maandag 28 september 2015

Gevangen in gedachten

We stonden samen te wachten op de bus. Tussen de wachtende mensen stond een vrouw hardop te mopperen over het lot dat haar getroffen had. “Waarom, God, waarom?” vroeg ze op een verwijtende toon. God was kennelijk schuldig aan de ellende die haar was overkomen.




Ik moet een jaar of 20 geweest zijn, nog geen moslim, wel zoekende. Ik voelde in elk geval instinctief aan dat hier een denkfout gemaakt werd. God heeft nergens schuld aan. Als ons iets slechts overkomt, is het ofwel alleen maar slecht in onze ogen - dat wil zeggen met onze beperkte blik - ofwel het is iets dat we over onszelf hebben afgeroepen. Ik vond de vraag typisch iets voor christenen, omdat ook dominees aangaven dat kinderen of jongelui te vroeg waren heengegaan en dat het “niet eerlijk” was. Volgens de bijbel heeft zelfs Jezus aan God gevraagd, “Waarom heeft u mij verlaten?” Hoe krom is die vraag, als je gelooft dat Jezus een deel van God zelf is. Ik begreep het toen al niet - God die zichzelf verwijten maakt - en nog steeds verbaas ik me over alle verschillende en onlogische verklaringen die christenen geven.  


Ik zou God nooit de schuld geven, daar was ik zeker van. De opmerking “Welke God doet nu zoiets” zou ik niet maken en de vraag  “Hoe kan God dit onrecht toestaan?” zou ik niet stellen.


Godzijdank heb ik mij aan mijn woord gehouden.


Wat ik toen niet besefte is dat ik de waarom-vraag indirect toch wel degelijk stel. Gisteren las ik in het boek ‘De helende kracht van acceptatie’ van Annemarie Postma en werd getroffen door de volgende zin: ‘Om ruimte te maken voor heling is de eerste stap de drang om te weten waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren op te geven’. Meteen wist ik: dit gaat over mij. Ik wil altijd weten waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Ik loop alle mogelijkheden in mijn brein af om er achter te komen wáár ik de fout ben ingegaan, of wat de werkelijke reden kan zijn dat anderen mij zo konden kwetsen. Wie wat waar wanneer en waarom blijven ronddraaien in mijn hoofd. Ik ging er vanuit dat het juist goed is om kritisch naar mezelf te kijken. Dat ik na jaren nog steeds alleen maar kan gissen - met zo nu en dan een klein helder momentje - mocht de gedachtenpret - of prut - niet drukken. Ik tast nog steeds in het duister. En het erge is dat ik mijzelf ook dát weer kwalijk neem. Ik zit gevangen in mijn gedachten. Het is zoals Postma zegt: ‘vasthouden aan de drang om te weten is vasthouden aan de pijn’. Een schok van herkenning schiet door mijn lichaam. Dit is wat ik doe, ik houd vast aan de pijn. Wat doe ik mezelf aan?


Ik vind God niet oneerlijk, maar ik vind ‘de wereld’ en ‘de mensen’ oneerlijk. Er is zoveel onrecht gaande in de wereld, dat ik dat niet verdragen kan. Daar bovenop komt nog het kleine leed dat mijzelf overkomt, waarvan ik of anderen of mezelf de schuld geef. En zo raak ik verwikkeld in filosofische gedachtekronkels. Op het internet heb ik de ene link met de ene verklaring nog maar net geopend, of mijn oog valt op een volgende link met een andere verklaring. Ik zal het antwoord vinden en dán heb ik vast het inzicht. Ik wil begrijpen waarom er zoveel ellende en verderf op aarde is.


Vat krijgen op de situatie is niet alleen mijn drang, maar de drang van vele mensen. We leren als kind al dat het belangrijk is om te plannen en om te kaderen. Hoe wonderlijk is het dat ik op de opleiding Journalistiek mijn creativiteit kwijtraakte omdat ik zoveel moeite moest doen om te kaderen en te beargumenteren. Toch had ik daar mijn lesje nog niet geleerd.



Hoe vaak heb ik van anderen te horen gekregen dat ik fel overkom, dat het lijkt alsof ik een heel leger met me heb meegenomen. Een tijdje geleden kwam ik er al achter dat die felheid ergens in mijn verleden is opgebouwd. Ik heb zelf iets meegemaakt in mijn jeugd, dat te zwaar was om te dragen, of iets gezien dat het daglicht niet verdragen kon, waardoor ik het gevoel heb mijzelf te moeten beschermen en te strijden. ‘No more pain. No more games, no more messing with my mind. No more drama in my life. No one’s gonna make me hurt again’ zingt Mary J. Blige en dat voel ik tot op mijn botten. Telkens als ik in een soortgelijke situatie terecht kom, bal ik weer mijn vuisten en staat the angry young woman in mij op. Het zal mij niet overkomen dat ik me alwéér laat overdonderen! De ander heeft geen idee waar die felheid vandaan komt - de felheid is doorgaans ook onterecht, want gebaseerd op een oude verontwaardiging en angst  -  maar het is mijn instinct, mijn overlevingsdrang. Daar heb je dat woord weer: drang.

Ik lees verder in het boek om te begrijpen wat ik moet doen om van die drang af te komen - en ik voel het al een beetje aan mijn water: niets. Ik moet niets doen! Pas als ik stop met zoeken, zal ik mijn antwoorden vinden, belooft Postma.  


‘Het gaat er uiteindelijk om’ schrijft zij, ‘dat we verlies, tegenslag of ziekte kunnen gaan zien als een crisis die onze ogen wil openen voor de werkelijkheid, en ons tegelijkertijd een kans biedt om dichterbij onszelf of God te komen. En dat het wel of niet genezen helemaal niet zo belangrijk is, maar dat het er om gaat dat we de innerlijke uitdaging aangaan die er van ziekte of beperking uitgaat, dat we ontdekken welk verlangen van de ziel er achter onze ziekte schuilgaat’.


Wat mijn ziel wil, dat weet ik best wel. Mijn ziel wil wat alle mensen in wezen willen: innerlijke rust. Mijn ziel is moe van het strijden en verlangt naar overgave. Ik wist wel dat ik er nog niet was met het uitspreken van de shahada, want telkens weer stelt Allah ons op de proef en wij moeten er naar blijven streven om in overgave te leven. En daar schrijf ik alweer een woord op dat met iets willen beheersen te maken heeft - streven. Laat ik er maar naar streven om te accepteren dat het leven hard is, dat er mensen op mijn pad zullen blijven komen die niet het beste met mij voor hebben, zonder dat ik naar een verklaring zoek. Het is geen apathische houding die leidt tot neerslachtigheid, maar een daadwerkelijk Godsvertrouwen, die leidt tot een krachtiger persoonlijkheid.

Zal het me lukken om los te laten en me te laten leiden?

maandag 7 september 2015

"Mijn vader wist dat ik homo was, ik niet"

Homoseksueel en bekeerd tot de islam



“Marokkanen zijn altijd heel duidelijk. Ze zeggen altijd: ‘Harm, wij vinden het vies en smerig en het mag niet van ons geloof, maar wij moeten jou accepteren want jij bent onze vriend’. Zij scheiden dan jouw persoon van wat je bent. Nederlanders niet. Die plakken meteen etiketjes, plaatsen je in een hokje. Je wordt door Nederlanders geaccepteerd als dameskapper, make-up artiest, of als je elk jaar op een van die beroemde boten staat. Je hoort die gezellige nicht te zijn, zoals Gerard Joling, en Paul de Leeuw; die gedragen zich zoals ze dat van een homo verwachten. Maar ik kan mij niet als een karikatuur gedragen. Ik kan die homo niet zijn.”


Aan het woord is de 60-jarige Harm van de Beek - officieel Harmen - homoseksueel én sinds een jaar ‘bekeerd’, alhoewel hij dat een vreselijk woord vindt.




Shahada
“Ik ben praktisch altijd bij elke Palestina-demonstratie. En ik ben gewend om tijdens die demonstraties altijd een djellaba te dragen. Dan word je gauw herkend. Toen kwam Imad Ben naar me toe. Hij is een Marokkaanse Palestina-activist uit België, hij geeft ook voorlichting en houdt toespraken. Hij komt naar mij toe en zegt tegen mij: ‘Wij kennen elkaar niet. Maar ben je er klaar voor?’ Eerst dacht ik nog: waarvoor? Maar ineens drong het tot me door en besefte ik het: ik ben er klaar voor, ik moet het nu gaan doen! En toen heb ik midden op het plein in Utrecht, in de regen en in de kou, met al die Nederlanders er om heen mijn shahada gedaan.”


Het was geen plotseling besluit. Integendeel, Harm leeft al bijna veertig jaar lang ‘onder de Marokkanen’. Hij heeft iets met de Marokkanen, hij voelt zich bij hen thuis, letterlijk en figuurlijk. Maar daarover later meer.


Gereformeerd gezin
Hij werd geboren in Hilversum in 1956 als oudste van negen kinderen in een gereformeerd gezin. “Voor degenen die dat niet kennen: een zeer orthodox christelijk geloof,” legt Harm uit. Zijn familie kreeg, toen hij een jaar of 12 jaar oud was, tuberculose. Ze verbleven allemaal in een sanatorium. Harm werd eerst in kindertehuizen geplaatst en later in een pleeggezin. “Toen mijn moeder in het sanatorium zat, is zij van haar geloof gevallen. Ze ging daarna een heel ander leven leiden, ze ging emanciperen.” Zelf had Harm als enige van het gezin geen tuberculose en daar had hij het moeilijk mee. Als hij later in een joods bejaardentehuis werkt, herkent hij hun schuldgevoel. “Mensen hadden er last van dat ze als enige de oorlog hadden overleefd. Ik herkende dat gevoel, want ik kwam uit een groot gezin, en ik was als enige gezond. In het dorp werd ik gemeden - ik mocht niet bij de slager en bakker naar binnen - want er was angst voor besmetting. Ik vond het verschrikkelijk om zo alleen te zijn, omdat ik als oudste altijd graag voor mijn broertjes en zusjes zorgde. Daarom begrijp ik de Marokkanen ook zo goed. Die luisteren ook nog naar hun oudste broer.”


Op school ging het niet goed met Harm. “Ik was een late leerling. Ik had altijd ruzie, ik kon niet tegen de ‘Nederlandse’ mentaliteit. Toen bleef ik zitten. Daarna kwam ik op de mavo terecht en bleef ook weer zitten. Op mijn vijftiende wilde ik niet meer naar school. Tot mijn 23ste heb ik  daarna bij Dirk van de Broek gewerkt.”


“Mijn vader wist het, ik niet”
Het was het jaar dat Harm ziek werd. Hij stopte bij Dirk van de Broek en kwam bij een maatschappelijk werker terecht. “Daar kwam het na een paar maanden uit, dat ik homoseksueel was. Ik had het weg gestopt. Mijn vader wist het, maar ik niet. Hij had destijds tegen mij gezegd: ‘Als ik jou met een kerel tegenkom, sla ik hem dood en jou gehandicapt’. Dat is de teneur van mijn opvoeding geweest. Of ik het uit angst had weg gestopt, of dat ik het niet wilde, dat weet ik niet zeker. Mijn ideaalbeeld was namelijk trouwen en een groot gezin krijgen. Maar als je die gevoelens hebt, is dat zo, en het gaat echt niet weg.”


Harm kwam ‘uit de kast’, ging naar het COC en dompelde zich onder in het homoleven. “Maar ik moet je zeggen: ik heb nooit mijn draai gevonden in het nichtenwereldje. Ik wilde er graag bij horen en heb alles geprobeerd om me aan te passen. Ik heb enorme hoeveelheden alcohol en drugs gebruikt om daar doorheen te komen. Men zegt nog steeds van mij dat ik ‘in de kast’ zit, maar dat is niet zo. Ik voel me bij homo’s en lesbo’s gewoon niet op mijn gemak. Ik pas niet in dat nichtenwereldje, dat overigens net op een sekte leek. Vanaf 1996 heb ik de deur naar het homoleven dichtgedaan. Ik heb niks tegen ze, wat best raar uit mijn mond zal klinken,” lacht Harm, “maar ik hoef ze niet in mijn buurt te hebben.”


Op kamers bij Marokkanen
De aansluiting die Harm bij de homo’s mist, vindt hij wel bij de Marokkaanse gemeenschap. Harm gaat werken als schoonmaker in het ziekenhuis, waar hij Marokkanen en Turken leert  kennen. Het begon, zoals het zo vaak gaat, met het helpen invullen van formulieren, maar al gauw ontstonden er vriendschappen. Harm gaat zelfs bij Marokkanen in huis wonen, als hem een kamer wordt aangeboden. In 1986 verhuist hij naar Amsterdam, waar hij aan de slag gaat als restaurantmanager bij Mac Donalds. “Mijn baas kwam er achter dat ik goed met Marokkanen kon omgaan. Mijn ploeg zat hierdoor helemaal vol met Marokkanen, want de andere managers wilden er zo min mogelijk.”


Na verschillende andere banen, ook op kantoor - wat niets voor hem was -  besluit Harm om het roer volledig om te gooien. Hij volgt de opleiding MBO Sociale Dienstverlening. “En meteen erachteraan deed ik ook nog de HBO Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Ik kwam er op mijn 48ste achter dat ik helemaal niet zo achterlijk was!” Harm komt terecht bij de sociale dienst en werkt o.a. in de Baarsjes in Amsterdam bij het project ‘Streetcornerwork’ voor dak- en thuisloze jongeren met alcohol- en drugsproblemen. “Het ging vaak ook om ex-gedetineerden, heel problematische jongeren, veel lastig gedrag. Maar ik heb daar zelf nooit iets van ondervonden. Men vraagt zich soms af: hoe kan het nou dat Harm, die homo, zo goed kan omgaan met die hele problematische Marokkanen. Maar de mens bestaat uit veel meer dan dat, dan die problemen. Ik begreep ze heel goed. Hun jeugd lijkt op mijn jeugd.”
Niet alleen in zijn jeugd voelde zich niet alleen afgewezen en buitengesloten - vanwege de tuberculose van zijn familie - maar ook naar aanleiding van de aidsepidemie. Praktisch al zijn vrienden van toentertijd zijn in eenzaamheid gestorven “omdat iedereen bang was besmet te raken.” Ook hij werd gemeden, dit keer vanwege zijn homoseksualiteit - lees de angst voor Aids. “Kopjes waar ik uit gedronken had, werden in de bleek gezet.” Het voelt voor Harm als altijd afgewezen en uitgesloten worden vanwege een onterechte angst en hardnekkige vooroordelen.



Daar kan geen homo tegen op!
Het bijzondere is dus, dat Harm door de Marokkaanse gemeenschap omarmd werd ondanks het feit dat hij homo was. “Eigenlijk willen de Marokkanen het er niet al te veel over hebben. Niet omdat ze het willen verzwijgen, maar omdat het er verder niet toe doet. Ze zeggen dat ze het vies vinden, maar gaan verder zo met mij om, dat ik mezelf als mens gewaardeerd en geaccepteerd voel. Ik denk dat de Marokkaanse mannen zo zelfverzekerd van hun eigen mannelijkheid zijn, dat ze er op een natuurlijke manier mee omgaan. Dat hebben Nederlandse mannen niet, die zijn dat door de emancipatie ‘ontmand’ geraakt, die reageren zo onnatuurlijk.”


Hij vertelt over de keer dat hij samen met een groepje Marokkanen ging kijken bij de plek waar Theo van Gogh vermoord was. Plotseling gilde een vrouw uit het publiek: “Jullie moeten van onze homo’s afblijven”, uitgerekend tegen mij. Ik dacht, wat krijgen we nou en voelde me boos worden. Een van de Marokkaanse jongens trok me weg en zei toen: ‘U mag ze allemaal hebben, maar deze niet, deze is van ons.’ Ik was gelijk helemaal niet meer kwaad meer.”
“Ik doe mijn boodschappen bij de Marokkaanse bakker en de Marokkaanse groenteboer. Bij mijn kudde Marokkanen voel ik me op mijn gemak en gelukkig. Daar kan geen homo tegen op!”

Al vanaf 1992 doet Harm geregeld mee met de Ramadan, uit solidariteit. “Jaar in, jaar uit heb ik meegedaan. Ik at vaak mee, want alles moet zo gastvrij mogelijk. Ik ging de Koran lezen, dat beviel me. Ik ben er eigenlijk ingegroeid. Maar die ene stap deed ik niet. Ik wilde het niet, had er moeite mee. Tegen alles en iedereen die Nederlands was zei ik: ik ben moslim, maar ik legde aan moslims uit waarom het niet ging. Ik dacht al die tijd: ik ben er niet goed genoeg voor. Ik kan me er niet aan houden.”


Veel geleerd van probleemjongeren
Harm is overtuigd dat hij als homoseksueel geboren is. “Ik denk dat ik geboren ben met die eigenschap. Ik denk dat Allah met alles een bedoeling heeft. Zo van: als ik van Harm een beetje homoseksueel maak, kan hij veel Marokkanen redden. Want dat heb ik gedaan, zeg ik zonder te willen opscheppen. Als homo had ik namelijk alle tijd voor ze, omdat ik geen gezin had. Voor veel Marokkaanse jongeren ben ik een soort vader geweest, of moeder,” grapt Harm. “Een van de jongens had namelijk gezegd dat ik erger was dan zijn vader en moeder tegelijkertijd.”  Andersom hebben de probleemjongeren hem ook veel geleerd over vriendschap en de islam. “Ze hebben mij de islam gegeven! Niet door preken, dwang of bekeren, maar gewoon door te zijn wie ze zijn. ”

“Ik ben dus homo, maar ik denk dat de mens er zelf voor kiest, hoe hij er mee om gaat,” overpeinst Harm. “God heeft mij op de wereld gezet om bepaalde taken te verrichten en die heb ik gedaan. Dit pad is mijn pad. In het nichtenwereldje voelde ik mij niet vrij, maar in de islam wel. De islam geeft mij de vrijheid en standvastigheid. En dat geef ik ook door aan die jongeren. Ze halen rottigheid uit, dat is de realiteit, maar de islam is de bevrijding. Dat vind ik een belangrijke boodschap.”

zie ook www.qantara.nl

vrijdag 19 juni 2015

Bang in het donker

De laatste tijd laat mijn geheugen me steeds vaker in de steek. Gisteravond stond ik met autopech in Rotterdam. Ik was vergeten om de autolichten uit te doen. Het rare was dat ik daar onderweg nog over nadacht. Ik zal het toch niet vergeten, dacht ik nog. Jawel dus. Vanmiddag wilde ik het huis-, tuin- en keukenafval in de container gooien, maar ik stelde het uit omdat ik daarvoor dan mijn hoofddoek weer op moest doen. Mijn man zette het alvast buiten voor de deur. “Niet vergeten hoor,” zei hij. Een uurtje later zag ik veel vogels in de tuin zitten. Het was een prachtig gezicht en ik genoot. Totdat ik ontdekte wat de reden van hun komst was. Ze hadden mijn afvalbak omver gekieperd. Stoute vogeltjes!

Onlangs plaatste ik al een bericht in de groep ‘Geneeskunde van de Profeet’ omdat ik nieuwsgierig was of er mensen waren met goede tips voor mijn vergeetachtigheid. Ik schreef het volgende:
Al vanaf mijn kindertijd ben ik bijzonder vergeetachtig. Mijn geheugen laat mij constant in de steek, in die mate dat ik nauwelijks verantwoordelijkheid meer durf te nemen voor bijvoorbeeld projecten, alhoewel ik daar wel toe geneigd ben. Ik heb het altijd proberen te 'bedekken', want als men er achter zou komen, zou men denken dat ik dom was. Maar dom ben ik niet.
Men zegt dat je zaken niet onthoudt, als het je niet interesseert, maar dat gaat niet op voor mij. Men zegt dat het door de stress komt, maar ik zit al twee jaar werkloos thuis, waardoor ik nauwelijks stress ervaar. Ook dat is de oplossing niet. Mijn geheugen lijkt te functioneren als een zeef, alhoewel dat niet klopt, want vaak als mensen mij iets uit willen leggen (over Koran of soenna) wist ik het eigenlijk al en komt het geheugen terug.
Koranverzen leren; momenteel ben ik bezig om samen met mijn kinderen juz amma te leren. Het leren gaat goed, maar omdat het er steeds meer en langere soera's worden, kan ik niet steeds alles herhalen en vergeet ik de laatst geleerden binnen een of twee weken voor een deel. Ik word daar best verdrietig van.
Wie heeft er tips voor mij hoe ik mijn geheugen kan verbeteren? Of moet ik me er gewoon maar bij neerleggen, dat het er niet in zit?’
Ik moet meer water drinken, anders krimpen mijn hersenen
Voeding
De tips blijven tot vandaag de dag binnenstromen. De een zegt dat ik verstandiger aan doe een raqi (gebedsgenezer) te bezoeken, want ik zou wel eens bezeten kunnen zijn. De ander adviseert om een orthomoleculaire arts te bezoeken, want het zou aan de voeding kunnen liggen. Er volgen meerdere voedingsadviezen, of eerder gezegd supplementenadviezen:  ik heb waarschijnlijk een tekort aan magnesium, vitamine B12, of  D6. Ginkgo zou ik ook kunnen innemen, want dat is goed voor het geheugen. En ik moet (nog) meer water drinken, anders krimpen mijn hersenen.
Ik vat de koe meteen bij de hoorns en koop vitamines, ginko en magnesium.  Ik slik ze braaf een paar dagen lang, maar vraag me af of de misselijkheid die ik de laatste dagen voel, daarmee te maken heeft. Ik heb de magnesium ook al een of  twee keer vergeten in te nemen. Niks voor mij, tabletten en pillen! En van al dat water drinken blijf ik maar naar het toilet rennen.
Zondigen
Van de week kreeg ik een nieuwe reactie van iemand die zegt dat het volgens de overlevering met het maken van zonden te maken heeft , en een ander geeft aan in een privébericht dat zij ergens heeft gelezen, dat het zou komen doordat we naar onze ontlasting kijken. Nou ja, denk ik. Dat gaat toch automatisch als je doortrekt! En wat de zonden betreft; er is inderdaad een overlevering waarin de profeet, vrede zij met hem, vertelt dat het kijken naar haram ons vergeetachtig maakt. Nu kan daar best iets in zitten, want op de een of andere manier ben ik in staat om binnen luttele seconden iemand van top tot teen te  ‘screenen’ en daarbij valt het oog ook wel eens op waar we niet naar mogen kijken, ook al duurt het heel eventjes. Ik zou het goed doen als jurylid bij ‘Style by jury’. Maar ik denk toch niet dat het door de zonden komt, want als kind was ik ook al vergeetachtig.
Men vraagt mij of ik soms onvrijwillig werkloos ben geworden, want daar zou het ook wel eens aan kunnen liggen. Nu, dat was vrijwillig, want we kwamen het overeen, alhoewel het niet voor niks was dat we niet meer samen wilden en konden werken. Maar na twee jaar tijd heb ik het toch wel verwerkt. Alhoewel ….soms kan ik flink verontwaardigd zijn als ik een ex-collega spreek en we oude koeien uit de sloot halen.  

Jeugdtrauma
Een nieuwe reactie: een zuster legt de link met mijn jeugd. Zou ik soms met een  jeugdtrauma te maken hebben gehad? Want dat kan ook vergeetachtigheid veroorzaken. Aangezien het begon in mijn jeugd, zal ik dit toch eens nader onderzoeken.  
Ik heb een prachtige jeugd genoten op het platteland van Drenthe. Ik groeide op op een boerderij in een stabiel gezin. Elke dag om drie uur ‘s middags aan de thee met mijn moeder, de dag doorkletsen. Mijn vader komt er ook vaak bij zitten, als het werk op het land het toelaat. Anders spring ik op de fiets met een fles thee en dan kijken we samen naar de horizon, die kilometers verderop zichtbaar is. Eerst hadden we nog koeien en kalveren, maar omdat mijn vader geen zoons had in de tijd van de schaalvergroting, verkocht hij de koeien en richtte hij zich op de landbouw. Ik speelde altijd in de tuin, in de schuur, op het hooi, in de bomen, op het dak. Ik vocht met de jongens die kwetsbare kinderen pestten en ik stookte vuurtjes samen met de buurtkinderen. Op zondagen wandelen in het bos, of fietsen over de heide en langs de wateren in het veengebied. Dat levert allemaal geen trauma’s op, integendeel, het zorgt voor een solide basis.
Ik heb een prachtige jeugd genoten op het platteland van Drenthe
Slaapwandelen
Maar toch dwalen mijn gedachten wel eens af naar het krielkipje van een meisje dat ik toen was. Er waren momenten dat ik erg bang was, bang in het donker. Eerst sliep ik bij mijn oudere zus, maar toen zij op een dag ziek was, en ik blijkbaar niet stopte met donderjagen, moest ik voor straf in de slaapkamer beneden slapen. En daar bleef ik ook slapen. Het was een ruime kamer, daar niet van, maar de gordijnen waren - om de kou buiten te houden - zo dik, dat als je ‘s nachts wakker werd, je zo blind als een mol was. Je zag er nog wel net de motieven op, maar daar was ik niet blij mee, want ik zag er een heks in. Het slaapwandelen was ook vervelend. Ik herinner me nog die ene keer dat ik wakker werd, terwijl ik rondliep en ik geen idee had waar ik was. Ik tastte en tastte, op zoek naar een lichtknop en de muur - waar geen eind aan leek te komen - totdat ik een deurklink te pakken had. Toen ik de deur open rukte, belandde ik van de lange gang in mijn ouders slaapkamer, die me verbaasd aankeken. Misschien dat ik daarom nog tot mijn elfde in bed plaste.
Maar ja, of dat nou een zo groot trauma opleverde, dat het mijn hersens aan heeft getast, dat weet ik niet. Tegenwoordig slaapwandel ik niet meer. Ik lees elke avond de laatste drie hoofdstukken van de Qur’an en strijk dan met mijn handen over mijn hele lichaam. Wel heb ik nog last van gezichten die me ‘s nachts aanstaren, net terwijl ik wakker word. Ze doen niks, maar ik wil dat ze weg gaan. Ik heb ontdekt dat het helpt om te zeggen: In de naam van God ga ik naar buiten en in de naam van God ga ik naar binnen en op Hem stel ik mijn vertrouwen’, alhamdoelillah (alle lof aan God)
Dement
Een van de groepsleden geeft tot slot nog aan, dat het zoveel tips zijn, dat ik door de bomen misschien het bos niet meer kan zien. Dat valt op zich wel mee, maar het klopt dat al die woorden en adviezen wel door het brein verwerkt moeten worden. Dat gebeurt in mijn geval op spontaan-chaotische wijze. Ik lees een advies en sla meteen aan het googlen, want op de een of andere manier hoop ik toch hét antwoord te vinden.

Ik weet niet of ik er ooit nog achter kom, wat er met mij en mijn brein aan de hand is. Tegen de tijd dat ik het antwoord weet, ben ik wellicht dement. Het zit in de familie. Het belangrijkste is volgens mij dat ik rust en regelmaat in mijn leven heb en goed voor mezelf zorg om mijn geheugen in conditie te houden. Zal ik remigreren naar het groene en Hoge Noorden?  

maandag 1 juni 2015

Struinen door de straten van Parijs

Het eerste wat ik deed in Parijs was een grote plant kopen die ik op mijn chambre de bonne zette. Zo haalde ik voor mijn gevoel toch een beetje ‘Nederlands groen’ in huis. Zeventigtwintig jaar geleden struinde ik door de straten van Parijs, vanuit het hart van de stad, waar mijn oppaskind naar school ging, terug wandelend naar République. Het afgelopen weekeinde keerde ik terug met maar één missie: mijn oude stekkie opzoeken waar ik gewoond had en wandelen in de gezellige wijk St. Michel en langs de Seine zoals ik dat vroeger deed.

Onderweg vanuit Nederland zingen we mee met Kenny B. “Mijn gevoel zegt mij dat wij vanavond samen kijken naar de Champs Elysees, de Notre Dame en naar de Seine. En daarna samen op la Tour Eiffel.” We gaan naar Parijs. Ditmaal niet op doorreis naar Algerije, maar gewoon een paar dagen genieten van de sfeer in de stad.


Rue Albert Thomas
Ik had Rue Albert Thomas onlangs al eens bezocht via Google Earth, maar ik kon het huis toen niet thuisbrengen. Maar live herkende ik de grote blauwe poort en de ramen met witte luiken ervoor meteen. Ik had me vergist in het nummer. Het was geen nummer 10, maar nummer 48. De supermarkt was verdwenen, evenals de groentezaak en de Iraanse tapijtenverkoper. Maar de bakkerij naast het metrostation Jacques Bonsergent bestond nog wel. Elke dag haalde ik daar mijn viennoise, een iets zoetere variant op de stokbrood, en bedekte deze rijkelijk met witte smeerkaas. Mijn au pair-familie at geen brood, want zo zei mevrouw Tonneau: ‘Daar word je dik van’. Ze aten om diezelfde reden geen pasta’s; en aardappelen lieten ze ook al staan. Ze aten magere naturel yoghurt waar je niet vol van werd en heel veel groenten. Drop die ik meenam na de kerstvakantie voor zoonlief, mocht hij niet opeten, want daar zat suiker in. Toch bleven moeder en zoon dik. Ik kookte mijn eigen kostje op de tweepitter in mijn kamer.

Destijds was ik naïef, nieuwsgierig en hunkerend naar het onbekende

Terwijl ik voor de poort sta en omhoog blik, verwacht ik op de een of andere manier dat mijn oppaskind Matthieu Tonneau zo dadelijk de deur uit komt, of zijn vader, of moeder. Maar dat gebeurt niet. Ik ben in Parijs, een wereldstad waar ik 27 jaar geleden in mijn eentje met een grote rugzak vol kleding en verwachtingen aankwam ‘om de wereld te ontdekken’. De tijden zijn veranderd, ik ben veranderd, maar ik ken hier niemand en niemand kent mij.

Naïef meisje
Toen was ik een naïef meisje, 21 lentes jong. Ik was open en nieuwsgierig, maar had werkelijk geen idee van de bedreigingen van de grote stad. En dan bedoel ik met name de anonieme mannen op straat, die achter me aan liepen, tegen me aan ‘reden’ in de bus; de potloodventers in de metro of op de boulevard en de oude tennisleraar en apotheker die wel een jong bloempje lustten, terwijl ik dacht dat we ‘gewoon vrienden’ konden zijn. Ik heb er mijn lesje wel geleerd, alhamdoelillah! Ik ben zo dankbaar dat Allah mij Zijn Bescherming heeft geboden in Parijs en dat hij mijn man op mijn pad bracht, die mij liet kennis maken met de islam.





Nu kijk ik met heel andere ogen naar dezelfde stad. Naast al de historische bezienswaardigheden is het eigenlijk vooral ‘mensen-kijken’ waar ik nooit genoeg van krijg. Zet mij neer op een bankje bij de Notre Dame of bij de Eiffeltoren, en ik geniet van alle mensen die rond lopen, foto’s maken en laten maken; vaak in allerlei posities, alsof ze de toren ‘onder de duim hebben’ of met gespreide armen. Een grote gespierde Senegalees zegt met een brede glimlach ‘salaam alaikoem’ als mijn zoon mij vraagt even om te kijken naar een optreden streetdance die hij en zijn vrienden weg geven. Het is een andere ‘salaam alaikoem’ als de verkopers even verderop. De ene salaam klinkt als ‘vrede en broederlijke liefde’, de andere klinkt als ‘kom kijken en vooral kopen’.


Geïntegreerd
Ik ontmoet nergens angstige of veroordelende blikken. Ik zie slechts mensen die allemaal op de een of andere manier struggelen met hun bestaan, die gelaten hun lot ondergaan of gewoon genieten van het leven. Daklozen die, de roes uitslapend, uitgestrekt onder de bankjes liggen op uitgevouwen kartonnen dozen, Antilliaanse vrouwen die lijken te zijn geïntegreerd in de Franse cultuur. Ik tel slechts maximaal één of twee Afrikaanse bonte jurken en dan ook nog zonder de daarbij behorende tulband. Ook is de felheid van destijds uit hun ogen en manier van spreken, evenals de littekens van messengevechten op hun wangen. Waren er vroeger nauwelijks gesluierde vrouwen, die lopen er nu meer rond, zelfs vrouwen die volledig in het zwart gekleed gaan, en dat in het Parijs van de aanslag op Charlie Hebdo. Alleen bij de Notre Dame neem ik drie militairen in vol ornaat waar, waardoor de realiteit zich even aan me opdringt.  

Hier leven de migranten op elkaar gepakt in appartementen die zijn ingericht met inklapbare en invouwbare Ikea-meubels


In de nacht slapen we bij mijn man’s tante, in een veel te klein 2-kamer-appartementje, waar je bijna letterlijk je kont niet kan keren om op het toilet zitting te kunnen nemen. Daarbij komt nog dat zijn tante een hamsteraar is geworden, die geen afstand kan nemen van de door haar gekochte spulletjes. In deze wijk vind je nagenoeg geen Fransen. Hier leven de migranten op elkaar gepakt in appartementen die zijn ingericht met inklapbare en invouwbare Ikea-meubels. De straten zijn nu echter wel zijn schoongeveegd van prostituees en drugshandelaren, waardoor het zowaar een nette, leefbare buurt is geworden. Ik slaap op de harde grond op een paar dubbelgevouwen dekens, omdat mijn dochter bang is voor de grijze glurende kat des huizes die zich overdag schichtig bovenop de kast verschuilt, maar in de nacht op rooftocht gaat zoals haar natuur verlangt. Ik hoor de tante van mijn man meerdere keren ‘Chanel’ tot de orde manen als ze weer eens door de kamer sluipt en ook op het bed springt. Het gevolg is dat ik na twee geradbraakte nachten enorme wallen onder mijn ogen heb.


Spanning en sensatie
Eigenlijk is Parijs niet heel erg veranderd in al die jaren. De trots van de Fransen op hun eigen taal en cultuur lijkt onverminderd groot. Geen enorme veramerikanisering zoals in Nederland, alhoewel grote warenhuizen als Tati en Monoprix gedeeltelijk uit het straatbeeld zijn verdwenen. Ook hier heeft de crisis toegeslagen. Het is veelal Frans wat er op de radio klinkt. Het klinkt me als muziek in de oren, want de Franse taal is heel melodieus en vol ritme. Ik besef dat we Nederland in feite weg geven, alsof onze taal, cultuur en historie niet waardevol genoeg zijn. Toch word ik hier niet melancholiek van; ik constateer het slechts. Net zoals ik constateer dat de wijze waarop wij mensen de wereld beschouwen altijd bij ons terugkomt zoals een boemerang. Destijds was ik naïef, nieuwsgierig en hunkerend naar het onbekende, waardoor ik naast beschutting ook spanning en sensatie naar me toe kreeg geslingerd. Nu ben ik milder, heb ik meer levenservaring en geniet ik meer van alles om me heen.


Geen spanning en sensatie dit keer. Alhoewel dat niet helemaal klopt: op de laatste avond heb ik couscous gekookt voor het nichtje van mijn man die hoogzwanger is, omdat ze daar zo naar taalde. Ze heeft echter nog maar twee happen genomen, of ze krijgt spontaan weeën. Voor de grap zeggen we nog: “Ben je van plan te bevallen of zo,” maar het is serieus. De weeën volgen elkaar steeds sneller op. Die nacht wordt het tweede kleinkind van mijn man’s tante geboren. Jenna is haar naam. Te vroeg geboren, maar klaarblijkelijk al net zo nieuwsgierig als haar ‘grote broer’ Nahil die al heel vroeg kon lopen terwijl ondertussen ook al een paar tandjes doorbraken, wat volgens het consultatiebureau niet kon. Met een grote gretigheid om de wereld te ontdekken, net zoals ik 27 jaar geleden.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het digitale magazine De Stem van de Ummah

donderdag 23 april 2015

Heb lief!

‘Wij hebben ons prachtige geloof gereduceerd tot rituelen. Het gaat alleen nog maar om wat wel mag en wat niet mag. Dat is onze religie geworden. Maar dat is niet het doel van onze reis in dit leven. Het is juist de bedoeling dat wij transformeren, dat wij ons ontwikkelen als mens van overgave, naar geloof en dienstbaarheid, naar verwezenlijking.’

De Amerikaans-Syrische Sheikh Muhammad bin Yahiya al-Ninowy hield in februari 2014 een lezing tijdens de conferentie ‘The art of balance’ in Nederland op uitnodiging van de jongerencommisie Ettaouhid. In deze lezing komt hij tot de kern van het geloof; uiteindelijk begint en eindigt alles met liefde. Heb lief, is zijn boodschap.

Sheikh Muhammad bin Yahiya al-Ninowy
'Deze tijd’ zo legt de geleerde uit ‘is het tijdperk van informatie. Je zou ook misinformatie kunnen zeggen. In elk geval staat het internet vol met informatie die we kunnen lezen en onthouden. Maar het gaat niet om leren en onthouden. Informatie leidt niet automatisch tot transformatie. Tijdens de reis die we tijdens ons leven maken gaat het erom dat we van informatie transformeren naar verwezenlijking. En dat kunnen we alleen maar bereiken als de Qur’an, het Woord van Allah, tot leven komt. Als je het Boek alleen maar leest en het niet tot leven brengt, dan transformeer je niet. Besef dat het vers “O jullie die geloven... doe goed opdat jullie mogen slagen.” (22:77) tegen je praat. De Qur’an praat tegen je. Als je je hart niet opent of de oren in je hart niet opent, als je niet geraakt wordt en je voelt je niet aangemoedigd om goed te doen, dan heb je een probleem!’


Huidige crisis is crisis van het geloof
Volgens Al-Ninowy is de huidige crisis is een crisis van imaan, van geloof. Hij illustreert dat met de bekende overlevering uit de verzameling van Al-Bukhari van Abu Huraira waarin de profeet, vrede zij met hem, zegt: “Je zult geen gelovige zijn, als je niet voor je broeder wenst wat je voor jezelf wenst.” ‘Daarmee bedoelt de profeet’, zo legt Al-Ninowy uit, ‘dat je geloof niet compleet zal zijn als je voor een ander niet hetzelfde wenst als je voor jezelf wenst. Het gaat volgens hem nog verder. ‘Het gaat niet alleen om je broeder, maar om je medemens.’ We kennen de overleveringen allemaal. Maar passen we ook toe, wat we horen? vraag hij zich af. ‘Raakt het ons en verandert het ons? Het gevaar ligt niet in de wijsheid van de woorden; want begrijpen doen we het allemaal. Maar als je het niet toepast, zal je geloof in gevaar zijn, omdat je hart in onrust en verwarring zal verkeren.’

Het gaat er in het leven volgens de sheikh om hoe onze relatie met Allah is. In de Qur’an staat (3: 32): “Zeg Mohammed, indien je Allah liefhebt, volg mij dan. Allah zal dan van jullie houden en jullie zonden vergeven. Allah is Vergevingsgezind, Genadevol. Volgens An-Ninowy is de uitleg van dit vers heel simpel: ‘Als je van Allah houdt, zal Hij van jou houden. Ons geloof is gebaseerd op liefde: het begint en eindigt met liefde. De Geliefde zendt Zijn geliefde profeet uit liefde met een boodschap van liefde in het belang van de liefde. En de profeet, vrede zij met hem, heeft ons geleerd dat we meer van hem moeten houden dan van onze eigen vader en moeder, opdat ons geloof compleet wordt.´



Het hart
‘De profeet, vrede zij met hem, was heel duidelijk toen hij zei: “In het lichaam bevindt zich een vleesklomp; als dit goed is, is het hele lichaam goed en als dit verdorven is, dan is het hele lichaam verdorven.” De metgezellen vroegen: “Wat is dat dan?” En de profeet, vrede zij met hem, antwoordde: “Dat is het hart.” Waarom het hart? Omdat dit plek is waar je liefde kunt vinden. Dat liefde belangrijk is, blijkt ook uit de authentieke overlevering waarin de profeet vrede zij met hem uitlegt dat Allah op de Dag des Oordeels Zijn schaduw schenkt aan zeven soorten mensen. En een van de soort mensen zijn de mensen die van elkaar houden in het belang van de islam,’ aldus Al-Ninowy.

Hij vervolgt: ‘Grote voorbeelden voor ons zijn de profeten, zoals Musa - vrede zij met hem - zei: “Ik haast me naar U Allah, zodat U tevreden over mij zult zijn.” (20:84). En waarom denk je dat Allah in de Qu’ran zegt: “... haast je naar Allah!” (51:50) Hij is liefdevoller en barmhartiger dan de moeder die haar baby borstvoeding geeft. Allah is Latief, Lutf, Zachtaardig en Zorgzaam, Hij geeft om ons. Dus waarom zou je weg van Hem rennen. Ren naar Hem toe!’ raadt de sheikh aan.

Op zoek naar Allah
Hij vraagt ons ook een voorbeeld te nemen aan Salman al Farsi, een van de metgezellen van de profeet, vrede zij met hem, die in Perzië opgroeide en vuuraanbidder was. Maar daarna kwam hij in aanraking met mensen van het Boek en ging hij in de leer bij verschillende geleerden. Hij reisde van Perzië naar Syrië en Irak en kwam zelfs in Europa terecht, omdat hij op zoek was gegaan naar Allah. Toen hij bij de profeet, vrede zij met hem, aankwam, realiseerde hij zich dat hij zijn eindbestemming had gevonden. Hij begreep dat de profeet, vrede zij met hem, hem naar Allah zou leiden.

Wij moeten volgens de geleerde net als Salman Al Farsi op zoek gaan naar Allah: ‘Maar hoe kan je Hem vinden? Dat is door in het gebed op zoek te gaan naar Hem, door alleen Hem centraal te stellen in je gebed, en al je aandacht op Hem te richten.’ En hij benadrukt: ‘En op niets en niemand anders dan Hem’. Wat de beste manier is om het gebed te verrichten, legt hij ook uit: ‘Gedenk de overlevering dat de Aartsengel Djibriel naar Mohammed, vrede zij met hem, en de metgezellen kwam en hem vragen stelde, waaronder de vraag wat ihsan is. En de profeet, vrede zij met hem, zei: “Dat je Hem aanbidt, alsof je Hem ziet. En als je Hem niet ziet, besef dan dat Hij jou zeker wel ziet.” Als je aandacht besteedt aan je gebed, zoals alles aandacht verdient, zal het gebed leiden tot transformatie, zodat je transformeert van overgave naar geloof en dienstbaarheid naar verwezenlijking.’

Maak van je hart geen vuilnisbak
Al-Ninowy hamert steeds op het belang van transformatie: ‘Je leeft het leven van een lichaam en verwaarloost je ziel, maar de tijd dringt. Je lichaam is geschapen voor de dood. Je bent een mens met een ziel. De islam zou je moeten veranderen. Er gaat een overlevering over die in Al-Bukhari staat van Anas en Abbas over de zoetheid van het geloof. Het geloof smaakt alleen maar zoet, als het hart schoon is, niet als het hart ziek is. Je moet eerst je hart zuiveren en de enige manier om je hart te zuiveren is om van Allah het meest te houden. Zuiver je hart van haat, jaloezie, gierigheid. Maak van je hart geen vuilnisbak. Als je de negativiteit en de liefde voor de wereld uit je hart haalt, zal Allah je hart vullen met Zijn liefde.´

Volgens de sheikh smeken we niet genoeg, maken we te weinig contact met God: ‘Veel mensen praten over Hem, weinigen richten zich tot Hem. Maar waar is het nachtelijk gebed dan voor? Waar is het smeekgebed dan voor? Waarom zou de profeet, vrede zij met hem, gezegd hebben: “Het smeekgebed is een vorm van aanbidding.” Zorg er voor dat je religie niet louter uit rituelen bestaat en waak ervoor dat je niet in een groep met een bepaalde groepsmentaliteit verstrikt raakt.’


Genade voor de werelden
Al-Ninowy onderstreept nogmaals het feit dat wij een voorbeeld moeten nemen aan de profeet, vrede zij met hem: ‘Een goede moslim is een goed mens in de eerste plaats. Dat is wat de profeet, vrede zij met hem, ons gebracht heeft: hoop, ontwikkeling en kansen voor iedereen. Niet alleen voor degenen die in hem geloofden. Hij toonde zijn genade aan iedereen, zonder voorwaarden! Herinner je de overlevering uit de verzameling van Muslim, waarin de profeet, vrede zij met hem, gevraagd werd om de ongelovigen te vervloeken. Maar hij zegt: “Ik ben niet gekomen om mensen te vervloeken, ik ben gezonden als een onvoorwaardelijke genade voor de werelden.” Toen zeiden de metgezellen: “Maar, ze aanbidden meerdere goden?” En Mohammed, vrede zij met hem, gaf aan dat dit niet hun zaak was, dat niemand het kan tegenhouden dat Allah zijn Genade over Zijn Schepping uitstort.’ Daarom zouden wij volgens hem als moslims en als volgelingen van de profeet Mohammed, vrede zij met hem, ook de liefde en compassie moeten uitstralen naar iedereen, wat hun achtergrond, geloof, etniciteit ook maar is. Met de boodschap 'Hoop, ontwikkeling en kansen voor iedereen! Als we dat niet naleven, hebben we de boodschap niet begrepen.’

Een flyer uitdelen en vragen of de mensen het willen lezen, is niet voldoende, legt hij uit. ‘Mensen willen geen flyer over de islam lezen, ze willen islam in actie zien. Ze willen de genade van Mohammed in jou zien. Ze willen niet dat je over liefde en compassie spreekt, ze willen het in jou zien. In jou!

Omdat je het waard bent
Tot slot richt hij zich tot de moslimgemeenschap in Nederland. Hij noemt het een privilege voor moslims om hier in Nederland te mogen leven. ‘Het is niet ideaal, maar mocht je dat zoeken, dan zul je naar het paradijs moeten vertrekken,’ grapt hij om de draad weer op serieuze toon op te pakken. ‘Maar met het voorrecht hier te mogen leven, komt de verantwoordelijkheid. Vraag je niet af wat jouw land voor jou moet doen, maar vraag je af wat jij voor jouw land kan betekenen. Wat is jouw positieve bijdrage aan dit land? Hou op met het beschuldigen van de media of van de niet-moslims; toon verantwoordelijkheid. We weten dat veel mensen bang voor de moslims, doodsbang zelfs. Dan kan je zeggen: “Ze lezen niets over de islam, ze kennen de islam niet.” Maar het is jouw taak om ze kennis te laten maken met de islam door jouw gedrag. Extremisme ontstaat op plekken waar de liefde fundamenteel ontbreekt. Wees daarom genadevol. Heb je buren lief en wees goed voor de buren. Of ze het waard zijn of niet. Of ze van de islam houden of niet. Als ze zich tegen je keren of niet. Jij zou goed moeten doen, omdat jij het waard bent om goed te doen, ongeacht hun reactie daarop.’





woensdag 22 april 2015

De verpleegster en de moslimpatiënt

Een waargebeurd verhaal uit Groot-Brittanniё
Mijn naam is Cassie, ik ben 23 jaar oud. Ik ben afgestudeerd als een gekwalificeerd verpleegster en ik kreeg mijn eerste klus als verpleegster in de thuiszorg.
(de personen in dit verhaal worden hier niet afgebeeld)
Mijn patiёnt was een Engelse heer van in de begin 80 die leed aan Alzheimer. Tijdens de eerste ontmoeting kon ik uit zijn dossier opmaken dat hij een islamitische bekeerling was; hij was dus een moslim. Ik begreep hieruit dat ik rekening moest houden met bepaalde gebruiken die mogelijk tegen zijn geloof zouden indruisen, en dat ik mij aan zou moeten passen aan zijn behoeften. Ik kocht wat halalvlees in en ik lette goed op dat er nergens varkensvlees of alcohol in zat nadat ik een klein onderzoek had gedaan naar wat verboden was in de islam.
Aangezien mijn patiёnt al in een ver stadium van zijn ziekte was, begrepen veel collega’s niet waarom ik zoveel moeite voor de man deed. Maar ik was de mening toegedaan dat iemand die toegewijd is aan zijn geloof respect verdient, ook al zit hij of zij in een positie dat dit niet meer begrepen wordt.
In elk geval ontdekte ik na een paar weken een patroon in bepaalde handelingen bij mijn patiёnt. Eerst dacht ik dat hij bewegingen nadeed die hij van iemand had gezien, maar ik zag hem de handelingen telkens op bepaalde, vaste tijden maken; in de ochtend, in de middag en in de avond. Hij bracht zijn handen omhoog, boog en legde zijn hoofd op de grond. Ik begreep het niet. Hij herhaalde ook een paar zinnen in een andere taal. Ik herkende de taal niet, omdat zijn spraak wat gebrekkig was, maar ik hoorde wel dagelijks dezelfde klanken. En er was nog iets vreemds: ik mocht hem niet voeden met mijn linkerhand, terwijl ik linkshandig ben. Ik voelde aan dat dit te maken had met zijn godsdienst.
Het gebed
Een van mijn collega’s vertelde mij over paltalk als een plaats voor debatten en discussies en aangezien ik geen andere moslims kende behalve mijn patiёnt, leek het mij goed om iemand live te spreken en vragen te stellen. Ik ging naar de ‘afdeling’ islam en kwam uit in de kamer ‘ware boodschap’. Hier kon ik terecht met mijn vragen over de zich herhalende bewegingen en men vertelde mij dat deze handelingen onderdeel uitmaken van het gebed. Ik geloofde het eerst eerlijk gezegd niet, totdat men mij een link mailde van het islamitisch gebed op You Tube.
Ik was geschokt. Een man die zijn kinderen niet meer kende; die niet meer wist wat voor beroep hij had gehad; die nauwelijks nog kon eten en drinken, kon zich wel de handelingen van het gebed herinneren. En dat niet alleen; hij bleek ook in staat te zijn de verzen op te zeggen in een andere taal. Dit was ongelooflijk. Ik was er nu van overtuigd dat deze man toegewijd was aan zijn geloof. Ik wilde hier meer van weten, zodat ik hem nog beter kon helpen.
Ik kwam zo vaak als mogelijk in de paltalk-kamer en ontving een link met de vertaling van de Quran, waar ik naar luisterde. Het hoofdstuk ‘De Bij’ gaf mij de rillingen en ik luisterde er meerdere malen per dag naar. Ik sloeg een recitatie uit de Quran op op mijn iPod en liet het door mijn patiёnt beluisteren. Hij glimlachte en begon te huilen. En toen ik de vertaling las, begreep ik waarom.
In principe was het mijn intentie om kennis op te doen om voor mijn patiёnt te kunnen zorgen, maar zo langzamerhand begaf ik mezelf steeds vaker in de kamer om antwoorden op vragen te vinden voor mij zelf. Ik had nooit de tijd genomen om mijn leven te overdenken. Mijn vader kende ik nauwelijks; mijn moeder was gestorven toen ik 3 jaar oud was. Mijn broer en ik werden opgevoed door onze grootouders die vier jaar geleden overleden waren. Wij bleven over met zijn tweeёn. Ondanks al deze verliezen dacht ik gelukkig te zijn, tevreden.
Ik wilde voelen wat hij voelde
Het was dat ik tijd doorbracht met mijn patiёnt, dat ik voelde dat ik iets miste. Ik miste het gevoel van vrede en rust die mijn patiёnt ondanks zijn lijden ervoer. Ik wilde dat gevoel ergens bij te horen; ik wilde wat hij voelde ondanks het feit dat hij alleen was.
Van een dame op paltalk ontving ik een adressenlijst met moskeeёn en ik bracht een bezoek aan een van de moskeeёn. Ik keek naar het gebed en ik kon mijn tranen niet bedwingen. Vervolgens werd ik elke dag naar de moskee toegetrokken en de imam en zijn vrouw gaven mij boeken en bandjes en beantwoorden graag alle vragen die ik had.
Elke vraag die ik stelde in de moskee of op paltalk werd met zo’n duidelijkheid en diepgaandheid beantwoord dat ik het wel accepteren moest. Ik had nooit een godsdienst aangehangen, maar ik geloofde wel in God; ik wist alleen niet hoe ik Hem aanbidden moest.
Op een avond kwam ik weer op paltalk en stelde een van de sprekers mij een vraag via de microfoon. Hij vroeg me of ik nog vragen had, maar die had ik niet. Hij vroeg me of ik tevreden was met de gegeven antwoorden en ik bevestigde dit. Toen vroeg hij waarom ik de islam niet wilde accepteren, maar ik kon hem geen antwoord geven. De volgende ochtend ging ik naar de moskee om het ochtendgebed te zien. De imam stelde mij dezelfde vraag, maar opnieuw zat ik met mijn mond vol tanden.
Vrede
Daarna toog ik naar mijn patiёnt. En pas toen ik tijdens het voeden in zijn ogen keek, realiseerde ik mij dat hij op mijn pad gekomen was met een reden en dat de enige reden om de islam niet te accepteren angst was. Niet bang in de zin van dat het niet goed voor mij zou zijn, maar ik was bang dat ik de islam niet waardig zou zijn, niet zoals deze man.
Die middag ging ik naar de moskee en vroeg de imam of ik mijn getuigenis af kon leggen, de Shahada: "Ashadoe an la ilaha ilallah wa ashadoe anna Mohammadan rasoeloellah". Er is geen god behalve Allah en Mohammed is Zijn Boodschapper. Hij begeleidde mij bij het opzeggen en gaf uitleg over wat er van mij verwacht werd nu.
Ik kan het gevoel dat ik op dat moment had niet onder woorden brengen. Het was alsof ik wakker werd en alles heel helder zag. Het was een gevoel van overweldigende vreugde, van helderheid en vooral van….vrede.
De eerste persoon aan wie ik het vertelde was niet mijn broer, maar mijn patiёnt. Ik ging naar hem toe en zelfs voordat ik mijn mond opende om het te vertellen huilde hij en glimlachte naar mij. Ik brak op dat moment in zijn bijzijn; ik was hem zoveel dank verschuldigd.
Bij thuiskomst herhaalde ik mijn Shahada in de paltalk-kamer. Ze hebben me vervolgens allemaal geholpen en ook al had ik nog nooit een van hen gezien, ze waren mij nader dan mijn eigen broer. Uiteindelijk belde ik mijn broer op om het te vertellen. Hij was er niet blij mee maar steunde me en zei dat hij er voor me zou zijn. Dat was meer dan ik kon wensen.
In de eerste week als moslim overleed mijn patiёnt in zijn slaap terwijl ik voor hem zorgde. Inna lillahi wa inna ilaihi radjioen. Hij stierf een vreedzame dood en ik was de enige persoon die bij hem in de buurt was. Hij was als de vader die ik nooit heb gehad, en hij was mijn poort naar de islam. Vanaf de dag dat ik mijn Shahada deed en zolang als ik leef, zal ik bidden dat Allah hem genadig zal zijn en dat hij van elke daad die ik verricht de tienvoudige beloning ontvangt. Ik houd van hem in naam van Allah en ik bid iedere avond dat ik ook maar een fractie mag worden van de moslim die hij was.
Islam is een geloof met een open poort; het is toegankelijk voor degenen die er naar binnen willen. Allah is werkelijk de Meest Barmhartige, De Meest Genadevolle.
(Onze zuster Carrie stierf in 2010 – Inna lillahi wa inna ilaihi radjioen – nadat ze haar broer had uitgenodigd om moslim te worden en hij de uitnodiging accepteerde, alhamdoelillah)

dinsdag 14 april 2015

"Wees jij nou maar de verstandigste"

Ik vond het aan de ene kant best wel grappig, dat mijn moeder tegen mij als 12-jarige zei, als mijn vader en ik woorden hadden:  "Wees jij nou maar de verstandigste".  Zolang ik weet moest ik altijd de verstandigste zijn. In mijn puberteit was ik vreselijk jaloers op de opstandige kinderen in de klas, die bij de directeur langs moesten komen voor een gesprek. Ik was namelijk te verstandig om opstandig te zijn.

Ook in deze tijd overkomt het me dat ik zin heb om onredelijk te zijn, zoals elk mens dat zo nu en dan is. Maar iets in mij houdt me tegen. Is het mijn geweten of is het de echo van mijn moeders woorden die ik na al die jaren nog steeds hoor?

Ik heb vandaag wel even heel hard het bestek in de bestekla gegooid, zodat het flink lawaai ging maken. Het luchtte nauwelijks op. Het leek alsof ik naar mezelf zat te kijken in een lachfilm. Ik kon mezelf niet serieus nemen. Al heel gauw zakte de woede en maakte plaats voor verontwaardiging. En misschien is dat maar goed ook.

Het grootste probleem dat ik heb is dat ik er niet tegen kan dat mij onrecht wordt aan gedaan. Dan word ik erg verontwaardigd, net zoals Calimero in de gelijknamige tekenfilm Calimero: "Zij zijn groot, en ik ben klein en dat is niet eerlijk!" Het is iets dat een psycholoog al jaren geleden constateerde: "Je bent erg verontwaardigd." Niet dat ik daarmee geholpen was, maar het was wel interessant om gespiegeld te worden.


Vroeger stampte ik op de grond, klapte ik de deur hard dicht, smeet ik met alle objecten die maar in mijn buurt waren, als ik woedend was. Ik was niet zo snel boos, maar als ik dan boos was, was ik als een dolle stier die op de rode lap afstormde. Ik was als meisje ook niet bang voor grote jongens die klierden; mijn woede gaf mij de kracht die ik nodig had om ze te bevechten. Het was mijn manier om tegen onrecht te strijden.

Het vuur is inmiddels behoorlijk geblust. Wat is gebleven is een gevoel van verontwaardiging op zijn tijd. Het is een gevoel waar ik geen raad mee weet.

Vandaag voelde ik al tijdens het afwassen dat mijn boosheid afnam. En na een douche ebde het gevoel helemaal weg. Ik voel nu nog slechts teleurstelling. Teleurstelling over het feit dat anderen wel onredelijk mogen zijn en ik niet. Altijd ben ik degene die het weer goed wil maken. Altijd zet ik de eerste stap.

Waarschijnlijk moet ik er gewoon blij en dankbaar om zijn, dat ik de verstandigste ben. Maar wat zou het fijn zijn, als het eens andersom was. Dat iemand tegen me zou zeggen: "Sorry voor wat ik je heb aangedaan," zodat ik kon zeggen: "Ik heb je al lang vergeven."