zondag 3 november 2013

Superioriteitsgevoel of de angst voor overheersing (deel II)

Zelfs de meest onbevooroordeelde niet-moslim kent het gevoel van superioriteit ook. Ik kan het bijvoorbeeld merken aan de wijze waarop vooruitstrevende journalisten over Turkije en over Egypte schrijven. Het Egypte waar de Moslim Broederschap op democratische wijze aan de macht is gekomen. Maar zodra er een opstand komt van tegenstanders van het regime, staan deze zelfde journalisten vooraan in de rij om hetgeen de tegenstanders willen flink te propageren. Ook in Turkije voegen ze zich maar al te graag bij de demonstranten. En wat schrijven en tonen ze dan van en over dat recht op vrije meningsuiting? We zien drinkende mensen op terrasjes, het bierglas wordt me ze geheven. We horen jongeren klagen dat ze net zo vrij willen zijn als in het Westen, ze willen verkering en seks buiten het huwelijk. En ze willen al helemaal niet die hoofddoek. Dat een regering democratisch is gekozen is niet meer van belang. Het gaat vooral om de gretigheid van de journalist om te vertellen, dat de jeugd zou hunkeren naar vrijheid. Hetzelfde soort vrijheid dat hij of zij zelf ook heeft gekend en daarom goed zou zijn.

En dan dringt de waarheid tot me door. Die zogenaamd onbevooroordeelde, vooruitstrevende, multiculturele Nederlandse niet-moslim is liever de jager dan de prooi, net zoals de moslim, net zoals elk mens. Het gaat ook bij hem om eten of gegeten worden, van pesten of gepest worden, van erbij horen of er niet bij horen. Niemand is gevrijwaard van superioriteitsgevoel, want iedereen heeft zijn eigen waarheid.

Dus eigenlijk mag ik het de moslim-loving journalist dan ook niet kwalijk nemen, als hij schrijft wat hij het liefste zou zien: en dat is een moslim die het allemaal niet zo nauw neemt met de regels en die net als hij denkt. Zoeken we niet allemaal bevestiging? En willen we niet allemaal ergens bij horen?

‘Anders’ zijn
De moslim die ík ben, hoort er niet bij. Het lijkt alsof ik er zelf voor kies, want zodra er ergens alcohol geschonken word, ben ik weg. Buurtbarbecue? Mij niet gezien vanwege de zelfde reden. Behalve dat het niet is toegestaan om aan te schuiven bij mensen die drinken, verdraag ik de geur van wijn en bier niet meer. Ik kies er bewust voor en zou het ook niet anders willen. Er zijn ook genoeg moslims die het niet uitmaakt. Dat moeten zij zelf maar weten. Maar het gaat niet om de keuzes die ik wel of niet maak. Het gaat er niet om of ik wel of niet moslim ben. Het gaat er om dat ik 'anders' ben. Ik wijk af van de norm. En als je afwijkt van de norm, dan loop je een risico niet geaccepteerd te worden. Dat geldt net zo goed voor alle allochtonen uit werelddelen met een andere cultuur, dat geldt voor homo’s en lesbo’s, dat geldt voor elke zonderling, voor alle mensen die uniek zijn en afwijken van het gangbare.

Het geldt overigens ook net zo goed binnen de moslimgemeenschap zelf. Ook binnen de Ummah (= de gemeenschap) gelden normen, waarvan je beter niet kan afwijken. Ook binnen de Ummah kan je je als moslim afgewezen voelen, als jij je hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Moslims onderling kunnen elkaar de rug toekeren als de meningen afwijken. Of nog erger: elkaar openlijk afvallen, met als gevolg dat anderen liever ook niet meer met je om zullen gaan uit angst om, u raadt het al, er niet meer bij te horen. Moslims zijn immers ook maar gewone mensen, die bang zijn om er niet bij te horen en die bang zijn om ‘opgevreten’ te worden. 


En ik... Ik ben een moslim, een wereldburger, een mens. Ook ik ben bang voor afwijzing. Ook ik ben bang voor mensen die zich superieur voelen en dit laten blijken. Ook ik heb mijn eigen waarheid en meen dat dit het beste is, alhoewel ik wel voor arrogantie waak en er altijd ruimte is om van inzicht te veranderen. Of ik die ruimte wel of niet krijg van anderen, dat maakt mij niet zo veel uit. Ik neem de vrijheid. Niets of niemand weerhoudt mij ervan mijn eigen gang te gaan en ‘anders’ te zijn.

Lees ook deel I http://beanoor.blogspot.nl/2013/11/superioriteitsgevoel-of-angst-voor.html

Superioriteitsgevoel of angst voor overheersing (deel I)

In de ogen van de niet-moslim blijf ik als moslim uiteindelijk toch altijd minderwaardig. Zelfs de meest multiculturele sociale wereldburger die vrienden heeft van allerlei komaf, kijkt, als puntje bij paaltje komt, toch neer op de ‘cultuur van de islam’, al is het maar een beetje. Ik ben altijd benieuwd geweest of dit met het mens eigen superioriteitsgevoel te maken heeft, of met de angst om overheerst te worden.

Als puber kon ik met geen mogelijkheid begrijpen waar de haat van de Nederlanders voor de hedendaagse Duitser vandaan kwam. Er werd in bepaalde kringen over ‘de moffen’ of ‘de nazi’s’ gesproken, alsof de Tweede Wereldoorlog nog gaande was. Ik vroeg me af wat voor recht de Nederlanders hadden om met verachting en zelfs agressie over de Duitsers te spreken, terwijl ze ondertussen wel de braadworsten en de schnitzels, de grote pullen bier en de apfelstrudel naar binnen werkten in alle gulzigheid en ondankbaarheid voor de Duitse maker ervan. Ik heb dat gevoel nooit gekend. Ik neem het Duitse volk niets kwalijk, omdat het Duitse volk echt niet allemaal hetzelfde gedachtegoed als Hitler koesterde. De meeste Duitsers waren vast en zeker blij met de economische vooruitgang in het land, maar dat betekent nog niet dat zij achter het vergassen van de Joden, de zigeuners, de Russen en de homo’s stonden.


NSB’er
Na de oorlog, zo vertelde mijn opa mij, had de overbuurman hem aangegeven als NSB’er. Hij werd opgepakt, kaalgeschoren en het kamp Westerbork als een crimineel binnengeleid. Wat wil het geval: in het begin van de jaren dertig leek het Duitsland steeds voorspoediger te gaan. Veel boeren in de regio stemden daarom op de NSB, de Nederlandse variant van de NSDAP. Maar toen opa er achter kwam wat hun werkelijke motieven waren, had hij het lidmaatschap opgezegd, zo verzekerde hij mij. Verder hadden de Duitsers beslag gelegd op de boerderij. Zij waren van plan om hun zieke paarden daar te stallen en te behandelen, alhoewel ze, zo vertelde opa vol trots met geen mogelijkheid gaten in de grond konden boren zodat ze de paarden konden vastpinnen. Wel herinneren nog de alternatieve ringen aan de muren aan die periode. Uiteindelijk waren er meerdere paarden begraven achter de boerderij. Als kind heb ik daarom regelmatig gegraven in de hoop een skelet, of nog liever een schat van de Duitsers terug te vinden. In elk geval lieten de Duitse soldaten ook iemand achter die op de paarden lette. Het was een aardige jongen, die liever niet op oorlogspad was gegaan, zo vertrouwde hij mijn grootouders toe. In elk geval was dit reden genoeg voor de overbuurman om aangifte te doen. Het was zijn eigen schoonvader die samen met anderen die mijn opa goed kenden, voor hem pleitten bij de autoriteiten, waardoor hij weer op vrije voeten kwam. “En die overbuurman was eigenlijk zelf een jodenhater,” verhaalde mijn opa verbitterd. Hij heeft de man nooit meer begroet, maar toch heeft hij er verder geen werk van gemaakt.

Ik ben altijd onder de indruk geweest van zijn verhalen, getuige het feit dat ik al op jonge leeftijd C-boeken uit de bibliobus mocht lenen. Ik leende boeken over de oorlog, en las dingen, zoals over de martelpraktijken van de Nazi’s, die eigenlijk niet geschikt waren voor een kind van mijn leeftijd. Met als gevolg dat ik sommige gruwelijke details nog niet vergeten ben. Wat ik heb geleerd van mijn grootvader is dat een mens een mens is en dat niemand meer of minder is. Hij deed nooit de deur dicht voor de Jehova-getuigen die aan zijn deur kwamen. Altijd stond hij ze te woord. Misschien kwam het doordat hij een zeer belezen man was dat hij zo open stond voor andere mensen: zijn hele huis stond vol met boeken. Hij had onder alle vensterbanken boekenplanken bevestigd die allemaal gevuld waren met boeken. Ik leerde ook van mijn opa dat een mens hard moet werken in dit leven. Hij was het liefst gestorven met de zeis in zijn hand. Ik zie hem nog aan het werk met die zeis. Regelmatige slagen door het gras. Ik zat er bij en keek er naar. “Ik wil gewoon dood neervallen, dat is wat ik wil.” Hij heeft het de laatste periode van zijn leven niet makkelijk gehad: zijn vrouw werd dement en herkende hem niet meer. Toen zij in het verzorgingstehuis terecht kwam, raakte mijn grootvader ook een beetje de weg kwijt. Uiteindelijk is hij min of meer gestorven zoals hij dat wilde: hij kreeg een hartaanval en was 'weg'.
de zeis (de man op de foto is niet mijn grootvader)
Geen kwaad woord over Joden
Een mens is een mens, niemand is meer of minder. Maar op de Christelijke Academie voor de Journalistiek, waar ik studeerde, leerde ik dat je geen kwaad woord over Joden mocht zeggen. Zij hadden namelijk geleden. Wij hadden als groepje studenten echter contact weten te leggen met neo-nazi’s en zij waren bereid om ons te woord te staan. Erg spannend allemaal. Maar de docent wou er niets van weten. Ik vond het destijds vreemd, dat het ons verboden werd om neo-nazi’s te interviewen. Ik vond het vreemd dat voor het Joodse volk een uitzonderingspositie moest worden gemaakt. Waren er geen andere volkeren geweest die hadden geleden? Mochten wij een volk verheffen tot een dergelijke positie? Het ging er bij mij niet in. Het was ook in deze periode dat ik kennis maakte met het lijden van de Palestijnen. De vraag rees bij mij of de Palestijnen niet net zo veel zouden lijden als de Joden en of het ene lijden erger is dan het andere?

Uiteindelijk denk ik dat we voor het goede antwoord op mijn eerste vraag betreffende het superioriteitsgevoel ofwel de angst voor overheersing terug zullen moeten naar het begin van de schepping van de mens. Allah maakte bekend aan de engelen en aan Iblies, de djinn die in hun gezelschap mocht verkeren omdat hij zo’n goede indruk had gemaakt, dat hij een mens ging scheppen. De engelen waren verbaasd, want de mens zou vast en zeker verderf zaaien. Maar Allah zei: “Ik weet wat jullie niet weten.” Allah begon aan de schepping uit aarde en had het ‘karkas’ al klaar, toen Iblies eens een kijkje kwam nemen. Hij ging de nog holle binnenkant binnen en vroeg zich af wat dit nu moest voorstellen. Was dit nu alles? Toen de schepping van de mens werd voltooid, gebood Allah de engelen en Iblies om te buigen voor de mens. Maar Iblies weigerde. Hij zei: “Moet ik voor hem buigen? Maar ik ben veel beter dan hem. Ik ben gemaakt van vuur, terwijl hij uit aarde is gemaakt.”

Volgens mij ligt hier de wortel van het probleem dat we vandaag de dag kennen. Het gaat om zowel een superioriteitsgevoel als wel de angst om overheerst te worden. Het is twee-in-één. Iblies was bang dat Allah Adam liever zou hebben, terwijl hij in de veronderstelling was dat vuur verhevener was dan aarde.

lees ook deel II http://beanoor.blogspot.nl/2013/11/superioriteitsgevoel-of-angst-voor.html

dinsdag 29 oktober 2013

Gebrekkig geheugen en toch knap

Mit, nach, nächst, nebst, bei , seit, von, zu, zuwider, entgegen, außer, aus. Dat is het rijtje voorzetsels met de derde naamval dat ik in de tweede klas middelbare school heb zitten stampen voor het vak Duits. Stampen doen onze kinderen veel minder dan wij vroeger en wij stampten op onze beurt al veel minder dan onze ouders. Mijn ouders hebben nog een scherp geheugen. Mijn vader wil koste wat kost voorkomen dat hij gaat dementeren, het lot dat zijn moeder ten deel viel. Hij verwerft daarom altijd nieuwe kennis, o.a. door het lezen van de krant en het maken van kruiswoordpuzzels. Maar of dit helpt om dementie tegen te gaan, is (nog) niet duidelijk. Men weet nog steeds de oorzaak niet van dementie, alhoewel men wel weet dat het met de gebrekkige doorbloeding van de hersenen te maken heeft en dat mensen met een hoge bloeddruk, suikerziekte en aderverkalking een groter risico lopen op Alzheimer of vasculaire dementie.


Fatima Mernissi schreef het in een van haar boeken, hoeveel voordeel zij er van had dat zij Koranonderwijs had genoten. Zij kon hierdoor alles beter onthouden, zo meende zij. Iedereen weet dat het uit het hoofd leren van de Koran puur stampwerk is.


Wat voor voordeel hebben wij van stampen? We worden er niet intelligenter van. Maar ook niet dommer. Is iemand die goed kan stampen intelligent? Of ben je pas intelligent als je het stampwerk niet nodig hebt? En wie of wat bepaalt wat intelligent is?


Ik zat in de zesde klas toen we een kennisspel deden op de lagere school. We werden in groepjes ingedeeld en kregen allemaal vragen over verschillende kennisgebieden. Ik heb het onthouden, omdat het anders was dan anders en daarom spannend, maar ik heb het vooral onthouden omdat ik die dag faalde. Voor zover ik weet stond ik voor het eerst van mijn leven met mijn mond vol tanden. Ik had het ze nog zo gezegd, maar ze wilden niet luisteren. "Nee, ik ken die plaatsnamen niet. Kies iemand anders," zei ik tegen de andere leden van het groepje. Maar ik moest en zou naar voren, want ik haalde immers altijd tienen voor topografie. 


Dus trad ik met tegenzin en schoorvoetend naar voren en wees de een na de andere verkeerde plaats aan met de aanwijsstok die ik van de meester in mijn handen kreeg geduwd. Assen lag ineens in Groningen en Haarlem in Zuid-Holland. Mijn groepje nam het mij kwalijk dat ik bijna geen enkel antwoord goed had. Ze begrepen er niets van. Het was de eerste keer dat ik begreep dat stampen voor mij eigenlijk geen zin had. Wel nut, maar geen zin. Ik had er op enig moment profijt van, maar daarna waaide de kennis weg zoals de bladeren in de herfst van de bomen vallen, mij achterlatend als een kale boom.


Nu zal Fatima Mernissi met 'stampen' waarschijnlijk iets anders bedoelen dat wat ik hierboven beschreef. Als zij over het inoefenen van de Koranverzen spreekt, dan is dat van een heel ander kaliber dan het eenmalig leren opdreunen van een aantal naamplaatsen. Bij mij leidt eenmalig stampen ertoe dat ik nagenoeg alle kennis weer kwijt ben binnen een paar weken. Bij mijn kinderen werkt het overigens anders. Mijn jongste maakte laatst de topotoets zonder dat we geoefend hadden - hij was namelijk vergeten om mama te vertellen dat hij weer een toets had - , maar haalde toch een hoog cijfer. Hij had het gewoon onthouden van de keer ervoor, gaf hij aan. Ook mijn jongste dochter kan nauwgezet het proces beschrijven van hoe het bloed wordt rond gepompt in het lichaam, nadat mijn oudste dochter haar dat één keer heeft onderwezen. Ik zat er bij, en ik keek ernaar. Als ze mij na een paar weken zou vragen om dit proces te beschrijven, zou ik het alleen in grote lijnen kunnen navertellen, of zou ik alleen enkele details goed kunnen beschrijven en niet het hele proces. Mogelijk moet ze het mij om de paar weken opnieuw vragen het te herhalen, zodat het langzamerhand beklijft.  


Ondanks het feit dat veel kennis net zo gauw mijn hoofd weer uit was als het er in ging, heb ik toch al mijn diploma's gehaald zonder ook maar één keer te blijven zitten. Ik leerde door te stampen. Mijn kortetermijngeheugen hielp me al die jaren door het onderwijs heen. Althans dat is mijn veronderstelling. Ook meende ik dat ik vast niet zo intelligent was vanwege mijn gebrekkige langetermijngeheugen. Er zijn vele begrippen waarvan ik de betekenis pas op latere leeftijd heb leren onthouden. Ik onthield ze pas, toen ik er in de dagelijkse werkelijkheid mee te maken kreeg en de woorden betekenis kregen. Plaatsnamen bijvoorbeeld onthoud ik bijvoorbeeld beter als ik langs, door of in plaatsen kom. En zo ook het rijtje Duitse voorzetsels dat de derde naamval krijgt. Ik heb het zo vaak moeten toepassen, dat het keurig is opgeslagen in mijn geheugen.


Ik moet wel zeggen, dat ik sommige dingen als vanzelf 'weet'. Met talen heb ik nooit zo veel moeite gehad. Dat ging vanzelf. Ik denk daarom gewoon dat ik anders leer dan vele andere mensen. Er zijn zovele manieren van leren, net als er meerdere intelligenties zijn. Daarom vind ik het ook totaal onterecht, dat een vak als wiskunde verplicht wordt gesteld op de middelbare school. Dat levert voor sommige scholieren een onneembare horde op. Als ik in deze tijd het VWO had gedaan, had ik dat diploma vast niet gehaald.

Ik vind het hoe dan ook verkeerd, dat de nadruk altijd op het IQ moet liggen. We hebben niet alleen maar IQ nodig om een samenleving in te richten. We hebben o.a. ook het Emotioneel Quotiënt en Spiritueel Quotiënt nodig. Dat stelt ook wijlen Stephen Covey in het laatste boek van zijn hand 'de achtste eigenschap'. 'Ontdek je eigen stem, draag deze uit en help ook anderen hun eigen stem te ontdekken en uit te dragen. Dit maakt dat je het beste in jezelf naar boven haalt en zo de meeste creativiteit, kracht en resultaten boekt. Dit geldt voor mensen persoonlijk, maar ook voor de creativiteit en resultaten in organisaties', schrijft hij. 





Er zijn vele manieren om te leren. Op de basisschool waar ik als laatst werkte, leerden we de kinderen dat je behalve rekenknap ook taalknap kon zijn, of muziekknap,  natuurknap, beeldknap, beweegknap, mensenknap en zelfknap. Hier bloeiden sommige kinderen van op, die altijd het gevoel hadden toch niets te snappen. Een kind dat moeite had met rekenen, blonk uit in topografie. Een ander kind was een kei in presenteren. Een derde kind bemiddelde altijd als er ruzie was. Weer een ander kind werd altijd als eerst gekozen met sporten. Ik heb ook een achterneefje met het syndroom van Down die geen muzieknoten kan lezen, maar wel virtuoos de accordeon bespeelt. Hij is overduidelijk muziekknap. De psycholoog Howard Gardner stapte af van de gangbare gedachte over intelligentie en ontwikkelde hiertoe zijn theorie van Meervoudige Intelligentie. Volgens hem kan de mens veel meer dan alleen lezen, schrijven en rekenen en kan je op veel verschillende manieren intelligent zijn. Door de kinderen aan te moedigen de verschillende intelligenties te ontwikkelen, kunnen ze worden omgezet in levensvaardigheden. Het gaat dus om de Q'en die wij nodig hebben om een maatschappij te doen welslagen.


Bij mijn kinderen is de visueel-ruimtelijke intelligentie goed ontwikkeld. Ze zijn dus beeldknap, want beelddenkers. Zij leren door zich ergens een beeld van te vormen. Bij een toets zien zij de beelden op hun netvlies en kunnen de kennis hierdoor reproduceren. Mijn oudste dochter herinnert zich tijdens de toets het bladzijdenummer, de zin ervoor en de zin erna en kan zo de kennis oplepelen. 


Dat heb ik dus niet. Ik moest het altijd hebben van stampwerk. Zo ben ik in feite door de hele middelbare schoolperiode gerold. Ik ging vaak wel net met de hakken over de sloot over, maar ik heb het toch voor elkaar gekregen. 


Het speelt me nog parten dat ik dingen slecht onthoud. "Hoeveel heb je voor die camera betaald?" vroeg laatst de winkelbediende toen ik een objectief voor de camera kocht. Ik had werkelijk geen idee meer. "Ongeveer dan," vroeg hij. Ik deed een wilde gok: "180 euro?" "Nou dan heb je hem echt heel goedkoop gekocht." Ik wist meteen dat ik er flink naast zat. Waarschijnlijk was het zelfs 280 euro, dacht ik bij mezelf. En er meteen achteraan dacht ik: niet te geloven dat ik zelfs niet meer weet hoeveel geld ik uitgegeven heb. Of zou het komen omdat ik niet aan geld hecht?


Ik ben er een aantal jaren geleden al eens mee naar de dokter geweest, omdat ik me af vroeg of ik soms al vroeg dementeerde. Maar ik ging voornamelijk omdat ik eigen doktertje speelde en op het internet een beschrijving van vroege dementie meende te herkennen. De dokter zei echter, dat het een hormonale kwestie was en dat het met stress te maken had. Ik geloofde haar wel. En ik geloofde haar niet. Ik had 'het probleem' immers al van jongs af aan. Aan de andere kant ervoer ik ook veel stress en besefte ik dat van stress het bloed niet meer goed door het lichaam stroomt en dus ook niet door mijn hersens. Een wijze vriendin zei me dat ik gewoon "niet meer kon en hoefde te dragen dan nodig was." En dat vind ik een goede reden, waar ik mij bij neer probeer te leggen.

Ik accepteer min of meer dat mijn geheugen functioneert als gatenkaas en soms zelfs als een vergiet. En ik accepteer dat ik op een andere manier leer dan de meeste mensen. Ik onthoud door te ervaren, het liefst zintuiglijk. Ik weet niet wat voor Q daar bij hoort. Ik ben in elk geval zelfknap, mensenknap, muziekknap, en taalknap, wat goed past bij mijn creativiteit als schrijver. In feite beschikt elk mens in min of meerdere mate over de verschillende quotiënten. Het is ook mogelijk om de ene intelligentie waar je minder goed in bent te ontwikkelen door middel van een andere intelligentie. Men zegt dat de intelligentie niet meer toeneemt na ons achttiende levensjaar, en dat de intelligentie in de puberteit zelfs al minder hard toeneemt. Maar dan heeft men het dus alleen over het IQ. We komen immers na ons achttiende tot zo veel nieuwe inzichten. Ik merk bijvoorbeeld dat ik de laatste tijd steeds beeldknapper word en ik ben er van overtuigd, dat  ik daardoor ook op rekenkundig vlak vooruitgang zou kunnen boeken. Ik zeg: zou. Want ik voel niet echt de behoefte om rekenknapper te worden. Het onthouden van kennis heeft daarom ook zeker met belangstelling te maken. 

Toch vraag ik me nog altijd af, hoe het kan dat mijn geheugen zo 'gebrekkig' is.

zondag 27 oktober 2013

“Pak alles van ons af, maar niet onze Zwarte Piet!”

“Opgetogen arriveerden wij die dag ten paleize. Sophies broer Willem Alexander, die nu dus kroonprins was, had net zijn eerste kind gekregen en leidde voor het eerst de traditionele Sint-Nicolaas-avond. Ik was nog niet binnen of hij nam me apart, gniffelend als een kleine jongen. Hij was zo enthousiast…...Willem Alexander verfde dus mijn lippen en zette mij een pet op. De pofbroek paste mij, maar de zwartwollen maillot slobberde, zodat ik uiteindelijk met blote benen van achter het gordijn te voorschijn sprong.
Pas oog in oog met het gezelschap, dat gilde van schrik, drong tot me door waar ik aan begonnen was. Er werd geapplaudiseerd om de oorspronkelijkheid van Willems idee een echt Moortje op te voeren. Sophie keek mij verbijsterd aan, maar al snel begon de muziek weer te spelen. Precies zoals andere jaren sloegen de gasten voor Pieterman op de vlucht. Zwaaiend met een roe zat ik het gezelschap brullend en springend achterna, tot ik Kwame op mijn pad vond. Hij stond stokstijf te midden van het tumult met gebalde vuisten. Misschien huilde hij ook wel. In elk geval sloeg hij mijn muts van mijn hoofd, rukte als een gek aan mijn jak tot het scheurde, waarna hij weg holde. Ik wilde hem wel achterna, maar alle ogen waren op mij gericht. Ik mat me dus een gek accent aan en rolde net zo lang met mijn ogen tot ik iedereen weer aan het lachen had.” 


(December 1840. Uit de historische roman ‘de zwarte met het witte hart’ van Arthur Japin over twee Afrikaanse prinsjes die naar Nederland worden gehaald en te maken krijgen met racisme)

Prins Kwasi met twee van zijn kinderen. Java 1900

Wat mij opvalt is dat er in al die eeuwen niets veranderd is, al is het mogelijk dat Japin de boel flink aangedikt heeft. Ik weet niet wat ik erbij moet voelen. Het is een leeg gevoel, een gevoel van machteloosheid, een winterslaap.

Het feit is dat het land in rep en roer is waar het gaat om Zwarte Piet. Het is echter voornamelijk een blanke discussie tussen blanke voor- en tegenstanders. Het lijkt erop alsof de zwarte bevolking van Nederland zich koest houdt. Zou het zijn dat de schokkende waarheid tot ze is doorgedrongen: horen we er dan nog steeds niet bij? Hebben we ons nog niet genoeg aangepast? Moeten we net als Kwasi onszelf een gek accent aanmeten en als een gek rond dansen om ons publiek te vermaken?

Er valt een pijnlijke stilte in het debat. Maar het is een stilte die niet opgemerkt wordt door het overgrote en de ons horendol schreeuwende deel van de bevolking: “Blijf van ons feest af.”

Ik wou dat de Nederlanders dat zouden zeggen over hun spaargeld. Ik wou dat ze dat zouden zeggen over hun pensioengeld. Ik wou dat de Nederlanders de straat opgingen voor hun privacy. Ik wou dat ze zich druk maakten om de manschappen die naar oorlogsgebieden in de wereld worden gestuurd om de wapenindustrie te dienen. Of om de al maar langer wordende rijen bij de voedselbank. Maar niets van dit alles. Dat is allemaal van ondergeschikt belang. Het gaat nu om onze Zwarte Piet, en daar blijf je met de tengels van af!

Wie is eigenlijk Zwarte Piet, dat de mensen zo aan hem hechten? Een mythische figuur inmiddels waarvan niemand de achtergrond kent, want er zijn geen betrouwbare bronnen over hem. Hij zou een Ethiopische zwarte slaaf Piter geweest zijn vrijgekocht door de heilige Nicolaas op een slavenmarkt in Myra. Hij zou oorspronkelijk een demon geweest zijn die door de heilige gedwongen werd goede daden te verrichten. Hij zou een voorchristelijke godheid geweest zijn die zich moest onderwerpen aan de christelijke sint. Hij zou de bedwongen satan zijn, plaatsvervanger van de overwonnen Wodan, of diens helper Nörvi, de zwarte vader des nachts die ook een roe droeg als vruchtbaarheidssymbool*. Feit is dat hij pas in het midden van de negentiende eeuw er met de haren is bij gesleept en sindsdien onlosmakelijk verbonden lijkt met het Sinterklaasfeest.

Zwarte Piet bestaat dus eigenlijk niet - net als Sinterklaas - maar toch kunnen de Nederlanders niet zonder hem. Ze kunnen niet zonder de illusie. Ze klampen zich vast aan hun traditie alsof hun leven er van af hangt. Dat iemand zich door dit feest gediscrimineerd zou kunnen voelen, is aan dovemansoren gericht. Het gaat om de nationale trots van Nederland. Ineens staat Nederland als één man overeind. 

Dat gebeurt niet zo gauw in Nederland, dat deze trots gevoed wordt. Maar helaas is ook dit slechts een illusie, een leugen. Het volk voelt zich, net als ik, machteloos tegenover de crisis. In feite is de mythische Zwarte Piet nu hét symbool van de Nederland in crisistijd geworden. Als een kat in het nauw klinkt het: “Pak ons alles af, maar niet onze Zwarte Piet!”

* Wikipedia

Dit artikel was eerder gepubliceerd in De Stem van de Ummah










donderdag 24 oktober 2013

De verkazing

foto: Sultan Izz Ad-Din
Veel moslims in Nederland zijn aardig beïnvloed geraakt door Nederland, ook al zal lang niet iedereen dat toegeven. Sommigen komen er graag voor uit dat ze verkaasd zijn en zijn er zelfs trots op, maar anderen zullen niet zo gauw laten blijken dat ze elke ochtend ‘een boterham met kaas’ eten. Toch komt niemand onder de invloed uit.

Dé Nederlander bestaat net zo min als dé moslim, maar er bestaat wel zoiets als een volksmentaliteit. En die mentaliteit wordt overgenomen door de moslims. Dat zou niet erg zijn, als de moslims de positieve kwaliteiten over zouden nemen, maar helaas werkt het kopieerapparaat niet op die wens.

Jaren geleden wilde ik mezelf nog even checken voordat ik de deur zou verlaten. Zat mijn Noord-Afrikaanse djelaba (lange jurk) goed, zat er een draadje los, hing er iets scheef? Ik keek naar mezelf in de passpiegel en kwam er van binnenuit een gevoel en gedachte in me op en ik zei: “Dit ben jij niet, jij bent Nederlandse.” Mijn djelaba ging uit, mijn broek met lange blouse aan en toen ging ik op weg naar mijn werk.

Normen en waarden vormen altijd een onderdeel van een samenleving. We kunnen niet anders dan concluderen dat de Nederlandse samenleving enorm verschilt van de Marokkaanse, de Turkse. De geloofsbeleving is anders, de cultuur is anders, de gewoonten en gebruiken zijn anders. Maar het gaat niet alleen maar om geloof en cultuur, want de Nederlandse mentaliteit verschilt ook van de Amerikaanse. In Amerika droomt men ‘groot’. Mensen zijn niet bang om risico’s te nemen, zelfs gedurende crisistijd werd mij onlangs verteld. De Amerikanen gunnen het elkaar ook. Wij Nederlanders hebben dat lef niet. Nederlanders zijn kat-uit-de-boom-kijkers, maar ook herkenbaar zijn: je hoofd niet boven het maaiveld uitsteken en doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Nederlanders zijn daarnaast oververzekerd, want bang voor de toekomst. Nederlanders zijn ook lamgeslagen door de recessie, waardoor veel goede initiatieven geen kans krijgen of de kop in worden gedrukt. Gierigheid, maar ook bekrompenheid voeren de boventoon.

Erger is dat de moslims die in Nederland wonen worden getroffen door dezelfde malaise, door hetzelfde deprimerende gevoel van machteloosheid. Waar is de handelsgeest? Waar is de multiculturele samenleving? Waar is de tolerantie? Het lijkt alsof behalve de markt ook de Nederlander -zowel autochtoon als allochtoon - verzadigd is. Ook veel moslims zijn niet geïnteresseerd in ontwikkelingshulp, noch in al die oorlogen die in Verwegistan worden gevoerd, alhoewel ‘hun eigen mensen’ daar vermoord worden. Ook moslims zijn vooral bezig met sparen, sparen, sparen. De hand blijft op de knip. Een broeder die ondernemer is wordt gemeden en/of meewarig bekeken, nieuwe initiatieven worden bespot.

Ik vind het heel jammer dat Nederlanders, die doorgaans met beide benen op de grond staan, zich in crisistijd van een heel andere kant laten zien. Dit is niet het Nederland waar ik trots op ben en waar ik graag bij wil horen. Waar is de open, de directe, de ondernemende, de sportieve, de stipte Nederlander gebleven? Ik zou willen dat de positieve kwaliteiten de boventoon voeren en dat deze kwaliteiten van de kaaskop door de moslims geïmiteerd worden.

Anders vrees ik dat mijn spiegelbeeld mij binnenkort weer iets anders influistert.

dit artikel werd eerder gepubliceerd in De Stem van de Ummah

zondag 13 oktober 2013

Verantwoordelijkheidsgevoel II

Verantwoordelijkheid nemen kan op allerlei vlakken, binnen de samenleving, binnen het gezin, maar ook in een bepaalde functie Als het takenpakket van de functie duidelijk is, is er doorgaans geen vuiltje aan de lucht. Maar als de persoon in kwestie gevraagd wordt om bijvoorbeeld mee te denken aan de ontwikkeling van de organisatie in zijn geheel, wordt het al riskanter. Een persoon die zich betrokken en  overal verantwoordelijk voor voelt, zal volmondig "ja" zeggen, zonder zich mogelijk te realiseren wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn. Er zijn nu eenmaal leidinggevenden die, zodra het project 'mis' gaat, de 'verantwoordelijkheid-nemende' persoon de zwartepiet toespelen, zodra ze de kans krijgen. Er zit vaak niets anders op dan de consequenties te aanvaarden.



De persoon in kwestie voelt zich nu met de rug tegen de muur gezet. Hij wilde wel verantwoordelijkheid nemen, maar het ging toch om een gezamenlijke verantwoordelijkheid en een gezamenlijk doel? Mispoes. Dat was maar schijn. Hij werd uitgemolken totdat hij leeg was of hij werd gebruikt totdat hij kritische vragen ging stellen, en toen de leidinggevenden vervolgens een manier vonden om makkelijk van hem af te komen, hebben ze die manier met beide handen aangepakt, waarbij ze hun eigen handen in onschuld wassen.

Behalve dat de persoon in kwestie met de gebakken peren zit, blijft hij ook leeg - want alles gegeven -, teleurgesteld, en bedrogen achter.

De consequentie is vaak dat de persoon in kwestie geen verantwoordelijkheid meer wíl dragen, want "de betrokkenheid en belangeloze inzet werd duidelijk niet gewaardeerd". Vooral als dit ook in een andere functie opnieuw geschiedt. De deur gaat dicht, het hart op slot. Dit impliceert eigenlijk dat de persoon in kwestie dubbel lijdt. Behalve dat de deceptie pijn doet, is deze persoon ook iemand met veel potentie en passie, die nu opgesloten zitten in een gefrustreerd hart.

Toch moet deze persoon anders naar zichzelf leren kijken. Met anders wordt bedoeld kritisch bedoeld. Want op het moment dat hij volmondig en vanuit goede intentie "ja" zei, heeft hij toen om een duidelijk kader gevraagd? Wist hij wat de taakverdeling binnen het project was, en wat de verwachtingen van de leidinggevenden t.a.v. zijn inzet en werkzaamheden waren aangaande zijn inzet en takenpakket? Of is hij er naïef in gestapt, of beter gezegd ingetuind zonder de personen 'af te tasten' met wie hij zou samenwerken?

Maar met anders naar zichzelf kijken wordt ook bedoeld kijken op een andere manier, vanuit een ander perspectief. Personen met passie, potentie en betrokkenheid zijn goud waard binnen een organisatie. Als deze personen niet erkend worden door de organisatie, wordt het tijd om uit te kijken naar een functie in een andere omgeving. Het bedrijf of organisatie verdient deze persoon dan simpelweg niet. Dit is geen arrogante gedachte, maar wel een onbescheiden gedachte. We hoeven onszelf niet bescheiden op te stellen als het om onze carrière gaat. We mogen onszelf ook wel eens op de voorgrond zetten.

Alleen door onszelf kritisch, maar ook waarderend te bekijken, kunnen we uit de vicieuze cirkel van de machteloosheid stappen. En kunnen we ons hart weer openen voor nieuwe mogelijkheden en nieuwe kansen. Kansen niet alleen voor onszelf, maar ook voor de organisatie of het bedrijf dat ons binnenhaalt en uiteindelijk voor de samenleving als geheel.

Lees ook deel I: http://beanoor.blogspot.nl/2013/10/verantwoordelijkheidsgevoel-i.html


Verantwoordelijkheidsgevoel I

Verantwoordelijkheidsgevoel. Je bent er mee behept, of niet. Maar het kan ook worden aangeleerd of tenminste aangewakkerd. In een reportage over de Antillen die ik onlangs zag, verbaasde ik me opnieuw over het feit dat veel mannen daar weg lopen voor hun verantwoordelijkheid als vader. En nog meer verbaasde ik me er over dat de vrouwen dit zelf ook in stand houden. De schuld wordt gegeven aan de geschiedenis van de slavernij. Mannen en vrouwen werden toen vaak gescheiden, waardoor moeders alleen voor de kinderen moesten zorgen.

Behalve op de Antillen zien we wereldwijd het aantal vaderloze gezinnen toe nemen. Er zijn voldoende vrouwen die in een uitzichtloos huwelijk toch nog weer een kind nemen, waarschijnlijk in de hoop, dat het dan allemaal weer goed komt. Wat niet zo is.


Nu is uit onderzoek gebleken dat vaderloze gezinnen het beter doen dan moederloze gezinnen. Als de moeder een krachtige vrouw is, komen er ook krachtige persoonlijkheden uit voort. Maar als de moeder zich als een slachtoffer gedraagt, zijn de kinderen vaak ook gedoemd tot eenzelfde uitzichtloos bestaan.

Toch ga ik er vanuit dat de kinderen deze cirkel kunnen doorbreken, door er uit te stappen. Ik ga er vanuit dat elk individu verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen leven. We kunnen onze ouders niet de schuld geven van onze mislukkingen, noch onze mannen, bazen of de geschiedenis. We zijn zelf verantwoordelijk.

Dat vergt doorzettingsvermogen en lef. Daarnaast is het goed steun te zoeken bij een familielid of maatje die bemoedigt.

Maar dat het mogelijk is, werd mij een aantal jaren geleden op pijnlijke manier duidelijk. Ik was uitgenodigd door een jonge Marokkaanse studente, een enorm levenslustige dame. Zij wilde iets betekenen voor de Marokkaanse gezinnen, meen ik mij te herinneren. Ik kwam bij haar thuis en verwachtte kennis te maken met het gezin. Maar dat gezin hing languit met zijn allen voor de televisie en nam niet eens de moeite om een hand op te steken als groet. Ik ben dat niet gewend van Marokkanen, die doorgaans enorm gastvrij zijn. Vervolgens nam ze mij naar haar kamer, wat eigenlijk de garage was. Er stonden behalve twee stapelbedden voor haar, haar jongere zusje en twee broertjes, een bureau. Voor de rest was de kamer helemaal kaal. Het was deprimerend. Maar toch was deze jonge vrouw erin geslaagd om zich in deze situatie te redden. En nog meer dan dat; zij steeg boven zichzelf uit.

Zij is voor mij het voorbeeld dat alles mogelijk is in het leven, als je er maar zelf in gelooft en er voor gaat.

Lees ook deel II: http://beanoor.blogspot.nl/2013/10/verantwoordelijkheidsgevoel-ii.html