevoel gehad dat het om een wedstrijd ging van wie het best kan praten en ik wist bij voorbaat dat ik dat toch niet zou winnen. Ik ben geen prater. Bovendien was ik heel vaak zelf nog niet eens overtuigd van mijn gelijk, want er valt altijd iets tegen in te brengen. Hoe kon ik het dan aan anderen overbrengen? 

Het medicijn voor Pinokkio was om toch maar 'de waarheid' te zeggen en de gevolgen te accepteren. 

In tweetallen vertelden we elkaar een scène uit het verhaal van Pinokkio waaruit de pijn en het medicijn duidelijk werden. "Ik ben Pinokkio," klonk het een beetje onwennig uit mijn mond. Mijn gesprekspartner keek mij vol liefdevolle aandacht aan, waardoor ik me aangemoedigd voelde om verder te gaan. "Ik ben Pinokkio, en als ik lieg, word mijn neus steeds langer. Iedereen kan het aan mij zien, als ik de waarheid niet spreek. Iedereen kan zien, dat ik stout ben geweest. En het rare is, dat mijn neus ook langer wordt alleen maar vanwege mijn gedachte, dat anderen zouden kunnen denken dat ik lieg. En soms weet ik zelf niet eens zeker wat waar of niet waar is. Hoe kan ik dan de waarheid zeggen? Ik ben ook bang dat Gepetto boos op mij wordt, als ik vertel wat ik voor stouts gedaan heb. Daarom ben ik weg gelopen van huis. Ver weg. En ik maak zo veel plezier met anderen dat ik thuis helemaal vergeet. Totdat ik er op de kermis achter kom, dat men ons in ezels wil veranderen. Ik ontsnap en heb spijt van alles dat ik gedaan heb. Ik besluit Gepetto de waarheid te zeggen, wat er ook gebeurt."

En ik voelde daadwerkelijk de troostende armen van Gepetto om mij heen
  
Nadien vroeg de begeleidster hoe het was om de waarheid te zeggen en wat het gevolg was. Ik vertelde dat Gepetto al lang blij was dat ik weer thuis was en dat hij mij in de armen sloot. En ik voelde daadwerkelijk de troostende armen van Gepetto om mij heen. Het was goed zo. 

Aan het eind van de dag werd nog gevraagd wat ik als Pinokkio mee wilde nemen van die dag. Het antwoord wist ik gelijk, namelijk dat ik niet alles hoef te weten. Dat het niet erg is om niet te weten. Daarnaast kwam ik ook een paar dagen later tot het inzicht dat de angst om 'de waarheid' te zeggen omgezet moet worden in zelfvertrouwen om te zeggen hoe je ergens in staat. De wijze waarop 'de waarheid' gezegd wordt, is namelijk erg belangrijk. Emoties als angst, onzekerheid en boosheid zullen op onbewust niveau de communicatie altijd blokkeren. 

Ik realiseerde me tot slot ook, dat ik moet ophouden mijzelf wijs te maken dat ik geen prater ben. Een verhaal vertellen of navertellen kan iedereen. Ik moest er gewoon voor gaan zitten, mijn toon en tempo aanpassen om het spannender te maken, en er op vertrouwen dat de woorden uit mijn mond stroomden. Ik kroop als het ware in de huid van Pinokkio, totdat ik zelfs mijn houterigheid ervoer. Ook ik word wel eens stijfjes of afstandelijk genoemd door mensen die mij nog niet kennen. Ook ik wilde graag net als Pinokkio een echte jongen worden. De workshop 'het helende verhaal' boorde een creativiteit in mijzelf aan die ik vergeten was, die verstopt lag onder een dikke laag stof uit mijn kindertijd. 

Ik moet ophouden mijzelf wijs te maken dat ik geen prater ben

Het is nu een aantal dagen geleden dat ik deze workshop gevolgd heb, maar ik ben er nog steeds vol van. Mijn vriendin had gelijk gehad. En ik had gelijk om op haar te vertrouwen.      

zondag 28 december 2014

De grote intelligentie

Het boeit mij hoe onze gedachten ons leven kunnen beïnvloeden en soms zelfs vergallen. In deze tijd zitten wij hier in het Westen veel te veel in ons hoofd. Het zijn onze gedachten die ons kluisteren, die ons tegenhouden om te doen waar onze ziel naar verlangt. Biochemicus, neuroloog en chiropractor Joe Dispenza schrijft en spreekt hierover. Hij schreef o.a. de boeken 'Evolve your brain' en 'Breaking the habit of being yourself'. Het laatste boek is in het Nederlands verschenen als 'Overstijg jezelf'.

Joe Dispenza

Dispenza weet, dat de wetenschap inmiddels de kracht van het denken ontdekt en bewezen: “Elke keer als wij denken, maken we een chemische stof aan. Als we ons goed voelen, nobele of gelukkige gedachten koesteren, maken we chemische stoffen aan waardoor we ons goed voelen. Als we negatieve gedachten of slechte gedachten hebben, of als we onzeker zijn, maken we chemische stoffen aan waardoor we ons daadwerkelijk zo gaan voelen. Vandaar dat elke chemische stof die in de brein vrijkomt een boodschap is die het fysieke lichaam voorziet of voedt. Aldus voelt het lichaam zich zoals wij denken”. 

Nieuwe kennis en vaardigheden
Met de titel van zijn laatste boek ‘Overstijg jezelf’ bedoelt Dispenza, dat we moeten ophouden om gewoontes en gedachten die ons belemmeren te herkauwen. Onze externe omgeving moet niet langer onze gedachten en ons gedrag bepalen. Als we op school of op het werk constant tegen dezelfde problemen aanlopen, wordt het tijd voor iets anders. Het wordt tijd voor nieuwe kennis en nieuwe vaardigheden die we ons eigen moet maken. Oefening baart kunst: op het moment dat we geneigd zijn weer terug te vallen in oude patronen, worden we ons bewust van de andere mogelijkheden en zullen hierdoor nieuwe deuren opengaan.

Verander je gedachten, verander je geest, verander je wereld


Dat het niet eenvoudig is onze gedachten te veranderen, komt doordat we zo ongelooflijk geconditioneerd zijn. We leven min of meer op de automatische piloot. Onze persoonlijkheid heeft zich door de jaren heen gevormd. Je kan wel positief willen denken, maar als je dagelijks gevoed wordt door je eigen negativiteit of die van anderen, valt het niet mee om dit aan je voorbij te laten gaan. Schuld, schaamte en spijt houden ons vaak tegen. Onderzoek heeft echter uitgewezen, dat wij in staat zijn om met onze gedachten nieuwe verbindingen te maken in onze hersenen, waaruit nieuw gedrag uit voortvloeit. We moeten dus beseffen dat onze geest groter is dan de externe wereld, door middel van het uiten van een positieve intentie. Als moslim weten we hoe belangrijk de intentie is.

‘Kwantumveld’
Wat de neuroloog in feite voorstaat is dat wij als mens elke dag onze dag moeten ‘scheppen’ door contact te maken met ‘de grote intelligentie’. We zouden ons elke dag moeten voorstellen, alsof onze verlangens al verwezenlijkt zijn. Als wij ons voorstellen dat we ons gelukkig voelen (met een intentie die we geuit hebben), dan maken onze hersenen stofjes aan die ervoor zorgen dat we ons daadwerkelijk gelukkig gaan voelen. Maar er gebeurt nog meer: als wij de intentie of wens ‘het universum insturen’ zoals Dispenza het zegt, zal ervoor gezorgd worden dat de wens uitkomt. We bemoeien ons niet met het proces. Dat laten we over aan ‘de grote intelligentie’. Het belangrijkste is dat wij ons zelf ervan overtuigen dat het mogelijk is.  

Dispenza gelooft, dat elk mens over een kracht beschikt die in ons aanwezig is en waar we allemaal mee verbonden zijn. Dit onzichtbare bewustzijn is volgens hem het kwantumveld. Het is persoonlijk en tegelijkertijd universeel. Het is degene die leven geeft, meent de neuroloog. En deze schepper is energie die zo verfijnd en aandachtig is, dat hij in staat is om ons te steunen, onderhouden, beschermen en genezen op elk moment van de dag. Het zorgt ervoor dat ons hart honderdduizenden keer per dag slaat; het schept meer dan 60 miljoen cellen elke minuut en organiseert honderdduizenden chemische reacties in één cel elke seconde. Het is dezelfde intelligentie die de planeten rond de zon laat draaien en die ervoor zorgt dat de lelie in bloei staat. Joe Dispenza noemt deze schepper de intelligentie, de energie, het onzichtbare bewustzijn, het kwantumveld.

Wetenschappelijke bewijzen
Ik herken in deze omschrijving Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde en van alle wezens. Het doet me goed dat er steeds meer wetenschappelijke bewijzen zijn van het bestaan en de kracht van Allah. Wat ik jammer vind, is dat het woord God of Allah in zijn boeken niet genoemd wordt. Begrijpen doe ik het wel, want wetenschappers zijn vaak wars van religie. Ik hoop daarom dat hij nog vele zaken ontdekt die bewijzen dat er maar Een is waarvan wij allemaal afhankelijk zijn en die onze aanbidding verdient.  

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het digitale magazine 'De Stem van de Ummah'